De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

5 minuten leestijd

De anti-revolutionairen achter het Kabinet - Een waarschuwing aan de Roomsch-Katholieken.
De Standaard (a.r.-) merkt in verband met het denkbeeld van den Haagschen briefschrijver van De Tijd (r.k.), dat het Kabinet-Colijn zou kunnen worden vervangen door een nationaal, parlementair Kabinet, samengesteld op den grondslag van de samenwerking der „zes groote Kamerfracties" en van een „goed doordachte welvaartspolitiek" of, bij gebrek aan samenwerking tot dat doel, door een (zoogenaamd) extra-parlementair Kabinet, als het Kabinet-Colijn was, het volgende op:
Deze brief zou aanleiding kunnen geven tot breede beschouwingen, maar wij willen thans alleen enkele opmerkingen maken over het geciteerde antwoord op de vraag : wat dan ?
De meest voor de hand liggende oplossing, in het hypothetisch gestelde geval, zou dus zijn de vorming van een Nationaal Kabinet. Met medewerking van de zes groote Kamerfracties. Wat hiermede wordt bedoeld is ons niet duidelijk. Wij kunnen slechts tot vijf groote Kamerfracties komen, n.l. tot die van de Roomsch-Katholieken, de Sociaal-democraten, de Christelijk-Hlstorischen, de Liberalen en de Vrijzinnig-democraten, waarbij wij geheel in het midden laten of deze alle in het onderstelde geval bereid zouden zijn aan deze oplossing mede te werken.
Misschien zegt iemand : de zesde zal de Antirevolutionaire zijn, maar aan deze kan de briefschrijver, die een man moet zijn met inzicht én ervaring op parlementair gebied, niet hebben gedacht. Het is immers ondenkbaar, dat de Antirevolutionairen aan het tot stand komen van een dergelijke combinatie zouden medewerken. Zij zijn de meening toegedaan, dat een Kabinet, waarin Sociaal-democraten zitting nemen, niet in staat is die leiding aan 's lands zaken te geven, welke thans voor de levensbelangen van ons volk onmisbaar is. Zij mogen er niet van uitgaan, dat de Sociaal-democraten in zulk een combinatie wel bereid zouden zijn te doen, wat zij thans te vuur en te zwaard bestrijden. In de tweede plaats mag van de Anti-revolutionairen niet worden verwacht dat zij bereid zouden zijn voor de vorming van een Kabinet samen te werken met hen, die het Kabinet-Colijn hadden ten val gebracht.
Op deze gronden staat het vast, dat de zesde groote Kamerfractie niet de Anti-revolutionaire kan zijn, dat de brie f schrijver aan haar niet kan hebben gedacht.
Rest dus de vraag : welke is de zesde fractie ? De briefschrijver, die over de meest voor de hand liggende oplossing natuurlijk ernstig heeft nagedacht, weet het. Wellicht wil hij het zeggen.

De Italiaansche braller
Het is wel diep treurig, zooals de fascistische dictator voortgaat zijn volk en vaderland op te zweepen en een oorlogsstemming te kweeken, welke vandaag of morgen tot een uitbarsting leiden moet.
Welk een mentaliteit, terwijl Europa uit duizend wonden bloedt en het menschdom gebukt gaat onder de rampzalige gevolgen van den wereldkrijg !
Pas nog, sprekende voor de divisie „Drie Januari" te Salerno, welke naar Afrika zal vertrekken, zei de Duce in een toespraak tot de aangetreden soldaten : „Onze beslissing staat vast; wij zullen er niet op terugkomen. Ons besluit is genomen én is onherroepelijk. Italië staat voor een strijd, dien regeering en volk voornemens zijn met succes te voeren tegen lederen prijs. Steeds hebben de Italiaansche troepen de zege bevochten op de negers ; alleen Adoea vormde een uitzondering. Dit was te wijten aan de overweldigende meerderheid van de Abessiniërs : 4000 Italianen stonden daar tegenover 100.000 Abessiniërs. Italië had toendertijd een regeering, die zich meer bekommerde om de politici dan om de soldaten; daarom bleef zooveel heldenmoed zonder gevolg. Thans staat Italië achter zijn zonen in Afrika, die liever helden zijn dan een nutteloos leven leiden. De Italianen zijn voortgekomen uit een groot verleden en de geheele wereld moet de waarde van den fascistischen geest erkennen."
Deze brallende woorden van Mussolini werden door de soldaten met luide toejuichingen ontvangen.
Men kan slechts medelijden hebben met de stakkers, die als schapen ter slachtbank geleid worden en, hetzij op commando juichen, hetzij zóó „begeesterd" zijn — dat wil hier zeggen: misleid en kunstmatig in zekere stemming gebracht — dat zij meenen ten „heiligen krijg" op te trekken. Maar diep verfoeit men den heerscher, die aldus duizenden menschenlevens ten offer wijdt aan zijn opgeblazenheid en eerzucht, en in grenzenlooze onbewogenheid al de jammeren van een krijg over twee volkeren ontketent, terwijl hij zelf — hoewel pochende over vertoon van „heldenmoed" — eigen persoon veilig stelt en den durf mist, om in het voorste gelid te gaan staan, als het oorlogsgeweld losbarst.
Men kan hier slechts hopen, dat de mond van den grootspreker door een geduchte nederlaag ge­ stopt worde !
Overigens teekent zulk optreden ook de huidige verhoudingen in een land op scherpe wijze, als men anders niet hoort spreken dan van den Duce en nogmaals den Duce, terwijl het eigenlijke Hoofd van den Staat als een „quantité negigeable" wordt beschouwd.
Wie denkt er nog in het heden aan, dat Italië een koninkrijk is ?
Zelfs de naam van Victor Emanuel wordt zoo weinig genoemd, dat er een geslacht op staat, waaraan de heugenis vreemd is, dat Italië een koning bezit!
Wat zien we daar nu anders, dan dat de wettige heerscher niets te zeggen heeft, maar één der onderdanen zich opwerpt tot Heer en Gebieder, en geheel naar eigen gril en inval „regeert".
Dat is fascisme! Anders niet dan : toegepaste revolutie.
De koning treedt geheel op den achtergrond, terwijl de Duce met glans en glorie is omstraald ! Maar de Heilige Schrift leert ons : „Wee het land, welks koning een kind is."
Tegen dit „wee" baat geen fascistische stormloop noch vertoon van „heldenmoed".
De rijke dwaas — in de bekende gelijkenis van den Heere Jezus — dacht ook heel wat te zullen doen in zijn zelf-opgeblazenheid.
Hij meende óók van alles en nog wat te zullen kunnen doen, ter meerdere glorie van zichzelf ; wie zou hem kunnen weerhouden ? Hij had het geld en daarom óók — de macht !
Doch — God kwam tusschenbeide ! En ook nu nog — dat ons hart rust vinde in deze wetenschap ! — er is Eén, Die zijn „wee u !" handhaaft en de overleggingen des menschen te schande maakt!

(Geldersche Post).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's