GRETSKE „DE FREULE"
EEN LEVENSTRAGEDIE
Met toestemming van den uitgever J. H. Kok. Kampen
Met toestemming van den uitgever J. H. Kok. Kampen
Op deze wijze trachten de menschen naar de kerk te lokken en fijn te maken. Maar daar stond men net zoo ver van af, als van de geheelonthouding. Stel je voor : zij allen 's Zondags met een kerkboek onder den arm naar de kerk ! De freule voorop, en dan zwarte Ka en Trui met de Scheele gearmd daar achter aan, en dan de mannen om den trein te sluiten, 't Zou vermakelijk worden ! Wat zouden die andere kerkgangers opkijken, wanneer dat gebeurde. Voor de aardigheid zou men haast besluiten dit eens te ondernemen om te zien welke gevolgen dit had. Niet onmogelijk, dat de kerk leeg liep, en in elk geval zou wel niemand naast hen willen plaats nemen, omdat zij van Lombok waren.
„En vroeg de dominé ook naar ons ? "
„Van zelf hé, want die heeren willen graag alles weten en zijn zoo gewoon iemand de biecht af te nemen, maar hij werd van mij niet veel gewaar, 'k Heb gezegd, dat jullie voor zaken op reis waren en voor de rest hem wel zooveel te verstaan gegeven, dat wij hier niets op zulk bezoek gesteld zijn, of het moet wezen dat hij ons iets te brengen heeft".
„Maar het neemt niet weg, dat hij ons maar mooi aan een betere woning geholpen heeft; wat zagen de kermislui vreemd op dat het hier zooveel veranderd was".
„Dat is waar, — eere wien eere toekomt, doch het ging ten slotte uit de algemeene pot. Geen mensch, die uit eigen zak een cent behoefde bij te passen".
„Is hij toen teruggekeerd, of moesten hier nog meer aan de pols gevoeld ? "
„Bij mij vandaan naar de freule vanzelf".
„Al weer naar Gretske ? Nu, wij kunnen er zeker van zijn dat daar wat achter zit. Hoe zou zoo'n groote mijnheer nu zoo vaak naar zoo'n arm mensch omzien, als hij daar geen bizondere reden voor had".
„Arm, zeg je ? Dat zit nog. 'k Wed, dat Gretske een aardig spaarduitje heeft. Een kind kan dat wel begrijpen. Bijna alle dagen 't veld in; leven op de schobber-de-bonk; overal in beklag; de rijke boeren op de hand, en ais zij thuis is, dan nog te gierig om eens een vroolijk avondje met ons te hebben. Waar spaart dat mensch voor !"
„'k Zou wel eens in haar spaarpotje willen zien", zei Trui, en likte meteen de suiker uit haar glaasje.
„En ik", antwoordde de Scheele ; „'k heb nog nooit, zoolang zij hier woont, een voet binnen hare deur gezet, want van zelf, niemand wordt daar toegelaten, als hij niet komt om wat te brengen".
„De dominé", schimpte Trui, en trok een gezicht, waaruit alles te lezen was.
„Ik ben wel eens bij haar geweest en heb ook wel eens een kopje thee bij haar gedronken", zei Ka, om daardoor te laten uitkomen dat zij bij die anderen een streepje vóór had.
„Zeker na je ziekte, toen je zélf ook al een beetje vroom begon te worden, uit vrees dat het haast afgeloopen was".
„Och heden neen hoor; oude Ka blijft, die zij altijd geweest is ; maar ik wil zeggen, dat Gretske ook wel goede dingen heeft. Zij heeft tenminste nog naar mij omgekeken toen geen van allen zich om mij bekommerde".
„En heeft zij je toen ook haar schatten laten zien ? "
„Natuurlijk niet, maar zij kan wel heel wat missen, als het moet, en kwaad is zij heelemaal niet. Wat hebben wij haar met elkander wel geplaagd en nog nooit heeft zij ons één verkeerd woord teruggegeven".
„Ik geloof warempel, dat je gevoelig begint te worden ; werkt het borreltje nu al ? " lachte de Scheele.
„Niet stekelig worden, menschen ! Maar zouden wij niet eens een onderzoek kunnen gaan instellen naar de bezittingen van de freule ? " vroeg de Goudvink.
„Hoe wou je dat doen ? "
„Dat is nog al duidelijk. Eenvoudig daar eens inspectie houden".
„En dan na afloop met elkaar „de kast" in. Ik zal je hartelijk danken", zei Trui.
„Daar heb je het schaap weer ! Eerst een heel groot woord doen, en als het er aan toe komt, dan door de mand vallen".
„Maar ik pas er voor, om achter de groote deuren te worden geborgen; hoe jullie ? " vroeg zij de anderen, en blijkbaar waren er meer, die daar weinig trek toe hadden, al bestond de begeerte naar die inspectie bij allen.
„Zoo iets moet je nooit met vrouwenvolk bespreken" — merkte de Bultenaar op — „zij zijn juist geschikt om de zaak te verraden, en dan hang je".
„Ook goed, maar ik dacht, dat de dames trek tot een buitenkansje hadden. Wie lust nog een borrel ? "
Daarmede scheen het onderwerp van de baan, om weer plaats te maken voor een ander, doch bij een paar der aanwezigen bleef iets hangen van het gesprokene.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's