STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE POSITIE VAN HET KABINET
Het was te verwachten, dat de bezuinigingsplannen der regeering op ernstig verzet zouden stuiten.
Ondervindt reeds elk voorstel tot bezuiniging, in welken vorm het ook wordt ingediend, bestrijding, welke bestrijding hierin tot uitdrukking komt, dat naar de meening van den een het bezuinigingobject, dat zijn belangen raakt, beter door een ander ware te vervangen geweest en naar anderer oordeel de regeering juister gehandeld had, een bezuinigingsvoorstel in te dienen, dat buiten zijn kring gelegen, een nuttiger effect zou hebben, hoeveel sterker moet dan niet de tegenstand zijn bij een regeling, die zoo diep In het economische-en sociale leven Ingrijpt, als het onderhavige bezuinigingsplan der regeering dit doet.
Dit plan houdt, om maar enkele onderwerpen te noemen, in : de opheffing van een aantal Kamers van Koophandel, de afschaffing der armenraden, de bevoegdheid der kroon om de Warenwet geheel of ten deele buiten werking te stellen, de concentratie van de opleiding tot apotheker aan de Universiteit te Leiden, de korting op 'de salarissen, de omrekening der pensioenen.
Maar nauwelijks is het plan verschenen, of de Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel, de kerkelijke en particuliere instellingen van liefdadigheid, de Bond van Winkeliers in het Koloniale Warenvak, de pharmaceutlsche Studentenvereeniging, de bonden van overheidspersoneel, de gepensionneerden, welke allen van oordeel zijn — en zulks ook in hun adressen laten uitkomen, — dat een sluitende begrooting noodzakelijk is en er dientengevolge moet worden bezuinigd, komen in het geweer om te trachten het gevaar, dat eigen kring of eigen organisatie door het bezuinigingsplan der regeering zal treffen, af te wenden.
Ieder vecht voor zijn zaak, en meent, dat de regeering niet bij hem, maar bij zijn buurman moet wezen.
Het gevolg van een en ander is eerstens, dat wanneer met alle gevoeligheden werd gerekend, van bezuiniging en van het sluitend maken der begrooting niets zou komen, zoodat het gat in de begrooting van het loopende dienstjaar van 30 millioen, niet werd gestopt en het tekort op de begrooting voor het dienstjaar 1936, geraamd op 72 millioen gulden, niet werd gedekt; en in de tweede plaats dat de politieke positie van het Kabinet belangrijk werd verzwakt. Want niets werkt op het gezag van een regeering zoo ondermijnend, dan wanneer voorstanders van het algemeen beleid van het Kabinet, aan de redelijkheid en noodzakelijkheid van de daden en de maatregelen der regeering twijfelen en deze twijfel in het openbaar tot uiting brengen.
Dan verliezen in dat geval zelfs velen den moed. Zoo lazen wij dezer dagen in een ons sympathiek blad, dat er symptomen zijn, die op de naderende inzinking van het Kabinet wijzen en dat het daarom in deze omstandigheden maar het beste zou zijn, dat het Kabinet, door een Kamerontbinding uit te lokken, de kiezers raadpleegde. Want als het nog twee jaren in den door de regeering gevolgden weg voortging zou — zoo oordeelde men — het misschien daarvoor te laat zijn. Het wil ons voorkomen, dat voor de hier uitgesproken vrees geen grond bestaat. Wij zien de symptomen niet, die op een naderende inzinking van het Kabinet wijzen.
Zeker, er zijn ontevredenen en daarnaast lieden, die uit politieke overwegingen niet liever zouden zien, dan dat het Kabinet zoo spoedig mogelijk aftrad, maar toch zal de overgroote meerderheid het waardeeren, dat de regeering met groote klaarheid en onomwonden zich uitspreekt over den toestand des lands en in het bijzonder over den toestand van 's lands financiën.
De regeering schuwt niet de waarheid te zeggen en schrikt er niet voor terug de zaken open en rond bekend te maken.
Daarin zit de kracht van het Kabinet en om die reden neemt toet Kabinet ondanks de vele tegenslagen en de groote moeilijkheden, welke het te overwinnen heeft, een krachtige positie in.
Wij vertrouwen, dat de groote meerderheid van het parlement, wanneer binnenkort een beslissing over het groote bezuinigingsplan van het Kabinet zal worden genomen, voldoende nuchter van zin zal wezen en ook verstandig genoeg zal zijn om achter de regeering op te trekken.
De regeering zal zeker bereid zijn om daar waar dit mogelijk en noodig is in gemeen overleg met de Staten-Generaal al die verbeteringen in haar plan aan te brengen, die kunnen dienen om het vertrouwen in het regeeringsbeleid te versterken. Het parlement kenne zijn verantwoordelijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's