De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

21 minuten leestijd

DE PRINSES VERJAART.
30 April is voor het Nederlandsche volk een gedenkdag. En al liggen er zware schaduwen over het Koninklijk huis, na de twee sterfgevallen, waaraan op een verjaardag weer zoo bij zander wordt gedacht — en ook al liggen er zware schaduwen over het volk, dat door allerlei omstandigheden zoo vol hevige zorg is, toch willen we niet vergeten, dat 30 April een dag van blijde gedachtenisviering is, omdat onze Prinses verjaart. Zij is haar 26ste jaar ingegaan. God spaarde haar en gaf haar bij een goede gezondheid „levenslust, zooals het past bij haar leeftijd ; ernst, gelijk het voegt in haar staat; liefde voor ons volk, zooals Nederland dat van Oranje gewoon is. Al moeten we dan ook aflaten van uitbundige feestvreugde, omdat de schaduwen niet weg te duwen zijn, in het hart van ons volk leeft iets van die ontroerende vreugde en blijdschap, welke van hooger orde is dan ruischend feestgedruisch".
„Wanneer wij als hoofdtrekken van het Nederlandsche volkskarakter mogen noemen", aldus prof. Gunning in „Trouw aan Oranje": „grooten, allen ophef en snoeverij hartgrondig verafschuwenden, eenvoud en natuurlijkheid, oprechtheid, plichtsbesef en degelijkheid, en een gezond nuchteren kijk op de wereldsche dingen, die waarachtige toewijding en geestdrift geenszins uitsluit, dan mogen wij met blijdschap constateeren : onze Prinses is een typisch Nederlandsche vrouw. Waarbij vooral in het oog springt de ongekunstelde natuurlijke en frissche spontaneïteit, die allen, die met Haar in aanraking komen, in Haar opmerken en die dan ook door allen, die over Haar geschreven hebben, op den voorgrond wordt gesteld.
Die eenvoud en natuurlijkheid maken ook, dat de Prinses en het Nederlandsche volk elkaar o zoo goed begrijpen en waardeeren".
Wij kunnen het echter juist op dezen dag niet van ons afzetten, dat rechts en links een menigte op ons volk aandringt, , die allesbehalve het goede voorheeft met Oranje, met Volk en Vaderland. De roode vlag met Socialisten en Communlsten dringt angstig dicht op ons aan. De rood-zwarte vlag van de namaak-Duitsche partij verschrikt ons aan den anderen kant. De ééne vuist hier en de andere vuist daar. Weg is dan onze vrijheid.....
De God van Nederland, de God van Oranje, onzer Vaderen God, zij ons genadig. Ons gebed gaat op tot Zijn troon om een zegen te vragen voor Oranje en Nederland !
Lange leve de Prinses, van den Heere gezegend en ons Vaderland tot een zegen zijnde.
Hell de Koninklijke Moeder ! Heil de Koninklijke Dochter !
Dat zij van den Heere gezegend mogen zijn tot in lengte van jaren !

DE BENOEMING VAN EEN HOOGLEERAAR.
In Amsterdam heeft zich in den Gemeenteraad ten opzichte van de benoeming van een hoogleeraar in de theologie aan de Gemeente-Universiteit weer een sterk staaltje van waanzinnige democratie afgespeeld. Er is een Gemeente-Unlversiteit in de hoofdstad van ons land ! Denk u dat eens in. Vooral nu, onder de huidige tijdsomstandigheden. En dan moet de Gemeenteraad de hoogleeraren benoemen ! Denk u dat eens in. Vooral nu, onder de huidige samenstelling van de vroedschap !
Men kent de geschiedenis. Maar die is zóó merkwaardig (in velerlei opzicht) dat we het relaas hier toch willen afschrijven. Men , kan het dan nog eens rustig aan z'n aandacht laten voorbij gaan.
De Raad moest benoemen een buitengewoon hoogleeraar in de algemeene godisdienstgeschiedenis en de geschiedenis van den Israëlietischen godsdienst aan de Gemeente-Universiteit, voor weIker benoeming conform de voordracht van het college van Curatoren der Universiteit door B. en W. werd voorgedragen prof. dr. H. Th. Obbink, gewoon hoogleeraar te Utrecht (vroeger ook te Amsterdam).
