GRETSKE „DE FREULE”
EEN LEVENSTRAGEDIE
„Ja, dat bedoel ik wèl, en het is mij niet recht duidelijk waarom de menschen aldaar naar een anderen maatstaf moeten gemoeten worden dan de rest".
„Maar dominé, dat is toch geen vergelijking. U weet toch óók wel, dat het aldaar heel andere menschen zijn, die niet met gewone burgers op éene lijn gesteld kunnen worden. Zij hebben hun eigene vrije opvatting van het leven, die zich zoo weinig mogelijk aan wet en regel bindt, die geheel willekeurig doet handelen; die de politie handen vol werk geeft en hen overcompleet doet zijn".
„Daar is véél van waar, doch een andere vraag is of dat zoo blijven moet, of dat er dient getracht van deze menschen, welke van ouder en kind altijd in zulk eene omgeving verkeerd hebben, iets anders en beters te maken. U zult óók met mij eens zijn, dat zij schromelijk in elk opzicht worden verwaarloosd, dat er feitelijk niemand is, die naar hen omziet, en dat op elk die op Lombok aanlandt, een cachet wordt gedrukt, waardoor hij zoo goed ais bulten de samenleving komt te staan".
„Maar wat wou u dan, dominé ? " „Ik wilde beginnen met al die menschen te geven, wat uw college gevoeld heeft dat gebeuren moest, toen men oordeelde dat Gretske daar moest wonen, door haar een fatsoenlijk verblijf te geven. Laat den timmerman en den schilder aldaar allereerst maar eens duchtig aan den arbeid gaan; u zult zien, hoe men dat weet te waardeeren".
Een ongeloovlge glimlach kwam op het gelaat van den boer, evenals de dominé die gezien had bij den dokter.
„'t Zal wel niet gaan, dominé, evenmin een Moorman zijn huid en een luipaard zijn vlekken zou willen veranderen, al was hun dit mogelijk, zullen ook die menschen in betere condities komen".
„U vergist zich in dat opzicht bepaald, Grondsma, luidde het antwoord van den predikant, die zich verwonderde hier iets te hooren dat veel op een bijbeltekst leek. „Ik weet dat daar op Lombok zijn, die het zeer op prijs zouden stellen wanneer men hen eens tegenkwam met een gunst of een vriendelijkheid, en ik maak mij sterk, dat er tusschen de bewoners een wedstrijd zou komen, wie het beste zijn woning in orde hield, wanneer men hen daarin als mensch ging behandelen".
„'t Is daar toch altijd zoo geweest, dominé, wij doen als Armvoogden niets anders dan voortzetten, wat onze collega's vóór ons gedaan hebben, en ook in andere gemeenten op gelijke wijze plaats heeft".
„Maar wilt u daarmede dan zeggen, dat om die reden alles gelijk moet blijven ? Het heele leven ondergaat immers in elk opzicht een gedurige wijziging, en wat is bijv. in de laatste jaren hier, en ook in uw bedrijf, alles veranderd. Ik dacht nog toen ik zoo juist op weg was: „als oude Grondsma het hier nu nog eens zag, dan zou hij zijn eigen boerderij niet meer herkennen". „Maar dat is met eigen geld .gebeurd", antwoordde de boer, eenigszins geraakt.
„Natuurlijk, maar het is dan toch gedaan, omdat de tijden óók zooveel veranderd zijn. En waar de heele maatschappij-inrichting van gedaante veranderd is, is het mij niet duidelijk dat ten opzichte van de armenzorg geen andere maatregelen dienen genomen te worden en geen ander stelsel dient gevolgd".
„'t Betreft een heel ander slag menschen, dominé".
„Maar dan toch menschen, Grondsma, uit dezelfde stof gemaakt als wij, en mét ons geschapen voor de eeuwigheid. Allen een onsterfelijke ziel hebbende, die straks voor den rechterstoel van Christus verschijnen moet, en die mede van onze hand geëischt zal worden, als wij niet gedaan hebben wat wij konden om die op te heffen en te redden. Ik bedoel niet, dat een betere woning dat alléén vermag, maar 't is één der middelen om deze paria's te doen verstaan dat zij menschen zijn".
„Dacht u dan, dat zij daar vatbaar voor zijn, om dat te leeren beseffen, dominé ? " „Of zij daar vatbaar voor zijn ? Ik verzeker u, dat die misdeelden veel dieper voelen, dan u denkt. En ik zal het bewijzen ook. U kent natuurlijk oude Piebe, uit het Armenhuis, een man van vier en tachtig jaar. Deze week sprak ik hem aan en vroeg hoe het ging. „Best, dominé", klonk het bescheiden antwoord. „Ik heb het gedurende mijn geheele leven nog niet zoo .goed gehad als in de laatste jaren. Een goede voeding, een heerlijk bed, op tijd alles schoon en een uitstekende behandeling".
Daarop vroeg ik hem, of hij dan moeilijke tijden doorleefd had, waarop hij mij het volgende verhaal deed. „Wij hebben zeven kinderen gehad en veel met ziekten doorworsteld. Daar kwam de groote werkeloosheid bij, waardoor niet alleen in den winter, maar vaak ook gedurende den zomer weinig of niets verdiend werd. Ook waren de loonen toen ter tijd zeer laag. Het Is eens gebeurd, dat wij op een morgen nog juist één stuk brood In huls hadden, dat door de kinderen moest worden gedeeld en ik zonder eenig voedsel het land inging. Toen het de tijd van de koffie was, bleef ik maar op het veld, omdat ik toch geen brood had. Een weinig later kwam de boer bij mij en vroeg, waarom ik niet naar binnen was gegaan met de andere arbeiders. Toen vertelde ik hem van onze armoede. Hoe ik den heelen morgen met een ledige maag gewerkt had, en voegde er aan toe, dat ik dien avond gaarne een gulden als voorschot op mijn arbeid kreeg, om voor mijn gezin eten te koopen. Maar toen zei de boer: „aanstonds ophouden met werken en met mij mee komen". Toen kreeg ik een flinke boterham, en toen ik 's avonds naar huis ging, ontving ik nog een gulden, dien ik ook niet behoefde terug te betalen, en een stuk kaas, terwijl de boerin mij voor mijne vrouw en kinderen een stuk vleesch meegaf. Wat waren wij toen gelukkig, en nog nooit heeft ons de boterham zoo heerlijk gesmaakt als toen. „Zie, dominé" — aldus besloot de oude man — „zoo heelt de Heere ons altijd wonderlijk uitgelopen, en daarom ben ik ook zoo dankbaar dat ik het nu nog zoo goed heb".
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's