De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

LAAT ONS SAMEN RECHTEN

8 minuten leestijd

Komt dan en laat ons samen rechten, zegt de Heer en al waren uwe zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol Jesaja 1 vers 18.

Welk een hartelijke noodiging ; welk een rijke belofte. De Heere noodigt! De Heere roept! De Heere belooft!
Vooraf evenwel moeten wij waarschuwen voor een verkeerden uitleg ; en zullen wij daarom trachten een zeer verbreid misverstand van den tekst weg te nemen.
Hoevele malen toch is deze heerlijke en genadevolle noodiging des Heeren al niet verkeerd verstaan en begrepen !
Het maakt ook inderdaad een groot verschil, op welk woord wij den klemtoon gaan leggen.
Velen nu hebben gemeend den klemtoon te moeten leggen op „dan", en bijgevolg lazen zij : „komt dan". Eerst zou dan, volgens hen, voldaan moeten worden aan hetgeen wij vinden in de voorafgaande verzen : „Wascht u, reinigt u; doet de boosheid uwer handelingen van voor Mijne oogen weg ; laat af van kwaad te doen; leert goed doen ; zoekt het recht; helpt den verdrukte ; doet den wees recht; handelt de twistzaak der weduwe". Dan eerst zou de mensch mogen komen, om Gods belofte ingelost te zien.
Intusschen vinden wij in het oorspronkelijke niets, wat deze lezing rechtvaardigen zou. Wellicht hebben daarom de voorstanders van haar zich uitsluitend laten leiden door onze Nederlandsche vertaling, en den klemtoon daarbij verkeerd gelegd. Het Hebreeuwsche woord wijst slechts op eene sterke aanmoediging, om toch vooral, niettegenstaande alles, te komen. Komt toch, zoo zegt de Heere, laat ons samen rechten.
Even wilden wij hierop wijzen, omdat een verkeerde lezing onvermijdelijk een verkeerden uitleg geeft.
O, ik vraag u, zou het niet wanhopig komen te staan, indien de Heere zich verbond, om slechts dan de zonden Zijns volks volkomen weg te nemen, wanneer zij eerst zichzelf grondig zouden hebben gewasschen en gezuiverd voor Hem ?
Maar dat leert de Schrift ons ook niet; ook hier niet. Integendeel, hartelijk noodigt de Heere: Komt toch. Komt toch, zooals gij zijt! Komt, en Ik zal u rust geven voor uwe zielen. Overweldigende genade!
Temeer springt het geweldige dier genade in het oog, als wij er eens opzettelijk bij stil staan tot wie de Heere hier eigenlijk spreekt. Immers, de Heere spreekt hier tot een volk, dat het eigenlijk waardig is om vanwege zijn afval en ontrouw, voor eeuwig door Hem te worden verstooten. Hoor maar hoe de Heere zelf ze even te voren aansprak : „Wee den zondigen volke, den volke van zware ongerechtigheid ; den zade der boosdoeners, den verdervenden kinderen. Zij hebben den Heere verlaten ; zij hebben den Heilige Israels gelasterd ; zij hebben zich vervreemd, wijkende achterwaarts. Hoort des Heeren woord, gij oversten van Sodom; neemt ter oore de wet onzes Gods, gij volk van Gomorra". En zie, nu komt de Heere tot dezulken in Zijn vrijmachtige genade, om ze te noodigen om tot Hem te komen, opdat zij ontvangen zouden vergeving van zonden en uitdelging van al hun ongerechtigheden. Is dat niet groot ? Is dat geen overweldigende genade ? O, de profeet roept de hemelen en de aarde op, om te hooren, wat de Heere tot Zijn volk te zeggen heeft. Laten zij met hem verwonderd staan hij de aanschouwing van de genade en van de goedertierenheid Gods ! Israël was het waardig verworpen te worden en, de Heere wil zich zijner erbarmen. Komt toch, zoo roept Hij hun toe ; laat ons samen rechten.
Zoo gaat dus de opzoekende daad van den Heere uit. Hij heeft geen lust in den dood des zondaars.
Het is. goed, dat wij hierbij even stilstaan. Want zoo komt God aan Zijn eere. De mensch heeft van nature den Heere niet lief. Vernietigend voor den eigengerechtigen mensch is wat de Schrift hiervan zegt. Daar is niemand rechtvaardig, ook niet één; daar is niemand die verstandig is, daar is niemand, die God zoekt; allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden ; daar is niemand, die goed doet, daar is ook niet tot één toe. Wat de mensch dan wèl doet ? Wel, hij ontvlucht, hij ontloopt God zoolang hij kan. Nu evenwel komt de Heere, en die Hij gekend heeft van eeuwigheid, roept Hij in den tijd Zijns welbehagens ; Hij roept hem met onwederstandelijke kracht; Hij roept hem, om hem te rechtvaardigen.
Ik vraag u : is dan de Heere niet goed, liefelijk, beminnenswaardig ? In vindenstijd komt de vraag, vol verwondering, in. ons op : noodigt de Heere nu ons; wil Hij met ons van doen hebben, die naar Hem niet vraagden ? Begrijpen kunnen wij het niet. Het wotrdt ons te wonderlijk. Wij kunnen er niet bij.
Toch evenwel blijft het daarbij niet. Komt toch, zoo roept de Heere ons toe; en laat ons samen rechten.
