De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Daarom was hij besloten, ditmaal eerst de mannen op „Landbuurt" goeden morgen te zeggen, vervolgens als ter loops even bij haar in te wippen ten einde te hooren wat zij wilde, en dan in den eersten tijd hier niet weer te komen.
Zoo trok hij vol goeden moed andermaal naar de veel besproken streek, waar op het oogenblik het aantal bewoners bij den dag vermeerderde, door de op handen zijnde kermis. Ditmaal trof hij het echter niet. De orgeldraaier was al vroeg van huis gegaan om zijn ongelukkig speeltuig door een vakman te laten stemmen voor zoover dit nog mogelijk was, in de hoop straks ook van de politie vergunning te krijgen, gedurende de feestweek het publiek op zijn muziek te vergasten. De Bultenaar was eveneens, met zijn negotie den den boer opgegaan, zoodat de Goudvink alleen thuis was. Uit het gesprek, 't welk hier gevoerd werd, bleek het den prediker al spoedig, met welk een geraffineerd man hij te doen had. In al zijn woorden was hij zeer correkt en wist heel goed de manieren, zooals die onder dit slag volk 't welk hier woonde, niet verwacht zouden worden, maar wist tevens met een wonderlijke behendigheid te maskeeren wat hij vreesde dat hem kwaad kon doen of te veel bloot kon leggen. Over heel zijn verleden wilde hij geen woord loslaten, 't Liefst sprak hij over de politiek, en de Tsarenmoord in Rusland en natuurlijk over de onschatbare diensten, die de dominé aan de menschen van Lombok bewezen had, en waarvoor men hen nooit genoeg dankbaar wezen kon. Voor de bespreking der eeuwige dingen was geen aanknoopingspunt te krijgen, 't Scheen dat de man daar totaal gevoelloos voor was, of behoorde tot diegenen, die hun geweten ais met een brandijzer hebben toegeschroeid. Toen hij van hier ging had de dominé zoo het gevoel, de paarlen voor de zwijnen te hebben geworpen. Geen wonder dat hij eenigszins ontmoedigd bij Gretske binnen kwam. Zeker, hier was. hij meer welkom, doch hij had het voornemen opgevat, ook bij haar zoo kort mogelijk te vertoeven en dan in andere kringen vergoeding te zoeken voor hetgeen hij hier te weinig kreeg. Eigenlijk had zijn vrouw wel gelijk : het werken onder dit slag volk valt niet mee.
Zoo kwam hij met de vraag van hierboven direct haar tegen : „Zeg mij nu maar eens wat je op het hart hebt."
Hé, wat zei dominé dit forsch. Heel anders dan gewoon. Zou hij kwaad op haar zijn, omdat zij zoo lastig is ? Maar Gretske wilde niet lastig wezen. En hartsgeheimen vertelt men niet aan menschen, die uit hun humeur zijn. Met iets vreesachtigs in haar oog blikte zij naar hem op. „Als het misschien dominé minder gelegen kwam ? "
Maar aanstonds begreep hij zijn fout. Dit was geen manier om met zulke menschen te spreken. De herder was op dit oogenblik al zeer onhandlg in het hanteeren van den herderstaf. Althans zulke vreesachtige schapen .als Gretske moesten anders geleid worden., Mocht hij haar wreken de onaangename onntmoeting van zoo juist ?
„Neem mij niet kwalijk" — zei hij — „ik bedoel 't niet kwaad, maar was eenigszins teleurgesteld. Maar daar hebt gij geen schuld aan. Vertel mij dus maar eens wat je drukt."
Meteen ging hij op zijn gemak zitten, alsof hij allen tijd had om aan te hooren, wat wellicht een bezwaard gemoed hem wilde biechten. Dit gaf haar vrijmoedigheid. Na zich overtuigd te hebben dat de deur gesloten was, kwam het geheim haars levens. Zij had behoefte aan raad van iemand, dien zij vertrouwen kon. Langen tijd was zij in tweestrijd geweest, wien hiervoor te zullen vragen: of den Armmeester, die altijd zoo goed voor haar was, of boer Grondsma, die het óók niet kwaad meende, óf den dominé. Aan dezen laatste zou zij niet hebben .durven denken als hij haar niet telkens zoo vriendelijk tegen trad, doch dit laatste had den doorslag gegeven. En toen kwam het. Hortend en stootend als altijd, vooral in het begin, maar de dominé deed alsof hij dat niet merkte en kwam bij de moeilijke woorden haar tegen, waardoor het spreken haar gemakkelijker viel.
„Dominé zou wel eens gedacht hebben, wat doet Gretske met al haar geld, dat zij verdient. Want van zelf verdienen deed zij. Zoo vaak zij 's avonds thuis kwam was haar dag goed, vooral omdat de menschen haar zoo goed gezind waren. Hare huishouding nam niet veel. Een weinig eten, een weinig drinken, nu en dan een kleedingstuk of een paar schoenen en winterdag wat vuur en licht. Anders ging er geen cent af, en onnut werd nooit iets weggegeven. Voor zich zelf leefde zij in groote soberheid en had in het geheel geen eischen. Zoo doende was in de laatste jaren een aardig spaarpotje verkregen, waarop de menschen meermalen zinspeelden, maar waarvan niemand iets bepaalds wist. Intusschen werd zij ouder. Soms dacht zij wel eens niet zoo heel lang hier meer te zijn, en vandaar dat zij den dominé wilde vragen, of zij hem haar geheim mocht bekend maken en de begeerte die daarmede verband hield."
't Was niet de eerste maal dat dominé met een dergelijke vraag werd overvallen. Als getrouw zielenherder, die evenwel zeer met zijn kudde meeleefde en graag al haar belangen behartigde, werden ook de tijdelijke aangelegenheden dikwijls met hem besproken, zoodat Gretske hierin niets geen uitzondering maakte. Het moeilijkste hier was echter dat zij zoo goed als alleen op de wereld stond, en het er dus alles van hebben kon, dat hij bij het geven van zijn advies lage bedoelingen had, of persoonlijk voordeel bedoelde, 't Leven had hem geleerd voorzichtig te .moeten zijn. 't Zou evenwel blijken dat voor dit laatste heelemaal geen kans bestond.
„En wat was dan je bedoeling ? " — vroeg hij, ook niet geheel vrij van nieuwsgierigheid.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's