De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VAN DEN WOORDE GODS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VAN DEN WOORDE GODS

UIT HET ONGESCHREVEN WOORD.

9 minuten leestijd

Genesis 7 : 12—16. En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten. Even op dien zelfden dag ging Noach, en Sem en Cham en Japhet, Noachs zonen, desgelijks Noach's huisvrouw en de drie vrouwen zijner zonen, met hen in de ark : Zij en al het gedierte naar zijnen aard en al het vee naar zijnen aard en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijnen aard en al het gevogelte naar zijnen aard, alle gevogelte van allerlei vleugel. En van alle vleesch, waarin een geest des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in die ark. En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje, van alle vleesch, gelijk als hem God bevolen had. En de Heere sloot achter hem toe.

XIX.
4 e Serie.
De traditie bewaarde in een reeks van elkander opvolgende geslachten de herinnering aan de geweldige veranderingen, die er in de aardoppervlakte ingetreden waren. Alleen maar in het bewustzijn van de oudste gemeente werd deze omkeering niet slechts als natuur-historisch feit bewaard, maar verscheen zij in het licht van Gods recht, werd zij gewaardeerd als een oordeel Gods, dat gegaan was over de oude, zoo diep verdorven wereld. Gods volk kende er God® hand in. Daarvan getuigt uit den aard der zaak niet de geschiedenis der aardkorst, zooals die door de geologische wetenschap onzer dagen gelezen wordt. Doch dat er zulke geweldige catastrophen hebben plaats gegrepen, dat ontkent zij niet.
De Schrift gaat nu over tot de beschrijving van het eerst profetisch aangekondigde verloop van het Godsoordeel, dat aan de oude wereld zou worden voltrokken. In vers 4 had de Heere Noach aangekondigd, dat het 40 dagen en 40 nachten zou regenen. En nu wordt ons in dit 12e vers de opkomst van den vloed beschreven, zooals deze zich voltrok : „En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten"; Het is van belang, er In dit verband aandacht aan te schenken, dat de oude Israëlieten, evenals alle andere oude volken, een eenigszins ander getal-begrip hadden dan de latere geslachten, met name ook dan de moderne cultuurmensch. Voor den Westerling dezer dagen is het getal in de rekenkunst een abstract begrip dat precies de hoeveelheid noemt. Iets anders dan de hoeveelheid wordt er door het getal in ons handels-en verkeersleven niet uitgedrukt. Doch bij Oude volken had het getal, om zoo te zeggen, nog een bijsmaak. Het had behalve de uitdrukking der hoeveelheid, ook nog eene mystieke beteekenis. Onder alle volken der oudheid leefde er een getallen-mystiek, die zelfs in de Grieksche wijsbegeerte haren invloed gelden deed en waarschijnlijk wel met den zoogenaamden Semitischen astraal-cultus, dus met de vereering der hemellichamen saamhangt. De oude Pythagoreën hadden het reeds ver gebracht in de rekenkunde en de geometrie. Zij strekten hunne theoretische onderzoekingen reeds uit over de muziek en leerden, dat de welluidendheid berustte op getal-verhoudingen bij de lengte der snaren. Zoo was er dus reeds sprake van octaven, terzen en quarten. Doch daar zij ook reeds de astronomie bestudeerden, kwamen zij er toe, de harmonie, die in de beweging der hemellichamen waar te nemen viel, zich te denken als gegrond in eene orde, zoodat de onderscheidene spheren van het heelal, gelijk zij zich dit voorstelden, bewogen om een middelpunt, waarvan zij op een met getallen uitgedrukte afstand verwijderd waren. En zoo kwamen zij er toe het door de philosophie nagestreefde onveranderlijke zijn in de getallen uitgedrukt te vinden. Het eeuwig zijnde vonden zij in getallen tot ultdrukking gebracht. De weg tot mystieke verhoudingen was op deze wijze geopend. De wereld werd tot een getallenharmonie. Hierin doet zich, evenals in andere in de Grieksche wijsbegeerte op den voorgrond tredende beschouwingen, een Oostersche, een Babylonische invloed gelden.
