De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

COLIJN EN DE JONGEREN.

6 minuten leestijd

Op den Bondsdag van de Geref. Jongelingsver. te Rotterdam is ook de Minister-President dr. H. Colijn geweest, in gezelschap van zijn vrouw, en heeft natuurlijk ook de groote schare jongeren toegesproken, 't Was een geestelijk woord dat geestig werd neergelegd in het midden van de jonge Calvinistische garde. Geestig klonk het, dat dr. Colijn, toen hij vroeger zelf lid van de Jongelingsvereeniging was en zoo nu en dan wel eens benoemd werd in een commissie om moeilijkheden onder de oogen te zien en vragen te bestudeer en, toen gewoonlijk de problemen gemakkelijker kon oplossen dan hij nu wel eens de moeilijkheden kan wegwerken en de vragen bevredigend kan beantwoorden !
Wat zouden we wenschen dat vele christenen, ook Antirevolutionairen, dieper voelden wat moeilyke tijden we beleven, waarbij het zoo'n groot voorrecht is, dat de Heere ons juist nu de leiding gegeven heeft van een christen-Staatsman als dr. H. Colijn. Want het is een zegen van den hemel, m dien man ons geschonken, die weet wat het is mensch te zijn, maar die ook weten mag in Jezus Christus een God in den hemel te hebben, die zijn Vader wil zijn en voor hem zorgen wil; die weet zondaar te zijn, maar Gods Woord mag kennen als een licht op z'n pad en een lamp voor z'n voet, waarbij de Heilige Geest de ware wijsheid wil leeren aan allen, die er den Heere om bidden.
We kunnen dan ook begrijpen, dat ds. Gispen, van Groningen, in zijn Groningsche brieven het volgende schrijft:
»De tegenwoordigheid van onzen Minister-President zette natuurlijk geen geringe luister aan deze vergadering bij. Met groote ontroering heb ik beluisterd die diep aangrijpende woorden, door onzen Colijn tot die jongelingen gesproken. Dat was echte geloofstaal, die daar kwam uit den mond van dezen grooten Nederlander !
Onwillekeurig ging ik vergelijkingen maken met woorden, die ik ook wel eens door de radio beluisterd had van andere „groote" mannen. Die spraken van wat zij tot stand hadden gebracht, van de wonderen, door hun partij verricht in korten tijd.
Die stapelden de woordjes „ik" en „wij" op tot den hemelhoogen berg. In hun redevoeringen stond hun eigen werk van begin tot eind op den voorgrond. Bij dezen „grooten" man niets van dat alles. Integendeel, eigen onmacht, eigen kleinheid en dat met de ontroerende belijdenis, dat zijn eenige vastheid door hem gezocht en gevonden werd van dag tot dag in het Woord des Heeren !
Van harte hoop ik, dat onze jongens, die dit uit de mond van zulk een man mochten opvangen, dit nooit zullen vergeten ! Wie weet, wat zij nog zullen beleven, eer zij als ze in het leven blijven, den ouderdom van onzen Colijn hebben bereikt. Niemand kan dit nu met zekerheid zeggen en aan voorspellingen zich te wagen is steeds zeer gevaarlijk. Maar nu reeds hebben velen van die jongelingen een strijd te strijden, dien wij in onze jeugd niet gekend hebben. Hun maatschappelijke toekomst is niet alleen donker, maar voor velen hunner is dat het heden nu reeds. Geen werk, geen vooruitzicht op een positie, waarop ze een eigen gezin kunnen vormen. Dat is nu reeds voor niet weinigen de in-droeve werkelijkheid. En over deze verzoeking en beproeving mogen wij, ouderen, niet gering denken. Het is een ontzettend ding voor onze jonge menschen, geen uitzicht en geen doorzicht te hebben wat hun maatschappelijke positie betreft. Misschien al ernstig gemeende trouwbeloften gedaan te hebben en niet in staat te zijn die beloften in afzienbaren tijd te kunnen vervullen. En dan weerstand te moeten bieden aan talloos vele verleidingen en verzoekingen om toch los te laten een overtuiging, die toch geen werk, geen brood, geen uitkomst biedt. En dan de ooren dicht te stoppen voor zoo talloos vele stemmen, die alles beloven en toezeggen, maar in een weg en door middelen, in strijd met de aloude Gereformeerde beginselen !
Wat heeft de jeugd van heden dan meer noodig dan een vastigheid. Een vastigheid, die voor dit leven niet alles belooft van de aarde, maar die de ziel legt aan een anker, dat zelfs in de grootste en zwaarste stormen nooit losschiet of loslaat!
Als een man van zoo rijke ervaring van moeite en strijd, een man van beteekenis in heel het internationaal leven van tegenwoordig, een man, zoo gesmaad en gelasterd niet slechts door tegenstanders van de christelijke beginselen, maar zelfs door sommigen, die zeggen ook Gods Woord lief te hebben, zoo kinderlijk eenvoudig met ontroering in zijn stem voor heel Nederland belijdt geen vastigheid te hebben, dan alleen in het Woord van zijn God, dan kan het toch niet anders of deze woorden moeten onvergetelijk blijven voor jonge menschen, die begeeren te luisteren naar de stem en te wandelen in de wegen des Verbonds.
Temidden van al onze klagensstof mogen we niet nalaten ootmoedig onzen God te danken voor de groote gave, ons en ons' volk geschonken in een man als Colijn, die gebogen onder zorgen, waarvan wij ons nauwelijks een voorstelling kunnen maken, zich veerkrachtig opheft en tot de mannen van straks het ootmoedig zegt, geen vastigheid te hebben, dan het Woord van den levenden God!
Toen ik deze belijdenis beluisterde, ging mijn gebed omhoog, dat God al die jongelingen, voor wie dat woord allereerst bestemd was, genade mocht geven om in deze navolgers te zijn of te worden van den man, die ze zoo eenvoudig uitsprak. Want dan is er toekomst ook voor de jeugd van thans. Dan zullen ze staande blijven, wat die toekomst ook brenge !«

