KERK, SCHOOL, VEREENIGING
NED. HERV. KERK.
Beroepen:
te Ridderkerk J. D. Kleyne te Ooltgensplaat — te Tjerkgaast ca. (toez.) A. Groot te Exmorra (Fr.) — te Oudeschoot A. Groot te Exmorra — te Tjerkwerd M. Groenewoud, cand. te Vriezenveen — te Roodeschool (Gr.) H. Boiten te St. Anna Parochie (Fr.) — te Knollendam (N.-H.) L. J. van der Kam, cand. te Oosterbeek.
Aangenomen :
naar Amsterdam (vac. dr. P. J. Kromsigt) W. M. A. Kalkman te Katwijk aan Zee — naar Bloemendaal (2de pred. plaats) Ch. de Beus te Rilland-Bath.
Bedankt:
voor Hees—Neerbosch (toez.) A. W. M. Odé te Koudekerk a/d Rijn — voor Enschedé (Ned. Herv. Evangelisatie) H. G. Groenewoud te Balk.
GEREF. KERKEN.
Beroepen:
te Dirkshorn (hulpprediker) S. Greving, cand. te Harlingen — te Roden (Dr.) W. Reeskamp, cand. te Utrecht — te Surhuisterveen (Fr.) A. ae Ruiter te Oude en Nieuwe Bildtzijl (Fr.).
Aangenomen:
naar Noord-Scharwoude (N.-H.) P. J. Richel, cand. te Den Haag.
Bedankt:
voor Mijdrecht J. Kapteyn te Kralingscheveer.
CHR. GEREF. KERK.
Beroepen:
te Rijnsburg M. Baan, cand. te Maassluis.
GEREF. GEMEENTEN.
Tweetal:
te Enkhuizen : R. Kok te Veenendaal en B. van Neerbos te Vlaardingen.
Beroepen:
te Kesteren W. C. Lamain te Rotterdam-Zuid — te Opheusden W. C. Lamain te Rotterdam-Z.
Aangenomen:
naar Gouda Joh. van Welzen te Rotterdam-Z.
Bedankt:
voor Rijssen (Walstraat) R. Kok te Veenendaal.
Afscheid, bevestiging en intrede.
Drs. J. de Lange, cand. te Huizen, hoopt D.V. Zondag 15 September a.s. zijn intrede te doen te Wilsum (Ov.), na bevestigd te zijn door ds. J. Spelt, van Rijssen.
Te Hattem nam ds. G. J. Koldewijn afscheid van de Gemeente met een predikatie over Openb. 22 vers 14. De naar Dinteloord vertrekkende leeraar werd toegesproken door zijn ambtgenoot ds. C. D. Israël. Toegezongen werd Psalm 121 vers 4.
DINTELOORD. Zondag 11 Aug. was voor de Gemeente van Dinteloord een zeer bijzondere dag. Terwijl het aan de eene zijde een dag was van droeve herinnering aan het feit, dat juist vóór vier jaar de dood, een onverwachte scheiding maakte tusschen de gemeente en haar geliefden leeraar, wijlen ds. Rappard, was het aan de andere zijde een dag van groote blijdschap, nu zij haar vurige wensch vervuld zag en het voorrecht mocht hebben, na vier jaar wachten en uitzien, wederom een eigen herder en leeraar te ontvangen in den persoon van ds. G. J. Koldewijn, overgekomen van Hattem.
In de morgenure trad ds. A. Dekker, van Otterloo, als bevestiger voor de gemeente op en bediende het Woord voor een talrijke schare naar aanleiding van Jesaja 52 vers 7 : „Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet hooren ; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet hooren; desgenen, die tot Zion zegt: uw God is Koning !"
Z.Eerw. ontwikkelde aan de hand van dezen tekst twee gedachten : Ie. de ware Godsgezant; 2e. de uitgebreide lastbrief, die de ware Godsgezant mee krijgt. De ware Godsgezant — aldus Z.Eerw. — wordt gekend aan de vruchten van zijn arbeid. Gelijk Jesaja was een prediker van wee en wél, zoo moet ook een ware Godsgezant zijn een prediker van vermaning en vertroosting, van vermaning voor degenen, die zeggen : Wijk van mij, aan de kennis Uwer wegen heb ik geen lust; van vertroosting voor Gods duurgekochte volk, dat in de verdrukking en verstrooiing leeft.
