KERK, SCHOOL, VEREENIGING
NED. HERV. KERK.
Beroepen:
te Vinkeveen G. C. Severijn te Muiden — te Streefkerk (toez.) M. Bons te Colijnsplaat — te Oldebroek (2de pred. plaats) J. van Amstel te Voorthuizen — te Nieuw-Amsterdam W. Volger, O.-I. pred. met verlof te Hilversum — te Sluipwijk E. R. Damsté te Ransdorp — te Nes (op Ameland) J. L. Brinkerink, O.-I. pred. met verlof.
Aangenomen :
naar 's-Gravenzande (Evang. Unie) A. C. van Wijk te Berkenwoude.
Bedankt:
voor Linschoten J. Lekkerkerker te Oldebroek.
GEREF. KERKEN.
Drietal:
Drietal: te Terneuzen : J. Koppe te Wagenborgen; W. J. Schmidt te Waddinxveen en A. van de Weg te Oudewater.
Bedankt:
voor Surhulsterveen A. de Ruiter, te Oude-en Nieuwe Bildtzijl.
CHR. GEREF. KERK.
Beroepen:
te Wildervank N. Brandsma te Bunschoten
Aangenomen:
naar Rijnsburg M. Baan, cand. te Maassluis.
Bedankt:
voor Alphen a/d Rijn, Urk, Werkendam, Meerkerk, Ouderkerk a/d Amstel, Noordeloos, Papendrecht, Klundert, Drachten, Bussum-Naarden, Haarlem-Noord, Sneek, Opperdoes, Barendrecht, Kornhorn en Amersfoort, M. Baan, cand. te Maassluis.
GEREF. GEMEENTEN.
Bedankt:
voor Opheusden W. C. Lamain te Rotterdam-Z.
Afscheid, bevestiging en intrede.
Zondagavond heeft in de Nieuwe Kerk aan den Dam te Amsterdam de bevestiging plaats gehad van ds. A. H. Edelkoort, gekomen uit Feijenoord, tot pred. der Ned. Hervormde Gemeente in de hoofdstad, ter vervulling der vacature-dr. P. J. Kromsigt. Als bevestiger trad op prof. dr. S. F. H. J. Berkelbach van der Sprenkel, uit Utrecht, oud-predikant der Amsterdamsche gemeente. De bevestigingspredikatie was naar aanleiding van Numeri 27 vers 16 en 17, in welke predikatie spr. wees op de taak van den predikant om in de gemeente „in en uit te gaan en haar in en uit te leiden" en daarin zijn herderlijk werk te vervullen. Na afloop der predikatie had de bevestiging van dr. Edelkoort op de gebruikelijke wijze plaats en nadat de nieuwe predikant op de hem gestelde vragen bevestigend had geantwoord: , zong de gemeente hem toe Gezang 215 vers 4.
Ds. Edelkoort heeft Woensdagavond, eveneens in de Nieuwe Kerk, zyn intree gehouden.
Zondagavond nam ds. J. C. Terlouw, beroepen pred. te Garderen, na een verblijf van ruim een jaar in de gemeente Alkmaar, onder buitengewoon groote
belangstelling afscheid van deze gemeente in de Groote-of St. Laurens kerk.
In zijn voorwoord voor de predikatie bracht ds. Terlouw zijn gemeente woorden van dank voor de groote belangstelling, welke hij bij de prediking steeds van de zijde der gemeente had mogen ontvangen en voor de groote offervaardigheid, welke de gemeente voor het wijkwerk had getoond.
Spreker zou dit afscheid zoo sober mogelijk willen laten zijn en daarom de gebruikelijke toespraken achterwege willen laten. In plaats hiervan zou spreker de gemeente en kerkeraad, ja, allen toe willen spreken miet de wensch, welke spr. ook als tekst heeft gekozen, n.l. de woorden van 2 Thess!. 3 vers 16 : , De Heere nu des vredes Zelf geve u vrede te allen tijde in allerlei wijze. De Heere zij met u allen". Na gewezen te hebben op de omstandigheden, welke den grooten Zendingsapostel aanleiding gegeven hebben om deze brief te schrijven, bepaalde ds. Terlouw zijn gehoor bij het woord: vrede. De vrede is tusschen Schepper en schepsel in disharmonie gebracht bij den val. Op de bodem van ons aller hart ligt het verlangen naar de harmonie, den vrede. De on-vrede in onnatuurlijk. Wij zijn niet geschapen om te sterven maar om te leven. De val is de oorzaak van de vredeloosheid. Onze opstand tegen den Allerhoogste is de bron van al ons zuchten en onze smarten. Dat toch door meer menschen verstaan mocht worden, hoe droevig het er met hen voorstaat.