Nu zijn wij er zoo langzamerhand wel aan gewend geraakt — schrijft De Standaard — dat de Amsterdamsche Raad meent beter over de wetenschappelijke beteekenis van geleerden te kunnen oordeelen dan curatoren der Universiteit. Of wellicht moeten wij 't aldus zeggen, dat de Raad bij benoeming van hoogleeraren ooit als criterium neemt de wetenschappelijke beteekenis van de candidaten, doch zich laat leiden door allerlei andere overwegingen, welke met de wetenschappelijke beteekenis niets uitstaande hebben. Maar wat er nu ten deze weer is vertoond, doet toch met meer ernst dan ooit de vraag rijzen, of er niet een weg moet worden gezocht om de kwestie der benoeming van hoogleeraren aan den Raad te onttrekken.
Naar inlichtlngen, welke wij — aldus De Standaard — uit Raadskringen verkregen, zijn in de geheime zitting tegenover prof. Obbink, achter wiens candidatuur zich hebben gesteld de A.R., C.H. - en R.-Kath., twee tegen-candidaten naar voren gebracht, namelijk prof. dr. G. A. v. d. Bergh van Eysinga, bijzonder hoogleeraar te Utrecht (door de Communisten, den Vrijheidsbond en enkele Soc. Democraten) en dr. A. de Buck, lector te Leiden (door de groote meerderheid der Soc. Democratische fractie).
Toen in de openbare vergadering tot stemming werd overgegaan, was het verloop der stemmingen als volgt:
Eerste vrije stemming: prof. Obbink 11 st., prof. Van den Bergh van Eysinga 12 st., dr. De Buck 16 stemmen.
Tweede vrije stemming : prof. Obbink 12 st., prof. Van den Bergh van Eysinga 15 st., dr. De Buck 12 st. Zoodat een herstemming moest plaats hebben tusschen de twee candidaten die elk 12 stemmen hadden verkregen, om uit te maken wie met prof. Van den Bergh van Eysinga in herstemming zou komen.
Het resultaat van deze herstemming was : prof. Obbink 20 st., dr. De Buck 19 stemmen, doordat de Communisten en de Vrijheidstand blljkbaar prof. Obbink stemden om den candidaat der Soc. Democraten uit te schakelen, een opzet, en gelukte.
Bij de herstemming tusschen prof. Obbink en prof. Van den Bergh van Eysinga, werd toen laatstgenoemde met 24 stemmen gekozen, tegen 14 st. op prof. Obbink. (Blijkbaar zijn de Sociaal Democraten toen op prof. Van den Bergh van Eysinga overgegaan).
Zoo worden hoogleeraren aan de Gemeente-Universiteit in de hoofdstad benoemd !
Commentaar lijkt ons verder overbodig !

BEZUINGINGEN ONDERWIJS.
Het groote bezuinigingsplan gaat natuurlijk ook besnoeien op 't Onderwijs in al z'n vertakkingen. Het Bewaarschoolonderwijs valt buiten de Rijksbemoeiïng, dat is een Gemeentezaak (vandaar dat er plaatselijk reeds allerlei bezuinigingen op de subsidie voor het Bewaarschoolonderwijs getroffen zijn door de Gemeenteraden), maar verder raakt het Onderwijs 's lands schatkist.
De aandacht van de Regeering is gevallen op het (M)ULO — wat te begrijpen is. Er zijn veel (M)ULO-scholen en overal bloeit het (M)ULO. Overal zijn ontzaglijk veel leerlingen, vooral in de eerste leerjaren (later zakt het overal nog al sterk). En dat brengt mee dat er nog al veel leerkrachten noodig zijn bij het (M)ULO. Waarbij deze tak van onderwijs, per leerling berekend, nog al aardig wat kost.
