De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

PINKSTERPREDIKING.

8 minuten leestijd

„En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen." Handelingen 2 vers 1.

Duizenden feestgangers hebben zich opgemaakt naar Jeruzalem, om aldaar het Pinksterfeest te vieren, het feest, hetwelk hun in herinnering bracht de wetgeving op den Sinaï, terwijl tevens de tarweoogst een aanvang nam.
Zoo is dan aangebroken de doorluchte Pinksterdag, het feest, waarop de Heere door Zijnen Heiligen Geest gaven zal uitstorten op Zijn wederhoorig kroost. Een blij gejubel weerklinkt alom door Jeruzalems straten. Voor velen echter was het slechts eene uitwendige vreugde en blijdschap.
Alleen voor de discipelen des Heeren zal het een rechte feestdag wezen. Zij zullen genieten de vruchten van de uitstorting des Geestes. Klein is deze schare in vergelijking met de groote massa, die Jezus Christus als haren Zaligmaker verwerpt. Zoo is het nog. Gelukkig echter wanneer zij haar oor te luisteren mag leggen naar 's Heeren woord en in gehoorzaamheid wandelen naar Zijn gebod. Zulks wordt zoo openbaar in de opperzaal, waar rij naar Jezus' bevel bijeen zijn in afwachting van den beloofden Trooster.
Voor een ieder, die in gehoorzaamheid biddend mag opgaan, heeft de Heere een verrassende zegen bereid. Een innige band snoerde de jongeren te zamen en wel de gemeenschap aan hun opgestanen Heiland. Zij waren dan ook allen eendrachtelijk bijeen. Welk een heerlijk getuigenis. Wanneer dit geschieden mag, is men in den van de Heere verordenden weg. Van nature is zulks anders. Vijandig staan wij tegenover elkander, met wantrouwen zijn wij vervuld. Is echter de liefde Gods in het hart uitgestort, dan is er slechts één verlangen, om te zamen in Hem gevonden te worden. Is Jezus uw Zaligmaker, dan vindt gij in Hem alles. Alles is dan aan Hem gansch begeerlijk. Geen wanklank wordt alsdan gehoord. De een acht den ander uitnemender dan zich zelven. Wie wordt in onze verwarde dagen niet met jaloerschheld vervuld, wanneer wij in de opperzaal de jongeren in liefde eendrachtelijk bijeen vinden ? Immers niet alleen onder hen, die alle godsdienst hebben verworpen, maar ook onder de zoogenaamde christenen, die vaak met vuur zich aan allerlei christelijke werkzaamheden geven, wordt de kern, de wortel voor een Pinksterzegen gemist. Verwerping en verbittering is aan de orde van den dag. Echter het vreeselijkste is het, dat ook bij de levende gemeente Gods het eigen-ik nog zoo vaak den boventoon voert, de hoogmoed zulke afmetingen aanneemt, het wantrouwen zooveel scheidt, hetwelk eendrachtelijk bijeen behoorde te zijn. Vandaar is het zoo donker, wanneer wij blikken, op de wereld, maar ook op de gemeente Gods. Welke pogingen mogen gedaan worden, dat de kerk, de gemeente zich als gemeente van Christus openbare, deze zullen niet baten, tenzij er een eendrachtelijk bijeenkomen gevonden worde. Zal er hoop en verwachting wezen op eèn rijken Pinksterzegen, dan ook eerst dat eendrachtelijk samen opgaan. Als dan is de mensch verloren in zichzelven, heeft hij het oordeel verdiend, vindt niets in zich zelven. Alleen in Christus ligt zijne hoop. Hoe zult gij daarom opgaan naar Gods huis, hoe komt gij te zamen ?
De jongeren waren eendrachtelijk bijeen. Zij verwachtten den Trooster, zij klemden zich vast aan 's Heeren woord en beloften. De Heere beschaamde hunne verwachting niet. Die dag van het Pinksterfeest is vervuld en nu zal Hij Zijnen Heiligen Geest uitstorten.
Waar zal Hij zulks doen en op wie ? In den tempel te Jeruzalem en aldaar niet op de priesters, het Sanhedrin, de Farizeeën; maar op eenvoudigen zal Hij op doorluchtige wijze Zijnen Geest uitstorten. Wat zij biddend verwachtten, zal nu worden vervuld. Mond en hart zal vervuld met den Heiligen Geest. Er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind en vervulde het geheele huis, waar zij zaten. Adam hoorde de stem van den Heere God aan den wind des daags. Jezus blaast op Zijne jongeren en zegt tot hen : ontvangt den Heiligen Geest. Zoo vervult op den Pinksterdag het geluid van den wind het huis. De wind brengt alles in beweging en opent de aarde, haar vruchtbaar makend. Niets is bestand voor de kracht van den wind. Zoo overtuigt ook de Heilige Geest van zonde, gerechtigheid en oordeel, werpt torens van eigengerechtigheid neer en vervult het gansche hart van den mensch. Ai het doode hout wordt weggestormd.
Van Eva lezen wij, dat zij zag, dat die boom goed was tot spijs. Oor en oog zijn de kanalen, waardoor Satan het doodelijk gif in het menschenhart doet doordringen.
