KERKELIJKE RONDSCHOUW
Ëen kort gebed na de Predicatie.
Heere, almachtige God, laat Uw heilige Naam om onzer zonden wille niet gelasterd worden ; want wij hebben op menigerlei wijze tegen U gezondigd, doordat wij Uw heilig Woord niet gehoorzaam zijn, zooals het betaamt, en met onwetendheid, ondankbaarheid en murmureeren Uwen toorn dagelijks tegen ons verwekken; waarom Gij ons ook terecht straft. Maar, o Heere, wees gedachtig Uwer groote barmhartigheid en ontferm U onzer. Geef ons kennis en leedwezen onzer zonden en betering onzes levens.
Sterk de Dienaren Uwer Kerk, opdat zij getrouw en standvastig Uw heilig Woord mogen verkondigen ; en de Overheid Uws volks, opdat zij het wereldlijke zwaard met gerechtigheid en billijkheid moge voeren.
Bewaar ons ook tegen alle valschheid en ontrouw, verstoor alle booze en listige raadslagen, die tegen Uw Woord en Kerk bedacht worden. O, Heere, onttrek ons niet Uwen Geest en Uw Woord, maar geef ons vermeerdering des geloofs, en in alle kruis en tegenspoed, lijdzaamheid en volstandigheid.
Kom Uw Kerk te hulp, verlos haar van allen overlast, bespotting en tyrannie.
Sterk ook alle zwakke en bedroefde harten. En zend ons Uwen vrede door Jezus Christus, Onzen Heere, die ons deze zekere belofte gegeven heeft, zeggende: »Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, al wat gij den Vader zult bidden in Mijnen Naam, dat zal Hij u geven«. Amen.
KERK EN WERELD
Daarover zou, vooral in onze dagen van groote verwarring en velerlei afval, wel een en ander te zeggen zijn. Hoe staat het met de Kerk ? Hoe staat het met de wereld ? En wat is de invloed van de Kerk op de wereld ?
Door de Gemeenteraadsverkiezingen zijn cijfers openbaar geworden. En laat het waar zijn, dat 't een tijd van grenzelooze verwarring en schrikkelijke misleiding en schandelijk bedrog is, waarbij de menschen, ook door velerlei gekanker en schandelijke verdachtmaking, heelemaal de kluts kwijt geraakt zijn (zoodat voor ons deze cijfers niet alles zeggen), nochtans spreken de cijfers, die nu openbaar geworden zijn, een duidelijke taal. En het is ontstellend !
We lazen daarover drie artikelen in de Geldersche Post. We laten hier brokstukken volgen.
Als cijfers spreken !
»De jongste Gemeenteraadsverkiezlngen hebben bij vernieuwing doen zien, dat het ten onzent — we bedoelen nu ons christenvolk als geheel — niet alles goud is, wat er blinkt.
De Statenverkiezingen van April j.l. gaven er reeds blijk van, en de stembus voor de Gemeenteraden bevestigde het, dat de invloed van het ongeloof en van, naar de aanduiding der Heilige Schrift, de „wereld", allerminst minderende is. Integendeel. Niet zij, die uit de christelijke belijdenis wenschen te leven, maar zij, die het Christelijk geloof in het politieke leven weerstaan, waren over 't algemeen de winnende partij.
We zouden bijkans de illusie moeten prijs geven dat we nog een Christelijke natie zijn !«
»Waar is de zegevierende gang van Christus' Kerk in de wereld ?
Hij is gestuit.
Niet de Kerk dringt in de wereld — zooals de voorgesvhreven roeping is — maar omgekeerd : de wereld dringt de Kerk binnen.; verovert daar zielen, en zet ze in haar dienst, d.i. ten dienste van het ongeloof.
De politieke verkiezingen zijn in dit opzicht ook bizonder leerrijk.
Zij vormen een belangrijke waardemeter voor de beteekenis en den invloed der Christelijke belijdenis ten aanzien van ons volksleven.
Want er is wisselwerking tusschen geloof en leven.
Ook tusschen het Christelijk geloof en het politieke leven.
Niet het zielen-aantal der kerken is beslissend voor den bloei van het geloofsleven.
Velen staan in de kerkelijke registers ingeschreven, die zich aan Kerk noch godsdienst iets gelegen laten liggen.
Vaak is er nog een handhaven van den uiterlijken hand — uit gewoonte of fatsoen — terwijl de innerlijke betrekking ontbreekt.
De politieke stembus wijst zulk wel uit.
Menigeen, die niet publiekelijk zou willen poseeren als een vriend des ongeloofs, grijpt het heimelijke van het stemhokje aan om uiting te geven aan de diepste roerselen zijner ziel !
Dan kiest men vóór de wereld en tegen den Christus.
