KERKELIJKE RONDSCHOUW
Een korter formulier des gebeds vóór de Predicatie.
In onze Gereformeerde Liturgie — gewoonlijk achter in ons kerkboekje te vinden — staan twee Gebeden vóór de predicatie ; een langer en een korter formuliergebed. Hebben we onlangs het langer gebed laten afdrukken we willen nu het Korter gebed geven. Het luidt als volgt: »Hemelsche Vader, eeuwige en barmhartige God, wij erkennen en belijden voor Uwe Goddelijke Majesteit, dat wij arme ellendige zondaren zijn; ontvangen en geboren in alle boosheid en verdorvenheid, geneigd tot alle kwaad en onnut tot eenIg goed, en dat wij met ons zondig leven, zonder ophouden Uwe heilige geboden overtreden, waardoor wij Uwen toorn tegen ons verwekken, en naar Uw rechtvaardig oordeel op ons laden de eeuwige verdoemenis.
Maar, o Heere, wij hebben berouw en leedwezen, dat wij u vertoornd hebben. Wij beschuldigen ons zelven en doen aanklacht van onze misdaden, begeerende, dat Gij genadig onze ellende wilt aanzien. Wil U over ons ontfermen, o allergoedertierendste God en Vader en ons vergeven alle onze zonden, om het heilig lijden van Uwen lieven Zoon Jezus Christus.
Wil ons ook verleenen de genade Uws Heiligen Geestes, die ons leere onze ongerechtigheid van ganscher harte te erkennen en ons zelven recht te mishagen, opdat de zonde in ons moge gedoofd worden en wij in een nieuw leven weder opstaan, in hetwelk wij waarachtige vruchten der heiligheid en gerechtigheid voortbrengen, die U door Jezus Christus kunnen aangenaam zijn.
Wil ons ook Uw heilig Woord naar Uwen goddelijken wil te verstaan geven, opdat wij daaruit leeren al ons vertrouwen op U alleen te stellen en van alle schepselen af te trekken. Dat ook onze oude mensch met alle zijne begeerten van dag tot dag meer en meer gekruisigd worde, en dat wij ons U opofferen tot een levend dankoffer, ter eere van Uwen heiligen Naam en tot stichting van onzen naaste.
Wil ook genadiglijk bekeeren allen, die nog van Uwe waarheid afdwalen, opdat wij U altezamen eendrachtiglijk dienen in heiligheid en gerechtigheid, alle de dagen onzes levens, 't Welk wij van U begeeren door onzen Heere Jezus Christus. Amen.«
DE STADSKERKEN DIE OVERBODIG ZIJN
De groote steden hebben zich de laatste jaren zoodanig uitgebreid en zóó sterk „verplaatst", wat de bevolking betreft, dat er zich niet zelden, wat onze kerkgebouwen betreft, de wonderlijkste dingen voordoen. Er staan oude, groote, mooie kerkgebouwen — duur in onderhoud — die bijna niet meer gebruikt worden, omdat er niemand meer in de nabijheid woont. Alles is pakhuis of kantoor geworden (gebruikt of ongebruikt in dezen tijd van groote handelsmoeilijkheden). Of ook heeft men opruiming gehouden en heele straten weggebroken. Dan staan de kerkgebouwen eenzaam en verlaten. Terwijl dicht in de nabijheid een of meer kerkgebouwen staan, die nu gemakkelijk alleen de bezoekers kunnen bergen en waarlijk het vereenzaamde gebouw niet noodig hebben wegens „overbelasting" wat de kerkgangers betreft.
Anderzijds zijn de steden naar verschillende kanten uitgegroeid, zonder dat er kerkgebouwen zijn gekomen.
In het centrum dus niet zelden overdaad, in de buitenwijken en tuindorpen gebrek.
Wat moet er nu met die overcomplete kerkgebouwen geschieden ? Rome verkoopt wat ze niet meer gebruikt en bouwt in al de nieuwe parochies naar hetgeen noodig is. Soms eerst een houten hulpkerk en dan later een steenen ge bouw. Soms dadelijk een kapitale kerk. En natuurlijk met pastorie. Want de herder hoort bij de kudde.
Onze Protestantsche kerken worden ook wel eens verkocht en gesloopt, terwijl de bouwgrond spoedig winkels draagt. Maar over 't algemeen zitten de Protestanten hier met grooter moeilijkheden dan de Roomschen en loopen de zaken niet zoo vlot. Ook wel omdat men er in onze leringen soms wonderlijke ideeën op na houdt. En natuurlijk worden de omstandigheden met den dag moeilijker om te kunnen verkoopen (als men nog wil).
Wij werden bij deze dingen nog weer eens bepaald door hetgeen we lazen over de Noorderkerk te Amsterdam.
Wat we lazen, geven we even door. En men zal mee de moeilijkheden voelen.