Daarom worden bij de uitstorting van den Heiligen Geest gezien verdeelde tongen als van vuur. Om weldra het evangelie alom te verkondigen wordt hun geen zwaard gegeven. Met tongen, aangeraakt door het vuur des Heiligen Geestes hebben zij het rijke evangelie uit te dragen in de wereld, opdat doode zondaarsharten zouden levend gemaakt worden. Verdeeld, gespleten waren deze tongen en het vuur zat op een iegelijk van hen. Naar de verschillende nooden en behoeften van den mensch zouden zij bekwaam gemaakt worden om de blijde boodschap des heils te verkondigen.
Wat nu was de vrucht van dit alles ? Zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest en begonnen te spreken met .andere talen, zooals de Geest hun gaf uit te spreken. Was de Heilige Geest schaarsch uitgestort in de dagen van het Oude Verbond, de belofte was gegeven aan de profeten, dat de Geest in het laatst der dagen overvloedig zou worden uitgestort. Zoo worden dan ook de jongeren vervuld met den Heiligen Geest en kunnen zich niet inhouden. Met andere talen moeten zij de wonderwerken Gods verkondigen. Welk een machtig wonder Gods. Deze eenvoudige mannen spreken met nieuwe tongen. Hunne roeping mogen zij aanvangen op aan. alle volkeren het evangelie te brengen. Wat is in den loop der eeuwen door het Pinkstervuur niet verteerd. Hoevele vijanden hebben zich daardoor niet voor den Heere Jezus Christus moe? ten neerbuigen, ook in ons vaderland.
Helaas is in onze dagen de duisternis groot in de gemeente. Het vuur van de Pinkstergeest wordt weinig aanschouwd. De afval van' den Heere is zoo groot en het ongeloof neemt zulke groote afmetingen aan. Ieder ziet meer op zichzelven. Bij zoovelen is. er een dor, doodsch leven. In vreemde talen wordt zoo weinig gesproken. Zoovele christenen zijn der wereld gelijkvormig geworden. De geestelijke hoogmoed is zoo hoog geklommen. Weinig wordt vernomen van het vuur des Heiligen Geestes. Vreeselijk is het daarom, wanneer gelijk de Joden in de straten van Jeruzalem wel het Pinksterfeest wordt gevierd zonder de uitstorting des Heiligen Geestes in het hart. Daarom noodt deze feestdag nog zoo dringend om de wereld te verlaten, van alles van zichzelven af te zien en zich te buigen onder het rechtvaardig oordeel Gods. Immers nu moogt gij misschien spotten met hetgeen op den Pinksterdag is geschied. Eenmaal echter zullen wij allen voor den rechterstoel van Christus geopenbaard worden en door Hem geoordeeld. In Jezus Christus alleen is er ontkoming. Hebt gij dan Hem reeds met ernst gezocht ? Worden bij u gevonden de kenmerken der apostelen ? Zoovelen zullen nog met neen deze vraag moeten beantwoorden. Een andere geest toch drijft den onbekeerden mensch. Satan geeft hij gehoor. Met een schijn van vroomheid stelt hij zich tevreden. Leere de Heilige Geest u dan alles te verliezen in u zelve, opdat gij Christus moogt gewinnen. Gebeden dan om den Heiligen Geest, Die u overtuigen wil van zonde, gerechtigheid en oordeel en Die u alsdan leiden wil tot Hem, Die ook voor u de Weg, de Waarheid en het Leven is. Is daarentegen de begeerte in u naar den Heere, zijt gij klein in u zelven, zoo is het uw smeeken, dat de Heilige Geest ook in u het Pinksterfeest inluide. Voor zondaren is de Heere Jezus Christus aan het kruis gestorven en heeft Hij alle gerechtigheid aangebracht. Zoek dan niet bij u zelve de gerechtigheid. Immers deze is voor den Heere als een wegwerpelijk kleed. Voor u is de belofte van den Heiligen Geest. Als de dag van het Pinksterfeest vervuld is, zal ook voor u de Heere verrassend alle donkerheid doen verdwijnen en gij met andere talen spreken, zooals de Geest u zal geven uit te spreken. Immers de gemeente Gods kan niet zwijgen van de machtige wonderwerken Gods. Wordt er helaas menigmaal eene inzinking, een somber stilzwijgen gevonden, dan komt zulks hierom, dat de geloovige zoo vaak nog naar het vleesch leeft en in eigen kracht voort wil gaan. Dagelijks heeft zij daarom van noode de bede om den Heiligen Geest, opdat zij hare roeping versta, geloof en leven één mogen zijn en de liefde Gods in het hart uitgestort zij. Worde het steeds meer in dezen nood der tijden aanschouwd, dat degenen, die den Heere Jezus Christus liefhebben, eendrachtelijk bijeen zijn. Immers alleen dan zal vervuld kunnen worden, wat de Psalmist in blijde geloofsverrukking zong :
„Waar liefde woont, gebiedt de Heer' den zegen ; Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen. En 't leven tot eeuwigheid". Ps. 133 : 3.

Nijkerk (G.).

A. LUTEIJN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's