En dat is dan het tweede, waartoe de Heere ons opwekt. Zaligmakend heeft Hij ons dan genoodigd, geroepen, getrokken ; en voorts leidt Hij ons nu langs den Sinaï ; brengt Hij ons in het dal van Achor ; opdat, wij straks het Heilige Land betreden mogen in de wetenschap: het is genade, genade alleen. Laat ons samen rechten. De Heere brengt Zijne geroepenen dus voor Zijn rechterstoel. Sion wordt verlost, ja, maar door recht! Gemakkelijk is die weg des rechts voor Gods kinderen niet. Immers met een Jozua komen ze dan te staan, bekleed met vuile kleederen voor Hem, die te rein van oogen is dan dat Hij het kwade zou kunnen aanschouwen. Het is in die oogenblikken, dat de bede gaat leven voor de ziel:
»Zoo Gij in 't recht wilt treden, O Heer, en gadeslaan Onz' ongerechtigheden. Ach, wie zal dan bestaan!«
En toch, geen andere weg is er, om gerechtvaardigd te worden voor God. Aan het recht Gods moet voldaan worden. Zeg mij eens, lezer, kent gij dat staan voor de rechterstoel van Hem, die rechtvaardig is in Zijn oordeelen en heilig in Zijne gerichten ? O, als gij het kennen moogt, dan zult gij mij toestemmen, dat in die oogenblikken de mensch in al zijne verdorvenheid en schuld uitkomt voor Hem, die eens heeft gesproken : „Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven staat in het boek der wet, om dat te doen".
Zoo wordt de mensch dus zondaar voor God. Maar voor de rechterstoel Gods wordt door Gods Heiligen Geest ook plaats gemaakt voor de Borggerechtigheid van den Heere Jezus Christus. Gezegend oogenblik, als voor dien Schoonste aller menschenkinderen, op Wiens lippen genade is uitgestort, de oogen mogen opengaan en als daar de verzuchting mag worden vernomen: „wees Gij mijn Borg" ; of liever, als de ziele met Job tot den Rechter mag zuchten : „Stel mij een Borg bij U". Want in dien beschikten en gegeven Borg mag dan de ziele, wanneer de Heilige Geest uit Zijne volheid haar mededeelt, vinden hare rechtvaardigmaking, heiligmaking en haar volkomen verlossing. Wij dan, zoo roemt de apostel, gerechtvaardigd zijnde door het geloof, hebben vrede bij God door onzen Heere Jezus Christus. In Hem wordt dan geschonken vreugdeolie voor treurigheid en het gewaad des lofs voor een benauwden geest.
O, dit nu zegt de Heere , Zijn geroepenen in ons tekstwoord toe. Komt dan ; laat ons samen rechten ; al waren uwe zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw ; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol". Is dit niet groot ? Soms kan het ons wel eens te groot schijnen. Maar, wat de Heere belooft, doet Hij. Al Zijne beloften zijn in Christus ja en amen. Hoor, ik beluister nog eene sterke verzekering van God : „uwe zonden, Ik delg ze uit, al waren zij als scharlaken, al waren zij als karmozijn". De roode kleur van scharlaken, noch van karmozijn, is weg te nemen, ook al zou men nemen veel zeep of salpeter. Kunt gij nu nog twijfelen aan de grootheid van Gods genade, gij, die uwe schuld als bloedschuld hebt leeren kennen voor God ? Zeg toch niet: „Mijn zonden zijn te groot dan dat zij vergeven worden". Want zie, al is het ook voor u onmogelijk uzelven rein en zuiver te stellen voor God, bij den Heere zijn alle dingen mogelijk. In Christus ziet Hij geen zonde in Jacob en geen ongerechtigheid in Israël.
Jesaja zelf, die deze boodschap den volke had over te brengen, mocht dit alles voor eigen persoon ondervinden. In het jaar toch, toen de Koning Uzzia stierf, zag hij den Heere op een hoogen en verheven troon ; en de Heere stelde hem voor Zijn vierschaar. Toen zeide de profeet: „Wee mij, want ik verga, dewijl Ik een man ben van onreine lippen". Maar zie, wat gebeurde toen ? Daar kwam tot hem een van de serafs, met een gloeiende kool van het altaar; hij roerde daarmede de lippen des profeten aan en sprak : „Alzoo is uwe misdaad van u geweken en uwe zonde is verzoend".
En, lezer, kent gij ook daarvan iets ?
Waar het gekend wordt, daar breekt de tijd der lofzangen aan. „Ik ben zeer vroolijk in den Heere" — zoo roept Jesaja uit — „mijn ziel verheugt zich in mijn God ; want Hij heeft mij bekleed met de kleederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan". Geen wonder ook. Want wat de zondaar niet en nooit vermocht, deed de Heere voor ham. In de rechtvaardigmakende daad toch stelt H3j..Zijn. volk, , in. Christus, voor Zijn aangezicht, als hadden zij nooit zonde gekend of gedaan ; als een reine bruid, zonder vlek of rimpel. Onderzoek uzelf nauw, of gij deze weldaad alreeds deelachtig zijt geworden. Want vreeselijk zal het den zondaar zijn, on verzoend te vallen m de handen van den levenden God. Zalig daarentegen, wie hier reeds mocht leeren dat nieuwe lied : „Gij, o Lam, zijt waardig te ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en dankzegging ; want Gij zijt geslacht en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed". Eeuwige blijdschap zal op hunne aangezichten zijn eeuwig en altoos.

Kampen

M. Ottevanger

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's