Vóór de ondermijning en tegen de handhavers der Christelijke grondslagen van ons volksleven. Vóór de Revolutie en tegen het Evangelie !«
Kerkloosheid en het veldwinnend ongeloof van dezen tijd.
»Zou er geen verband bestaan tusschen de toenemende kerkloosheid en het veldwinnend ongeloof van dezen tijd ?
Dat de groote steden zoo'n veelszins droef beeld opleveren van revolutionaire gezindheid — waarover we hieronder in een driestar nader gewagen gaat dat buiten de ontkerkelijking van ons volk om ?
De jongste volkstelling geeft omtrent den religie-afval onder ons volk sombere cijfers. Zij harmonieeren alleszins met den uitslag der politieke verkiezingen.
Of is de politieke opgang des ongeloofs in een stad als Amsterdam zoo wonderlijk, als de statistiek meldt, dat 35% der inwoners met alle kerkelijke gezindten heeft gebroken ?
Maar erger en ergerlijker is toch dit, dat het ongeloof in de kerken zijn slachtoffers velt; en dat vanuit de kerkelijke gemeenschappen een contingent van mannen vrouwen geleverd wordt, die met de vijanden van den Christus heulen.
Want als, om weer de hoofdstad des lands tot voorbeeld te nemen, anti-revolutionairen en chr. historischen tezamen 45880 van de 359907 stemmen verkrijgen, d.i. 12, 4% van het kiezerstal, en de statistiek meldt, dat de protestantsdh christelijke kerken (Hervormde, Geref., Chr. Geref., Luthersche. Doopsgezinde) tezamen bogen op een zielental dat 31, 2% der stedelijke bevolking uitmaakt, —dan is het toch voor een ieder klaar en duidelijk, dat méér dan de helft dergenen, die als „lidmaten" te boek staan, door den wissel heen zijn gegaan en op het spoor des ongeloofs terecht kwamen.
Hoe anders zou het ook mogelijk zijn, dat de sooiaal democraten, communisten en revolutionair socialisten gezamenlijk 50% of de helft van het aantal stemmen verkregen ?
En hoe anders zouden de anti-revolutionaire en christelijk historische lijsten slechts:12, 4% van het stemmental bereiken ?
Alleen tot de Hervormde Kerk rekent zich reeds 21, 2% der Amsterdamsche bevolking !
Wat de hoofdstad des lands te zien geeft, merkt men ook in andere plaatsen, en geldt zelfs voor het geheele land, zij 't niet overal in dezelfde mate.
Er is toenemende ontkerstening van ons volk. Het terrein der Kerk krimpt in, dat der wereld verbreedt zich.
Afval en verval dreigt allerwegen. Er is toenemende wereldgelijkvormigheid. En we zijn veelszins den profeet Jona gelijk, die in het achterschip slapende was, terwijl de storm rondom hem losbrak !
„De bazuin aan uw mond, volk van God !" zouden we zullen uitroepen. Waakt, bidt en werkt!«
Voortgaand proces.
Van Groen van Prinsterer is de bekende uitspraak : »een liberaal is een radicaal, die in zijn ontwikkeling gestuit werd« — waarmede Groen bedoelde te zeggen, dat het radicalisme de consequentie is van het liberalisme. Ze hebben beide het revolutionaire beginsel gemeen. Dit beginsel moge al in gematigder of scherper vorm worden ingekleed, het eischt onverbiddelijk zijn consequenties en vroeg of laat glijdt men al verder af, tot het eindstation is bereikt.
Aan revolutionaire zijde is de toekomst aan hen die het meest radicaal zijn en hun beginsel ten volle willen uitleven.
Zoo is er een voortgaand proces der verrevolutioneerlng.
Het liberalisme was de wegbereider van het socialisme, en dit voert met niet te stuiten gang naar het communisme.
Natuurlijk zal de sociaal-democraat dit niet aanstonds toegeven.
Wie ondergraaft gaarne zijn eigen grondslag ? Welke partij erkent gul, dat zij ijverig bezig is den weg te banen voor een nieuwe partij, welke te haren koste bestaan zal ?
En toch is het met de s.d.a.p. niet anders. Zij is de wegbereidster voor het communisme. Haars ondanks — maar het feit ligt er toe ! In dit opzicht geeft Amsterdam, de meest „roode" stad van ons land, een leerzaam beeld te aanschouwen.
De hoofdstad des lands moge — twijfelachtige eer ! — boven alle andere steden 't verst gevorderd zijn op het revolutionaire pad, voor de s.d.a.p. is er daarbij weinig stof tot juichen, al moge zij dan 17 zetels in den Raad hebben verworven.
Want in absoluten zin gaat de s.d.a.p. in Amsterdam niet vooruit.
Bij de jongste Gemeenteraadsverkiezingen verkreeg de s.d.a.p. 119.660 van de 359.178 geldige stemmen, of 33, 3%.