Des namiddags trad ds. Koldewijn voor een stampvolle kerk op en verbond zich, na vooraf even te hebben stilgestaan bij het plotseling verscheiden van den vroegeren herder en leeraar, aan de gemeente met de woorden van Psalm 46 vers 2 : „God is ons een toevlucht en sterkte".
Hoe vaak — aldus Z.Eerw. — moeten we in ons leven een toevlucht tot het een of ander nemen. Wanneer nemen we een toevlucht ? Alleen dan, wanneer we ons onmachtig gevoelen, onze vijanden zien. Zoo moeten we ook de drie aartsvijanden van ons bestaan, satan, eigen hart en wereld, recht leeren kennen, om dan door genade de toevlucht te nemen tot God, den Almachtige.
God is ons een sterkte. „Ons" duidt aan de gansche Kerk Gods. „Een sterkte". Van nature is de mensch zélf zoo sterk. Hij heeft geen behoefte aan een sterkere. Wanneer hij echter terneergeslagen wordt, zijn kracht in hem bezwijkt en hij zijn zwakheid en eigen verlorenheid moet belijden, is er plaats voor een Sterkere en laat God zich vinden als een Toevlucht en Sterkte. Z.Eerw. wenschte de gemeente en zichzelf toe, dat zij alzoo in de jaren, die God hen samen zou doen doorbrengen, van eigen macht en sterkte mochten afzien, om alles alleen van God te verwachten. Na de predikatie sprak Z.Eerw. een woord van dank tot den bevestiger, ds. Dekker, en den consulent, ds. Eigeman, waarna de gebruikelijke toespraken plaats hadden tot ouderlingen en diakenen, kerkvoogden en notabelen, collectanten, voorlezer, kiescollege, organist, kosterin, Chr. School, burgemeester, chr. vereenigingen, om ten slotte nog met een woord van vertrouwen tot de gemeente te eindigen.
Hierna werd Z.Eerw. nog toegesproken door den consulent, die den leeraar liet toezingen het 1ste vers van Psalm 121, en door den president-ouderling, den heer Vogelaar, die den nieuwen leeraar namens de verschillende colleges een hartelijk welkom toeriep en Gods zegen afsmeekte op het werk dat hem wachtte. Daarna liet hij Z.Eerw. toezingen Psalm 103 vers 1.
Tenslotte sprak nog als ringcollega ds. Postma.
Moge de Heere zelf met onzen nieuwen herder en leeraar zijn medegekomen, tot eere Zijns Naams en tot toebrenging van zielen, ook in Dinteloord.
FEIJENOORD—AMSTERDAM. Dr. A. H. Edelkoort te Feijenoord, zal wegens vertrek naar Amsterdam op Zondagavond 25 Augustus van zijn gemeente afscheid nemen. De bevestiging te Amsterdam op 1 Septemher zal geschieden door prof. dr. S. F. H. J. Berkelbach van der Sprenkel, hoogleeraar te Utrecht.
De intrede is bepaald op 4 September.
DELFT. Ds. H. A. Leenmans hoopt D.V. op 15 September afscheid te nemen. Bevestiging en intrede te Ede op 22 September.
Bevestiger is ds. A. van Voorthuizen te Wezep.
MOORDRECHT. Zondag 11 Aug. j.l. is prof. dr. M. C. van Mourik Broekman, vroeger pred. te Breda, oud-hoofdredacteur van het Utrechtsch Dagblad, bevestigd als predikant te Moordrecht.
Des morgens had de bevestiging plaats door ds. A. J. Werner, te Deventer.
Des namiddags deed dr. Van Mourik Broekman zijn intrede. De overvolle kerk was o.m. ook bezocht door den burgemeester van Moordrecht, wethouder De Jong, de predikanten Nieuwburg, dr. Cannegieter, Hugenholtz, da. Günther, candidaat Loeff en godsdienstonderwijzer Van Loon. Het viel wel op, dat geen der Ringpredikanten, ook niet de consulent, aanwezig waren. Dr. Van Mourik Broekman sprak over 2 Corinthe 1 vs. 24: „Niet, dat wij heerschappij voeren over uw geloof, maar wij zijn medewerkers uwer blijdschap ; want gij staat door het geloof".
