GRETSKE „DE FREULE"
EEN LEVENSTRAGEDIE
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
U merkt daar dus uit, hoe die eenvoudige menschen op prijs weten te steken wat aan hen gedaan wordt, en men zich wel eens vergist, door te denken, dat aan hen alles onnut wordt besteed. Trouwens mijne ervaring bij Gretske heeft dat ook voldoende bewezen. Tenslotte kan ik u ook nog wel zeggen, met den dokter hierover gesproken te hebben, die uit gezondheidsoogpunt het zeer wenschelijk zou achten, wanneer op Lombok betere toestanden intraden".
Vooral dit laatste woord miste zijn uitwerking niet. Voor de gezondheid voelde men op de boerderij veel, en vooral de boerin was doodsbang voor die „kleine beestjes", zoo zij dle noemde, waardoor allerlei kwalen veroorzaakt werden. Tot hier toe had zij stilzwijgend het gesprek aangehoord. Nog nooit hadden de dominé en haar man zóó tegenover elkander gestaan. Zelfs de koffie werd vergeten. „U moet eens drinken, 't wordt alles even koud" — zei ze, en hield meteen de koek rond.
„En wat zeg jij er van, vrouw ? " — vroeg Grondsma, na deze laatste mededeelingen.
„Wat zal ik er van zeggen. Wij hebben daar nooit zoo bij stilgestaan. Als de dominé zijn begeerte vervuld kreeg, dan zou dit veel geld kosten, maar als daar het doel mee bereikt werd, dan was dat de moeite wel waard".
„De Armvoogdij beschikt immers over genoeg middelen, maar die zeker juist door het voorgeslacht gegeven zijn, opdat men daar een doeltreffend gebruik van maken zou, en niet uitsluitend bestemd voor kapitaliseering" — merkte de predikant op.
Hierop werd het stil. Boer Grondsma klopte de pijp eens uit en roerde daarop in de koffie, onder tusschen nadenkend over het gesprek. Ten slotte zei hij : „Dominé moet nu niet van mij denken, dat ik een arm mensch niets gun. Op de eerstkomende vergadering van ons college zal ik dit punt ter sprake brengen, en dan moeten wij maar eens zien hoe het komt".
„Daar ben ik je al vast dankbaar voor; wanneer ge dan daarbij een warm woord van aanbeveling voegt, dan zal de zaak wel los loopen" — antwoordde de predikant.
„Hou, hou ! zóóver zijn we nog niet" — lachte de boer, maar zijn vrouw gaf dominé een knipoogje. Zij wist wel, dat ais hij maar een keer zóó ver was, de rest ook wel kwam.
Nadat daarop nog over eenige andere dingen van minder belang gesproken was, stond de bezoeker op, om weer huiswaarts te gaan. Bij het afscheid nemen werd hem verzocht, spoedig eens terug te komen, waarop hij antwoordde dit heel gaarne te willen, vooral wanneer het in het belang van zijne gemeente wezen kon.
En boer Grondsma hield woord. Op de eerstvolgende vergadering van Armvoogden kwam hij met het door den dominé geopperde idéé, aanbevolen door den dokter. Dat gaf stof tot gesprek. Daar werden de pijpen nogal eens op gestopt, en dat kostte een extra glaasje. Stel je voor : „Lombok gerestaureerd !" Als dat Sodom nu eerst geheel tot den grond toe ging afbranden met al de ongerechtigheden, die daar gevonden werden, maar het zóó vernieuwen, zonder bepaalde aanleiding, alleen omdat de dominé zoo'n bevlieging kreeg ? En dan — wat zou het baten ? Weldra zouden immers de krotten weer 't zelfde beeld hebben, en dan was al dat geld tevergeefs uitgegeven. Bovendien zou het juist een middel worden om al het bedelvolk hier te lokken en als roofvogels op het aas te doen neerstrijken !"
Zoo sprak men, met verhoogde kleur en kracht van argumenten.
Doch tot aller verwondering was de voorzitter erg stil, en toen elk zijn meening gezegd had, begon hij een pleit voor het dominé's-idée, gelijk het genoemd werd. Of het nu was om het leven der menschen in betere conditie te brengen, of dat het meer ging om de voortwoekering van die „kleine beestjes" tegen te gaan, waar de boerin het al maar over had, en die zoo nadeelig waren voor de algemeene gezondheid — maar in ieder geval werd het gevoeld, dat Grondsma, geheel tegen zijn gewoonte in, er vóór zou zijn. Toen in een volgende vergadering de beslissing moest vallen, was die met ééne stem meerderheid — die des voorzitters — in zijnen geest.
Dat gaf opschudding in de plaats. Het plaatselijk blad van een naburige stad gaf weldra de bizondere mededeeling, en dien zelfden avond las het Sabelbeen de vergaderden op Lombok het nieuws voor. „Dat is 't werk van den dominé !" — zei Trui. „Ik heb hem gevraagd, of hij ook eens aan ons wilde denken, en dat heeft hij nu gedaan".
Een paar maanden later had volgens gemaakt bestek de aanbesteding van de restauratie plaats en voor de winter kwam, zag Lombok er heel anders uit dan voorheen. Men zou het niet meer gekend hebben. Met de oude toestanden was ook de oude naam verdwenen, al bleef die nog langen tijd in den volksmond bestaan, doch op het hoekhuis, waar de Bultenaar woonde, was een mooi naambordje aangebracht, waarop 't woord „Landbuurt" geschilderd stond.
Het een had het andere tengevolge. Toen de laatste werkman de laatste kwast verf gestreken had, begonnen de buurvrouwen, geholpen door de mannelijke bewoners, elk voor zich van het zijne te maken wat men kon. Zelfs Gretske werd hierbij erkend en deed mee. 't Leek of er een wedijver ontstond, wie nu zijn kamertje het vriendelijkst zou doen uitkomen. Overal kwamen nieuwe gordijnen te hangen, waar tusschen door een kamerplant gluurde. Manke Trui had zich de weelde veroorloofd een koperen bloempot aan te schaffen, die wel goud leek. Zelfs zwarte Ka bleef niet achter en wist van een goede kennis een „reuzenplant" te krijgen, die het heele jaar bloeide en wel een rijksdaalder waard was. En zoo vaak er boeldag was, en er een paar centen gemist konden worden, werd weer het een of ander aangekocht dat tot versiering of vermeerdering en verbetering van het meublement moest dienen.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's