De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

VOORLICHTING NOODZAKELIJK

6 minuten leestijd

Het is in dezen tijd van geestelijke verwarring en van maatschappelijke inzinking meer dan ooit noodig, dat ons volk eenige kennis krijgt van wat in het buitenland zich op economisch en sociaal terrein voordoet.
De gedachte toch vindt zoo gemakkelijk ingang, dat de bevolking ten onzent er zooveel slechter aan toe is dan die van over de grenzen.
En inderdaad zijn er reeds velen, die gelooven, dat het metterdaad zoo is.
Een groot gedeelte van ons volk beweegt zich niet anders dan in eigen, soms zeer beperkten, kring ; het ondervindt de gevolgen van de wereldcrisis in onvoldoende inkomsten of in werkloosheid; het leest zoo af en toe de bladen, waarin volop geschreven wordt over den nood en de zorg, waarin het land verkeert en oordeelt dan, meest na voorlichting van allerlei wonderdokters, dat het overal elders wel beter zal zijn dan bij ons.
Hoe is nu de toestand in het buitenland op economisch-en sociaal terrein ?
Wij noemen een paar landen. In de eerste plaats Duitschland. De Vrijheid schrijft naar aanleiding van een correspondentie van onzen Oostelijken nabuur :
»Duitschland, , het land dat eertijds terecht trotsch was op zijn grooten uitvoer, heeft over 1934, dank zij den verminderden uitvoer en gestegen invoer, een passieve handelsbalans (passief beteekent schuld, die men te betalen heeft).
Het invoer overschot beliep 284 millioen mark, nadat het vorige jaar, 1933, nog een uitvoer overschot van 668 millioen had opgeleverd.
Na één jaar regeeren is het Hitler-bewind er dus in geslaagd de handelsbalans van flink actief in passief te doen verkeeren.
Neemt men hierbij in aanmerking, dat ieder middel goed is geacht om den uitvoer op te voeren en den invoer tot het minimum te beperken, dan is het resultaat nog opvallender. En denkt men aan den grooten buitenlandschen schuldenlast, welke op het land rust, waartegenover geen koloniale inkomsten staan, dan houdt men zijn hart voor Duitschland's betalingsbalans en betalingscapaciteit vast«.
Wat hier De Vrijheid bericht, wordt door den Nederlandschen gezant in Berlijn bevestigd. Deze gezant deelt in Handelsberichten over den economischen toestand in Duitschland mede :
»De zeer uitgebreide regeeringsmaatregelen ten behoeve van de werkverschaffing hebben zeker een ongunstigen invloed gehad op de buitenlandsche handelsbalans ; hetzelfde geldt voor andere veranderingen, welke zich in het land voltrokken hebben. Zoo heeft de agrarische steunpolitiek tot steeds — ook thans nog voortgezette — invoervermindering van voedingsmiddelen gevoerd, wat de kooptkracht in de naar Duitschland exporteerende landen zeer nadeelig heeft beïnvloed, en dientengevolge een schadelijke reactie op den Duitschen uitvoer naar die landen heeft gehad. Dan hebben de groote werken, die in werkverschaffing uitgevoerd zijn, de behoefte aan ingevoerde grondstoffen zeer doen stijgen, zonder dat de objecten van die werkverschaffing tot verhoogden export konden voeren«.
De gezant besluit zijn mededeeling op dit punt met het vaststellen van het feit, dat de uitvoer van Duitschland naar welhaast alle landen is afgenomen ; het is een slecht teeken voor de verdere ontwikkeling, het is immers een aanwijzing, dat het niet de handelsbelemmeringen in een of enkele landen zijn, die den nieuwen achteruitgang verklaren.
Het ziet er alzoo naar uit, dat Duitschland, dat zoo hoogst moeilijk is in zijne betalingen aan Nederland en dat aan ons land nog meer dan 100 millioen schuldig is, niet zal kunnen ontkomen aan een inflatie van de Mark, met alle gevolgen, die daaruit weer voor dit zwaar beproefde volk zuilen voortvloeien. Feitelijk is — zoo schrijft Patrimonium — het inflatieproces reeds begonnen. Het moratorium (het verleenen van uitstel voor betalingen van schulden), dat afgekondigd werd, is allerbedenkelijkst.
