De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE”

Een levenstragedie

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
„Ziet eens, dominé, ik heb onder mijn bed, vlak onder mijn hoofdkussen een doos staan, waarin zich al mijn geld bevindt, dat ik eerlijk heb over verdiend. Ik bewaar het daar, niet omdat het mijn afgod is, maar omdat ik het daar het veiligst acht. Als ik er dus niet meer ben, is het daar te vinden. En nu is dit mijn begeerte, dat men mij als ik gestorven ben, een fatsoenlijke begrafenis geeft op mijn eigen kasten en mij begraaft in een eigen graf, en dat het overige geld moet besteed aan de opvoeding van kinderen, die vroeg hunne ouders verloren".
„Maar Gretske" — zei dominé niet zonder verwondering — „ik heb daar natuurlijk niets, tegen, maar weet ge wel dat hetgeen ge daar opnoemt, gewoonlijk niet mee valt ? Een begrafenis, al is zij nóg zoo eenvoudig, kost veel geld. In elk geval kost een begrafenis van de Armvoogdij niets. Die zorgt dan voor een graf, en voor de rouwkoets en de dragers "
Doch verder durfde hij niet gaan, omdat hij wel merkte, dat Gretske in het geheel niet meer luisterde. Daarop vervolgde zij : „Ik ben al jaren lang in een doodvonnis, *) dominé, waarvoor ik elke maand een bedrag stort. Bij mijn overlijden wordt honderd gulden uitgekeerd, waarvoor men toch al heel wat doen kan. Het bewijs hiervan ligt ook in het doosje, en de klokken mogen niet geluid als ik begraven word, maar ik wil liefst van mijn eigen geld in mijn eigen graf".
„En blijft er dan nog wel iets over, Gretske ? " Hier dwaalden haar blikken naar buiten. Het was daar bizonder stil. Ka en Trui waren op hun gewone wekelijksche omwandeling naar 't postkantoor, waar zeker wel een paar uur mee heen ging ; de Scheele was een dag naar de familie, en het manvolk, gelijk wij reeds hoorden, ook bijna geheel afwezig. Toen stond zij op, opende de deur van hare slaapstee, haalde kussens en peluw omhoog, om weldra diep van onder het bed de weggelegde schat op te halen.
„Of dominé maar eens zien wil"— vroeg zij. Maar zoó bedoelde hij het niet. „Zeg het maar, Gretske, ik behoef uw geld niet te zien".
„Ik weet het niet, dominé" — hernam zij heel gewoon. Och, zij had het in de rekenkunst niet zoover gebracht dat zij eenig begrip van de hoeveelheden had. Als het boven de tien gulden ging, was zij er spoedig af. Vandaar, dat zij nooit telde, doch altijd maar weer aanvulde, zoo menigmaal er iets overschoot.
„Dus u wilt dat ik zal zien hoe groot de som is ? "
„Graag, dominé". Toen opende hij heel voorzichtig het deksel, als was hij bevreesd iemand in zijn rust te storen, en zag daar voor zich niets dan papiergeld, van verschillende kleur. Met iets verrassends, bijna, iets ongelooflijks in zijn blik, keek hij haar aan. „Is dat alles eigendom, Gretske ? " — vroeg hij, doch had het volgend oogenblik spijt van dat woord.
„Wat dacht dominé dan ? " — was haar wedervraag, weer met dat eigenaardige in haar oog dat soms denken deed aan een smartelijke pijn van een verborgen wonde. Hoe kon hy ook zoo wreed zijn.
„'k Sta er verbaasd van; daarom ontviel dat woord aan mijn mond, zonder iets verkeerds te denken, Gretske". En toen begon hij te tellen. Eerst soort bij soort, en toen alles samengevat. „Buiten die polis bezit je meer dan veertienhonderd gulden, Gretske".
Maar ook dit woord had op haar geen invloed. Wat was voor haar veertienhonderd gulden ! Zij begreep niet wat die som beteekende en wat er voor verkregen kon worden, 't Kwam ook, omdat haar hart niet in dezen schat lag. Dat was oneindig hooger. Waar de mot niet kan verderven en de dieven niet kunnen doorgraven en stelen.
„En kan daar dan niet mee gedaan worden, wat ik zoo gaarne wilde ? " — vroeg zij teleurgesteld.
„Zéker wel, maar zou je niet liever voor je zelf meer rust en genot willen nemen en b.v. die verre reizen met die zware korven wat inkrimpen om het daardoor wat gemakkelijker te krijgen ? "
„Neen, dominé ; ik heb mijn taak nog niet af, en als ik het al beleven mocht dat het Rijk mij pensioen geeft, dan houd ik nóg meer over".
„Maar waarom wil je dat heele bedrag dan aan arme weeskinderen afstaan, Gretske ? "
Hier veranderde haar blik. „Omdat ik weet wat het betekent vroeg alleen op de wereld te staan en dan geen helper te hebben" — was haar antwoord.
„Doch hoe moet dat geld dan beheerd worden, Gretske ? "
Ja, dat wist Gretske ook niet. Dat waren dingen, waar zij géén verstand van had, maar dat wist dominé wel.
„Als ik dan eens met den dokter en boer Grondsma ging overleggen".
Dat zou een oplossing zijn. Als dominé dat niet te veel moeite was ?
En of zij dan niet beter vond, dat het geld op rente gezet werd. 't Was dan veiliger bewaard, zij had minder zorg en het kapitaal vermeerderde daardoor.
Van dit laatste begreep zij weer niemendal, maar dat andere, minder zorg, dat trok haar. „Of dominé dan wel zoo goed wilde wezen, alles mee te nemen naar huis; 't kwam dan zeker wel goed".
Na een oogenblik hierover te hebben nagedacht, bewilligde hij hierin, echter niet zonder eerst een schuldbekentenis geschreven te hebben, vermeldende het toebetrouwde bedrag en het doel waartoe het gegeven werd. Deze werd in de doos gelegd en toen opgeborgen in de donkere schuilplaats. Toen klaarde het gelaat van Gretske op. 't Was alsof haar een zwaar pak van de schouders werd afgelopen. Nu kon ze rustig zijn.
(Wordt vervolgd).

*) Bedoeld werd een begrafenisfonds, of een verzekering op het leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's