WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT
De nood van onzen tijd en de Kerk
Over dit onderwerp sprak prof. Haitjema te Rotterdam op uitnoodiging van den Kerkeraad aldaar. Het volgend verslag van die lezing nemen we hier over:
»Volgens velen" — aldus spreker — „heeft de nood van den tijd niets te maken met de schuldvraag van de Kerk. Maar dat is verkeerd gezien, want de zedelijke factoren van den nood des tijds wijzen altijd heen naar de Kerk, die de verantwoordelijkheid heeft over het gansche leven de glanzen van het Goddelijke Woord te doen schijnen. Het is ongeoorloofd het terrein van de Kerk in te perken tot de eeuwige dingen. De nood van den tijd is allereerst de schuld van de Kerk, die zweeg, waar zij spreken moest, en het licht onder den kandelaar zette. Zoo zag ook Groen van Prinsterer het vraagstuk. Opstand tegen God was voor hem de wortelzonde van den wereldnood. Hij wees altijd in de richting van de Kerk als de laatste en hoogst aansprakelijke. De Kerk was voor hem het hart der samenleving. Zoo is het ook nu. De nood van den tijd is allereerst de schuld van de Kerk.
De Kerk tuimelt echter in dezen tijd ook rond in den nood van de Kerk. Wat heeft de Una Sancta het moeilijk om haar Zendingsroeping getrouw te blijven en wat wordt het discipelschap van de Kerk belaagd ! Vooral de oude Volkskerk, zoo aangewezen op de inkomsten van kerkelijke goederen, wordt getroffen door de crisis. En nog steeds klimt de nood. Op vele plaatsen zijn de predikantstractementen tot een ongekend laag niveau gedaald. Het aantal vacatures neemt toe. Vele kerkvoogdijen kunnen niet meer rondkomen zonder aan vitale belangen van de Kerk te raken. Predikantsplaatsen, nog niet zoo lang geleden gesticht, moeten weer worden opgeheven, omdat er geen middelen zijn.
Dit alles beteekent een jammerlijke versnelling van het proces der ontkerstening, dat in ons volk steeds hardnekkiger voortwoedt. Alsof de nood al niet groot genoeg is, komt er nog een crisisbelasting bij : de doodehandsbelasting. Dit zal tot verdere teruggang nopen. Duidelijk blijkt, dat de tijden voorbij zijn, waarin de Staten het zich tot een eer rekenden voedsterheer der Kerk te zijn.
Juist het omgekeerde vindt plaats : de Staat gaat meer en meer nemen, wat de nooddruft der Kerk is.
En wat is tenslotte nog de economische nood bij de geestelijke en zedelijke verwarring, die ook de Kerk binnendringt! Binnen de grenzen van de Kerk is men lang niet afkeerig van surrogaten. Het lijkt wel, of de Kerk al te veel langs den wereldnood heenleeft. Hoe weinigen leven volgens de geweldige stijl van het credo der Kerk, dat fier en stijlvol sprak van den komenden Christus, die zal oordeelen de levenden en de dooden.
De nood des tijds is echter ook de kans der Kerk. Achter alle verwarring, in den loop der tijden, staat toch de Heer, de Heer der geschiedenis. Er is de kans om tot een nieuw belijden, tot een nieuwe ordening te komen, de kans van de Evangelische oecumeniciteit. In dit verband wijst spreker andermaal naar Groen van Prinsterer, voor wien Jezus Christus was het middelpunt van de gansche wereldleiding, het hoofd der Kerk, de Heer der geschiedenis. Daarom wijst Groen ook onafgebroken heen naar de Kerk van Christus als de oerbron van vernieuwende kracht.
Zoo is er in dezen tijd iets van de groote mogelijkheid van de nieuwe Kerk in den nieuwen Staat. In Duitschland spreekt men daar al te veel en te gemakkelijk over. W i j zeggen er gewoonlijk te weinig van. We turen te veel op den bitteren nood, terwijl we niet gevoelen dat achter den nood Christus staat, die bezig is door te breken naar een nieuwe periode.
Zoo heeft ook de Ned. Hervormde Kerk een geheel eenige kans midden in den nood van dezen tijd. Zij moet weer Kerk des Evangelies worden. Een Kerk is alleen waard te Wijven bestaan, als zij het Evangelie van Jezus Christus tot inhoud heeft en dat predikt te midden van het rumoer der wereld. Het heilgeheim van Zijn lijden en sterven moet worden verkondigd. Zijn triumf over leven en dood.
De verwerping van de Kerkopbouw-voorstellen door de Buitengewone Synode komt hiermede in een droevig licht te staan, niet zoozeer om de verwerping dezer voorstellen zelve, waartegen ernstige bezwaren waren aan te voeren, maar om de motiveering, dat de Kerk van thans vooral rust moet hebben. Moet er — aldus spreker — nog meer gebeuren voor de bestuurderen onzer Kerk ontwaren, dat de wereld rondom de Kerk in brand staat ? Moet onze oude Volkskerk nog verder in een hoek worden gedrongen ? Zeker, ook nu kan het Evangelie van Jezus Christus worden verkondigd, en we danken er God voor, maar het mag nooit zoo blijven, dat nieuwe krachtsontplooiïng door de huidige toestand zou worden belemmerd. De Kerk mag haar kansen niet laten voorbijgaan. De poging van Kerkopbouw heeft gefaald, maar laten we hopen, — aldus spreker — dat velen, die vroeger gescheiden optrokken, thans de handen ineen slaan om tot beter resultaat te komen.
Steeds zal men echter moeten bedenken, dat het schip der Kerk niet tot elken prijs kan worden vlotgetrokken. Een stuurloos schip is immers al heel spoedig een prooi van wind en golven. Maar vlotkomen moet het, opdat er kome een nieuwe belijdende Volkskerk, niet om te heerschen, maar om te dienen tot verheerlijking van Gods Naam. Zoo alleen zal de Kerk kunnen verstaan wat het zegt, uit den nood van den tijd tot wederopstanding te zijn gekomen«.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's