DE REFORMATIE
IN DE CLASSIS NEDER-VELUWE VAN 1592 - 1620
15. Voorthuizen.
De kerk te Voorthuizen was oudtijds aan den H. Odulphus gewijd. Wie over Voorthuizen nog iets lezen wil, kan dit vinden in Ned. Arch, voor Kerkg., jaargang 1912, bladz. 107.
In 1592 stond hier als pastoor Henricus Wolten. Tegen 4 Juli opgeroepen om te Harderwijk examen te doen, verscheen hij, doch het onderzoek was hem een ergernis. Samen met die van Putten (Willem de Wees) verlieten zij de vergadering tijdens het onderzoek, schreven een brief in het Latijn, aldus vertaald : Wij ondergeteekenden, pastoors op de Veluwe, zijn den 4den Juli 1592 gehoorzaam te Harderwijk verschenen, en na op den eersten dag de stellingen aangehoord te hebben, hebben wij eenvoudig als volgt geantwoord : Wij wenschen bij Gods genade te volharden bij die leer, waarin wij tot op dezen dag, 5 Juli, onze hoorders vele jaren onderwezen hebben ; hoedanig deze geweest is, kunt gij hen vragen. En zoo wij anders (wat God verhoede) handelden, wij zouden ons geweten geweld aandoen, hetwelk geen rechtschapene van iemand ooit eischen kan, en wij zouden een schandaal zijn voor onze schaapjes en voor vele anderen. In haast,
Anno 1592, 5 Juli, naar den ouden stijl. De Classis droeg aan de gedeputeerden van Arnhem op om dit aan het Hof mede te deelen.
Op de Synodale vergadering van 11 Sept. 1592 was hij dan ook niet te Nijbroek aanwezig, daar de weigerachtige pastoors hadden te kennen gegeven dat zij R.K. wilden blijven of anders afgezet worden. De Classis besloot dat men de pastoors die alzoo gezind waren, dan ook maar niet meer zou oproepen ter vergadering. Het blijkt dan dat de pastoor Hendrik Wolters eind 1592 of begin 1593 is afgezet, daar we in Sept. 1593 als eerste predikant van Voorthuizen ontmoeten ds. Johannes Lontius. Hij zou door ds. Wirtzfeldius van Harderwijk bevestigd worden, zoodra hij zijn stukken getoond had. In 1594 bepaalde de Classis, dat er voortaan eerst op de vergadering een preek gehouden zou worden, waartoe men de eerste opdracht gaf aan ds. Lontius, die preeken moest over Joh. 3 vers 16.
Reeds in Mei 1595 lezen wij van zijn vertrek, dat wel geapprobeerd wordt, doch op zijn attest kreeg hij een aanteekening ten kwade, dat hij nl. den schooldienst te Voorthuizen had aangenomen, zonder de Classis daarvan kennis gegeven te hebben. Hij was dus predikant-schoolmeester.
De Classis zocht nu in de vacature hulp bij den predikant van Nijkerk, die naar Oostfriesland schrijven moest, en voorts vroeg men reeds via ds. Joh. Fontanus aan het Hof om handopening. De pogingen werden met zegen bekroond, want het volgende jaar zien wij Gualtherus (= Wolterus) de Bruin als predikant van Voorthuizen op de vergadering. Hem werd opgedragen ergens in een naburige plaats het Heilig Avondmaal te gebruiken, zijn attesten te toonen, terwijl de Schout van Barneveld de noodige aanschrijvingen kreeg om een bepaalden Zondag voor de bevestiging vast te stellen, waarvan dan eindelijk na veel vertraging pas in 1599 melding wordt gemaakt, dat dat is geschied.
In 1597 was W. de Bruin scriba, doch het lezen van zijn schrift is bepaald geen verkwikking. Daarbij schrijft hij half-duitsch, als b.v. Forthaussen.
In tegenstelling met andere dorpen had Voorthuizen reeds vroeg een kerkeraad, zoodat wij in 1598 ds. de Bruin met een ouderling ter vergadering zien verschijnen.
In 1598 deed zich een doopkwestie voor, aangezien vele lieden van Voorthuizen en Barneveld de kinderen ten doop aanboden bij den ouden pastoor, die eertijds te Hoevelaken gestaan had, en nu in die buurt rondreisde om de R.K. kerk, althans het Roomsche geloof in stand te houden. Ook wordt gewag gemaakt van „andere afgoderijen op heiligen dagen", en niet minder heeft de predikant van Voorthuizen jarenlang moeite gehad met zijn Roomsch gezinden koster, een „toverische custer" genoemd, die men herhaaldelijk voordroeg tot verwijdering, waarover straks nader. In 1603 werd de predikant vermaand om de lijkpredikaties na te laten, daar ook dit Roomsche overblijfsel diende afgeschaft.
In 1606 deed zich een tractementskwestie voor. Ds. de Bruin was beroepen op een tractement van ƒ 300.— Deeze som kwam bijeen uit landerijen, doch daar de pachten daalden, kwam hij niet aan .het gecontracteerde bedrag. Classis en Ambtsjonkers werden er in gemoeid, hetgeen uitvoerig in de acta staat beschreven. Men verzocht om den predikant „in syn olde dagen van de bouwerye te ontslaen ende sekere penningen voor al de landeryen toe te leggen".
Gelukkig voor de oude weleerwaarde heer werd de zaak opgelost, en te meer daar hij twee zoons had, die studeerden, waarvoor hij een studie-toelage verzocht aan de Synode via de Classis, daar hij deze onmogelijk uit eigen middelen kon „optrecken".
In 1607 kreeg hij kwestie met den Schout, die verontwaardigd was geen aparte uitnoodiging te hebben ontvangen bij het doen der diakonierekening, hoewel het afgekondigd was. De Classis ried hem aan om den Schout dan voortaan maar even apart te waarschuwen.
We ontmoeten ds. de Bruin tot 1614, en in 1615 is Voorthuizen vacant. Omstreeks dezen tijd is hij gestorven. Voorthuizen bracht een beroep uit op Hendrik de Bruin, zoon van den overledene, doch dit beroep werd onwettig verklaard en vernietigd. In 1616 werd beroepen Petrus Peregrinus, zoon van den in 1600 afgezetten en in 1608 verwijderden pastoor van Vaassen, die na gehouden examen in 1617 tot lid der Classis werd aangenomen, en daar stond tot zijn overlijden in 1659. In 1617 was nog steeds te Voorthuizen de oude „toverische" koster, die niet ophield, menschen en beesten te bezweren. Herhaaldelijk was hij gewaarschuwd, doch het scheen niet te baten. De Classis gaf ds. Peregrinus den raad hem tot schuldbelijdenis te krijgen, en zoo dit niet helpen mocht, trapsgewijze naar de ordening van Christus Mattheus 18 te procedeeren, en hem het gebruik des H. Avondmaals te ontzeggen, om ten slotte het Hof te verzoeken hem te verwijderen.
Zoo zien wij uit het verloop dezer historie, dat de Reformatie krachtig is doorgezet, ook al zouden velen van die dagen, gelijk als thans, willen beweren : „de tijd is er niet rijp voor".
(Wordt vervolgd).
Vaassen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's