DE HALTE
Zij knielen neer. Zij kennn deze halte, de oude kemelen der trage karavaan. Waar is de meester nu? Zij wachten zijn gestalte, die naast hen komen zal en zeggen : „'t is gedaan voor deze dag". en strelen zal de hoofden.
Waarom toeft hij zoo lang ? Is dit dan niet het doel voor deze dag althans ? — Geef, wat gij hun beloofde ! De weg was wit en hel, de dag was zwaar en zwoel.
Wat wacht hij nu en draalt met hen te laven ? — Is het de tijd van zijn gebed, en wacht hun 't loon als 't licht verzonken is ?
Wat staart hij in den avond ? Wat is er aan te zien ? Het purper is niet schoon van zulk een dag ! — Meester ! gedenk uw gasten ! Zijn zij uiw een'ge niet ? — Hij wendt zich naar de toren en drenkt de kemelen en hij ontbindt de lasten en werpt ze in het, zand, dat nagloeit in de zon. En één voor één noemt hij hen bij hun namen en streelt de koppen teer en glimlacht naar de stoet.
Dan spreidt hij 't bidkleed neer en knielt met hen te samen : de kemel naast zijn heer. Allah is groot en goed! —
De meester rust. 't Is recht tot rust, mijn kemel! Wijd ligt de nacht om u, en wijd ligt de woestijn. Laat 't al nu henengaan. de sterren en de hemel Mijn hart, voor heden, laat het al geleden zijn. Te morgen zal 'k weer zien Uw bittere gestalte. Mijn Meester, streng en goed ! Bij dorre dageraad leg mij mijn lasten, op maar t' avond bij de halte lang mij Uw lafenis, Uw hand — en Uw gelaat! —
(Opwaartsche Wegen) Mei 1935.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's