De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

11 minuten leestijd

Zoo van onze kinderjaren af aan zijn wij het gewoon in de zomermaanden, die pas achter ons liggen, of bijna, in Juli en Augustus, vacantie te hebben. Wat waren dat heerlijke dagen, toen wij nog kinderen waren. Al duurden de vacanties niet half zoo lang als nu, toch genoten wij buitengewoon, 't Was in één woord : heerlijk.
En nu ligt het heelemaal niet in onze bedoeling om het heden uit te spelen tegen het verleden, door maar enkel lof saam te lezen van wat achter ons ligt en de oogen te sluiten voor wat goeds het heden in heeft. Neen, wij zoeken slechts uiting te geven aan wat mij en iedereen zal opvallen omtrent het onderscheid tusschen toen en thans.
Wat zijn de eischen, die wij ons zelven stellen, of die wij ons zien opgelegd, omtrent ons vacantie-leven heel anders dan voorheen. Zou het niet de werkelijkheid zeer nabij komen dat niet weinigen na de vacantie nog eens opnieuw moeten uitrusten. Men heeft zich als kudde-dieren laten voortdrijven van de eene plaats naar de andere, van het eene land naar het andere. Men heeft zoo ontzettend veel over zich laten heengaan, dat de geest met het lichaam tezamen doorbogen onder den last. Men kon niet meer.
Zou dit niet van zeer velen, niet van verreweg de meesten gelden, die de vacantie achter zich hebben : „nog meer vermoeid dan voorheen" ?
Dat er in „reizen en trekken" bekoring schuilt, ongetwijfeld, doch dan dient dit te worden geleid in gezondere banen dan thans vaak geschiedt. Daar is nameloos veel te genieten In Gods heerlijke schepping, doch wat voor elk terrein geldt, waar de schoonheid haren schepter zwaait, is dit, dan nadere, wie haar bespieden gaat, met schuchteren tred, met ingehouden schrede. Niet hollen, niet in het teeken van snelverkeer, maar. met fluisterstem vragend : „Wie geeft mij hier onderricht ? "
Zie, wie zoo reist en trekt, kan o zoo veel schoons en heerlijks genieten. Zoo iets laat niet na den geest te verruimen en den blik te verwijden en het lichaam nieuwe kracht toe te voegen. Dat is iets heerlijks.
Deze tijd ligt zoo weer achter ons. 't Duurt maar enkele dagen meer, of ge ziet de neergelaten gordijnen — in de steden voornamelijk — weer opgetrokken. Het leven herneemt zijn oude gang.
Nu is er nog één ding, waarin het „voorheen" met het „nu" geweldig afsteekt. Was het voorheen echt stil, was er echt een leegheid, wat toch het woord „vacantie" beteekent, dat is nu heelemaal anders. Vooral de laatste jaren geven ons dit te zien, dat er niet een enkele maand van het jaar, dus ook geen vacantie-maand, kan worden aangewezen, om nu eens een oogenblik leeg te staan, 't Is net alsof men juist nu nog meer kracht zoekt te ontwikkelen dan anders. Dit geldt op alle terreinen. Wat een bewogenheid kenmerkten de laatste dagen en weken voor landen en volken, 't Is om er het hoofd bij te verliezen.
Die in hoogheid zijn gezeten, zijn verre van te benijden. Welke geesten zijn losgelaten ! Welk een verdwazing heeft velen aangegrepen ? Welke gevaren snelt men tegemoet! Aan alles wordt gedacht, behalve aan het woord : daar is een tijd om uit te spannen.
Wij beleven vreeselijke dagen, en wat het einde van deze dingen belooft, schijnt ons niet minder vreeswekkend. Evenwel, daar is één ding dat ons waarlijk stil kan maken en dat is : „God regeert". En wat er komt, staat onder Zijn bestel. De dichter heeft het zoo kostelijk weergegeven :
Geen ding geschiedt er ooit gewisser, Dan 't hoog bevel van 's Heeren mond; Zijn godd'lijk almacht spreekt en 't Is er, Zijn wil gebiedt en 't wordt terstond.
Schoon de heid'nen samen list op list beramen. God verbreekt hun raad ; Schoon de mogendheden Snood' ontwerpen smeden. Hij belacht haar haat.
Doch laat ook nu niet ongelezen wat hierop volgt :
Maar d' altoos wijze raad des Heeren, Houdt eeuwig stand, heeft altoos kracht; Niets kan Zijn hoog bestel ooit keeren, 't Blijft van geslachte tot geslacht.
Zalig moet men noemen. Die hunn' Maker roemen Als hunn' Heer' en God ; 't Volk door Hem te voren Gunstig uitverkoren Tot Zijn erv' en lot.
In Diens hand is alles veiilg. Wie zich op Zijn trouw en genade verlaten mag is in de bangste tijden gerust.
Wy hadden behoefte hierop even te wijzen voor en aleer wij weer met ons overzicht van wat inkwam voor de fondsen een aanvang maken. Wij hadden echt vacantie. Daar was voor ons werk niet veel te doen. Vele dagen schoven voorbij, waarin onze bus niets opving. Wij vonden dit niet kwaad hoor, alleen wil ik dit wel als wensch hier uitspreken, dat thans een weinig meer werk me hoogst aangenaam zal zijn.