Tranvaal en Abessynië
In het Alg. Weekbl. lezen we onder „Oog en Oor":
„Toen destijds de Engelschen de Boerenrepublieken binnenvielen, geschiedde dat onder het voorwendsel, dat de Boeren slecht voor de Kaffers waren. In naam der beschaving zou de Engelsche regeering daar eens een eind aan gaan maken ! Het was van den aanvang af geen partij : de onuitputtelijke reserves van Groot-Brittannië waren den Boeren ten slotte te machtig.
Nu wacht Abessynië eenzelfde lot als Transvaal. Tevergeefs heeft Eden als vertegenwoordiger van de nazaten der Bullers, Kitcheners, Chamberlains enz. Mussolini van zijn oorlogsplannen trachten af te brengen. Italië zwaait met dezelfde vlaggen als Albion vroeger : Abessynië heeft nog slaven ; Abessynië kent nog geen cultuur ; de Duce zal dat in naam der beschaving eens gaan veranderen. En het einde zal wel zijn, dat de Negus het loodje legt.
We zijn nieuwsgierig, hoe lang die onderhandelingencomedie in Scheveningen nog zal voortduren. Waarschijnlijk tot Italië voldoende troepen in Africa heeft gebracht om zijn slag te kunnen slaan. Ondertusschen probeert Abessynië door het maar weer aanbieden van verontschuldigingen voor z.g.n. incidenten aan den dans te ontsnappen. Het is eigenlijk tragisch. Dertig jaar geleden vroegen de Boeren tevergeefsch om recht. De wereld heeft het altijd wel in de etalage gehad, maar nooit in den winkel. Ook Abessynië zal er tevergeefsch om vragen".
Wat zou het heerlijk zijn indien de oogen der volkeren eens open gingen voor recht en gerechtigheid !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's