De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

EEN LASTIG ONDERWERP.

5 minuten leestijd

(Slot).
Dat er zich bij de uitwerking van hetgeen de Gereformeerde Vaderen in Artikel 36 neerschreven over de taak van de Overheid, om de hand te houden aan den heiligen Kerkedienst, moeilijkheden, zelfs groote moeilijkheden voordoen, die de volle aandacht verdienen, lieten wij in het slot van ons vorig artikel duidelijk uitkomen.
Die moeilijkheden loopen niet over het principe van het ambt der Overheid, niet over het begin en het slot van Artikel 36 der Belijdenis, want daarover zijn — en dit zij nog eens gezegd — alle Gereformeerden het hartroerend eens, maar over de verhouding van de Overheid tot 's Heeren Kerk en over de taak der Overheid inzake de kerkelijke-en geestelijke aangelegenheden van het volk.
Het is opmerkelijk, hoe zelfs die partijen, die voor een politiek, gegrond op Artikel 36, het pleit voeren en die zeggen, dat er voor hen geen moeilijkheden omtrent de uitvoering van Artikel 36 bestaan, de consequentie, van hetgeen zij op dit punt belijden, niet aandurven.
Zoo maken b.v. de Staatkundig Gereformeerden en de leden van de Hervormd Gereformeerde Staatspartij geen bezwaar tegen het afleggen van den eed op de Grondwet, terwijl deze in het Zesde Hoofdstuk op het stuk „Van den Godsdienst" bepaalt :
Artikel 168. Ieder belijdt zijne godsdienstige meeningen met volkomen vrijheid, behoudens de bescherming der maatschappij en harer leden tegen de overtreding der strafwet.
Artikel 169. Aan alle Kerkgenootschappen in het Rijk wordt gelijke bescherming verleend.
Artikel 170. De belijders der onderscheidene godsdiensten genieten allen dezelfde burgerlijke en burgerschapsrechten en hebben gelijke aanspraak op het bekleeden van waardigheden, ambten en bedieningen.
Artikel 171. Alle openbare godsdienstoefening binnen gebouwen en besloten plaatsen wordt toegelaten, behoudens de noodige maatregelen ter verzekering der openbare orde en rust.
Aan de Grondwet, die deze bepalingen inhoudt en welke bepalingen naar het zeggen van de Hervormd Gereformeerde Staatspartij en van de Staatkundig Gereformeerden vierkant in strijd zijn met Gods Woord, wordt door Kamerleden, Statenleden en Raadsleden, tot die partijen behoorende, trouw gezworen, belovende onder aanroeping van Gods heiligen Naam, dat ze naar die Grondwet zullen handelen en zich naar die Grondwet zullen gedragen. In dien eed spreken zij het uit, dat er zijn zal vrijheid van consciëntie, vrijheid van godsdienst en vrijheid van belijden en vergaderen.
Wie heeft wel eens gehoord, dat de voorstanders van de onverkorte handhaving van Artikel 36 der Gereformeerde Geloofsbelijdenis in de Staten-Generaal bezwaar maakten tegen de salarissen, die de Roomsch-Katholieke onderwijzers uit 's Rijks kas genieten, of dat deze voorstanders hun stem uitbrachten tegen de gelden, die op de koloniale begrooting worden uitgetrokken ten behoeve van de Roomsch-Katholieke missie in Oost-en West-Indië ?
hooren krachtens het Verbond) „heeft God voor-Partijen, die op het standpunt staan, dat de Overheid heeft te weren en uit te roeien alle afgoderij en valsche godsdienst, zouden heel anders moeten handelen. Zij zouden nooit gelden voor deze doeleinden mogen toestaan. Want met het voteeren van die gelden wordt Rome's Kerk gebouwd.
Artikel 36 schept, wat de middenmoot van het artikel betreft, moeilijkheden, groote moeilijkheden, waarmede wij, eerlijk gezegd, geen weg weten en die wij ook niet kunnen oplossen.
Maar ook voor de Hervormd Gereformeerde Staatspartij en voor de Staatkundig Gereformeerden bestaan deze moeilijkheden.
Dooh nooit of te nimmer hoort men van die zijden iets over de moeilijkheden zeggen en nimmer hebben de Staatkundig Gereformeerden na het jaar 1927, toen, zooals wij in ons eerste artikel opmerkten, de commissie, die Artikel 36 in studie had, begraven werd, noch in de Tweede Kamer, noch in het partijblad, noch ergens elders, een poging gedaan om de moeilijkheden te verklaren.
Zij voeren de politiek van den struisvogel.
Toch zullen de moeilijkheden onder het oog moeten gezien worden, opdat op het politieke erf allen, die de Gereformeerde Belijdenis lief hebben, weer één kunnen worden.
Het groote werk der Calvinistische Reformatie is, dat aan de Kerk en aan de Overheid opnieuw de plaats gewezen werd, die Gods Woord voor haar bepaalde en dat zij ruimte schonk voor de vrijheid der consciëntie.
Het blijft de eere der Vaderen, dat zij de Calvinistische beginselen in het midden van het leven stelden.
Zij deden zien — zoo lazen wij ergens — dat het burgerlijk leven, het leven van den Staat, een ander leven is dan dat van de Kerk, dat de Staat er is voor het tijdelijk leven, en de Overheid om der zonde wil is Ingesteld tot keering van de zonde, dat die Overheid haar macht daartoe van God ontvangt en Hem rekenschap verschuldigd is. En zij beleden, dat de Kerk het tijdelijke en het eeuwige omvat, den Christus alleen tot Koning heeft en dat niet de magistraat, maar dat Hij alleen over die Kerk zeggenschap heeft.
En wat de consclëntie aangaat, vorderden zij voor den mensch het recht op om vrij te zijn in zijn overtuiging voor zijn Innerlijk persoonlijk, en voor zijn eigen huiselijk leven.
Maar zij waren aan de dwaling van hun tijd nog niet ontkomen. Doordat zij voor de Kerk aan de macht eener overheerschende Overheid wilden ontkomen, waarin Luther viel, geraakten zij weer vast in de Roomsche dwaling. Zij wilden de autonomie der Kerk redden en gaven daartoe de Overheid een taak, die toch tot overheersching der Kerk door de Overheid leiden moest.
Artikel 36 is een lastig onderwerp, dat in dezen tijd van verwarring der geesten, ook in Gereformeerde kringen, ter wille van de noodzakelijkheid van een eensgezind optreden van al degenen, die de Calvinistische levensbeschouwing op staatkundig terrein zijn toegedaan, de volle aandacht verdient.
De moeilijkheden zullen tot oplossing moeten worden gebracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's