Vóór vier jaren echter, in 1931, 124.286 van de 343.732 stemmen, of 36, 16% !
In 1931 verwierf de s.d.a.p. bij de Provinciale Statenverkiezing 128.938 stemmen op haar lijst, en in 1929 bij de Tweede Kamer-stembus zelfs 134.323 van de 340.047 geldige stemmen.
Bij 1929 — dus zes jaren geleden ! — vergeleken, verkreeg de s.d.a.p. dus thans 15000 stemmen minder, terwijl het totaal der stemmen 19.000 méér bedraagt.
De communisten echter kwamen van 26.535 stemmen in 1931, of 7.72 pet., op 48.938 stemmen of 13.6 pet.
Het lijdt geen twijfel, óf de groote aanwas der communisten geschiedde ten koste van de s.d.a.p., en zulks nog wel in de stad, waar het hart klopt der sociaal-democratische actie; het centrum van Partij-pers en Partij-bestuur ; Wibaut, De Miranda en Ed. Polak als wethouders hun gemeentelijke triumfen hebben gevierd !
't Zeg't ongetwijfeld wel iets, dat juist in het roode bolwerk de s.d.a.p. procentsgewijs achteruit gaat, terwijl de uiterste linkervleugel der revolutionairen zijn aanhang ziet groeien.
Op z'n minst blijkt eruit, dat er een voortwoekerend proces is in de revolutionaire mentaliteit.
Socialisme, revolutionair-socialisme, communisme, — 't zijn drie schalmen van één keten, of wilt ge nuances van rood.
Wat Amsterdam te zien geeft is een toekomstbeeld.
Zóó zal' 't elders ook gaan, allereerst in de groote steden.
Het communisme kan gerust zijn !
De sociaal-democratie zal wel den weg plaveien, waarlangs 't gaan kan.
Vooral als de soc. democratie „verantwoordelijkheid" op zich neemt in het bestuur van stad of land !
Dan vooral wordt 't voor den communist „een lust om te leven !"
De drie grootste steden.
Hebben wij ons voldoende gerealiseerd, hoe de mentaliteit is van de bevolking onzer drie grootste steden ?
Daar hebt ge Amsterdam. In 1931 verwierven bij de raadsverkiezingen de anti-rev., christ.-hist., en roomsch-katholieke partijen te zamen : 100.779 stemmen van de ruim 343.000, d.i. 29.3 pot.
Thans : , 101.339 van de ruim 359.000 stemmen; of 28.1 ïXït.
Daarentegen kwamen de soc. democraten, communisten en revolutionair-socialisten van 159.965 op 179.914 stemmen ; d.i. van 46.5 op 50 pet.
Deze revolutionaire groepen gingen dus 20.000 stemmen vooruit, terwijl het aantal der uitgebrachte geldige stemmen slechts 16.000 meer bedroeg dan in 1931. Hieruit blijkt duidelijk, dat uit het niet-roode kamp minstens 4000 stemmen naar de revolutionaire partijen zijn overgegaan.
Men kan gerust zeggen, dat in de hoofdstad des lands 69 pet. der bevolking uit de niet-Christelijke beginselen leeft, oftewel 2/3 deel.
Neem nu Rotterdam.
Daar is 't al niet veel beter. Vóór vier jaren behaalden de anti-rev., christ.hist. en roomsch-katholieke partijen gezamenlijk 92.556 van de 242.964 stemmen, of 38 pet.
Thans : 85735 van de 257.705 stemmen, of 33.2 pet.
Bij een aanwas van 15000 stemmen, gingen de drie genoemde Christelijke partijen derhalve 7000 stemmen achteruit!
De sociaal-democraten, communisten en revolutionair-socialisten stegen van 98.114 stemmen, of 40 pet., tot 118.037 stemmen, of bijna 46 pet. van het kiezerstal. Voor Rotterdam bedraagt het totaal der genen, die de Christelijke belijdenis niet erkennen op het politieke terrein : 63 pet. of bijna 2/3 gedeelte der .bevolking.
En nu de residentie-stad : Den Haag.
Daar bedroeg het getal der a.r., c.h. en r.k. stemmen in totaal, vóór vier jaren, 76.950 of 39.1 pet.
Thans, bij een aanwas van 22.000 kiezers 750 stemmen méér, of 77750, d.i. 35, 5%.
De sociaal-democraten, communisten en revolutionair-socialisten kwamen echter van 66.543, of 33, 8% op 81.687 stemmen, of 37, 3%.
Het totaal der niet-Christelijke belijders op politiek terrein bedraagt in de residentiestad ongeveer 62%, dat is dus ook al niet veel minder dan het 2/3 deel.
Al-met-al ziet men dus, hoe onze grootste steden al meer het ongeloof en den revolutiegeest ten prooi vallen.
Amsterdam gaat hierbij aan de spits, doch Rotterdam en Den Haag volgen op den voet.