Het verschijnsel van 't groote aantal (M)ULOleerlingen komt door de abnormale tijdsomstandigheden. Jongens en meisjes uit bepaalde gezinnen, die er anders niet over denken zouden naar een (M)ULO-school te gaan, vragen nu wel inschrijving : omdat ze geen betrekking kunnen krijgen. Voor het schoolgeld behoeft men 't niet te laten, want men moet betalen naar z'n inkomen — en daardoor kan het schoolgeld heel, heel laag zijn soms, en verder is alles vrij, zooals dat tegenwoordig gewoonte is. Nu wil de Regeering het (M)ULO niet afschaffen (natuurlijk niet, daarvoor heeft het (M)ULO een veel te groote en vaste plaats veroverd), maar men wil trachten het èn wat de cursus-jaren èn wat het aantal leerlingen betreft, te norimaliseeren, naar den aard en het doel van het (M)ULO. Men mag er b.v. geen soort H.B.S. met 5-jarigen cursus van maken En „in het belang van het (M)ULO zelf is het voorts noodig, dat niet-geschikte kinderen niet tot de (M)ULO-scholen worden toegelaten. Met name de kinderen, die in een zevende of achtste leerjaar van een gewone lagere school de afronding van het lager onderwijs kunnen ontvangen en voor wie het (M)ULO als te zwaar moet worden afgewezen".
In dit verband zal een (maximum leeftijd worden vastgesteld en leerlingen die voor de tweede maal niet kunnen worden verhoogd, zullen die school moeten verlaten. Wellicht zuilen hierdoor de gewone lagere scholen meer leerlingen krijgen (in het 7de en 8ste leerjaar) en de (M)ULO wat minder toeloop hebben. Hoewel hier ook nog wel plaats zal zijn voor een vraagteeken.
De leerlingenschaal zal worden : bij 31 leerlingen zal het hoofd een onderwijzer er bij krijgen; en voor elk 30-tal boven 31 is een onderwijzer méér vereischt. Het schoolgeld (voor openbaar en bijzonder onderwijs) zal meer naar draagkracht worden in het belang van de gemeente financiën. Voor (M)ULO zal het minimum ƒ 6.— bedragen (en verder naar draagkracht). Voor het L.O. zal het minimum ƒ 3.— zijn.
Voor de L.O.-scholen zal de leerlingenschaal worden : bij 41 leerlingen hoofd en onderwijzer; bij 81 leerlingen hoofd en onderwijzer en kweekeling met acte ; bij 131 hoofd en twee onderwijzers en een kweekeling met acte; bij 186 hoofd en twee onderwijzers en twee kweekelingen met acte. Voor elk 50-tal leerlingen boven 186 is, om den ander, een onderwijzer of een kweekeling meer vereischt.
De Regeering wil, dat alle boventallige onderwijzers (die nu een salaris van 5,5 millioen hebben) vervallen. In de plaats daarvan zullen dan kweekelingen met acte komen, met wettelijke basis en een bepaalde belooning.
Dan komt er een (voorloopige, tot 1940) pensioneering van 60-jarige onderwijzers. Heel veel jonge onderwijzers loopen zonder werk ; dan zijn er zeer veel wachtgelders (die geld kosten) en als nu de 60-jarigen met vervroegd pensioen gaan, kunnen de jongeren aan 't werk en de wachtgelders weer in dienst treden. Een „doorstrooming van onderwijzend personeel zal zoodoende bevorderd worden. Er zijn ongeveer 1322 onderwijzers boven de 60 jaar en 304 wachtgelders boven de 60 jaar, die vloeien dus af voor pensioen (totaal 1626). Er zullen nog ongeveer 1100 wachtgelders overblijven voor herplaatsing. Om deze maatregel van vervroegde pensioneering te doen slagen, zal aan de Gemeenten en aan de Schoolbesturen geen Rijksvergoeding gegeven worden voor boven-60-jarigen, die in dienst blijven en deze oudere leerkrachten zullen straks ook geen recht op wachtgeld hebben ! Zoodoende zal er dus wel niemand van de boven-60-jarigen blijven !
Een radicale bezuiniging zal komen op de onderwijzersopleiding en de Kweekscholen zullen geleidelijk een lagere subsidie ontvangen.
Deze bezuiniging — zegt het Wetsvoorstel — „is ook In hooge mate redelijk, omdat er reeds een belangrijk te veel aan onderwijzers bestaat" en het dus „principieel verkeerd zou zijn om op den zelfden voet als tot dusverre de opleiding voor het grootste deel met Rijksgeld voort te zetten". Nu het nieuwe Wetsvoorstel bij de Kamer wel niet in behandeling zal komen (!) en de vermindering van het aantal Kweekscholen door de Regeering niet kan worden ter hand genomen, is deze maatregel voorgesteld: „dat de geheele opleiding van onderwijzers tydelijk wordt geremd en dus alle Kweekscholen als gevolg daarvan een snel afloopend subsidiebedrag zullen ontvangen".