In „Hervormd Amsterdam" schrijft iemand :
De Noorderkerk is gesloten en de deuren blijven gesloten.
De weinige gemeenteleden, die nog in die steeds meer kantoren en pakhuizen bevattende buurt wonen, gaan elders ter kerke en hebben daar blijkens hun stilzwijgen geen bezwaar tegen. Waarom ook ? Naar de Westerkerk kom je in vijf minuten loopens, de Nieuwe bereik je in tien minuten, wandellustigen gaan naar de Eilandskerk of de Oude in een kwartier of twintig minuten. En de Noorder, gebeurt daar dan niets mee ?
Gemeente, daar gebeurt niets mee. Dit is ernstig.
Waarom is dit ernstig ? Kan die kerk, die het stadsbeeld zoo goed siert, liggend op een ruim plein, uitrijzend boven de masten der Prinsengracht-schepen, den mensch even uit het gewoel de gedachte aan een andere wereld brengend, kwaad ?
Vanzelfsprekend niet door het feit van haar aanwezigheid alleen. Maar die gesloten kerk kost geld. Terwijl ze geenerlei dienst meer doet voor de gemeente, eischt ze aan onderhoud jaarlijks gemiddeld 2500 gulden op. Was nu de gemeente rijk en bestonden er geen geldelijke zorgen, dan zouden wij de laatsten zijn om dit geld „kwalijk besteed" te noemen. Maar de begrooting der kerk sluit met een tekort van 30.000 gulden ; aan uitbreiding van het werk kan niet worden gedacht, want er is geen geld. Ds. Kooy uitte zijn : noodkreet om „tenminste een eenvoudige kapel in deze wijk, die een stad is" in Hervormd Amsterdam; wekelijks komt hij er op terug in het Kerkbeurtenblad. De gaven daarvoor vloeien in kleine bedragen binnen en dat is niet verwonderlijk in deze dagen.
Heeft, als de zaken zoo staan, het kerkeraadslid, dat zoo als Cato in den Romeinschen Senaat zijn oordeel dat Carthago verwoest moest worden, het voorstel van verkoop der Noorderkerk, in elke vergadering herhaalt, ongelijk ? Op 't eerste gezicht lijkt het bescheid, dat deze aanhouder krijgt, niet zoo gek: „Weet U een kooper ? Dan graag. Vóór dien heeft het weinig zin er over te praten". Maar bij nader inzien blijkt dit toch wei een erg goedkoop argument. De antwoorders zouden dan gelijk hebben, als het onderhoud niets kostte, maar om een rente van 2500 gulden te verkrijgen is een kapitaal noodig van meer dan 60.000 gld. Voor dat geld zou een Zuiderkapel kunnen worden gebouwd, die meer werkmogelijkheden biedt dan nu ds. Kooy en zijn wijkbewoners vragen.
Wat dan ? Afwachten tot de Noorderkerk vanzelf in elkaar valt ? Wij betwijfelen of dat spoedig zou geschieden, maar erkennen niet in staat te zijn dat te beoordeelen. Is dat gevaar er niet, dan is er o.i. geen enkel bezwaar het gebouw rustig te laten staan, zonder het te onderhouden, totdat mogelijk andere tijden er een andere bestemming aan geven. Is het gevaar er wèl, laat dan alle sentiment varen en verkoop het gebouw voor de sloop. Wij vermoeden, dat dan de opbrengst van den grondverkoop de kosten van grondaankoop in Zuid voor een niet gering deel zou dekken. Ook elders zijn jammerklachten geuit, toen kerken zouden worden afgebroken. En nu ? Nu denkt niemand meer aan de oude gebouwen, maar verheugt zich over de aanwezigheid van moderne kerken in buitenwijken. Vasthouden aan traditie is goed, maar laten we oppassen voor overdrijving. Wie alleen aan het oude vasthoudt, zit straks op de puinhoopen, eenzaam en verlaten«.
Misschien kan deze of gene stad inplaats van Noorderkerk wel Zuiderkerk of Oosterkerk of Westerkerk lezen.
WAT WE IN DE STAD NOG MÉÉR TE VEEL, HEBBEN
We zijn nu toch bezig te spreken over de eigenaardige situatie van de groote stad inzake het kerkelijk leven, met de kerkgebouwen en parochies. En dan leggen we eens even voor ons een „Predikantenlijst" (zooals het b.v. heel dwaas in 't Zaterdagavondnummer van het Rott. Nieuwsblad heet) of wellicht beter gezegd, een „Predlkbeurtenlijst" of eenvoudig „Godsdienstoefeningen" (zie „De Rotterdammer"). Wat zien we dan ?
Aan kerken, kerkgebouwen, godsdienstoefeningen, predikanten, evangelisten, godsdienstonderwijzers enz. enz. geen gebrek !