Na de preek volgden de gebruikelijke toespraken tot den bevestiger, ds. Werner, uit Deventer, en de nieuwe gemeente. Uitvoerig sprak ds. Van Mourik Broekman tot de belangrijke minderheid in Moordrecht, vereenigd in de Ned. Herv. (Ger.) Evangelisatie. Het feit aanvaardt spreker ten volle als een beginsel van het Protestantisme, veelvormigheid van het geloof. Overal, waar veel godsdienst is, is ook velerlei godsdienst. Onmogelijk is het om een eenheid te zijn, maar het Is wel mogelijk om te zijn een gemeenschap van menschen en groepen, die toch allen in het diepste wezen zoeken een verbintenis met God en met Christus. Er is verschil in taal en stijl, maar gemeenschap in God dienen en men zal elkander niet behoeven te beschimpen, maar weten te waardeeren, elkander ook kunnen vinden, want alle groepen hebben den zelfden Bijbel. Allen zijn menschen in den tijd en allen buigen voor den eerbied van het Woord Gods.
Vervolgens dankte dr. Van Mourik Broekman den burgemeester van Moordrecht, die beide malen tegenwoordig was, de vele vrienden uit Breda, die tegenwoordig hadden willen zijn bij de intrede, ook enkele aanwezigen uit Utrecht van het dagblad.
Na dankgebed zong de gemeente Gezang 237 : 4.
Op verzoek van ds. Nieuwburg zong de gemeente dr. Van Mourik Broekman toe de zegen bede uit Psalm 134.
(N. Rott. Ct.)
Beroepingswerk.
Het Hbld. meent te weten, dat er bij het Classicaal Bestuur van Amsterdam bezwaar is ingebracht tegen het beroep van ds. W. M. A. Kalkman, te Katwijk aan Zee, omdat tot de benoeming van dezen predikant ouderlingen en diakenen hebben meegewerkt, die sedert jaren niet meer in de kerkelijke gemeente van Amsterdam wonen.
Jubileum Ds. N. C. Bakker.
In de j.l. Zondagmorgen gehouden godsdienstoefening herdacht ds. N. C. Bakker, pred. te Maartensdijk, zijn 40-jarig ambtsjubileum.
Ds. Bakker sprak naar aanleiding van de woorden van den apostel Paulus, vermeld in het 2de gedeelte van 2 Corinthe 12 vers 9, luidende: „Zoo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone".
Aan het einde van de predikatie memoreerde de jubilaris, hoe hij na een achttal op hem uitgebrachte beroepen op 4 Augustus 1895 aan zijn eerste gemeente Wijngaarden, in de Alblasserwaard, verbonden werd, waarbij hij tevens een waardeerend woord sprak aan zijn bevestiger, dr. B. van Meer. Vervolgens liet spreker de verschillende gemeenten, waar hij het predikambt mocht bedienen, de revue passeeren, daarbij speciaal stilstaande bij de gemeenten Poortvliet en IJsselmuiden.
Na den zegen werd de jubilaris hartelijk toegesproken door zijn zoon, ds. J. Bakker, van Veenendaal, en door ouderling J. van Ekris.
De gemeente zong tenslotte den jubilaris, de zegenbede toe uit Psalm 134 vers 3.
Met een kort woord bracht ds. Bakker de sprekers en de gemeente dank.
Het kerkgebouw was geheel bezet.
Prof. dr. A. M. Brouwer.
Benoemd is tot Rijikshoogleeraar in de Godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, in plaats van wijlen prof. dr. D. Plooij, prof. dr. A. M. Brouwer, thans kerkelijk hoogleeraar aldaar.
De Algemeene Synode der Ned. Hervormde Kerk hoopt 4 October a.s. een buitengewone vergadering te houden tot benoeming van een nieuwen hoogleeraar.
