De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Toen de visite tegen het middernachtelijk uur was afgeloopen, bleven de mannen nog even bij elkaar. Gretske had geld — daar was geen kwestie van. Familie van nabij was er niet. Als zij kwam te sterven, ging de Armvoogdij wellicht met hare bezittingen strijken. Het was niets geen kunst haar kamertje binnen te komen, zonder door iemand bemerkt te worden. Zij was veel afwezig ; de buurvrouwen hadden nu ook haar vaste dagen van uitgaan — wat zou het beteekenen, daar dan eens een onderzoek in te stellen ? Zij zelf zou wellicht nooit een woord hierover reppen, ook al uit vrees, dat het dan openbaar zou worden hoe zij in stilte had gewoekerd en zoo kraaide er geen haan na. 't Was tenslotte alleen nog maar de vraag, wie het plan uitvoeren zou, doch hiervoor was de man eigenlijk van zelf aangewezen. Het Sabelbeen en de Bultenaar zouden wel op den uitkijk staan om te waarschuwen als er onraad komen mocht, en de nog vlugge Goudvink, die als het moest zelfs door de schoorsteen kruipen kon, zou het werk doen. Restte nog de vaststelling van den dag. Om verschillende redenen werd echter beter gevonden deze niet te bepalen ; men was toch bij elkaar en kon elk oogenblik handelen naar dat men goed vond.
Zoo scheidden de mannen.
Ondertusschen sliep Gretske den slaap der gerusten. Eerder dan gewoonlijk was zij deze avond te bed gegaan. In de laatste dagen voelde zij zich zoo vermoeid, 't Zou misschien toch wel goed zijn dat zij deed, zooals dominé gezegd had, en een weinig meer aan haar lichaam, dacht. Heerlijk, dat haar opgespaard geld nu zoo veilig was. Dat was een heel pak van haar hart. En dominé zou het aan geen vreemden, die er niets mede te maken hebben, vertellen. Met het oog daarop kon zij nu volkomen gerust wezen. Daar stonden weer rumoerige dagen voor de deur, met al dat vreemde kermisvolk. En dan waren de buren ook geheel los. Heel anders dan gewoon. Gelukkig, zij was geborgen. Had zij niet gelezen in den Bijbel, dien de dominé haar bezorgd had : Die gezeten is in de schuilplaats des Allerhoogsten, .die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen !" En daar zocht zij hare topvlucht. Wat zou een nietig mensch haar dan doen ? Met die gedachte was zij ingeslapen. Gods engelen hielden bij haar legerstee de wacht.
Reeds stond de zon vrij hoog aan den hemel, toen zij uit een onrustige sluimering ontwaakte, opgeschrikt door een luid stemmengeroes waar tusschen door de grofste vloekwoorden opklonken. Blijkbaar was daar voor een enkele keer weer herrie, thans veroorzaakt doordat een nieuw aangekomen kermistroep niet de noodige ruimte voor haar wagens en bagage krijgen kon, die zij verlangde, omdat de anderen hiervoor geen voldoende gelegenheid gaven. Een paar agenten liepen op een afstand, de handen op den rug, de sabel op zij, schijnbaar toevallig maar in waarheid om een oogje in het zeil te houden, en als het noodlg was, tusschen beide te komen. 't Werd een drukte van belang, vooral toen ook de vrouwen uit de woonwagens zich met het geval bemoeiden en hunne hoogopduikende, soms gillende stemmen zich mengden tusschen de ruwe woorden der mannen. Hier konden de bekende typen van Lombok niet tegen aan. Met verbaasde gezichten stonden Trui en haar vriendinnen naar het kabaal te luisteren, vol verwondering over den woordenvloed, welke hier los kwam, tot op een gegeven oogenblik door een minnelijke schikking de vrede geteekend werd, de paarden konden ontspannen worden, de trappen uitgezet en de talrijke bewoners der verschillende vehikels naar buiten kwamen. Weldra was het een en al beweging. Kinderen werden uitgezonden om van de omwonenden water te vragen voor de koffie of eenig brandhout voor de kachel.
Anderen gingen met een zak er op uit om gras te snijden uit de bermen der wegen, — ook wel eens uit een weiland waar de hoeveelheid voor het grijpen lag. Slagersjongens kwamen per fiets om te vragen of er ook iets wezen moest, groentekarren reden aan om weldra door tal van kooplustigen omringd te worden en veel van hun voorraad onder de hongerige menigte te zien verdeeld ; kruideniersjongens zochten eveneens voor hunne patroons zaken te doen. Terwijl de mannen met den hengelstok er op uit trokken, om te trachten in een dichtbij gelegen poel een zoodje visch te vangen, gingen de vrouwen aan de wasch of zorgden voor het middagmaal, 't Was op eens een drukte van belang, welke vooral aanstekelig scheen te werken op Ka, die niet binnen de deur te houden was en al maar moest weten, wat er gebeurde, zoo menigmaal een of meer stemmen opklonken of een buitengewoon rumoer de nadering van nieuwe verrassingen aankondigden. Een fleurig leventje toch, dat kermisleven, en als zij niet zoo oud was, dan leek het haar nog wel, zoo van ee eene plaats naar de andere te reizen, altijd omringd door zang en muziek en vroolijk doende menschen. En de anderen vonden dat zij een pracht-exemplaar wezen zou, om bijv. in een tentje als kaartlegster op te treden of uit de lijnen in iemands hand zijn toekomst te voorspel­len.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's