De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

9 minuten leestijd

’t Is thans de vierde verantwoording van de Paaschcollecten, welke ik bij deze u voor wil leggen. De eerste verantwoording spant, zooals te verwachten is, de aandacht niet het minste. Het gaat als bij een regenbui, in de dorpen, waar men nog geen waterleiding heeft. Wanneer het lang droog is geweest en de regenputten laten den bodem zien en de eerste regendroppelen vallen, dan moet ge eens zien hoe 'de vrouwkens loopen. Elke pijp, waaruit water kan worden gegaard, krijgt een tobbe of emmer.
Zoo gaat het ons ook, als 'de 'eerste droppelen van den Paaschregen worden opgevangen. De tweede keer is het in den regel al iets afnememde. Ditmaal was het anders. Deze klom nog boven de eerste inzameling uit. De derde was lang niet zonder beteekenls. Zij viel mij geducht mee. En nu de vierde. Wat deze zou worden, kon niet te voren worden bepaald. Dit kan wel nooit, maar toch is er nog onderscheid. Wanneer enkele gegevens nog aanwijs kunnen geven, zoo zijn de verwachtingen meer gegrond, 'k Had nu heelemaal geen aanwijs. En toch was het alsvoren : beschamend. Laat het mij u voorleggen.
1. De eerste post, welke ter verantwoording mij werd voorgelegd, kwam uit Veenendaal. Ds. Van der Snoek zond mij als hem ter hand gesteld door N.N. „uit dankbaarheid" ƒ 5.—
Hij wil zeker den gever wel uit mijn naam vriendelijk dank zeggen.
2. Te Dinteloord heeft men voor onze fondsen ook een Paaschcollecte willen houden. Deze bracht op „ 23.49
Bij een vorige gelegenheid, toen mij vanuit deze gemeente de inhoud van een busje werd toegezonden, is door mij opgemerkt dat men aldaar beter dan elders aal verstaan wat het beteekent zooveel jaren achter elkaar vacant te wezen. Duurde in de jaren die vooraf gingen de vacature slechts enkele maanden, thans gingen even zoovele jaren er mee heen. 'k Deel in haar blijdschap bij het vooruitzicht straks weer een eigen herder en leeraar te mogen bezitten.
Voor het houden van de Paaschcollecte betuig ik mijn vriendelijken dank.
3. De heer Jb. Bot te Feijenoord bewijst ons nog altijd gaarne een vriendendienst. Zoo zond hij mij een collecte, gehouden op Paschen, bij gelegenheid van een gecombineerde vergadering van Knapen-en Meisjesvereen. Deze bedroeg ƒ 3.30. Hierbij 'had hij ingesloten 160 halve centen van de fam. de Z. Samen „ 4.10
Hartelijk dank voor al de moeite.
4. Door ds. Pott van Kralingen kreeg ik van N.N. onder het motto : „Matth. 6 : 3".. „ Lichtelijk ontmoet hij den onbekenden gever, bij welke gelegenheid hij hem wel onzen dank wil betuigen. 1.-
5. Vanuit Monster zond mij de wed. v. A. aldaar voor onzen Bond „ 2.50 Voor deze zending ben ik hoogst erkentelijk.
6. De heer C. Bardelmeijer te Zegveld deed mij de inhoud van zijn busje, gedurende de vorige maand verzameld, weer bekomen. 't Bedrag was „ 2.85 Als van ouds onze hartelijke dank voor deze gedurige zorg.
7. Te Hazerswoude, waar men reeds zulke ondubbelzinnige bewijzen van meeleven met onzen arbeid mij had gegeven, waren er nog een paax vrienden die mij nog ieder een nagift deden geworden voor de Paaschcollecte. Zij stelden mij nog ter beschikking „ 6.—
’k Werd hierdoor opnieuw verblijd.
8. Te Delft, waar dit jaar op verrassende wijze van alle kanten de arbeid voor de Paaschcollecte werd gesteund, waren nog 'n paar vrienden die me een nagift deden geworden, nl. mej. N.N. zond me 5 gld. en nog een N.N. 1 gld. Samen ook „ 6.—
Ook deze nagiften, evenals de hoofdsom, hebben mij zeer dankbaar gestemd.