Prof. dr. A. M. Brouwer werd 16 December 1875 te Langowan in de Minahassa geboren, alwaar zijn vader hulpprediker was bij de Indische Kerk. Hij genoot zijn opleiding aan het Gymnasium te Leeuwarden en studeerde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Op 24 Augustus werd hij te Haamstede als predikant bevestigd en verbond zich op 13 Mei 1906 aan de gemeente te Meppel. In 1910 werd hij benoemd tot rector van de Ned. Zendingsschool te Rotterdam en in 1917 van de Zendingsschool te Oegstgeest. In 1921 werd hij benoemd tot kerkelijk hoogleeraar te Utrecht.
Prof. dr. Brouwer, die in 1905 promoveerde tot doctor in de theologie cum laude op een proefschrift : „Daniël Chantepie de la Saussaye", heeft tal van theologische werken geschreven.
Scholendag te Heerenveen.
Op Woensdag 11 September zal in het Pesthuis te Heerenveen weer een Christelijke Scholendag gehouden worden. Als sprekers zullen optreden de heer A. Janse, hoofd eener school te Biggekerke, met het onderwerp: „Het genadeverbond en onze scholen" en ds. M. van Grieiken, van Rotterdam, met het onderwerp : „Het Ohristelijk Onderwijs, zijn zegeningen en zijn zorgen".
Giften en Legaten.
De kerkvoogdij te Hummelo (Geld.) ontving van wijlen den heer J. G. Moorrees te 's-Gravenhage een legaat van 5000 gulden, vrij van successierechten.
Scheiding van Kerk en Staat.
De Protestantsche Kerk in Ned.-Indië.
Zondag 4 Augustus is van alle kansels der Indische Kerk een schrijven voorgelezen, namens 't bestuur der Protestantsche Kerk in Indië onderteekend door den voorzitter dr. N. A. C. Slotemaker de Bruine en den waarnemenden secretaris dr. Chr. Gunning, waarin medegedeeld wordt dat H.M. de Koningin op H Juni 1935 den algemeenen maatregel van bestuur geteekend heeft, waarbij de administratieve scheiding tusschen de Protestantsche Kerk in Ned. Indië en den Staat voltrokken wordt. Bij toesluit van den Gouverneur-Generaal is bepaald, dat zij in werking zal treden met ingang van 1 Augustus 1935.
Deze regeeringsdaad is geschied in overeenstemming met een besluit, dat de vertegenwoordigers der geheele Protestantsche Kerk, tezamen ter groote vergadering te Batavia in. Mei 1933 hebben genomen. Zij wijzigt de verhouding Staat en Kerk, welke in directen zin bestaan heeft van af het begin der vorige eeuw en in algemeenen zin vanaf 1621.
De opperste zeggenschap over de kerkelijke aangelegenheid is van den Staat op de Kerk zelf overgegaan. De Kerk zelf zal moeten beslissen over den vorm van haar organisatie en van haar bestuur en zij zal haar eigen vertegenwoordiging en bestuur, kiezen. De groote vergadering van Mei 1933 heeft reeds een algemeen reglement vastgesteld dat in werking zou kunnen treden, zoodra de administratieve scheiding zou zijn voltrokken. In dit reglement zijn eenige zeer belangrijke nieuwe elementen vastgelegd. Wij noemen de uitspraak, dat het fundament der Kerk is : Jezus Christus, en het besluit, dat binnen haar verband zelfstandige kerken kunnen worden gevormd.
Een regeling van vele andere zaken, de kerkelijke organisatie betreffende, is echter noodig. Daartoe zal een algemeene Synode bijeengeroepen worden in 1936. Zij zal de eerste vertegenwoordigende vergadering der Protestantsche Kerk zijn, geheel bevoegd tot het nemen van alle toesluiten, welke zij noodig acht.
Door deze scheiding van Kerk en Staat kunnen nu ook de plannen tot het institueeren van een zelfstandige kerk in de Molukken verder ontwikkeld worden.
Begin September zal de Synode bijeen komen voor besprekingen.
De Synode en de Communistische predikanten.
In de 17de zitting Tan de Synode dezes jaars zijn de predikanten dr. J. L. Snethlage, van Oyen ((Br.) en ds. B. Boers, van Roordahuizum (Fr.), aangeklaagd van communistische propaganda in woord en geschrift, ter vergadering verschenen.