Voor twee-derde gedeelte ontkerstend !
In een Christelijk land !
En met de overige provinciale hoofdsteden is 't meerendeels al weinig beter gesteld. 't Is in-droef.
En dan te bedenken, dat er onder de belijders van 's Heeren Naam en Zaak nog niet een „Te wapen !" weerklinkt!«
BESTUURSVERKIEZINGEN
De Classicale Vergaderingen munten niet uit door belangrijkheid. Neen, we willen niet onderschatten het stukje kerkelijk leven, dat we daarin nog hebben, meer er zijn zooveel bezwaren, die deze vergadering drukken, dat we toch moeten doen wat mogelijk is om hierin verbetering te brengen. Waarom dat voorlezen van lange, gerekte notulen ? Kunnen die niet als „Kort verslag" (met nadruk op kort) rondgezonden worden ? Of in een Kerkbode afgedrukt en dan aan al de leden volgens de presentielijst toegestuurd worden ?
En dan de onpractische, langgerekte, tijdroovende manier van stemmen ! Ook hier moet iets gezocht en gevonden worden, dat verbetering kan brengen.
Zoo'n enkele keer is natuurlijk een bestuursverkiezing „spannend". Als 't scherp gaat tusschen vrijzinnig en rechtzinnig. Dan is er aandacht !
Zoo was het dat jaar in de Classls Franeker. Daar zijn alle candidaten van rechts verkozen met een meerderheid van ongeveer zeven stemmen. De feitelijke meerderheid bestond slechts uit twee van rechts. Maar door afwezigheid van enkelen werd het zeven. Links kon het ditmaal toch niet halen en dus waren sommigen maar niet gekomen, 't Was „hooibouw".
Het Classicaal Bestuur, nu nog in meerderheid links, zal straks per 1 Januari 1936 in een rechtsche meerderheid overgaan. In het Provinciaal Kerkbestuur van Friesland zitten 5 vrijzinnige leden : 3 predikanten en 2 ouderlingen. Daarnaast 2 rechtzinnigen : 2 predikanten. Dat zal 1 Jan. 1936 nog niet „om." gaan. Er zullen dan komen : 3 rechtzinnigen, n.l. 3 predikanten, en 4 vrijzinnigen, en wel 2 predikanten en 2 ouderlingen. De president zal dan vrijzinnig wezen, maar de vice-president — omdat het alleen een predikant mag zijn — zal dan noodzakelijkerwijs rechtzinnig zijn.
Een rechtsche meerderheid in het Provinciaal Kerkbestuur van Friesland kan pas in 1938 optreden.
Het Hervormd 'Zondagsblad van Friesland geeft daar deze verklaring van:
»Dat zit zoo : in 1937 moeten weer de beide ouderlingen 'in het Provinciaal Kerkbestuur gekozen worden. Die verkiezing is bij toerbeurt aan de Classicale Vergaderingen in de respectieve Classes, volgens rooster. De twee thans zitting hebbende ouderlingen zijn verkozen in 1934 door of in de Classis Heerenveen en Leeuwarden, beide vrijzinnig. In 1937 zal de verkiezing van die ouderling-leden van het Provinciaal Kerkbestuur zijn aan de Class. Vergaderingen in de Classes Sneek en Franeker.
Sneek, ais vaste rechtsche Classis, zal dus in 1937 de minderheid van de drie rechtschen brengen tot een meerderheid van.vier.
Blijft Franeker tot en met 1937 in meerderheid rechts., dan zal bij de verkiezing in 1937 de meerderheid zelfs stijgen tot vijf van rechts.
In 1938 — gesteld zelfs, dat Franeker dan weer links gestemd heeft — zullen alle benoemingen in het Provinciaal Kerkbestuur van Friesland in rechtschen geest uitvallen. Vier van rechts zullen dan staan tegenover drie van links en dus in de meerderheid. En waar, bij dergelijke verhoudingen, het gewoonte is dat men met alle vrijmoedigheid op zichzelf stemt van beide kanten, kan dus eerst in 1938 van benoemingen in rechtschen geest sprake zijn. Terwijl in de November-vergadering de verkiezing van president en vice-president plaats vindt, bestaat dus de groote waarschijnlijkheid dat de vrijzinnige meerderheid in November 1937 die functies zooveel mogelijk door vrijzinnigen zal doen bezetten, wat hierop zal neerkomen, dat het Provinciaal Kerkbestuur in 1938 voor het eerst rechts, door vier of vijf leden van rechts, een geheel vrijzinnig moderamen zal hebben. De secretaris toch, die voor den tijd van drie jaren verkozen wordt, aal zijn huidig mandaat vóór 1938 wel vernieuwd zien«.
Over een paar jaar kan Friesland dus weer D.V. rechtsche leden naar de Synode zenden !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's