Indien de kweekscholen de thans toegelaten leerlingen nog afwerken en daarna ook de Opleiding voor de hoofdacte voortzetten, zal tegen het einde van een vier-jarige periode het oogenblik gekomen zijn, waarop over het al dan niet geheel tot stilstand brengen van de onderneming moet worden beslist. Indien, eer het zoover is, blijkt, dat voor bepaalde deelen van het lager onderwijs een tekort aan personeel zal ontstaan, kunnen enkele kweekscholen weer in de gelegenheid worden gesteld nieuwe leerlingen op te nemen. Intusschen zal dan het grootste gedeelte van het personeel geleidelijk op wachtgeld komen. De ouderen zullen waarschijnlijk niet meer worden herplaatst en met de jongeren zullen de kweekscholen, ten aanzien van welke volgens de voorschriften, die dan inmiddels wel zullen zijn tot stand gekomen, het voortbestaan verzekerd is, zich geleidelijk op haar nieuwe taak kunnen voor bereiden.
Het procent voor de vergoeding van gebouwen (oude scholen) en waarborgsommen (nieuwere scholen) zal worden verlaagd en gelijk gemaakt en gebracht (vanaf 1 Januari 1936) op 5% — wat heel verstandig en heel billijk is te noemen. Om nu nog b.v. 6.23% te vergoeden naar de schatting van 1920, is overdaad ! Wat er verder ten opzichte van het bezit aan grond, eigendom enz. voor regeling getroffen zal worden (als waardevermindering sedert 1921 — dus over 14 jaren) is ons niet heelemaal duidelijk, maar wat wij er van begrijpen, lijkt ons redelijk en billijk. Er zal geheele aflossing door uitbetaling door de Gemeenten kunnen worden gevraagd, waardoor schuld kan worden afgedaan enz. enz.
„Verder beoogt het Ontwerp de bezwaren weg te nemen, die op grond van de bestaande bepalingen der Lager Onderwijswet 1920 in financieel opzicht voor de Schoolbesturen ontstaan bij de door hen te verleenen medewerking van de concentratie van bijzondere scholen".
De nadere uitwerking hiervan zullen we nog moeten afwachten, maar het gaat de goede richting uit.
De Regeering heeft betrouwbare aanwijzingen, dat, zoodra de voorgestelde herzieningen zullen zijn tot stand gekomen, waardoor het risico van verlies der waarborgsom, in geval van schoolopheffing om redenen van doelmatigheid, van de Schoolbesturen zal zijn afgenomen, in een aantal gevallen tot vrijwillige opheffing van bijzondere scholen zal worden overgegaan.
Ook nadert het oogenblik, dat verschillende scholen gedurende drie achtereenvolgende jaren bezocht zijn door minder dan de helft van het aantal leerlingen, waarvoor zij bestemd waren volgens de opgave, bij de aanvraag tot stichting overgelegd. Vrijwillige opheffing van deze scholen zal sterk worden bevorderd, als daardoor, mits zij tijdig tot stand komt, de eigendom der waarborgsom kan blijven behouden.
De kleine scholen moeten verdwijnen. Komt de voorgedragen regeling tot stand, dan zullen, naar gelang van de grootte der Gemeenten, bijzondere scholen voor gewoon lager onderwijs met minder dan 60, 90, 120 of 150 leerlingen in den regel geen aanspraak hebben op vergoedingen uit de openbare kassen.
Volgens de ontworpen regeling zullen de scholen uiterlijk acht maanden in het jaar, waarin het getal leerlingen beneden de gestelde grens bleef, de vergoedingen uit de openbare kassen behouden. Men zal dus tijd krijgen om de school te liquideeren.
De Regeering is er zich van bewust, dat de voorgedragen regeling geen bevrediging zal schenken aan wie een geheel uniforme behandeling van het openbaar en het bijzonder onderwijs verlangen. Zij herhaalt hier echter nogmaals, dat h.i. gelijke behandeling onder ongelijke omstandigheden geen recht, maar onrecht is, dat m.a.w. het verschil in positie van het openbaar en het bijzonder onderwijs verschil in behandeling een eisch van recht doet zijn.