God heeft echter genade daar gesteld in Christus Jezus. Bij het „Ik zal vijandschap zetten tusschen het zaad van de vrouw en het zaad van de slang", zal God langs den weg van strijd de vrede brengen. Die vrede is Christus, Hij heeft de vrede verworven door Zijn lijden en sterven. Hij is die vrede in Zichzelf. In Christus ontmoeten goedertierenheid en waarheid elkander, en kussen elkander gerechtigheid en vrede. Er is een vredesbeweging, maar deze gaat buiten het Evangelie om, en is deze daarom tot mislukking gedoemd. Er is een volk dat die vrede kent, temidden van, de woedende golven, een vrede zoo kalm, zoo majestueus. Een vrederijk zonder Christus is een hersenschim, maar met Christus een zalige werkelijkheid. Christus spreekt van vrede tot Zijn volk, tot Zijn gunstgenooten.
Na het uitspreken van de prediking sprak de heer N. v. d. Poll, namens het orthodoxe gedeelte van de gemeente en ds. Baar namens de kerkeraad, gevoelvolle woorden van afscheid, waarna de gemeente den scheidenden leeraar Psalm 121 vers 4 toezong.
Zeer onder indruk verzocht onze scheidende leeraar de gemeente ten slotte te zingen Psalm 72 vers 11.
Aan het einde van den dienst was nog gelegenheid in de consistoriekamer afscheid te nemen, waarvan zeer velen gebruik maakten.
Ds. C. J. van Paassen.
In de Zondagochtend gehouden godsdienstoefening in de Oosterkerk te Haarlem heeft ds. C. J. van Paassen medegedeeld, dat hij binnenkort om gezondheidsredenen zijn emeritaat zal aanvragen als predikant bij de Nederlandsche Hervormde gemeente te Haarlem.
Het was de eerste maal, dat ds. Van Paassen na zijn ziekte van enkele maanden als predikant voorging. Velen woonden den dienst bij o.a. de burgemeester van Haarlem, de heer C. Maarschalk van Egmond en Rinnegom en zijn echtgenoote, de heer W. Roodenburg en leden van alle kerkelijke colleges. Voor de dienst begon, deelde de heer H. Bijkerk, ouderling mede, dat ds. Van Paassen verzocht had in het kerkgebouw geen toespraken te houden. Wel wilde hij de gemeente in de gelegenheid stellen hem na afloop te begroeten. De heer Bijkerk noodlgde de gemeente uit den voorganger na het uitspreken van dien zegen Psalm 134 vers 4 toe te zingen. Ds. Van Paassen sprak een inleidend woord, waarin hij uiting gaf aan de dankbaarheid, welke zijn hart vervulde, nu hy na een ernstige ziekte weer genezen is en weer in den dienst kan voorgaan. Spr. zeide na de ziekte te voelen, dat hij niet langer mag arbeiden zooals vroeger. Toch wenscht hij nog te arbeiden in het Koninkrijk Gods en spr. deelde mede, dat hij zijn werkzaamheden als lid van het Provinciaal Kerkbestuur van Noordholland, als voorzitter van de Christelijke Scholen en van „Meer en Bosch" en „Bethesda Sarepta" hoopte te kunnen voortzetten. Het ambt van predikant wenscht ds. Van Paassen neer te leggen. Na langdurig beraad heeft hij besloten emeritaat aan te vragen. Spr. zeide, dat het neerleggen van het ambt beteekent afscheid nemen van het beste, dat hij heeft gehad. Het valt hem dus moeilijk en daarom verzocht spr. er zoo weinig mogelijk met hem over te spreken.