De oude Israëlieten zijn echter geen philosophen geweest als de Grieken, doch dit doet niet af aan het feit, dat zij, evenals de geheele Oostersche wereld, waarin zij leefden, met het getal begrip dikwijls een symbolischen zin hebben verbonden. Vooral waar het geldt de uit de alleroudste traditie tot ons gekomen berichten, hebben wij, evenals bij de afmetingen van het heiligdom en heilige dingen, er rekening mede te houden, dat de getallen, die zij gebruiken, niet slechts, zooals bij ons, eene zuiver mathematische waarde hebben, maar bovendien ook eene symbolische strekking. Het gebezigde getal dient dus dikwijls om een bijzonder geestelijk of ideëel moment tot uitdrukking te brengen. Wij mogen dus de getallen, die in de Schrift gebruikt worden, in dat hoogere licht verstaan, waarin de heilige mannen Gods, die door den Heiligen Geest gedreven werden, deze hebben bedoeld. En die bedoeling is dikwijls niet het preciese mathematische in het getal te geven, maar wel de geestelijke waarde, die zij onder en in dat getal wilden aanduiden.
Onder de getallen nu neemt het getal 4 eene voorname plaats in. De vier hemelstreken doen dit reeds verwachten. Zoo treedt het getal 4 meestal op den voorgrond, zoodra het er op aan komt eene beweging aan te wijzen, die van alle zijden komt. Zoo zegt Jesaja (11 : 12) : „En Hij zal een banier oprichten onder de heidenen en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen en de verstrooiden uit Juda vergaderen, van de vier einden des aardrijks". En de Heere Jezus zegt (Matth. 24 : 31), „dat de engelen Zijne uitverkorenen bijeen zullen vergaderen uit de vier winden, van het eene uiterste des hemels tot het andere uiterste derzelve". En zoo zijn er tal van voorbeelden aan te geven, waarbij het getal 4 de strekking heeft te wijzen op eene naar alle zijden zich uitstrekkende werkzaamheid Gods. En zoo wordt 4 ook de uitdrukking om het afdoende, het volstrekt volkomene aan te duiden. Dus wordt in Ezechiël 14 : 21 gesproken van „vier booze gerichten, het zwaard, den honger. Bet booze gedierte en de pestilentie, die de Heere zenden zal tegen Jeruzalem, om daaruit menschen en bees­ten uit te roeien". Dit gericht wordt op deze wijze in zijne alzijdigheid en in zijne volstrekte volkomenheid geteekend. Daarmede is echter niet gezegd, dat het getal 4 altijd met deze bijbedoeling gebruikt wordt, want om een voorbeeld te geven, als Daniël 7 : 2 van de 4 winden des hemels gesproken wordt, die de alzijdigheid uitdrukken, en in het volgende vers gezegd wordt, dat er vier groote dieren uit de zee opklommen, dan zijn daarmede de vier bepaalde rijken bedoeld. Doch dit neemt niet weg, dat vaak het getal 4 een bepaalde zin wordt bijgelegd, wanneer b.v. David in de bestraffing, die hij van den profeet Nathan ontvangt, in toorn uitroept (2 Sam. 12 : 6), „dat oorlam zal hij viervoudig wedergeven". En als Zacheüs zegt: indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder", dan is het duidelijk, dat hier onder het getal vier tot uitdrukking wordt gebracht de volstrekt volkomen vergoeding voor het berokkende nadeel.
