WIJ HOOREN PSALMEN.
(Jesaja 24 : 16a).
Jesaja profeteert. Met donkre, sombre kleuren, Geeft hij een teekening van wat er zal gebeuren. Met 't volk der Vaderen, Doch dat der Va'dren God verliet.
Jesaja profeteert
En spreekt al wat hem God gebiedt. O land ! O volk ! God gordt zich aan Ten strijd, daar .gij 't verbond vertradt En op Gods roep tot wederkeer Hem roepen liet, ofschoon Hij , bad Terwille van uw zaligheid. Oh zweegt, o volk! Verkoost den dood Voor 't leven in Gods gunst en dienst. Nu ligt ge voor Gods gramschap bloot! Gij koost den dood ? 'Zoo schikt ten doode ! Niet straffeloos schendt gij Gods wet. Want weet, God laat zich niet bespotten. Hij heeft op uwe keus gelet.
Jesaja profeteert. Het land, der Va'dren erve. Zal woest en ledig zijn Daar 't Godes gunst moet derven. 't Zal alles kweelen, treuren, Trommel en harp zwijgt stil. Op 't volk rust 's Heeren oordeel, Wijl 't wederstand Zijn wil.
Dan plots — een andre toonaard Jesaja's profetie doartrilt, Gelijk na 't woên der stormen, Het suizen van een zachte stilt'. Immers — Jesaja profeteert: „Vanaf het uiterst eind der aard Hooren wij psalmen, tot Gods eer, Zich blij verheffen hemelwaart."
Het is de zang van 't keurvolk Gods, Verspreid in alle landen. Het is het werk van 's Heeren Geest, Die aan de verste stranden. Zelfs heidenen tot God bekeert. En naar Gods eeuwig gunstbestel, Een overblijfsel saamvergaart Ook uit het volk van Israël.
Het is alsof Jesaja schouwt Hoe op den Pinksterdag met kracht Gods Geest zal worden uitgestort En velen worden toegebracht. Zoo Tyriër als Pilistijn, Toradja's nevens Mooren, Zij zullen door Gods Geest geleid, In psalmgezang Gods lof doen hooren.
„Wij hooren psalmen". Zalig die ze zingen ! Zoo ze door genade Uit het hart ontspringen. Opgestuwd door 's Heeren Geest. , Psalmen van dien Geest doordrongen. Worden, doch ook zij alleen. Tot Gods eer en lof gezongen.
Zangers die zich schuldig weten. Zangers met gebogen knie En naar 't kruis geheven oogen. Maar Godlof, ook zangers die Uit de doodsvallei ontkomen. Rusten in des Mid'laars bloed, 't Is het psalmen dezer zangers, Wat Jesaja juichen doet.
Geest van Pinkster, Die de hallels Boven in den hemel voedt, Leer ons psalmen hier beneden Op den voetbank van God's voet.
DEN HAAG, Juni '35.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's