De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
„U bedoelt dus, dat de Bijbel mij ook aanspra­kelijk stelt, al lees ik hem niet geregeld ? ”
„Maar mijn beste dokter, dat kunt u als wetenschappelijk man toch wel weten. U weet b.v., dat elk Nederlander geacht wordt de Wet des lands te kennen, omdat deze onder zijn bereik is, maar zoo gaat het in nog veel hooger mate met de openbaring Gods aan Zijne menschenkinderen. En al weer denk ik aan een woord van den Heere Jezus, waar Hij tot het volk van Israël spreekt : „Indien Ik niet gekomen ware en tot hen gesproken had, zij hadden geen zonde, maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hunne zonden".
Hier werd het een oogenblik stil. Dit was voor den dokter een nieuwe openbaring. Daar had hij nog niet hij stilgestaan. Aansprakelijk zijn voor den inhoud des Bijbels, of men deze kende of niet, en in hem geloofde, of niet ? 't Was iets wonderlijks en toch niet verwerpelijk. Alleen, als dat alles waar was, dan stond hij schuldig aan groote nalatigheid en zeer velen met hem. Uit alle standen en klassen, maar vooral onder de intellectueelen. Dominé had hem harde dingen gezegd, die hij zoo niet gewoon was te hooren, maar waartegen niet veel in te brengen was. 't Geen hij in anderen altijd sterk afkeurde : zich een oordeel aanmatigen over duigen, waarvan men geen verstand had, dat deed hij thans zelf; dat had hij al jaren gedaan, en dat deden de meesten, die meenden tegen de kerk, of het Christendom, of den godsdienst in het algemeen iets te moeten Inbrengen.
„Ik geloof dat u in elk geval hierin gelijk hebt, dat men niet moet spreken over den Bijbel, wanneer men hem niet kent. Ik beloof u, dat ik meer studie van hem maken zal, hoewel het mij nog niet recht duidelijk is, hoe ik dat doen moet"  was na eenigen tijd het antwoord van den geneesheer.
„'k Zou zeggen, u doet als elk, die leeren moet. 't Geen boven uw begrip of bevatting ligt, laat u voorloopig rusten, om aan te vangen met datgene, wat spreekt tot uw hart; de rest volgt vanzelf". „U wilt dus zeggen, dat er met overleg dient gelezen te worden ? "
„Maar dokter, dat spreekt toch vanzelf ! Wie is nu zoo dwaas om een wetenschappelijk werk, dat toch nog altijd over onderwerpen handelt, welke binnen de perken van het menschelijk begrijpen vallen, lukraak op te slaan en te trachten deze te vatten, en hoe zou dan het Boek der Godsopenbaringen zóó maar zijn te verstaan, vooral voor de oningewijden, die de taal der Schrift niet eens kennen, laat staan van haren inhoud. Weet u hoe onze groote dichter Isaak Da Costa, maar die eenmaal óók zoo vreemd tegenover de Heilige Schrift stond, hierover gesproken heeft ? "
„Neen. Da Costa was een Jood, is 't niet ? " „Ja, met een vreeselijken haat tegen Jezus, den Nazarener, gelijk heel zijn volk, tot hem de oogen geopend werden en hij den Heiland voor zijn hart leerde kennen en het Kruis van Golgotha leerde verstaan. Toen kreeg hij óók het Woord des Heeren lief, en heeft er aldus in poëtische taal van gedicht :
»Bij 't open slaan van 't Boek der boeken Gedenk o Christen ! dag aan dag Dat wie dat Woord wil onderzoeken Geen eigen licht vertrouwen mag. Geen menschen wijsheid zou hier baten. Geen vlijtige arbeid hier volstaan ; Alle eigen wijsheid dient verlaten — Een ander oog moet open gaan. Voor dat g' u dan begeeft tot lezen. Val, Christen ! val uw God te voet! En dat een heilig, heilzaam vreezen Zich meester maak van uw gemoed. Vraag, eer gij verder gaat, een zegen, Vraag oogen, ooren en een hart ! En — Jezus zelve kome u tegen In dit Zijn Woord, bij vreugd en smart«.
„Zie, zóó heeft Da Costa het geleerd, zoo hebben duizenden vóór en na hem het verstaan, en zoo werd het Woord Gods een lamp voor hunnen voet en een licht op hun levenspad, waardoor zelfs in het donkere dal van de schaduwen des doods de vertroostingen Gods hun deel waren".
Weer volgde een stilte, waartoe de wonderschoone zomeravond meewerkte. De duiven waren op hun til gegaan, spreeuwen en musschen hadden hunne nesten onder de dakpannen opgezocht, alleen de meerl zong nog haar zoet lied, terwijl de vleermuizen rondfladderden op hun jacht naar voedsel. Nu en dan drong het snerpend geluid van een rangeerende locomotief of 't getoeter van een auto tot hen door, maar voor de rest zweeg de natuur — alleen vertelden de hemelen Gods eere en verkondigde het uitspansel Zijner handen werk, aan wie er oor voor hadden, 't Laatste wat de dominé daar gezegd had, was waar. Had hij als dokter niet menigmaal het mee bijgewoond, dat stervenden, wien deze wereld onder de voeten wegzonk, houvast bleken te hébben aan een woord uit den Bijbel ? Had hij onlangs bij die jonge moeder, maar die het leven van haar kind met haar eigen leven moest betalen, niet gezien welk een wonderlijke kracht er toch in het geloof schuilt, en had zij toen niet met stervende lippen gestameld van iets dat hij niet begreep, maar waarin gesproken werd van niet te vreezen in het dal van de schaduwen des doods en van een stok en een staf, die daar vertroosten ?

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's