9. Door ds. Van Dorp te 's-Gravenhage kreeg ik van N.N. 1 gld. voor de lezers van 'De Waarheidsvriend', die het niet meer betalen kunnen, en 1 gld. voor de beide fondsen. Samen , 2.—
Wij zijn hiermee zeer verblijd, dat ook zwakkere broeders, aan wie het moeilijk valt in deze tijd ook maar de kleinste uitgave zich te getroosten, op deze wijze in staat gesteld warden het blad, waaraan zij gehecht zijn, te blijven lezen, 't Is niet onmogelijk dat anderen, die dit lezen, op dezelfde wijze de helpende hand willen reiken aan anderen.
10. De Jongel. Vereen. „Eben Haëzer" in eigen gemeente zond mij als Paaschgift uil haar kas „ 5.—
Dit heeft mij ook bizonder dankbaar gestemd. Ook hier geldt: „jong gewend, oud gekend". Wanneer men als jongelingen de aandacht schenkt aan onzen arbeid, zoo is ook in de toekomst hun medeleven voor een goed deel verzekerd.
Wij zijn er niet weinig mee verblijd.
11. Thans nog enkele Paaschcollecten en Paaschinzamelingen.
Te Waverveen, geen groote gemeente, heeft men niet willen achterstaan bij anderen. Ook hier werd een Paaschcollecte gehouden. Zij bracht op „ 7.46
Ook hier past ons dank.
12. Te Sluipwijk, waar de vacature pas werd ingeluid, heeft men van de gewoonte ook niet willen afwijken. Ook hier werd de Paaschcollecte gehouden. Haar opbrengst was ruim twintig gulden „ 20.51
Wij zijn ook hiervoor hoogst erkentelijk.
13. Te Waspik heeft men de kleine vingerwijzing, naar ik denk, verstaan, 'k Had nu bij een vorige verantwoording een enkele zinsnede ingevlochten omtrent de Langstraat. Daar waren nog enkele gemeenten vanwaar ik de jaren, welke achter ons liggen, gewoon was kleinere of grootere bijdragen te boeken. Zij bleven nu achterwege. Zie, nu telt het weer een gemeente af. Waspik hield de Paaschcollecte. 'k Ben met deze opbrengst meer dan tevreden. Zij bedroeg , 10.-
Waarlijk, het kleinere is mij niet minder lief dan het grootere, wanneer het hart er maar uit spreekt. Hier in de Langstraat heb ik vaker dan eens de meest ondubbelzinnige waardeerinig van de prediking van Gods Woord ontmoet. Namen noemen is 't minst gewenscht. Vanuit deze streek een levensteken te vernemen, stemt tot dank.
14. Nu ik toch met mijn gedachten bij de 8 Langstraat toefde, werd mij tot versterking van mijn gevoelen nog opnieuw een klein bewijs van wat ik bijbracht, versterkt door N.N. Op geregelde tijden zendt hij m.ij „ 1.-
Ook dezen onbekenden vriend druk ik even de hand.
15. Te Jaarsveld was de Paaschcollecte even opgeschort vanwege de krankheid van den Pastor loei. Thans werd zij, na zijn gelukkig herstel, gehouden. Zij bracht op de ronde som van „ 20.—
Onze hartelijke dank in deze, gepaard met onze beste wenschen.
16. Thans kom ik tot de Paaschinzamelingen. Wat daaronder meestentijds verstaan moet worden is lichtelijk niet allen duidelijk. Laat het mij dan even zoeken te verklaren. Wanneer 'n kerkeraad ter plaatse, om welke reden dan ook, het beter oordeelt geen collecte in deze te houden, zoo wordt langs andere wegen gezocht naar een uitkomst, welke hiervan practisch niet veel verschilt. Men mocht aan bij de vrienden en zamelt door rond te gaan door de gemeente de Paaschgiften in. Zoo heeft men ook nu weer gedaan te Alphen. Enkele vrienden van de Afd. aldaar hebben een Paaschinzameling gehouden. Deze bracht niet minder op dan „ 25.75
’K Zeg allen, die hieraan moeite en arbeid hebben gegeven, allerhartelijkst dank.