Dat de toestand in Duitschland hoogst zorgelijk is, blijkt uit een correspondentie uit Berlijn, die in de maand April in de pers verscheen (geschreven in de vereenvoudigde spelling) :
»In Zwitserland is een comité opgericht, dat zich ten doel stelt behoeftige Duitse kinderen aan voeding te helpen, 't Comité heet „Schweizer Bund, Comité für deutsche Kinder". Het is een instelling van goed-burgerlijke kringen, die met politiek weinig of niets te doen hebben en voor zover zij aan politiek doen, zijn het conservatieven. Dit comité verbreidt een oproep, waarin verklaard wordt, dat in Duitsland heerst „nog een nood, die ver gaat boven het begrip, waarvan wij in Zwitserland ons een denkbeeld kunnen maken. Hele families met vier tot tien kinderen huizen dikwijls in een kamer zonder keuken, voor een deel zelfs in donkere kelders en vochtige barakken. Weliswaar is de werkloosheid in Duitsland aanmerkelijk teruggelopen, doch dat betreft meer de jongelieden, die van de straat weggebracht en m de arbeidsdienstkampen ondergebracht worden. De werkmogelijkheid voor familievaders is nog steeds zeer gering en ook families met veel kinderen moeten dikwijls met twaalf tot vijftien mark en minder in de week rondkomen. Beelden van de grootste nood en ellende trekken aan ons geestesoog voorbij, terwijl ons de bleke kinderen tijdens onze reis van hun tehuis vertellen*.
Uit deze mededeelingen, die slechts een greep zijn uit de vele, die ter beschikking zijn, valt voor ons volk nog wel het een en ander te leeren.
In de tweede plaats België.
Zooals bekend is, ging de Belgische Regeering over tot devaluatie van den Belgischen franc.
Van deze devaluatie zeide de Minister Van der Velde na afloop van den Socialistischen 1 Meioptocht tegen de betoogers : „dat devaluatie slechts gepropageerd werd door hen, die er voordeel van konden verwachten, omdat zij over de ooren in de schulden zaten". „De groote massa" — zoo vervolgde de Socialistische Minister — heeft haar niet gewild. Men had slechts de keus tusschen twee kwaden en heeft de devaluatie verkozen om erger te voorkomen". De heer Van der Velde eindigde zijn rede met deze woorden : „Wellicht zullen de zaken eerst nog slechter moeten gaan en zal de crisis nog scherper vormen moeten aannemen voor er een internationale overeenkomst voor valutastabilisatie mogelijk wordt, zooals de Belgische Regeering verlangt".
Wij hebben drie volzinnen uit het verslag van de rede van Minister Van der Velde geciteerd om te doen uitkomen, hoe juist deze Minister den loop van zaken heeft voorzien.
Want inderdaad is de toekomst van het Belgische volk zeer somber geworden.
De Belgische arbeiders en ambtenaren, die reeds laag beloond werden, kregen als gevolg der devaluatie een groote loonsverlaging.
Daarnaast stegen de prijzen der levensmiddelen.
Uit de Borinage, het steenkolengebied van België, komen ontroerende berichten over de daar voorkomende toestanden. Loonen van ƒ 7.— per week. Gezinnen van werkloozen, die niet meer dan ƒ 5.— per week ontvangen.
Ten behoeve van het werkverruimingsplan der Belgische Regeering onder Socialistisch regiem, wordt 53/2 millioen beschikbaar gesteld. Men vergelijke dit bedrag eens met ons 60-millioen-plan en met de vele millioenen, die Waterstaat laat verwerken en die ten behoeve van aanleg en onderhoud der wegen worden .besteed, dan kan ook hier Nederland de vergelijking met België goed doorstaan.
Zoo ziet men, dat, wanneer men èn in Duitschland èn in België de economische en sociale toestand nagaat, de omstandigheden, waarin ons volk verkeert, ondanks dat ook hier de tijden donker zijn, nog niet zoo ongunstig zijn.
Hetzelfde zou blijken, als we ook andere landen de revue lieten passeeren.
De vergelijking met al die landen zou dan overtuigen, dat het elders niet beter is dan ten onzent.
Voorlichting van ons volk blijft dringend noodzakelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's