Velen maakten na afloop van den dienst van de gelegenheid gebruik ds. Van Paassen de hand te drukken.
Ds. Van Paassen is de oudste predikant van de Ned. Hervormde Gemeente van Haarlem, welke kerk hij dient sinds 7 Juli 1901. Voordien was hij predikant te Langweer en te Meppel. Hij is thans 67 jaar en staat reeds bijna 44 jaar in het ambt.
Ds. P. C. de Groot.
Ds. F. C. de Groot, Ned. Hervormd predikant te Zuilen, is Zondag weer voor het eerst, na een langen tijd van ongesteldheid, voor de gemeente opgetreden.
Zendingsmiddag.
Woensdag 11 September a.s. zal op het landgoed „Oud-Poelgeest" te Oegstgeest een Zendingsmiddag worden gehouden uitgaande van de Hulpvereenigüig „Katwijk en omstreken" ten bate van den Geref. Zendingsbond in de Ned. Hervormde Kerk. Aanvang half twee.
Sprekers zijn : ds. J. C. van Apeldoorn te Leiden. Openingsrede. Ds. L. Vroegindeweij te Waddinxveen, onderwerp : Lydia. Ds. W. J. van Lokhorst te Hilversum, onderwerp ? ? , Zendeling H. J. van Weerden, onderwerp: „Van strijd en zegen". Ds. J. Fokkema van Amstelveen, onderwerp : „Kennis is macht". Ds. Klüsener van Bodegraven : Slotrede. Allen zijn welkom !
Broeder R. van Dam.
Een zeldzaam jubileum hoopt 8 September a.s. de diacoon R. van Dam, te Nunspeet, te vieren. Het is dan, naar de „Ned." meldt, een halve eeuw geleden, dat hij diacoon (broeder van Meer en Bosch) werd en ook dat hij lid werd van de Broederschap van Diaconen, welker nestor hij is.
Ds. Cohen van Dokkum, geverbaliseerd
Wegens aansporing tot dienstweigering.
Ds. J. W. B. Cohen, Ned. Herv. pred. te Dokkum, had een spreekbeurt vervuld voor de Jongeren Vredes Actie. Na afloop van de vergadering werd hem proces-verbaal opgemaakt door den commissaris van politie, wegens poging tot opruiing. Ds. Cohen had n.l. aangespoord tot dienstweigering. Thans heeft ds. Cohen te Murmerwoude dezelfde rede gehouden en na afloop der vergadering is door de marechaussee van Dokkum en de rijksveldwachter van Murmerwoude opnieuw proces-verbaal opgemaakt.
Ds. Cohen was ten volle bewust wat hij zeide, omdat hij mededeelde de volle consequenties van zijn woorden te willen aanvaarden en hij ontveinsde zich niet, dat hij hierdoor met den strafrechter in aanraking zou komen.
Beroepingswerk.
Kerkvoogden en notabelen van de Ned. Herv. Gemeente te Wanswerd en Jilsum (Pr.), besloten aan den aanslag van den Raad van Beheer te voldoen, zoodat spoedig met het beroepingswerk kan worden begonnen.
Sinds 1929 was niet aan den aanslag voldaan.
Grafsteen Ds. K. den Hollander.
In samenwerking met kerkvoogden en notabelen zal door den kerkeraad der Ned. Herv. Gem. te Amersfoort een grafsteen voor wijlen dis. K. den Hollander gesticht worden.
Zelfstandige Gemeente.
Door het Provinciaal Kerkbestuur van Overijsel is goedgekeurd het besluit van de Classis Deventer om te Westerhaar-Vriezenveensche-Wijk over te gaan tot stichting van een zelfstandige Ned. Hervormde Kerk. Tot nu toe behoorde Westerhaar-Vriezenveensche-Wijk tot de Ned. Hervormde Kerk te Vriezenveen.
Indische Kerk.
Tot leden van de „Commissie tot behartiging in Nederland van de belangen der Protestantsche Kerk in Ned.-Indië" zijn voor den tijd van drie jaar benoemd : ds. W. L. Welter, dr. H. Schokking, ds. D. den Breems, ds. J. H. Grottendieck, W. J. A. C. Bins, ds. A. K. Straatsma en ds. T. J. van Oostrom Soede.
