STAMELKLANKEN
Ik stamel — -God, vergeef die zonde ! — De kinderen der wereld staam'len niet. Ik stamel, met gebroken klanken — De wereld zingt, bij klankenspel, haar lied.
Schoon rijker stof dan die der wereld Tot spreken noopt met voller klank, Heb ik gestameld en gezwegen. Is dat, 'O God !, is dat mijn dank ? !
En knielend stijgt uit 't schreiend harte. Een zucht, een beê den hoogen hemel toe. Geef Heere, naast gena ook krachten, Opdat ik alles U ter eere doe.
Dan uit mijn mond verzamelklanken Tot samenroeping onder Gods banier. En wijzend op het Kruis van Christus, Jubelt mijn stem : De Levensbron welt hier !
Uit deze Bron ontspatten schoone paarlen, Zooals geen diadeem ooit droeg. Een parelregen van genade-schatten Daaraan heeft onze ziel genoeg.
Ach, had ik duizend, duizend tongen Die vaardig waren tot Uw eer. En toch, ook dan nog bleef het staam'len. Want wie beschrijft Uw gunst, o Heer ?
Den Haag, Juli 1935.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's