Men moet „ongelijke monniken geen gelijke kappen opzetten", heeft Minister Marchant onlangs reeds gezegd.
Geven we hier nu ten slotte een staatje als overzicht van de bezuinigingsplannen der Regeering wat het onderwijs betreft, dan krijgen we het volgende :
Vervanging onderwijzers door kweekelingen ƒ 8 a ƒ 9.000.000.—;
verhooging leerlingenschaal U.L.O. ƒ 1.500.000 ; beperking aantal bijzondere lagere scholen ƒ 1.000.000 ;
inkrimping aantal kweekscholen ƒ 1.500.000 ;
bezuiniging R.U. te Leiden (opheffing van een der theologische leerstoelen of het Hebreeuwseh, id. van den leerstoel in de Fransche taal-en letterkunde en van een der leerstoelen of het lectoraat in de sterrekunde) ƒ 25.500 ;
bezuiniging R.U. te Utrecht (opheffing van een der theologische leerstoelen of het Hebreeuwseh, id. van den leerstoel in het volkenrecht, dien in de sociale geneeskunde en dien in de volkenkunde ; niet-vervulling van den leerstoel in de sterrekunde, na aftreding van den tegenwoordigen functionairs) ƒ 41.100 en vermindering van onderwijsverpleegdagen in het Stads-en Academisch Ziekenhuis te Utrecht ƒ 37.500 ;
4 bezuiniging R.U. te Groningen (opheffing van een der theologische leerstoelen of het Hebreeuwsch ƒ 8.900 ; bezuinig. Ziekenhuis ƒ 70.000 ; vermindering onderwijsverpleegdagen in het Provinciaal Stads-en Academisch 'Ziekenhuis ƒ 5.324.

LENTETIJD.
De winter is voorbijgegaan ; de lente deed weder hare intrede. Wel is' 't lang koud geweest en koud gebleven ; nog kan de wind guur zijn : maar des winters heerschappij is gebroken. Dat zegt de kastanjeboom ons, die de bladeren uitspreidt met vreugd. Dat laat de prunus ons zien met z'n schitterende rose bloesems. De struiken en heesters worden groen en geel. En de vogels kwinkeleeren en vervullen het bosch met zoet gezang. Schoon is de lentetijd. Het weiland, is met een nieuw groen tapijt bekleed. De Meizoentjes zijn in menigte uitgebroken. Die nu in den trein zit en z'n oogen gebruikt, die nu wandelt langs de singels, die nu het voorrecht geniet te dwalen in 't bosch, die geniet volop, als er een oog is om te zien en een hart om op te merken. Alles begint te groenen. De geheele natuur ontwaakt ten leven. En wij gelooven, dat het 't Woord des Heeren is, dat het de Geest Zijns monds is, waardoor alles bekleedt wordt met nieuwe pracht.
Heel de schepping zingt dan ook haar lied Hem ter eere, zij 't onbewust. De hemelen vertellen Gods eer, 't aardrijk verkondigt Zijn lof. Als een bruid, die ten feeste zich schikt en haar schoonste kleed kiest om den bruidegom te verblijden, zóó tooit zich de natuur in haar allerkostelijkst gewaad, eerende den Schepper.
Zie eens op de bloesempracht nu. Is het niet tot troost voor ons. Zie eens op het gras en let eens op het vee, dat begint te dartelen in de wei. Neem dan uw Bijbel eens en lees nog eens : zal Hij, die geen vogeltje vergeet, u vergeten ? Zal Hij, die de leliën des velds bekleedt met zoo wondere schoonheid en pracht, uwer niet gedachtig zijn, die tot Hem de toevlucht neemt en op Hem mag hopen ?
De lentetijd — en alles predikt des Heeren trouw en almacht. Zijn liefde en wijsheid. Nu geldt bijzonder weer : „Zijn goedheid; ligt uitgespreid over al Zijn werken".
Kunnen we niet wandelen in het bosch, dan kunnen - we zien naar de kastanjeboom, voor of achter ons thuis, kunnen we niet dwalen langs velden en wegen, dan kunnen we leeren van de eenvoudige geranium, die we in 't najaar hebben gezet op een eenzame plaats en die nu weer groent en nieuwe blaadjes uitschiet en straks weer .met roode en rose bloemen ons venster versiert.