Predikanten Indische Kerk.
Ds. B. Keers, van verlof op de terugreis naar Indië, is door het Kerkbestuur benoemd tot predikant te Batavia, en tevens aangewezen tot lid van het Kerkbestuur.
Ds. C. D. Buenk, onlangs uitgezonden als predikant, is geplaatst bij de gemeente Bandjermasin.
Over het Verbond.
Op de Gereformeerde Predikantenvergadering (van de Geref. Kerken) heeft dr. K. Sietsma, Geref. pred. te Amsterdam-Zuid, gesproken over : »De beteekenis van het Verbond voor den arbeid in de gemeente«. Hij zei ongeveer : »Over het Verbond is in hoofdzaak nu wel vrij groote eenstemmigheid ; n.l. over het wezen van het Verbond, over de fundamenteele en wezenlijke éénheid tusschen Oud-en Nieuw Testament, bij alle verschil in bedeeling ; over de Sacramenten als Bondszegelen; en óók over het feit, dat niet allen, die de Sacramenten ontvangen, waarlijk geestelijk leven deelachtig zijn en worden : het is niet al Israël dat Israël genaamd wordt.
Maar in de practijk komt er verschil van accent. Behooren alle gedoopten in een Kerk, die haar belijdenis handhaaft en het tuchtrecht toepast, tot het Verbond ? En hoe moeten we tegenover deze bondelingen staan ?
Op de eerste vraag antwoordt spreker met alle kracht bevestigend. Maar men moet hier niet Verbond en Verkiezing met elkaar gaan verwarren. Want als men verkiezing-wedergeboorte en Verbond gaat gelijkstellen, krijgt men een verabsoluteering van het Verbond, die noodlottig moet werken. Men krijgt dan noodzakelijk de verwarring en de bezwaren van : veronderstelde wedergeboorte, enz. Maar wanneer men het verschil in omvang tusschen heide : verkiezing en wedergeboorte eenerzijds en Verbond anderzijds nadruk verleent, komt men tot in-en uitwendig Verbond, tweeërlei kerkleden en dergelijke.
Ook moet men zich wachten voor de beperking van de eeuwige zaligheid tot het Verbond. Dit brengt licht weer mee, dat men de bedeeling van het Verbond gaat verbreeden, om aan zoovelen mogelijk deze zaligheid te kunnen toekennen, in hope althans.
Het Verbond is opgericht met Gods volk. Hierbij is de mensch genomen juist niet in de eerste plaats in zijn lijdelijkheid en volstrekte onmacht, maar gesteld als verantwoordelijk, actief, willend, strevend mensch. Hier handelt God met het volk van Christus, dat opgeroepen wordt, met de belofte van Christus en Zijn heil, tot het beleven van het christen-zijn. Het gaat hier niet over den staat van den mensch (verkiezing-rechtvaardigmaking), ook niet over zijn toestand, (wedergeboorte, heiligmaking), maar over zijn ambt en roeping. D.w.z. God schept een eigen verhouding, waarin de menschen opgenomen worden als bondelingen, die van den Heere toegezegd krijgen alle schatten en gaven, die in Christus Jezus zijn en die dus opgeroepen worden tot trouwe aanvaarding en verwerking hiervan in des Heeren kracht.
Als wij nu bedenken, dat de mensch alleen de relatie verbreken kan, dan volgt uit deze gedachtengang, dat het jong-gestorven Verbondskind de eeuwige zaligheid beërft; dat de jonge levende kinderen in het Verbond zijn, als ze aan de ouders gehoorzaam zijn en in hun voetstappen wandelen in de vreeze Gods, al is niet anders voor ons zichtbaar dan gehoorzaamheid en navolging; dat de oudere kidnderen naar de mate van hun vatbaarheid geroepen zijn tot steeds bewuster aanvaarden en gelooven in den Heere Christus, o.a. in openbare geloofsbelijdenis.
Dit laatste maakt hen niet tot bondelingen Gods, maar tot welbewuste, zelfaanvaardende bondelingen met de daad.