Wij zullen afwachten.
De kwitanties zijn voor een zeer groot deel verzonden, en wat nog achterbleef volgt dezer dagen.
Laat me thans het overzicht geven van wat in dezen vacantietijd inkwam.
1. Wij beginnen met den Zendingsdag. Zelf was ik bijna verhinderd. Mijn wil was goed — ik toef zoo'n dag zoo graag onder de broederen. Men voelt er zich echt thuis — doch er waren niet weinig moeilijkheden te overwinnen. Eerst een begrafenis leiden en daarna een huwelijksinzegening. Ge begrijpt, dat er niet veel tijd over­ schoot. Doch ook hier gold : „waar een wil is, daar is ook een weg". Ik was er in een ommezientje. Die auto's brengen een mensch in een moment uren ver. Uit tal van dingen merkte ik, dat men naar mij had gezocht.
De eerste vriendenhand werd me toegestoken door een paar vrienden uit 't Veen.
Van de Vereeniging „Troffel en Zwaard'' te Veenendaal werd me ter hand gesteld ƒ26.—
Een prachtig begin, waarvoor ik ook van hier mijn vriendelijke dank betuig.
Daarna volgden anderen, n.l.
Mej. de G., uit Schiedam, gaf me - 1.—
De heer O., uit De Bilt, evenzoo - 1.—
De heer v. B., uit Krommenie, drukte me een rijksdaalder in de hand - 2.50
Ds. Langhout, van Den Bommel, reikte my een bankbiljet van 10 gld - 10.—
H. Z. kwam daarna met 1 gld - 1.—
Ge merkt, hoe druk ik het kreeg. Niet enkel vloeiden de gaven voor de beide fondsen van den Geref. Bond, doch ook mengden zich daartusschen andere droppels.
Volgt me maar op den voet.
N. N. komt me een papiertje in de hand stoppen met 10 gld - 10.— te verdeelen half voor het Studiefonds en half voor den Medischen Dienst op Midden-Celebes.
Dat ik met beide evenzeer ben ingenomen, behoeft geen nader betoog.
Weer dient een tweetal zich aan, twee zusters, die beide N.N. heeten. De eerste stopte me 20 gld. m de hand - 20.— de andere voegde er nog een tientje bij 10.— Beide giften, evenals de vorige, kregen een bestemming half om half voor het Studiefonds en de Med. Dienst te Rante-Pao.
Nog stond het voor het laatste niet stil.
Van mevr. v. d. M. kreeg ik voor den Med. Dienst - 10.—
terwijl ik nog tweemaal 1 gld. mij zag overgelangd van N.N. voor hetzelfde doel -2.—
Deze laatste giften heb ik dadelijk na den Zendingsdag mogen afdragen aan collega Bieshaar.
Voor dit alles ben ik zeer dankbaar en betuig nogmaals mijn oprechten dank.
2. Thans volgen verschillende posten.
Uit Delfshaven ontving ik onder letters J. V. S. als nagift op de Paaschinzameling vijftig cent - 0.50
3. Van N. N. te 's-Gravenmoer - 1.—
4. Van Wed. N. N. te Veenendaal - 5.—
5. Het laatste blaadje van het giroboek met een bedrag van 10 gld. onder letters S. H., te Kralingsche Veer - 10.—
6. Van - ds. Lans te Hulzen de helft van de winst van het aantal buiten Huizen verkochte exemplaren zijner gedachtenisrede (25-jarig jubUeum, 9 Jan. '35) voor het Leerstoelfonds - 10.22
7. Gift, gevonden in de brievenbus van ds. Vreugdenhil te Gorinchem voor het Studiefonds - 1.—
8. Nog eens van N. N. te 's-Gravermoer..-1.—
9. Vanuit Gorinchem kreeg ik onder letters A. C. en B. een gift met begeleidend schrijven van 10 gld - 10.—
Voor elk dezer giften zeg ik zeer hartelijk dank. Uit een enkel toegevoegd woord spreekt vaak zooveel meeleven. Zegene de Heere deze blijken Zijner gunst rijkelijk, ook aan de gevers.
Thans volgen nog enkele posten, onder een anderen vorm mij toegezonden, n.l.
10. Het busje van onzen vriend C. Bardelmeijer te Zegveld leverde ditmaal op - 2.06
11. Het busje van den heer J. van Klaveren te Leiden bracht niet minder op dan..-20.15
12. Het busje van den heer J. Olieman te Delft had als inhoud - 4.10
13. Het busje van den heer H. Schilperoort te Dinteloord bracht op, bij gelegenheid van een huwelijksinzegening aldaar..-3.60
Daar zijn van die spreekwoorden, waaraan men telkens herinnerd wordt. Zoo dacht ik thans aan dit: vele kleintjes maken één groote. Wat brengen die kleine busjes op den langen duur veel op. Alleen, er is natuurlijk nog al eenig werk aan verbonden. Men moet de gelegenheden, welke zich voordoen, iedere keer
trachten waar te nemen. Op deze wijze krygt men niet alleen een heele som bij elkaar, maar men herinnert elkander ook telkens aan het bestaan van onze fondsen. Daarom ben ik voor dezen arbeid ook hoogst erkentelijk en dankbaar.