De president, dr. P. Smit, van Heumen, hield een toespraak tot beide heeren, waarin hij hun met nadruk verzocht er acte van te willen nemen, dat ze niet waren opgeroepen als philosophen of critici van onze Westersche cultuur, maar als dienaren van de Ned. Hervormde Kerk en predikers van het Evangelie van Jezus Christus.
Spreker deelde den heeren mede, dat de tegen hen ingebrachte aanklacht onderzocht was door een bijzondere commissie onder presidium van prof. dr. G. Sevenster, van Leiden, en dat deze commissie aan het slot van haar uitvoerig rapport de Synode heeft geadviseerd om de zaak te behandelen volgens „opzicht" en nog niet als „tucht". Voorts deelde de president hun mede, dat de Synode na rijp beraad besloten had de door de commissie aangegeven weg in te slaan zulks niet uit vrees voor critiek van de zijde van de geestverwanten van de aangeklaagden, doch in de stellige overtuiging, dat èn voor de Kerk èn voor de aangeklaagden het volgen van den weg der barmhartigheid de meest gewenschte moet worden geacht.
Hierna richtte de voorzitter der commissie, prof. dr. G. Sevenster, op verzoek van den president enkele vragen tot de heeren Boers en Snethlage, die daarop antwoordden.
Tenslotte richtte de president een hoogst-ernstig woord tot de aangeklaagden, waarin hij hen wees op hun verantwoordelijkheid als dienaren van de Ned. Hervormde Kerk en predikers van het Evangelie van Christus Jezus. Spreker drong er bij beide heeren op aan, zich voor God te verootmoedigen, waarom hij de aangeklaagden opdroeg aan de barmhartigheid Gods.
De heeren verlieten daarop de zitting. Zij zullen van de Synode nog een nader schrijven ontvangen.
Het Reglement op de Suppletiebeurs
In de Synode is besloten, in overeenstemming met een uitvoerig rapport, voorgelezen door ds. P. Tammens, van Oostwold, het voorgestelde reglement op de Suppletiebeurs voor predikants weduwen en weezen, aan de Commissie, die het indiende, terug te zenden, omdat er te veel bezwaren waren die de aanneming in den weg staan Aan de Commissie zal worden verzocht m.et de verschillende opmerkingen van Prov. Kerkbesturen en Classicale Vergaderingen rekening te houden en zoo mogelijk met een ander voorstel te komen.
De Synode en de voedselvernietiging.
Bij de Synode was een verzoek ingekomen van den kerkeraad van Sneek, om een adres aan de Regeering te zenden, opdat een einde kome aan de vernietiging van producten.
Over deze zaak rapporteerde dr. H. W. Weeda, van Oosterland. De rapporteerende commissie, hoewel het kunnende verstaan, dat Sneek met dit verzoek gekomen is, oordeelt, dat de Synode aan dit verzoek niet moet voldoen. De commissie oordeelt, dat de mensch door God geroepen is tot beheersching van de natuur en dus die natuur moet aanwenden tot zijn nut en heil. Vernietiging van op zichzelf nuttige producten, wanneer deze ophouden nuttig te zijn en instede daarvan ernstige schade dreigen te veroorzaken, kan eveneens tot die beheersching worden geacht. Daarom moet de Synode zich met geenerlei bezwaarschrift tot de Regeering wenden.
De Synode vereenigde zich met deze zienswijze.
Valkenheide.
Prof. dr. Slotemaker de Bruine, benoemd tot Minister van Onderwijs, heeft gemeend nu te moeten bedanken als voorzitter van het Bestuur van „Valkenheide", welke inrichting uit den aard der zaak telkens met het Departement van Onderwijs in aanraking komt.
Door de Synode is nu tot bestuurslid gekomen de heer Oost Budde.
De Synode en de Reorganisatie.
Door de Classicale Vergadering van Amersfoort was een motie ingediend aangaande reorganisatie, ook in verband met reorganisatie, door die van Emmen, Ginneken en 's-Gravenhage, over Kerk en Zending, de positie van de Walen.
