De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

6 minuten leestijd

Vóór enkele dagen was ik in een bevrienden kring, waar de opmerking gemaakt werd omtrent de verschillende bijdragen, welke inkwamen voor onze Gereformeerde corporaties : „Wat wordt hier toch kolossaal geofferd". „Welk een liefde voor de zaak blijkt hier aanwezig".
Wij konden daarop geen ander antwoord geven dan dit: „Gij hebt gelijk", 't Is wel opmerkelijk, dat waar allerwegen niet dan klaagtonen worden geuit, 'hier een tegenovergestelde klank gehoord mag worden.
Daar wordt door onze menschen reusachtig meegeleefd. Wie hiervoor de oogen sluit, doet kwaad tegenover God en menschen.
Natuurlijk is ook hier de mogelijkheid niet uitgesloten, dat de opmerking wordt gemaakt, dat nog grooter terreinen braak liggen, dat er nog veel en veel meer kon worden gedaan, dat bij een betere organisatie nog meer tot stand kon worden gebracht; doch niettemin, voor wat verkregen werd en wordt, mag het oog niet worden gesloten. Het wordt zoo langzamerhand gewoonte om altijd maar te klagen en te bedillen, om iedereen in gebreke te stellen, doch billijk is zulks niet. Wij vreezen vaak, dat Godes gunst, welke nog 200 rijkelijk zich openbaart op velerlei wijze, zich wel eens zou kunnen afkeeren. Wat wij zien en opmerken in alle landen, n.l. een wegglijden, hoe langer hoe meer, in het moeras van godvergetenheid, zou zich ook hier kunnen openbaren in nog vreeselijker vorm. Zijn hier nog geen breede kringen en nog diepere lagen, waar een klankbodem wordt gevonden van ontvankelijkheid en eerbied voor Gods Woord. Hoe menig gebed klimt op in stilte en in de saamkomende gemeenten om de komst van Zijn Koninkrijk.
Voor de prediking des Woords worden nog schatten tezaam gebracht èn voor eigen omgeving en voor de landen van verre. Waarlijk, wanneer er geklaagd mag worden, zoo zij het in den zin van wat het Woord zegt: „Wat klaagt dan een levend mensch ? Een iegelijk klage vanwege zijne zonden". Wanneer in eigen boezem de hand verzinkt, zoo blijft de betuiging niet achterwege : Heere, wat zijt Gij nog goed, door ons zooveel te laten en nog zooveel te geven. Dan worden biddende handen opgeheven en het hart buigt zich voor God hl den hemel, Die nog altijd mildelijk geeft en niet verwijt.
In dezen toon geven wij thans ons: overzicht. 1. Van de fam. v. O. te Utrecht ontving ik voor het Studiefonds ƒ 0.50
2. Van N.N., uit de collectezak van de Nicolai-kerk alhier, naast een gift voor onze wijk, als bijdrage voor de Paaschollecte...........5.—
3. Van de fam. D. de inhoud van 't busje. Deze bedroeg niet minder dan ruim drie rijksdaalders, nl..... 7.72
4. Van een, die onbekend wenscht te blijven, krijg ik van tijd tot tijd onderscheidene bijdragen. Zoo ook nu weer naast een gift voor den Medischen Dienst op Midden-Celebes, 10 gd. voor het Studiefonds........... 10.—
Wij zeggen voor elk dezer giften allerhartelijkst dank. 't Valt me eiken keer weer op, hoe uit eigen gemeente haast geen enkele week voorbij gaat, waarin niet voor onze fondsen giften binnenkomen. De waardeering, welke hieruit blijkt voor onzen arbeid, is geen kleine bemoediging om hieraan onze krachten te blijven geven. intusschen zijn we voor dit alles hoogst erkentelijk.
5. Door ds. Wolthers te Putten ontving ik voor den Gereformeerden Bond...5.—