Het getal veertig is een veelvoud van vier. En het neemt in de Schrift een groote plaats in. Wij vinden het in tal van historische omstandigheden gebruikt als, wat wij zouden noemen, een rond getal, om aan te duiden een niet nader te bepalen groot getal. Zeer dikwijls komt dan ook het getal van 40 jaren voor. Zoo was Izak veertig jaren oud als hij Rebekka huwde. Zoo was Jozua veertig jaren oud (Jos. 14 : 7, ) toen Mozes hem uitzond. Israël zwerft veertig jaren in de woestijn en Mozes was veertig dagen en veertig nachten op den berg (Exod. 34 : 28) met den Heere en hij at geen brood en hij dronk geen water. En ook de Heere Jezus vastte veertig dagen en veertig nachten. Zoo is dus het getal 40 de aanduiding van een langer tijdsbestek, waarbij echter de bedoeling voorzit deze tijdruimte, als van bijzonder rijke beteekenis, als eene volkomen doelsverwerkelijking voor te stellen. Wij treffen dit getal dan ook bij bouwwerken aan met eene symbolische beteekenis, die op het volkomene der onzienlijke daden Gods moet wijzen.
Het is van belang er de aandacht op te vestigen, dat in het apocryphe boek der Wijsheid (Hfdst. 7 : 2) de schrijver aan koning Salomo in den mond legt de herinnering aan zijne geboorte: Ook ik ben", zoo zegt hij, „in moeders lijf gevormd in tien maanden tijds", dus in 10 X 4 weken. De tijdsduur, die noodig is voor de normale vorming van het kind in den moederschoot, terwijl naar Joodsch Rabbijnsche voorstelling eerst in het veertigste levensjaar de hersenen tot volkomen ontwikkeling gekomen zijn. Zoo is er dus allerlei aanleiding geweest, dat het veertigtal de uitdrukking is voor eene bepaalde waardeering, die bedoelde de groote beteekenis, de intensieve kracht, de volkomen uitwerking, of het algeheel afgemaakte levensplan voor te stellen. En dat wordt dan met den genadevollen zegen, of ook met Gods tucht en straffende gerechtigheid in verband gebracht. Zoo worden dan ook bij de maat der lichamelijke tuchtiging, die een misdadiger ondergaan zal (Deut. 25 : 3) hem veertig slagen toegediend. Maar zoo was onder Othniels richterschap, van wien met nadruk gezegd wordt, dat de Geest des Heeren over hem. was, er vrede en welvaart over Israël, want, zoo staat er, „Toen was het land veertig jaren stil" (Richt. 3 : 11). In Richt. 5 wordt Debora's lied besloten met de woorden : „En het land was stil, veertig jaren".
Zoo hebben wij nu hier in Genesis 7 : 12 de mededeeling : „En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten", zooals de Heere vroeger aan Noach had aangekondigd, om ons te leeren, hoe langdurig niet alleen, maar ook hoe geweldig deze uitgieting van wateren was. De bedoeling is, ons door deze tijdsbepaling voor te stellen, hoe die uitgieting van wateren uit den hemel in den langen tijdsduur en in hare ononderbroken voortzetting het volkomen strafmiddel in Gods hand was. De Heere deed nu ook in de voltrekking van Zijn oordeel over de oude wereld eene tuchtiging komen, die door hare kracht en den duur eene volkomene verwoesting over de aarde, eene volkomen verdelging over alle vleesch zou brengen. Veertig dagen en veertig nachten was de piasregen op de aarde, ging de uitgieting door en bracht alzoo een oordeel over haar, dat aan Gods gerechtigheid voldeed.
Zoo wordt dus in den duur van dezen plasregen het recht Gods ons voorgesteld, zooals het ging over eene wereld, die Zijne lankmoedigheid zoovele eeuwen had ervaren en die zoovele jaren de prediking Zijner gerechtigheid had gehoord, maar niet gehoorzaamd. Nu kwam het recht, het vonnis, de voltrekking van het oordeel, opdat zij zou ervaren, dat de Heere God is en niemand meer.
Zoo blijft deze geweldige plasregen in zijn langen duur eene sprake Gods, die ons oproept tot bekeering, tot een zoeken van des Heeren aangezicht, eer de kwade dagen komen, waarin de oordeelen doorgaan, veertig dagen en veertig nachten, en in het recht er geen grond blijft voor genade, tenzij wij als de uitverkoren Noach worden opgenomen in de arke der behoudenis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VAN DEN WOORDE GODS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's