17. Nog een tweetal volgen ditmaal. Ik heb nl. goeden grond te gelooven, dat nog meerdere zullen volgen. De voorteekenen in deze zijn niet ongunstig. In den regel zijn die zoo achteraan komen, de kwaadste nog niet. Zij doen mij wel eens denken aan sleepende netten, welker inhoud, die ze zagen, deden versteld staan.
Zoo kwam er ditmaal weer een collecte, mij toegezonden 'door collega Koolhaas, uit Charlois, die bij mij de zooeven neergeschreven gedachten wakker riepen. Stel u voor, daar staat op het girobiljet niet minder dan „ 215.40 als Paaschcollecte, gehouden te Charlois, plus Heijplaat, plus De Heij, waarbij N.N. te Vreewijk 5 gld. had gedaan.
Is 't niet kolossaal ? En dat in dezen tijd. Waarlijk, op papier vast te leggen wat voor gewaarwording zulke tijdingen wekken, is niet gemakkelijk. Ge zult mij ten hoogste verplichten, vriend Koolhaas, de vrienden, die zich hier voorgespannen hebben en de gevers, die hun ©aven zoo mildelijk lieten vloeien, uit onzen naam allerhartelijkst te danken.
Gods zegen ruste op dit werk.
18. Thans zie ik mij de laatste post voorgelegd. Over eigen omgeving iets op te merken is dubbel zoo moeilijk als over iets wat van een ander is. Geldt dit in velerlei opzicht, inzonderheid als men iets wil zeggen waarin een vriendelijkheid schuilt. Het zou den schijn kunnen wekken dat men op eigen hoed een veer wilde steken. Laat mij zeggen : wat hier verteld wordt, gaat mij persoonlijk heelemaal voorbij.
Hier in Utrecht, in onze goede gemeente Utrecht, hebben wij tal van vrienden die met onzen Bond allerhartelijkst meeleven. Daar wordt door den dood wel eens een weggenomen — wij gedenken bij dezen onzen vriend wijlen Smit en anderen — toch komen anderen weer hun ledige plaatsen innemen om hun werk voort te zetten. Met de Paascinzameling hier heeft men het arbeidsveld keurig verdeeld. Zelf behoef ik er niets aan te doen. 'k Zou het lichter bederven, dan verbeteren. De stad wordt in trajecten verdeeld en een ieder krijgt zijn straten met adressen. Liefst menschen, die onze luidjes kennen. Of hiermee alles gezegd is, wat er van te zeggen valt, geloof ik niet. 't Komt voor, dat men wel eens terug moet komen. Nóg wel eens een keertje en daarbij nog een woordje moet spreken, 'k Vermeen niet te veel gezegd te hebben, wanneer ik het aldus samenvat: 't is een reuzenwerk. Ieder is Wij, wanneer 't weer achter den rug is.
Onder die iedereen behoor ik ook, al heb ik aan deze collecte niet anders gedaan dan wat inkwam in overzicht te nemen, 'k Heb In de voorafgaande verantwoordingen van hier reeds 52 gulden vermeld. Ook nu gewerd mij, aan huis 'bezorgd, van N.N. 1 gid. Voeg daarbij dat me nog werd afgedragen de prachtsom van , 292.35 Alzoo komt ge tot een geheel van ƒ 344.35.
Ik Zal er niet veel meer van zeggen. Alleen dit: Mijn woord van dank kan niet weergeven wat ik in dezen aan mijn vrienden zou willen zeggen. Allerhartelijikst dank aan God in de allereerste plaats. Die de harten tot zooveel goeds bewoog, en vervolgens aan ieder van de vrienden die dezen arbeid tot zulk een gelukkig einde hebben mogen brengen.
Tezamen kom ik tot een eindcijfer van niet minder dan
f 650.41.
Mij rest geen ander woord dan : „Gods Naam zij geprezen in alles". Hij zij ons ook in dezen arbeid verder goedgunstig nabij.
Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's