De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

DE GROOTE STEDEN.
De verkiezingen voor de Gemeenteraden, die voor heel het land in de maand Juni plaats hebben, zullen in het bijzonder voor de groote steden van ons land : Amsterdam, Rotterdam en 's-Gravenhage van buitengewoon groote beteekenis zijn.
De belangrijke vraag toch, die zich voordoet en die op dit oogenblik veler belangstelling bezig houdt, is deze : hoe zullen, als resultaat der verkiezingen, de Raden der groote gemeenten voor de eerstvolgende vier jaren worden samengesteld?
De laatst gehouden Statenverkiezingen hebben te dien opzichte hun schaduwen reeds vooruitgeworpen.
Nemen wij eerst Amsterdam, dan blijkt, dat in de hoofdstad des lands de Sociaal Democratische Arbeiders Partij 31.2, de Communistische Partij 12.5 en de Revolutionair Socialistische Partij 4.1 procent der stemmen op zich vereenigden. Alzoo brachten de Marxistische partijen in Amsterdam in totaal 46 procent der stemmen uit; voorts komen daarbij nog de 10.7 procent Nationaal Socialistische stemmen, zoodat alles bij elkaar genomen in Amsterdam 58.5 procent der stemmen werden uitgebracht op de partijen, die lijnrecht tegenover de landsregeering staan en zich tegen de politiek van het Kabinet verzetten.
Het beeld, dat Rotterdam en 's-Gravenhage geven, is niet veel gunstiger.
Dit blijkt uit het volgende staatje : Rotterdam 's-Gravenhage Soc. Dem. Arb. Partij 35.2 28.2 Communistische Partij 5.4 4.7 ReV'Ol. .Soc. Partij 2.7 0.6 Nat. Soc. Beweging 9.0 12.0 Tezamenen 52.3% 45.5%
Zijn dit de cijfers van den uitslag der Statenverkiezingen in de drie groote steden van Nederland, de toestand bij de Gemeenteraadsverkiezingen wordt intusschen iets anders, omdat de Nationaal Socialistische Beweging bij de Raadsverkiezingen niet met eigen candidaten uitkomt. De Nationaal Socialistische stemmen zullen echter, Zooals de leider der beweging reeds bevolen heeft, overgaan op de kleine partijtjes, van welke het vaststaat, dat zij de algemeene regeeringspolitiek niet steunen.
Een en ander doet verwachten, dat ook de Gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam, Rotterdam en 's-Gravenhage geen gunstig verloop zullen hebben en dat de komende vierjarige periode, vooral in Amsterdam en Rotterdam, tot heel wat verwikkelingen zal aanleiding geven.
Zelfs zal het zeer de vraag zijn, of de eerste en de tweede stad des lands wel bestuurbaar zullen blijken te zijn. Reeds nu verluiden de berichten, dat in Amsterdam gehoopt wordt op het optreden van een wethouderscollege van Sociaal Democraten en dat dan in dat college een plaats zal worden ingeruimd aan een Communist.
Zoo ziet het er in de groote steden niet rooskleurig uit en zou het wel eens kunnen gebeuren dat ernstige rustverstoringen niet uitbleven.
Voor de Regeering zal deze toestand nieuwe zorg baren.
Daarom is het te hopen, dat nu het nog tijd is, de meerderheid der kiezers tot het inzicht komt, dat bij de komende Gemeenteraadsverkiezingen groote dingen op het spel staan en ernstige gevaren dreigen. Zij moet er van overtuigd worden dat zoo de revolutionairen zegevieren, van regeeren geen sprake kan zijn.
De verdeeldheid onder de partijen, die voor het gezag opkomen, heeft reeds heel wat schade aan den goeden gang van zaken toegebracht. Door die verdeeldheid worden bovendien de revolutionairen in hun actie gesterkt.
Moge de uitslag van de Statenverkiezingen voor de kiezers een waarschuwing zijn bij de Gemeenteraadsverkiezingen, die aanstaande zijn.

DE ONVERKWIKKELIJKE ZAAK.
In ons nummer van de vorige week deelden wij uit het bezuinigingsontwerp iets mede over de voornemens der Regeering inzake de opheffing van bestaande Christelijke Scholen.
Wij noemden dezen maatregel in hooge mate bedenkelijk.
Het Correspondentie bladorgaan van de Vereeniging van Chr.Onderwijzers en Onderwijzeressen in Nederland en de Overzeesche Gewesten, dat ook zijn aandacht aan het Regeeringsvoorstel wijdt, gaat intusschen verder en spreekt zelfs van een absoluut onaanvaardbare regeling.
Het orgaan schrijft van de opheffing van kleine scholen (schrijfwijze Marchant) :
Na raadpleging van de statistiek bleek ons, dat 289 Christelijke Scholen zouden moeten worden opgeheven.
Paste de Regering een zelfde maatregel toe op het openbaar onderwijs, dan moesten er nog 876 openbare scholen verdwijnen.
We vragen : Waarom geldt voor de bijzondere scholen deze regel van opheffing wel, en voor de openbare niet ?
Nemen we daarbij in overweging, dat er bij het openbaar onderwijs van de 15.461 schoollokalen 1296 leeg staan, of ongeveer 8%, terwijl bij het bijzonder onderwijs (in zijn geheel) van de 24.198 lokalen slechts 870 leeg staan of ruim 3'/2%.
We gevoelen direct dat deze verhouding toch wat te zeggen heeft en het onbillijke van het voorstel duidelijk aantoont.
Nu zegt het ontwerp, dat de Minister kan beslissen, welke scholen niet voor
opheffing in aanmerking komen.
Maar juist dat achten we het allergrootste bezwaar. De wet geve de objectieve normen en de vrijheid van ons onderwijs moet niet afhangen van den Minister.
Of de voorgestelde regeling inderdaad bezuiniging zal brengen, staat nog te bezien. Hier moet een grote wijziging worden aangebracht, anders achten we in naam der vrijheid deze regeling absoluut onaanvaardbaar.
Uit hetgeen het Correspondentieblad hier opmerkt, blijkt, dat ook in de kringen der Christelijke onderwijzers de maatregel van de Regeering op gelijke wijze wordt aangevoeld, als in ons artikel van de vorige week werd uiteengezet.
Wij hopen, dat de Regeering reeds bij de schriftelijke behandeling van het bezuinigingsontwerp blijk zal geven de bezwaren van de voorstanders van Christelijk Onderwijs te deelen en de regeling tijdig zoo zal wijzigen, dat over deze onverkwikkelijke zaak in het openbaar niets meer zal behoeven te worden gezegd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's