GRETSKE „DE FREULE"
EEN LEVENSTRAGEDIE
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
„Goeden avond, samen; kom, genieten jullie ook eens van het mooie weer ? " — vroeg domtné. meteen de hand aan zijn hoed brengend.
„'n Avond, dominé; 'n avond, mevrouw, " — klonk het uit drie monden tegelijk en aanstonds was het ijs gebroken. „Of dominé en mevrouw niet even wilden rusten en het mooie kamertje, of de kanarie, of die nieuwe mat, of die reuzenbloem van Ka, of het nieuwe fornuis van de Scheele wilden gaan bewonderen." En eigenlijk voor zij het wisten waren zij binnen. Neen, niet om te zitten; alleen maar om zoo eens even te kijken, maar 't was toch heel aardig, vond mevrouw. „En wat schattige beeldjes op dien schoorsteenmantel, en wat een allerliefst kleedje op dien armstoel, en wat een snoeperig poesje met dat blauwe lintje om den hals. en dat kleine belletje daaraan. Heusch, zij had het zich hier zoo niet voorgesteld."
„En hier slaap ik 's nachts, " — zei Trui, meteen de deur van haar beddestee opendraaiend, en toen het bonte gordijn opzij schuivend, waardoor de wel oude, maar toch nog ooglijke dekens en het hoofdkussen met bont overtrek zichtbaar werd. „Een heerlijk bed, mevrouw ; voelt maar eens. Echte, levende veer, van mijn eigen, zuur verdiende centen gekocht, nu voor dertig jaar en nog altijd even best als toen ik het kreeg. Maar uwes moet wete, dat ik er ook zoo zuinig op ben. Ik zeg altijd : een goed bed is het halve leven, want een mensch brengt er de helft van zijn tijd op door, en het wordt allicht het laatste waar hij genot van heeft."
„Slaapt het niet erg benauwd, achter zulke deuren ? " — waagde mevrouw te vragen, die zich niet voorstellen kon, hoe in zulk een beperkte ruimte te ademen. „Maar daar had Trui nooit last van, evenmin als de anderen. Winterdag vooral lag het daar warm achter die gordijnen, en als men zoo oud werd had een mensch niet veel warmte meer van zichzelf, 't Ging hem dan net als de visschen, het bloed begon dan koud te worden. Mevrouw zag er nog al hupsch uit, maar de laatste loodjes weegden het zwaarst, en ouderdom komt met gebreken. Vooral die rheumatiek in de beenen, waar zoo wenig aan te doen was. Zij wreef al met Kloosterbalsem en warme olie met terpentijn, en kamferspiritus, en nam al levertraan in, maar het gaf niet veel. Mevrouw kon het wel zien aan haar been "
Hier dreigde het gesprek zeer intiem te worden, waarom beweging gemaakt werd, ook buurvrouw even te groeten. Daar was de ontmoeting niet minder hartelijk, doch ook niet minder interessant. „Dit was nu driemaal het werk van den dominé, " — zei Ka tot mevrouw, waarop deze echter aanmerking maakte, door te zeggen dat hij slechts het middel geweest was om met den dokter den stoot aan deze verbeteringen te geven, doch dat de dank daarvoor toekwam aan de arm voogdij, die ten slotte het laatste woord sprak. „Of ze het niet heerlijk vond, elke week ouderdomsrente te kunnen halen ? " — vroeg de dominé en ja, dat was mooi, maar nu hadden de voogden haar in de gewone bedeeling zoo gekort, waardoor het voordeel maar heel gering was. „Of de dominé misschien daar ook nog eens iets aan doen kon, dat zij haar volle drie gulden in de week kreeg, want daar had de Koningin het toch voor gegeven en een oud mensch, zooals zij was, had ook wel eens behoefte aan een „hartig brokje" of een zacht gekookt eitje, of een andere versnapering."
Even zinspeelde de predikant op hare herstelling voor twee jaar, wat op zulk een hoogen leeftijd haast een wonder genoemd moest worden, en vroeg, of zij daar niet erg dankbaar voor was, omdat elke levensverlenging een onverdiende gunst Gods is. Toen werden de oogen deemoedig neergeslagen en de handen gevouwen, terwijl zij op teemenden toon sprak : „O ja dominé, daar ben ik ons lieven Heerke altijd zoo dankbaar voor, en als Hij mij zoo lief mag hebben, dat ik bier nog een jaar of wat mag blijven wonen, dan zal ik Hem nog veel dankbaarder zijn. Maar dominé moet weten, ik heb ook zooveel aan buurvrouw Gretske te danken gehad."
Met dit woord zocht de oude vrouw op zeer behendige wijze het gesprek af te leiden van haar zélf, wat bizonder gelukte. Hé ja, Gretske.. Daar had mevrouw nu al zoo vaak van gehoord, daar wilde zij toch ook wel eens even zien. Nauwelijks had zij dit gezegd of daar schoof de oude figuur van Gretske voorbij het raam van Ka, om het volgend oogenblik de korven neer te zetten. De kettingen van het juk rinkelden tegen elkaar, toen zij het van de schouders nam en het tegen 't deurkozijn deed rusten. Daarop werd de sleutel gezocht en de deur opengedraaid. Wat leek Gretske moe. Diepe voren doorploegden het gelaat, dat bleeker zag als anders. Zij begon ook oud te worden. Wat waren hare schoenen bestoven van den muilen weg. Moest dat nu zoo? En kon zij, evenals de anderen, haar lichaam niet een weinig meer rust gunnen?
„Een oude potter moet dominé denken, meteen mooi spaarduitje achteruit. En voor wie ? Gretske heeft kind noch kuiken en als zij straks voor goed de oogen dicht doet, dan komen de neefjes en de nichtj'es om alles naar zich toe te halen, en dan zeggen ze : „Is er nog niet meer ? " Ik wou al zoo lief, en zou het er andters van nemen, " — aldus sprak Ka. Maar dominé gaf hierop geen antwoord en wenschte haar het beste.
Of Gretske ook vreemd op keek, toen aan de deur geklopt werd en 't gezelschap binnen kwam. „Mogen wij wel even Gretske ? Mijne vrouw wilde u ook groeten, gelijk de andeiren." Ei, maar hier was het toch nog even netter. Dat zag mevrouw met den eersten opslag. Wat blonk dat koperwerk ! Wat waren die .gordijnen, zelfs die dweil voor de deur, hagelwit; wat glom dat penant-kastje om van de glad .gewreven vloer maar niet te spreken.
„Een zware dag gehad, Gretske ? " — vroeg dominé.
„Ja, dominé en nog al een grooten afstand afgelegd. Ook ben ik niet recht frisch." Neen, dat kon men wel zien. Zeker wat te veel van hare krachten gevergd. Ook al zes-en-zestig. Of zij geen plan had zich wat meer rust te gunnen ? Zeer waarschijnlijk kwam binnenkort de nieuwe regeling van de ouderdoms-verzekering, waarbij aan allen zonder onderscheid, die den leeftijd van vijf-en-zestig jaar bereikt hadden, een uitkeering van Rijkswege gedaan werd, en waardoor Gretske dan ook hiervan profiteeren kon.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's