De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Ja, dat wist zij al. Boer Grondsma had er al van gesproken en het verwonderde haar dat het hier op „Landbuurt" nog geen aanleiding voor een vroolijken avond geweest was. Als zij het beleven mocht dat dit pensioen er kwam en zij het op eerlijke wijze krijgen kon, dan zou zij het niet weigeren, maar anders : zij verdiende 't liever.
„Maar de wetgever beschouwt het zoo, dat het verdiend is"  merkte de dominé op. Dus, geen aalmoes, maar iets dat rechtens toekomt, voor verricht werk. Doch daar kon Gretske niet bij. Ongeloovig ging het hoofd heen en weer. Voor hetgeen zij gedaan had was 't loon ontvangen, en wat zij gratis voor een ander wilde doen, dat was haar zaak. Het Rijk had aan haar niets geen verplichting. Stond 't ook niet in het Boek, dat men werken moet zoo lang het dag is, eer de nacht komt in welken niemand werken zal ?
Daar was echter wel iets waar zij graag eens met den dominé over spreken wilde, maar nu niet, want zij was nu te moe. 't Spreekt van zelf, dat hier geen bezwaar tegen was, maar wanneer dan ? Dominé kwam dadelijk niet weer op „Landbuurt", als het niet beslist noodig was. Och, er was geen haast bij, maar zij had toch iets op het hart daar zij mee rond liep en een mensch weet de dag zijns doods niet.
„Dan weet ik wel raad, " — aldus sprak mevrouw — „dan komt Gretske morgen om een uur of tien even aan de pastorie." Doch daar schrok zij van op. Zij naar de pastorie ! Wat zouden de menschen wel zeggen, wanneer men haar zag gaan en — als zij dan eens geen woord spreken kon, wanneer zij daar was. „Dat kan niet, " — schudhoofde zij.
„Dat kan wél; ik zou niet weten waarom dat niet kan, Gretske, en wij toonen toch beide dat wij belang in u stellen " — vervolgde dominé. O ja, zoo bedoelde zij het niet; dominé moest niet boos op haar worden.  Zij had deze vriendelijkheid nooit durven verwachten, maar zij kon hier, in haar eigen kamertje, veel beter zeggen wat zij bedoelde, dan wanneer zij in dat mooie huis was. En dan was er ook nog een andere reden waarom zij hier moest uitspreken, wat zij in het hart had. Evenwel, zij wilde niets te véél vragen, en als het niet kon...... "
„Alles kan, Gretske, en ik beloof u te zullen komen, maar nu stappen wij op, en nu moet ge wat gebruiken en dan rusten hoor.”
Daarop werd afscheid genomen. „Nu is het onze beurt, " — zei de Bultenaar, die in de gauwigheid zijn tabakspruim uit den mond nam en in den zak stak om later weer te kunnen gebruiken. Reeds stonden de mannen alle in postuur, toen de predikant met mevrouw naderde. Weer klonk een vriendelijk „goeden avond", en een korte opmerking over het zoele weer, maar daarmede was het gesprek hier afgeloopen.
„Niet in de gratie, geloof ik, " — zei de Goudvink.
„Mijn zorg, " — sprak een ander — „alleen begrijp ik niet, waarom nu dat onderscheid te maken. Wij zijn toch ook menschen ? ”
„'t Komt misschien omdat mevrouw d'r bij is, en de dominé het daarom minder geschikt vindt bij óns op bezoek te gaan. Later zal hij wel eens aan komen om te zien of wij de nieuwe woning waard zijn, " — zeide de derde.
„Indien wij nu in 't vervolg ook naar de kerk moeten ? " ;
„Wij leven in een vrij land zéker ? Geen mensch krijgt mij, waar ik uit mij zelf niet heen wil." „En zoo denk ik er precies over, " — zei weer nummer drie.
„En wat zeg je nu van het vroegere „Lombok" vrouw ? " — vroeg dominé, toen men dicht bij huis was.
„Dat het mij honderd procent is meegevallen en dat zij daar heel wat aan je te danken hebben. Alleen ik sta de vriendelijkheid van die menschen niet. 't Is mij te mooi en te opgesmukt.”
„Dacht je dan, dat ik mij daardoor verblinden liet ? Maar ondertusschen moet je ook niet vergeten, dat de vormen en manieren in onze gedistingeerde kringen ook geen halve cent méér waard zijn. 't Is voor mij nog de vraag waar de oprechtheid het grootst is.: hier, bij dit eenvoudige volkje, dat spreekt zooals het is, en waaraan men aanstonds merkt dat het niet echt is, wanneer het iets ongewoons gaat doen, of bij de méér en béter gesitueerden, maar die vaak achter allerlei maskers en etiquette zich verbergen.”
„Dat wil ik niet ontkennen, maar bij het laatste voelt men zich toch beter thuis.”
„Op den duur gaat de ongekunstelde eenvoud er mee door. Al wat kunstig opgesmukt wordt, verveelt ten slotte, en laat bovenal het hart leeg en koud. Vindt ge bijv. die kinderlijke eenvoud van Gretske niet aantrekkelijk ? En daar staat toch maar geschreven : „Als ge niet wordt gelijk de kinderkens, ge kunt het Koninkrijk Gods niet ingaan.”
„Gretske vind ik een aardige verschijning. Wat is het een leelijke vrouw, maar het wonderlijke is, dat men dit geheel vergeet, als men haar hoort spreken.”
„Precies hetzelfde heb ik ook altijd gedacht. Daar is iets in haar dat aantrekt.”
„Wat zou het wezen, man ? " „'k Weet het niet, maar ik geloof dat het niet iets van de aarde is.”

HOOFDSTUK XIV.
HET GEHEIM VAN GRETSKE.

„En zeg mij nu maar eens wat je op het hart hebt.”
Met dat woord trad dominé Gretske vriendelijk, maar tevens ietwat haastig tegen, toen hij ongeveer eene week later opnieuw haar bezocht, 't Had hem nog al eenigen tweestrijd gekost, hiertoe over te gaan. Het verschil was ook zóó groot. Vroeger werd hier nooit in deze buurt een voet gezet, en nu in den laatsten tijd herhaaldelijk. Ook mevrouw vond het wel wat overdreven. Men moest zoo oppassen met zulk volk. Wanneer straks de lange avonden weer kwamen, was er alle kans dat het bedelvolk aldaar van de gelegenheid gebruik maakte om telkens aan te bellen en te vragen om steun, en dan zat hij er mee. Ook waren er al, die haar man „de armen-dominé" noemden, gelijk ook de dokter dien bijnaam had, omdat hij de practijk onder hen waarnam. Om dit laatste had dominé eenvoudig gelachen. Het hinderde hem niet dat men hem aldus betitelde, alleen vond hij het voor Gretske zélf, met het oog op de jaloersche buurvrouwtjes, niet gewenscht, dat hij in het oog loopend veel bij haar kwam.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's