De heer Addink brengt hierover rapport uit. Er is een minderheid, die terstond een commissie wil zien ingesteld door de Synode, die bij een volgende Synode voorstellen zal indienen. Een meerderheid wil ook reorganisatie, maar afwachten of „Kerkherstel" en „Kerkopbouw" nog komen met gemeenschappelijke voorstellen.
De conclusie der meerderheid wordt met groote meerderheid aangenomen.
Kerk en Zending.
Bij de Synode waren voorstellen ingediend, nauwer verband te leggen inzake Kerk en Zending. Het Synode-verslag deelt hieromtrent mee :
Prof. Sevenster rapporteert over Kerk en Zending, een vraagstuk, aan de orde gesteld door de Classicale Vergaderingen van Emmen en Nijmegen, en door ds. Baljon, pred. te Zetten. De conclusie is, dat er bij de verschillende Classes op zal aangedrongen worden Zendingscommissies op te richten, opdat de Kerk meer Zendingskerk zal worden.
Prof. Sevenster wordt verzocht zulk een schrijven aan de verschillende Classes op te stellen.
De Ring en het Predikantstractement bij de schorsing van den dominee.
In het verslag van de Synode lezen we : De heer Addink rapporteert nog over een vraag van den Ring Bolsward, en ook van den Raad van Beheer : Wat komt aan den Ring toe, als een predikant wordt geschorst met verlies van zijn tractement ? Het antwoord luidt: Alleen, wat ook toy een gewone vacature uitgekeerd wordt. De toeslag van den Raad van Beheer komt weer in de algemeene kas. De emolumenten, aan de predikantsplaats verbonden, moeten bij ieder geval afzonderlijk beschouwd worden.
Dit antwoord wordt eenstemmig aanvaard.
Het einde van de Vrijmetselarij in Duitschland.
De Völkische Beobachter bevat de volgende aankondiging: Erkennend dat de Vrijmetselaarsgeest en de ideeën van het nationaal-socialisme onvereenigbaar zijn en er voor Vrijmetselaarsvereenigingen in Duitschland geen plaats meer is, hebben de nog in Duitschland toestaande loges ons medegedeeld, dat zij met ingang van 31 Juli 1935 hebben opgehouden te bestaan.
Zondagsrust in de cultures.
MEDAN, 7 Aug. (Aneta). Het Comité van Kerkvertegenwoordigers richtte een request tot den Gouverneur-Generaal, waarin verzocht wordt de maatregelen, welke met het oog op den Zondag in de Delische cultures zijn genomen, ook op Java in te voeren.
Zooals men weet, is het tot op heden treurig gesteld met de Zondagsrust op de plantages. Men bemerkt niet, dat het Zondag is.
Kerkelijke bouwkunst.
De kerkelijke bouwkunst is schijnbaar slechts een vraagstuk van nuttigheid. Wat doet het er toe, zal men zeggen, hoe het kerkgebouw is ingericht of opgetrokken of aangelegd ? Maar dan hebben we er eenvoudig aan te herinneren, dat de storm van 1566 eene toepassing was van het ontwaakte rechtsbesef der gemeente, dat hare kerkgebouwen niet in strijd met het Ie en 2e gebod der Wet mochten wezen. En al heeft de Gereformeerde Kerk geen bepaalde bouworde, toch mag de Gemeente van Jezus Christus, die den dienst des Woords en der Sacramenten liefheeft en e eren wil, bij een kerkgebouw velerlei aanspraken doen gelden en in het algemeen moet haar Gereformeerd karakter in acht genomen worden.
Doop en Catechisatie.
De jeugdige leden der Gemeente behooren gedoopt te wezen, zij hebben op den Doop een goddelijk recht. Maar dientengevolge hebben zij ook de meest gegronde aanspraak op een doeltreffend onderwijs en zijn de herders en leeraars verplicht voor zulk een onderwijs, vanwege de Kerk gegeven, zorg te dragen, totdat de doopleden als belijdende lidmaten tot de Gemeente zijn toegetreden, waarom in het Kerkrecht aan de catechisatie en 't catechiseeren een breede plaats moet worden ingeruimd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's