De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE REFORMATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE REFORMATIE

IN DE CLASSIS NEDER-VELUWE VAN 1592 — 1620

7 minuten leestijd

IN DE CLASSIS NEDER-VELUWE VAN 1592 - 1620

16. Garderen en Kootwijk.
Van Garderen begint de victorie !
Het eerste kerkgebouw, gesticht in 1050 en gewijd aan den H. Gangulphus, werd in 1575 vernieuwd, terwijl het tegenwoordige gebouw uit 1859 dateert.
De reformatie op de Veluwe is te Garderen begonnen. In 1544 stond n.l. daar als pastoor Jan Geraards Terstege of Verstege. Zijn reformatorische gevoelens hield hy voor zijn parochianen niet verborgen, weshalve hij in 1550 werd gevangen genomen. Toen bij bedreigd werd, herriep hy zyn geschriften zonder zijn vryheid terug te krygen, en werd tot 1553 te Hattem gevangen gezet, daarna naar Leuven gebracht, doch na drie dagen reeds naar Straatsburg vervoerd, 't Drukte hem zwaar, dat hy de leer der Hervormers had verloochend, en eenmaal de vryheid wederom genietend, schreef hy „Der Leecken-wechwyzer". Hy noemde zich „Anastasius Veluanus", d.i. de opgerichte Veluwenaar, daar hy uit zyn val was opgericht. Hy heeft in de omgeving van Harderwyk ijverig gearbeid. Hy was een aanhanger van Luther en Melanchton, en dus geen bepaald Calvinist. De professoren Cramer en Pyper hebben zyn geschriften uitgegeven in de Bibliotheca Neerl. Ref. jaargang 1906, ruim 600 bladz.
In 1592 is er niemand van Garderen op het examen aanwezig, hetgeen waarschynlijk ook overbodig was, daar wy uit 1593 weten dat daar als predikant stond Bernardus Verstegus (Reitsma en Van Veen), of zoo het heet in de Classicale acta, Gerardus Verstegus. Ook doet 't ons vreemd aan, dat tegelykertyd ds. Joh. Lontius van Voorthuizen opdracht krijgt Garderen te bedienen, daar toch Verstegus als predikant van Garderen op die Synodale Vergadering van 25 — 29 Sept. 1593 tegenwoordig is. (Ook wordt daar nog gewag gemaakt van een tiende, die de kerk toekomt volgens de oude boeken, en die men wil aan wenden tot verbetering van het predikantstractement, daar deze tiende thans door een ander werd genoten). Het kan echter ook mogelyk zyn, dat het vertrek van Verstegus reeds aanstaande was, doch daartoe kreeg hy van Gemeente en Classis geen verlof, doch daar hij omstreeks 1593 toch heenging, werd daarvan kennis gegeven aan de Classis van Zutfen, waaronder hy nu behoorde.
In de Classicale April-vergadering 1594 verzocht Garderen een predikant, en wel Timannuis Elberti (Albert!) van Oldebroek, die om „wichtigen orsaecken", n.l. de bekende tractementskwestie, verlof kreeg om naar Garderen te vertrekken, doch zyn bevestiging zou niet eerder plaats vinden dan na gehouden succesvol examen en proefpreek. Deze bevestigingskwestie is een langdurige geschiedenis geweest. Ieder jaar komt zy ter sprake en wel tot 1599.
Eerst werd zy uitgesteld, daar het wachten was op de attesten van den predikant van Heerde, die tegeiykertyd onderzocht zou worden; daarna kreeg hy na bekomen approbatie van het Hof, de vermaning om vlytig te studeeren, een proefpreek te doen naar aanleiding van Joh. 10 vers 1, waarna de kerk van Harderwyk hem examineeren zou; een en ander verliep naar wensch, en het besluit tot bevestiging werd wederom herhaald; de kerk van Harderwyk schreef den Schout van Barneveld aan om te Garderen een dag te bestemmen, echter zonder gehoor te krygen. Nu moest de predikant van Nykerk zyn pogingen aanwenden om den Heer Schout te vermurwen. Ook dit baatte niet. Weer schreef de Classis den Schout aan, en weer was het resultaat nihil.
Gezegende kerk, die zoo onder den Staat verkeert.
Nu besloot de Classis de Gedeputeerde Raden ter hulp te roepen, opdat de Schout door middel van den Raadsheer Voeth tot zyn plicht werd geroepen.
Inmiddels werd ds. Albert! opgedragen in de naastby gelegen plaats het Heilig Avondmaal te gebruiken. De Classis besloot daarna „eendrachtelick" dat hy bevestigd moest worden, en wel door een predikant van Harderwyk. De volgende vergadering wees daartoe ds. Wirtzfeldius aan, maar daar bleef het dan ook by. In 1599 dringt de Classis er nogmaals op aan, waarna we er niets meer van lezen, doch veronderstehen mogen dat het geschied is. O, die goede oude tijd !
