De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE REFORMATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE REFORMATIE

IN DE CLASSIS NEDER-VELUWE VAN 1592 — 1620

6 minuten leestijd

IN DE CLASSIS NEDER-VELUWE VAN 1592 - 1620
14. Elspeet.
De kerk van Elspeet was gewijd aan den H. Antonius en de dienst werd in 1592 waargenomen door een ouden pastoor, wiens naam wij nergens vermeld vonden, die weigerachtig was om 4 Juli te Harderwijk te verschijnen ten einde geëxamineerd te worden. Ook ontbreekt hij op de September-vergadering te Nijbroek, en daarover aangeschreven, verklaarde hij aan de broeders die 14 November 1592 te Oldebroek vergaderd waren, „te willen blijven bij sijne leer, die hij nu inde 37 jaer heefft, ende wil liever sijne pastorie verlaten dan van der leer affstaen, mits conditie nochtans, dat hem hondert daler restitueert werden, waer vor hij deselve secht gecoft te hebben". Er lagen alzoo te Elspeet betrekkelijk weinig moeilijkheden, daar de pastoor per slot van rekening liever vertrok, gelijk die te Heerde, dan lijdelijk verzet pleegde, gelijk die te Vaassen, of zich openlijk verstoutte, gelijk die van Putten en Scherpenzeel.
De zaak , bleef voorloopig sleepende, totdat die Synode van Arnhem in September 1593 hem op gezag van het Hof van Gelderland afzette, en bepaalde dat T. Milius, predikant te Nunspeet, ook den dienst te Elspeet zou waarnemen.
Hoewel hij nu eigenlijk afgezet was, zoo woonde hij toch in 1594 nog te Elspeet in de pastorie, en drong de Classis in hare April-en Septembervergadering bij de Baden van Veluwe op zijne verwijdering aan, daar hij onder de „schadellckste" pastoors werd gerekend.
Zijn verwijdering blijkt dan in 1594 een feit geworden te zijn.
In 1595 ontmoeten wij voor het eerst de eerste predikant van Elspeet op de Classicale vergadering te Hattem, te weten ds. Johannes Antonii, uit armoede overgekomen van Nijbroek. Hem werd opgedragen zijn stukken van bevestiging van zijn vorige standplaats te toonen van de Classis Over-Veluwe, alsmede acte van ontslag en bewijs van goed zedelijk gedrag, alles maar uitwijzen van de bepalingen der Synode van 's-Gravenhage 1586, bij gebreke waarvan zijne bevestiging niet kon geschieden. In 1596 toont hij de stukken, doch de Schout van Bameveld moet nu weer aangeschreven worden om een bepaalden Zondag te Elspeet te verschijnen om de bevestiging bij te wonen en daarvoar zijne toestemming te geven. Intusschen moest és. Joh. Antonii ook nog ergens in de naastbij gelegen plaats het H. Avondmaal gaan gebruiken.
In Augustus 1596 is hij nog niet bevestigd, daar de Schout taal noch teeken van zich liet hooren, hoewel tweemaal door de Classis en eenmaal door de kerk van Nijkerk de deputaat aangeschreven. Nu werd de Raadsheer Voeth gevraagd om den Schout van Barneveld tot de orde te roepen, en aan een predikant van Harderwijk werd de eventueele bevestiging opgedragen. Of het ooit zoover gekomen is, meldt de geschiedenis niet, maar wel dat de koster-schoolmeester, die niet lezen of schrijven kon, diende afgezet, en dat de predikant vergoeding moest hebben van zijn reiskosten naar de kerkelijke vergaderingen. In 1597 is ds. Joh. Antonii naar elders vertrokken.
Het volgend jaar zien wij de merkwaardigheid, dat een schoolmeester van Barneveld tot predikant van Elspeet wordt bevorderd. De acta luidt als volgt:
„Nadien dat Johannes Hesselius, Schoolmeester tot Barnefeldt versucht wlrdt von die kerspelsleuden tot Elspeedt tot den kyrckendlenst aldar, ende dien einde tot Harderwijck alss fur den gedeputirden dess. Classis hem hefft gepresentirt om een propositie (proefpreek) te doen, ende hem aan het examien te onderwerpen, achterfolgende het schrieven vont E. Hoff, is nu hier fur die bruderen geeomen, glijck hem tu Harderwijck opgeleit wierde; hefft oiok een propositie gethan ex Matth. 11 v 28, dwelck den bruderen nit quaJlck hefft behagt".
En hoewel hij bereid was zich aan het examen te onderwerpen, heeft de Classis dat alsnog uitgesteld tot 8 Mei, om alsdan door de kerk van Harderwijk geëxamineerd te worden. Indien hij alsdan slaagde, zou ds. Wirtzfeldius hem bevestigen. In 1599 had J Hesselius de benoodigde stukken van het Hof en den Schout verkregen, waarbij hem de pastorie was gegeven, waarna ds de Bruin, van Voorthuizen, hem bevestigde. Dit verliep dus wat vlotter dan met zijn voorganger.
In 1600 gevraagd naar den staat der kerk, gaf hij te kennen, dat het volk tamelijk wel ter kerke kwam, maar dat sommigen daarin zeer verhinderd werden, doordat vele lieden uit Kierden, bij Harderwijk, des Zondags naar Elspeet kwamen om hout te halen.
Voorts werden pogingen in het werk gesteld om de pastorie te repareeren, onkosten vergoed te krijgen, en dat de kerkmeesters zorg wilden dragen om „naar older gewoente de iseren koe" te bestellen. Wat zal dit voor een nuttig huishoudelijk voorwerp geweest zijn ?
De klachten over de pastorie hielden aan, en de kerkmeesters wilden maar geen rekening doen Zoo gingen de jaren voorbij, doch de predikant was niet zoo voortvarend als die van Ermelo, die ergens in het bosch ging wonen, daar zijn huis niet gerepareerd werd.
In 1609 liepen er allerlei geruchten over het schandelijk leven van den predikant, en de Classicale deputaten gingen zich vergewissen van de waarheid. Ze stonden dan ook „niet weinig perplex". De Classis besloot hem zijn fouten voor oogen te stellen. Ds. Hesselius bekende onder tranen zijne zonden, vroeg vergeving, waarna die deputaten hem ernstig vermaanden zich voor dronkenschap en dergelijike buitensporigheden te hoeden. De Classis zou acht geven op zijn leven, en zoo hij wederom, en dan tegen zijn belofte-van beterschap in, in dit kwaad verviel, zou hij geschorst worden met verlies van tractement.
Zijn levenswandel blijkt voorts tot zijn dood in 1613 onberispelijk geweest te zijn. De Classis benoemde een Commissie van drie leden om voor de weduwe een jaarlijksch onderhoud te verkrijgen, waartoe Schout en Jonkers van het Ambt Barneveld hunne medewerking toezegden.
In de Classicale April-vergadering kwam een brief van Schout, Ambtsjonkers en kerspelslieden van Elspeet, waarbij zij te kennen gaven, dat nu de plaats vacant was, zij dis. Georgius Emesti tot predikant begeerden. Ook de kerkmeester Gerrit Jansen Mou was in deze vergadering met dat doel van aanbeveling verschenen. De Classis droeg nu hare deputaten op om een beroepsbrief op te maken voor die van Elspeet, en ds. G. Emesti ten spoedigste te examineerden. „Daer en tusschen sal Georgius de keroke aldaer met sijn gaven mogen dienen, sonder nochtans bem des doops t' onderwinden".
In 1614 lezen wij dat hij door de deputaten der Classis is geëxamineerd, en na verkregen approbatie van het Hof bevestigd is geworden. De Classis nam hem nu als lid aan, mits hij de Nederlandsche Confessie, de Catechismus en de Unie van Barneveld van 1612 onderteekende, hetgeen hij gedaan heeft.
(Wordt vervolgd).

Vaassen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE REFORMATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's