Overal legt de Heere het boek der natuur voor ons en elke bladzijde is van Zijn heerlijkheid vol. En de Heiland liet het nooit na, om dan tegelijk te spreken van de dingen van Gods Koninkrijk. Overal komt de sprake Gods tot ons en het is den Heere er om te doen, ons te brengen bij de dingen van Zijn geestelijk Koninkrijk.
Is het niet Gods trouwverbond, waar Hij beloofd beeft, dat zomer en winter niet zullen ophouden ? Boven een zondige wereld koepelt Zijn verbondstrouw; de kleurige regenboog is boven 't hoofd van Hem, die op den troon zit. Hij heeft geen lust in den dood des zondaars, maar laat Zijn zon opgaan over boozen en goeden, regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Opdat we zullen leeren bekennen wat tot onzen eeuwigen vrede dient. Opdat we ook op Hem zouden hopen en ons in Hem verblijden. Des Heeren zorg over Zijne kinderen overtreft alles. Hij weet zoo goed wat zij noodig hebben, ook in de moeilijkste tijden. „Hoe .groot zijn Uwe werken, o Heere ! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt. Het aardrijk is vol van Uwe goederen".
Dat is de taal, die de lente spreekt.
Dan vernieuwt het aardrijk zich. Het oude is voorbij gegaan, ziet, alles is nieuw.
Zal de jeugd zich nu ook geven aan den Heere, om Hem te loven ? Zal de jongelingschap zich den Heere wijden, om Hem te dienen naar Zijn Woord ? Zal er nieuw leven opwaken onder de jonge leden der gemeente, die belijdenis des geloofs hebben afgelegd ? Zal de Kerk vernieuwd worden ? Zullen de ouderen van jaren nu vruchten der gerechtigheid: en des geloofs voortbrengen ? Lentetijd spreekt van leven; knop, blad, bloesem. Straks vrucht.
En het dorre hout ? De doode rank ? Het verdroogde blad ?
De wind en de zon doen het vallen ; vallen in het stof ; vallen ter aarde; vallen in het oordeel. Lentetijd. Heerlijk als twijg en tak, als blad en bloesem leven mag. O ! laat de natuur ons nu eens mogen uitdrijven tot dien God, die nu overal nieuw leven geven wil.
„Ik ben de ware Wijnstok" — zegt de Heiland. Heerlijk, een levende rank te zijn van dien waren Wijnstok. En moge ons gedurig gebed dan zijn om Zijn genade en om de kracht Zijns Geestes, nu en tot in eeuwigheid !
Als onze vrucht uit Hem mag zijn, zal de hemelsche Landman zich verheugen en onze ziel zal de vreugde Zijns heils kennen.
Hemelsohe zonneschijn en Geestesregen verkwikke ons met Godsvertrouwen en levensvreugd. Zijn Naam ter eer !

EEN ANDERE LEVENSSTIJL.
Men verlangt naar een andere levensstijl, een andere levenshouding. Men heeft nu — zegt men — lang genoeg geleefd uit de doode abstracties. Men heeft nu lang genoeg gesproken van levenswaarden, die voor ons geen waarden meer kunnen zijn. We moeten breken — zegt men — met een levensbeschouwing, die niet leeft en die geen waarde heeft. En men staat hoe langer hoe meer sceptisch tegenover de levensstijl, de levenshouding en levensbeschouwing van het Christendom. Het Christendom heeft afgedaan. Het heeft nu lang genoeg de menschheid opgehouden en bedrogen ; schaamtelijk moet het nu de vlucht nemen, als een ijdel spook, nu de morgenstond van een .nieuwen dag licht. Men zoekt een nieuwe levensstijl en de een spreekt van het Communisme, de ander van het fascisme. Er  groeien — zegt men — nieuwe waarden, er komt een nieuwe levens-en wereldbeschouwing. Men vindt religie en moraal van het Christendom te zeer verburgerlijkt. Een nieuwe levensstijl moet er komen. Men zoekt naar een nieuwe geestelijke aristocratie. Nietzsche, de individualist bij uitnemendheid, herleeft. Het ideaal der Grieksche filosofen was „een uitgelezen kring van de beste leerlingen". Zoo ook Nietzsche, „Verschaf mij een kleinen kring van menschen, die mij hooren en verstaan willen; , en ik ben klaar". Hij is de wijsgeer van den opper-mensch, den ideaalmensch. Het geluk