Hij zal namens ons den gever hiervoor onzen dank wel willen overbrengen.
6. Onze vriend Schilperoort, van Dinteloord, heeft met zijn busje weer een kleine inzameling gehouden. Hij was ditmaal zoo gelukkig weer een tweetal rijksdaalders te kunnen afdragen................. 5.—
Wij verblijden ons in zijn succes en spreken den wensch uit, dat hij nog vaak in staat worde gesteld onzen arbeid op deze manier te steunen.
7. Aan enkele leden van de Afd. Alphen werden vóór eenigen tijd op hun aanvrage busjes gezonden. De eerste bijdragen kwamen nu binnen. 't Viel hun niet mee ; mij daarentegen niet tegen. De opbrengst was nog bijna zeven gulden............... 6.94
Bedacht moet worden, dat wat momentelijk nog klein is, groot kan worden. Het groote is altijd klein geweest.
Wij zijn intusschen dankbaar voor wat wij ons zagen toegezonden.
8. Vanuit Vreeswijk werd mij toegezonden de contributie tot een bedrag van.............. 13.25
Het begeleidend schrijven beantwoord ik hierbij. Met het voorstel van den Penningmeester ga ik accoord. Over eenigen tijd — niet te spoedig — zal ik hem de noodige bescheiden wel doen geworden.
Dat komt dus wel in orde.
9. Ds. Fokkema, van Amstelveen, behoort tot onze geregelde inzamelaars. Wij zijn daarvoor zeer erkentelijk. Toch kan de op­merking niet worden nagelaten, dat wie dit werk ter hand neemt, de gelegenheid moet worden gegeven iets in te zamelen. Zegt het voor ons niet weinig, aan wie de leiding in een gemeente is toevertrouwd, de gemeente zelve geeft toch de doorslag. Is er geen meeleven, geen levend contact, zoo doet de enkeling niet veel.
AIzoo zijn wij beiden, èn voorganger èn gemeente ten zeerste verplicht voor hun royale en gedurige steun. Was de Paaschollecte van dien aard, dat de vraag werd gesteld, hoe in tijden als de onze zulke geweldige bijdragen werden geofferd, ook nu bedroeg de inzameling weer bijna 25 gld., namelijk............. 23.25
Ik hoop de oude zilverbon nog te kunnen verzilveren. Lukt het niet, zoo vraag ik een andere.Wellicht is er dan nog wel een onder de vrienden, die dit voor zijn rekening neemt.
10. Van onzen vriend en collega ds. Van Amstel te Voorthuizen gewerd mij de contributie van.. 7.50
Ik wou, dat meerderen zich aan zulk een voorbeeld spiegelden.
'k Dank hem zeer hartelijk.
11. Een onzer oud-alumni heeft mij dezer dagen oprecht verblijd, door mij toe te zenden - 100.— als blijk van erkentelijkheid voor de hulp, hem indertijd geschonken.
Hierdoor wordt ons werk niet weinig ver licht. Niet alleen de geldelijke bijdrage heeft hierin beteekenis, doch nog zwaarder weegt de zedelijke steun.
Ons Standpunt is in dezen nog : altijd ongewijzigd, n.l. „Wie zelf gesteund werd, zal gaarne anderen hulpe bieden".
12. Ten slotte kwam door ds. Van den Berg te Amersfoort van de uitgevers van de Preekenserie „Genade voor Genade" bij ons in voor onze fondsen.................... 20.—
Ook deze steun heeft ons dankbaar gestemd.
Wij komen alzo tot een eindbedrag van
f 304.165

In vertrouwen dat Hij, Die ons tot nu zoo getrouw terzijde stond, ons niet zal verlaten, besluiten wij ons overzicht voor dezen keer.
Blijft ons in uwe gebeden gedenken. Dat Zijn Koninkrijk zich meer en meer in ons openbare en naar buiten trede in ons werk. Hem ten prijze!

Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's