14. Nu nog enkele posten, welke voor mij van niet mindere beteekenis bleken.
Vooreerst de collecte, gehouden voor het Studiefonds bij gelegenheid van de intree en bevestiging van ds. Koldewijn te Dinteloord. Deze bracht op de niet onaanzienlijke som van - 63.45
Zulke collecten hebben voor ons dubbele waarde. Onze gemeenten spreken hierbij uit een zekere waardeering voor ons werk.
Wij hebben vaker dan eens ons afgevraagd of een gemeente als van Dinteloord dan toch eens weer een eigen Herder en Leeraar mocht verkrijgen. Jaren achter elkaar zonder eigen Dienaar des Woords is een gevaar op den duur. Heerlijk, dat thans de ledige plaats, welke door den dood van onzen vriend Rappard open kwam, weer vervuld is geworden. Dat de dankbaarheid zich in deze moge uiten als in onzen Heidelberger, n.l. in het gebed. Gods zegen ruste rijkelijk op Voorganger en Gemeente.
15. Van onzen vriend E. Roest te Kampen kreeg ik naast de collecte, gehouden op 21 Juli, waarbij ik zelf mocht voorgaan en die de prachtsom opbracht van ƒ 121.63, ook nog van de Zondagsschool op g. g. ƒ 15.87, plus inhoud van het busje no. 125, n. 1. ƒ 25.—. Samen - 162.50
'k Zal hieraan niet veel kunnen toevoegen. Alleen dit: ge hebt me grootelijiks verblijd. Gods gunst wijke niet van uwe paden.
16. De Penningmeester van de Afdeeling Hoornaar zond mij de contributie, zijnde.. - 20.—
'k Zie uw schrijven met belangstelling tegemoet. Intusschen mijn dank.
17. Vanuit Feijenoord zorgde onze vriend J. Bot voor een verrassing. Hij zond een girobiljet van 25 gld - 25.—
Waarvoor dit was en van wie, zal ik dadelijk zeggen.
Wijlen onze vriend Fliehe had allerlei rubrieken aangelegd, n.l. wanneer men iets geven mocht. Zoo waren er gedachtenisdagen, hoogtepunten in ons laven, waarover men niet heen kon klimmen zonder even stil te staan en een offerande neer te leggen aan den voet van den genadetroon. Dat hierbij 12/2 jaar en 25 jaar of 40 jaar stonden aangegeven, spreekt haast vanzelf. Hoe het nu komt, weet ik niet, of onze vrienden deze wenk nooit hebben gelezen of vergeten hebben, een feit is het, dat men giften als deze lang zoo vaak niet meer tegenkomt als voorheen.
Hier heeft het echtpaar A. N.—v. d. B. nog even bij stilgestaan. Wij spreken bij deze als onze hartewensch uit, dat de zelfde trouwe Gods, die hen tezamen voegde en tezamen liet, nog vele gelukkige jaren er aan toevoege. Hem tot eere.
Onze allerhartelijkste dank in alles. 18. Nu nog een tweetal posten.
De eerste werd ons toegezonden uit Wierden. Hier stond altijd een belofte open. Geen belofte aan mij, maar een belofte, welke men zich zelve had gedaan. Ik stel hierop vaak meer prijs dan op beloften aan anderen.
De Paaschcollecte was uitgesteld. Uitgesteld tot tijd en wijle, waarop het beter uitkwam. Ware men eerder er toe overgegaan, zoo leed lichtelijk de zaak schade. En dat mocht niet. Zoo kwam deze thans nu aan de beurt. Zij bracht op niet minder dan..-52.95
'k Dank de broeders allerhartelijkst en houd me verder voor hun milddadigheid aanbevolen. Ge hebt, door de collecte nog te willen houden, mij grootelijiks verblijd.
19. Eindelijk het slotstuk. Het komt uit een schoone omgeving. Uit een gemeente, waar, door de gunste Gods, zoolang ik weet een krachtig meeleven met de oude beproefde waarheid naar Gods Woord werd gevonden. Men leefde uit het Woord en had daarom de belijdenis van harte lief, wat zich uitte op tal van wijzen. Zoo ook by 't houden van de Paaschinzameling. Om verschillende oorzaken moest deze wachten. Dezer dagen werd zij aan mij afgedragen. Meer dan 300 gld. Mag ik 't juist zeggen. .-316.50
Is het niet kostelijk ? Wij danken in oprechtheid allen die hieraan hebben meegeholpen. De gunst des Heeren bekrone Zijn werk.
't Was wel een samenlezing over verschillende weken, doch de optelsom beschaamt ook ditmaal niet. 't Werd de respectabele som van ƒ 802.53
Wij hopen verder op aller steun, ons Gode en Zijne genade bevelen
Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's