van de massa bekommert hem niet; democratie veracht hij ; een verklaarde vijand is hij van de vrouwenbeweging. Hij is een bewonderaar van oud-Hellas, waar de een nu eenmaal heer en de ander slaaf was! Hij is de leerling van Darwin, de discipel van de selectie-theorie ; de besten moeten vóóraan staan, de anderen kunnen vergaan! Democratie is een „sociale zondeval". Hij toomt tegen Christendom en godsdienst. Hij is. de mam van de kracht, van het geweld, van het recht van den sterkste. Hij slaat met de hamer ; de christelijke waarden en wetten moeten in scherven vallen.; en de geestdriftigen, de menschen waar geest in zit, moeten zich achter hem scharen, om de opmarsch te beginnen. De beginselen van Proudhon, Kropotkin, Bakounin, moeten een kans krijgen; en daarachter mannen als Marx, Engels, Lasalle. Nietzsche is consequent en kiest den rechten weg, die leidt tot het begeerde doel; geen middel is te zwaar. Hij noemt zich zelf de Antichrist en Darwin is z'n man ! Alle halfheid ook bij de Sociaal-Democraten is uit den booze en de goden van het Christendom moeten in stukken worden geslagen. De „heerenmoraaI" leert hij. „God, onsterfelijkheid, verlossing, het hiernamaals zijn louter begrippen, waaraan ik geen aandacht en ook geen tijd geschonken heb ; zelfs als kind niet. Ik ken het atheïsme heelemaal niet als resultaat; Ook niet als een feit; het spreekt als bij instinct van zelf in mij" — zoo schreef hij. Er is een zoeken naar den oppermensch, naar den krachtmensch, naar den sterken man wiens woord geldt voor allen en waarbij de massa wordt veracht. Dat kan het leven gezond maken, buiten het volk om. De „heerenmoraal" is het ideaal. We moeten leeren onszelf te zijn ! Waarbij het recht van den sterkste geldt, de zwakke heeft geen recht, dan om slaaf te zijn en willoos te gehoorzamen. In den weg van de aesthetische opvoeding vordert het proces der evolutie en 't gaat in de richting van den oppermensch. Een nieuw soort mensch is in de maak ; bloed en volk zijn de elementen waaruit die mensch geformeerd zal worden ; en dan uit het zuiverste bloed en uit het beste volk. De Koningsmensch komt.
Dat nu noemt men nieuwe levensstijl, andere levenskunst, met nieuwe levenskracht. De Nietzscheaansche geest laait op. Dat is de omverwerping van het christendom en „de omwerking van alle levenswaarden". Dat is de wereld evolutie, zij 't meer een geestelijke dan een bloedige. De Antichrist is op komst en heeft zijn consigne gegeven. „Also sprach Zarathustra". 't Gaat alles tegen de christelijke cultuur. Nu is' 't een „slavenmoraal". Maar 't gaat om de macht, de glorie, de sterkte in de „heerenmoraal". „Umwerthung aller Werthe". Alle waarden moeten veranderd worden, 't oude moet verdwijnen en alles moet nieuwe beteekenis, nieuwe inhoud, nieuwe bedoelingen krijgen. De triomf van de machtsbegeerte. Onomwonden wordt gesproken van de „Wille zur Macht". Men leeft uit een zuiver naturalistisch begrip, aan Darwin ontleend. Trotsch zegt Nietzsche: „ik ben de eerste immoralist". Hij stoort zich nergens aan. En wreed, met een ruw welbehagen aan macht schrijft hij : homo homini lupus, de eene mensch is voor den ander een wolf. De sterkste zal triomfeeren.
Het Christendom is in gevaar. Niets meer en niets minder.
En de Kerk van Christus, wat heeft zij, wat brengt zij ?
De Nederlandsche Hervormde Kerk ten onzent, wat gelooft zij en belijdt zij ; wat getuigt zij en wat draagt zij uit in het midden des volks ?
Daar ligt het gevaar.
Daar ligt ook haar roeping als Kerk des Heeren, van ouds in dezen lande door den Heere geplant, opdat zij zou wezen als een getrouwe getuige van Jezus Christus; als een zoutend zout en een lichtend licht; als een stad op den berg, als een pilaar en vastigheid der waarheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's