GRETSKE „DE FREULE”
Een levenstragedie
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
„Maar wat wilde u dan ? "
„Ik wilde dat er onder al degenen die voor geloovige menschen willen doorgaan, in alles éénheid was en dat de Bijbel duidelijk aanwees hoe het moest. Nu heeft elke ketter zijn letter, en juist onder die godsdienstige menschen heeft men vaak de grootste haat en verdeeldheid. U weet dit natuurlijk zelf ook wel uit ondervinding".
„Daar is ongetwijfeld veel van waar, maar ai weer kom ik u vragen of u nu wel bUlijk in uw oordeel zijt. Neem b.v. de geneeskunde, 'k Zou haast geneigd zijn óp te merken : Waar heerscht grooter verwarring dan hier. Zelden spreken twee doktoren gelijk bij het vaststellen der diagnose, en een patiënt die geen bepaalde huisdokter heeft, wordt in de medicijnen gewaar hoe verschillend de inzichten der geleerden kunnen zijn. We zullen het nu maar niet hebben over de allopathie en de homoeopathic ; over de urinisten en de magnetiseurs; over de somnambulen en allerlei kwakzalvers die de goê-gemeente het geld uit de zakken weten te halen voor allerlei waardelooze, misschien ook wel eens schadelijke middelen, maar alles wat ik daar noem, — en er zou nog heel wat aan toe te voegen zijn — bewijst hoe verschillend de inzichten kunnen zijn bij de behandeling der lichamelijke krankheden. Toch zal niemand zoo dwaas zijn hieruit de conclusie te trekken dat de geneeskunde niets waard is, of geen recht van bestaan heeft, of dat het wel buiten deze kan gaan. Integendeel, eik die ziek is gaat gewoonlijk zoeken naar middelen ter genezing."
„U wilt zeggen dat het bij ons ook alles geen rozengeur en maneschijn is" - lachte de dokter.
„Afgezien van de personen, bedoel ik dat ook op dit terrein veel verschil van inzicht is en de wetenschap zich zelf telkens tegen spreekt. Toch werp ik haar niet over boord, maar acht haar hoog, omdat ongetwijfeld door haar veel goeds tot stand komt. Doch waar nu, ten opzichte van hetgeen betrekkelijk onder het bereik van ons waarnemingsvermogen ligt, zooveel verschil van inzicht kan zijn, hoe kan u als man der wetenschap dan verwachten, dat over de Goddelijke dingen, welke vér boven ons begrip uitgaan, in alles eenstemmigheid heerscht ? Het is voor mij altijd een sterk bewijs voor den Goddelijken oorsprong der H. Schrift geweest, dat hare verheven taal zulke perspectieven geeft, dat hier voor den grootsten geleerde stof tot nadenken overblijft."
„Maar dat sticht toch verwarring ? Zie alleen maar naar die verschillende kerktorens, om nu maar niet van de kleinere sekten en onder-onsjes te spreken."
„Zou u het dan méér Goddelijk vinden, wanneer het Woord Zijner openbaring gelijk was aan een wetboek waarbij men slechts artikel zooveel had op te slaan, om te weten hoe het was of móést ? En zou u denken dat dan daardoor aan een hongerende menschenziel het leven en de vrede kon worden medegedeeld ? Trouwens ook dan zou nog hetzelfde bezwaar bestaan blijven. Lees maar eens hoe verschillend de juristen over de interpretatie der menschelijke wetten en voorschriften oordeelen, — laat staan wat er van de H. Schrift gemaakt zou worden wanneer haar heelen inhoud anders niet was dan gebod op gebod en regel op regel."
„Dat geef ik u volkomen toe. Toch zou ik zoo graag algeheele zekerheid hebben over hetgeen mij nu nog zoo vaag of onmogelijk toeschijnt. Soms denk ik : 't Is alles verbeelding dat er buiten de stof nog iets bestaat, en dan zijn er ook weer oogenblikken in mijn leven waarin ik gevoel dat er nog een hooger leven is, en het met den dood niet uit kan zijn."
„Wie Hem need'rig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leeren, " — sprak de predikant, en verder : „bestudeert u den Bijbel, dokter ? "
Deze vraag kwam den geleerde onverwacht over. „Eerlijk gezegd, neen, " — was na eenigen tijd het aarzelend antwoord, „Ik lees wel eens in den Bijbel, en ik vind er heele mooie gedeelten in, maar bepaald studie van dat Boek maken, doe ik niet. Dat ligt ook meer op den weg der theologen."
„Maar al weer moet ik vragen of dan uw oordeel billijk is, waar u gaat spreken over dingen, die u niet kent, omdat u zich niet de moeite doet deze te gaan onderzoeken, 't Is de fout van alle tijden en van zeer velen, die — u moet mij niet kwalijk nemen dat ik het zeg — zich een recht aanmatigen te oordeelen over wat zij niet weten. Ik denk hier aan het woord, van Jezus tot de Joden : „Onderzoekt de Schriften, want gij meent in dezelve het eeuwig leven te vinden, en die zijn het, die van Mij getuigen." En aan het O. Testamentisch woord : „Mijn volk gaat verloren omdat het geen kennis heeft."
„Maar dat is toch elk op zijn terrein, dominé. Ik in de geneeskunde en in de geneeskundige tijdschriften, en in alles wat met ons ambt in betrekking staat, en u in de theologie en in den Bijbel."
„U zou gelijk hebben als de Bijbel slechts een studieboek voor dominé's was, waarin geleerd kon worden hoe men het tot het predikambt kan brengen. Doch zoo is het niet. Ik geloof dat wij hier de Godsopenbaring aan alle menschen hebben, opdat zij daaruit Hem zouden leeren kennen en den weg vinden naar het Vaderhuis. Tenzij u de Roomsche gedachte wilt huldigen, dat de zoogenaamde geestelijkheid heeft te denken voor de leeken, en deze laatsten slechts hebben te doen wat de priesterstand voorschrijft. Ik geef u evenwel de verzekering dat dit niet Schriftmatig is. Het Woord is ons gegeven, opdat wij daardoor wijs zullen worden tot zaligheid, en allen die leven onder het licht van dit Woord hebben daarom ook niet te vergeten, dat zij aansprakelijk zijn voor het bezit."
(Wordt vervolgd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's