Tel maar eens. Daar is eerst de Hervormde Kerk, de Waalsche-, Engelsche-, Schotsche Kerk; de Luthersche Kerk, de Duitsche Kerk. Dan zijn er de Geref. Kerken, de Chr. Gereform. Kerk, de Geref. Gemeente (ds. Kersten), de Geref. Gemeente in Hersteld Verband (ds. Overduin) ; de Ned. Geref. Gemeente (Goudschestraat, ds. Van Stempvoort) ; de Oud-Geref. Gemeente (Infirmeriestraat, van de kerkengroep van ds. Boone) ; de Vrije Evangelische Gemeente (ds. Enter) ; de Geref. Kerk in Hersteld Verband (ds. Smelik) ; de Remonstrantsch Geref. Gemeente (Westersingel, ds. Wegerif) ; de Doopsgezinde Gemeente (St. Laurensstraat, ds. Hylkema) ; Vrijz. Ned. Hervormden (ds. Westmijse) ; Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste dagen (de Mormonen, Gaasbeekstraat 79) ; de Christengemeenschap (Wolfshoek 6) ; Christian Science (Westzeedijk 52) ; Ned. Herv. Evangelisatie (Dijkstraat 3, de heer Huisman, 10 uur en 5 urn* 's Zondags ; Dinsdag-en Donderdagavond) ; Ned. Herv. Evangelisatie (Dijkstraat 3, Woensdagavond de heer Van Leeuwen, van Schoonrewoerd) ; Vereen, van Gereformeerden (Eleonorastraat 19) ; Presbyteriaansche Gemeente (Gen. v. d. Heijdenstr., ds. Van der Valk) ; Vrije Gemeente (Gaasbeekstraat 12, ds. Van der Linden, Zondag 10 uur en 5 uur. Woensdagavond 7 uur) ; Ned. Herv. Kerk (Kralingsche Veer, gebouw Da Costastraat, ds. A. van Zon, 's Zondags 10 uur en 5 uur ; Donderdagavond 7 uur) ; Oud-Gereform. (Lokaal Kaatsbaan 6) ; Oud-Geref. Gemeente (Joubertstraat 10, ds. de Groot, van Delft) ; Vrije Gereformeerde Gemeente (Riederlaan 62, de heer Hoffman, van Schiedam) ; Ned. Geref. Gemeente (Dordtsche-straatweg 331, ds. Joh. van Welzen, Zondag 10 en 5 uur; Dinsdagavond 7.30) ; de Nederl. Evangelisatie Vereen. (Putschelaan, prediker de heer H. Booms) ; Hersteld Apostolische Gemeente (Jan v. Loonslaan) ; Rozekruisers Genootschap (Claes de Vrieselaan 51 ; tempeldienst met lezing iederen Zondagmorgen 10.30) ; Soefi Beweging (Scheepmakershaven 27 ; Universeele eeredienst Zondagmorgen 11 uur) ; Rotterdamsche Bijbelschool (Vrijenbansche straat 32, ds. Jac. Scheenloop) ; Pinkster Gemeente (Zaagmolenstraat 117) ; Gemeente God's (Bonaventurastraat 15, de heer P. van der Woude) ; Kerk van Jezus Christus (Gouvernestraat 48), enz. enz.
Als we dat alles eens rustig overzien, dan zeggen we : 't is te veel van 't goede!
Wat een eindelooze rij van „Kerken". Wat een ontelbaar groote schare van „dominees", godsdienstonderwijzers, evangelisten enz.
Natuurlijk voelen we het moeilijke, 't onmogelijke er van, maar we zouden bijna zeggen : het moest verboden worden !
Neem alleen eens die eindelooze rij van Gereformeerde, Vrij Geref., Oud-Geref., Dordtsch-Geref., Nederd. Geref. Kerken en kerkjes met al die dominees, die o ! zoo gaarne ds. voor hun naam zetten, hoewel ze er natuurlijk allerminst recht op hebben!
En dan dat wondere mengelmoes van Ned. Herv. Evangelisaties!), die niet Hervormd zijn en dat geen Evangelisaties zijn ! Waar halen ze al die dominees en voorgangers vandaan ? Wat doet b.v. de heer Van Leeuwen, van Schoonrewoerd, in zulke kringen in Rotterdam (Kralingen) ? 't Is bespottelijk 't Is ergerlijk.
O! dat er eens een gezond kerkelijk leven mocht komen onder ons. Want nu worden de krachten verteerd en de actie wordt gebroken. We zullen van ons zelf moeten leeren afzien, om het groote doel in 't oog te houden, waartoe de Heere Zijn Geest moge uitstorten om ons saam te leiden in alle waarheid naar Zijn Woord.
Want van de positie der Kerk hangt zoo ontzaglijk veel af. En nu is het vaak niet meer dan een belachelijk gedoe ; omdat er geen kennis der Waarheid is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's