In 1595 deelde hy aan de Classis mede, dat hy het dorp Kootwyk ook bediende, en dat voor een sobere toelage. En daar Kootwyk geen eigen predikant kon beroepen, vond de Classis het goed, dat ds. Alberti een brief van aanbeveling kreeg voor het Hof, teneinde in het genot der inkomsten gesteld te worden. Tevens werd hem opgedragen om Putten te bedienen en wel om de 14 dagen, daar de „papistische pape" Willem de Wees, gewezen pastoor van Putten, de reformatie zeer tegenwerkte.
In 1596 deed zich een huwelykskwestie voor, daar de predikant van Elspeet twee lieden uit Garderen had getrouwd, hetgeen zonder toestemming ongeoorloofd was.
In 1600 gevraagd naar den staat der kerk, verklaarde hy, dat hij een bevredigend aantal hoorders had, doch nog geen kans zag „om ein gemeinte op te richten".
In 1602 klaagde hy .over de niet-uitbetaling van zyn tractement, waarvoor ook een volgend jaar de kerkeraad van Arnhem werd verzocht by het Hof bemiddelend voor hem op te treden, te meer daar ds. Alberti reeds oud was. Spoedig daarna is hy gestorven en ontvangt zyne weduwe een aanbevelingsbrief voor Synode en Hof;
In 1604 zien wy als predikant van Garderen Jacobus Medenbach, wiens bevestiging vlotter verloopt dan die zyns voorgangers, daar dit in April 1604 plaats vond. Doch des te eerder is hy ook weer vertrokken, hoewel hy te Garderen was gekomen op een contract van zes jaren. Maar aangezien hy zyn tractement niet kreeg, besloot de Classis om den Schout van Barneveld te bewegen de zaak by te leggen, echter zonder resultaat. Ds. Medenbach, de baan vry ziende naar Ermelo, vertrok in alleryl in 1605 derwaarts, en liet zich later een kleine berisping over zyn onvoorzichtig vertrek welgevallen.
In 1607 komt als predikant te Garderen ds. Predericus Curtenius, die zich echter voorloopig maar voor één jaar aan de gemeente verbond, weshalve zyn bevestiging werd uitgesteld.
In 1609 oordeelde de Classis, dat het nu toch wel stichtelyk was dat ds. Curtenius bevestigd werd, hetgeen aan ds. W. de Bruyn, van Voorthuizen, werd opgedragen.
Het volgend jaar was de Classis met deze geschiedenis in het algemeen verlegen, daar ds. Curteniiis nog niet bevestigd was. „Ende angaende sijn conformation *) is voor het beste inghesien, dat dieselvighe, nadie-nse nu int vierde jaer verbleven is, voortaen sal ach ter weghen blijven. Waerover mede besloten is, dat voortan die confirmation enighes dienaers, die oock soude moghen bij provisie voor een jhaer ahn enighe plaetze hem nedersetten, daerom niet sal noch behoort uthgestelt te worden".
In 1610 klaagde ds. Curtenius over het verval der kerkgebouwen en pastoriën van Garderen en Kootwijk. De kerkmeesters deden geen rekening, en de Schout was. laks. Velen vroegen zich af waartoe de inkomsten gebruikt werden, die voor de kerk waren bestemd. De Classis zou den Schout vermanen om de noodige reparaties aan te brengen, en zoo hij „hyrinnen versuymich" was, per missive het Hof te hulp roepen.
In 1611 was de predikant zonder verlof „met verlof" gegaan, „vertrooken in syn Vaderlant", waarover hij gecensureerd werd. In die vergadering was tevens een brief ingekomen over een onbekwame koster, die tegen den zin en wil der vorige predikanten en gemeenteleden door Schout en Ambtsjonkers „naar Garderen was gepromoveerd". Hij werd tot afzetting voorgedragen.
Aan de combinatie Garderen-Cootwijk is omstreeks 1614 een eind gekomen, daar de Classis het beter vond dat Cootwijk zelfstandig ging beroepen. Zoo zien wij dan in 1615 op den eersten Zondag in Mei Johannes Kinsius, proponent, zoon van ds. Petrus Kinsius, van Putten, vergezeld van ds. Van Mehen, van Harderwijk, te Cootwijk komen, alwaar hij op beroep preekt. Een en ander verloopt naar wensch, de approbatie van het Hof komt binnen, en ds. Joh. Kinsius wordt als lid van de Classis aangenomen, waarmee Cootwijk zijn eerste predikant heeft.
(Wordt vervolgd).
Vaassen.


*) bevestiging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE REFORMATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's