Hieruit volgt, dat alle vermaan, gelijk onder oud-Israël, vermaan is tot Verbondstrouw. En dat alle verworpen vermaan verloochening van het Verbond is en ten slotte wordt verbreking van het Verbond, eedbreuk dus, geestelijke hoererij, verwisseling van den dienst des Heeren met den dienst van wereld en zonde, en dus de vloek des Heeren over zich brengt. Vandaar dat de gemeente ook dien vloek ten slotte, waar noodig, moet uitspreken door den ban. Maar die in de wegen des Heeren wandelen, jong en oud, dienen te worden vermaand tot verzekerdheid des geloofs, op grond van het Vertoond. Hierbij moeten ernstig gepredikt worden verkiezing en wedergeboorte, in harmonie met het Verbond, om te laten uitkomen, dat het niet vleesch en bloed is dat het Koninkrijk Gods zal beërven en dat het niet de mensch is, maar dat het is des ontfermenden Gods.
Geloof en bekeering moeten worden voorgehouden als Verbonds-eisch, als die juist van den bondeling gevraagd worden. En tot het gebruik der Sacramenten moet worden opgewekt, omdat dat bevestiging is der Verbonds-verhouding tusschen den trouwen en genadigen God, en den tot geloof en leven geroepenen en bestemden mensch«.
Tot zóóver dr. Sietsma. Over de vragen, die ; naar aanleiding van het gesprokene door onderscheidene predikanten gesteld zijn, een volgend maal.
De Vrizinnigen en ons Kerkrecht.
In Kerk en Volk bespreekt ds. Bakker, van Drachten, de brochure van prof. Haitjema : „De Kerkorde van 1816" en merkt dan ten slotte op : »De Kerkorde van 1816 is geen onwettige daad. Maar ook feitelijk aanvaard. „Zoolang onze Kerk nog is zooals zij is : wettig is geworden en feitelijk aanvaard, d.w.z. dat zij ruimte laat voor verschillende schakeeringen, stroomingen en richtingen, zoo lang mogen haar ambtsdragers hun houding tegenover andersdenkenden in de Kerk niet laten bepalen door het eigen subjectieve Kerkideaal, maar hebben zij zich te houden aan de objectieve maatstaf, die de Kerk, zooals zij op dit oogenblik is, zelf aanlegt. Dat is voor mij een kwestie van goede trouw tegenover den geest van het organisme, waarvan men heel bewust een lid wordt. En wie het niet doet, is zijn recht van spreken kwijt«.
De Souvereiniteit Gods.
»Wie de souvereiniteit Gods belijdt, doet daarmede belijdenis van den majesteitelijken heerscherswil van den drieëenigen God, waaraan de mensch absoluut gebonden is, zoowel in de sfeer van het natuurlijke, als in die van het genadeleven. Wie „de souverelniteit Gods" belijdt, wil God God laten blijven in zijn leven. De souvereine God is die God, Die Heer is en Heer blijft als Schepper, Verlosser en Voleinder, uit Wien en door Wien en tot Wien alle dingen zijn. De Souvereine God is die God, in Wiens hand de nietige mensch is als leem in de hand van den pottebakker. De souvereine God is die God, die Zijn werk niet uit handen geeft, noch het begin, noch het midden, noch het einde van dat werk. Dat geldt van de schepping en herschepping beide. Het geldt van de rechtvaardigmaking en de heiligmaking, maar even stellig van de bekeering. Het geldt voor Zijn gebieden, maar even goed van ons gehoorzamen. Van Zijn geven en van ons willen ontvangen. Het is niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods". (Prof. dr. Th. L. Haitjema. Onder Eigen Vaandel).
De slavernij in Abessynië.
Is de slavernij in Abessynië afgeschaft ? Ja en neen. Slaven, het is een schande het te moeten constateeren, zijn behalve menschen tevens een bezit. Men kan dit niet onteigenen, zonder de economische verhoudingen ingrijpend te beïnvloeden. Er heeft dus thans een geleidelijk doorwerkende afschaffing plaats. Slaven mogen niet meer gekocht of verkocht worden ; kinderen van slaven zijn thans vrij. Het bekende uitstervingssysteem dus. Leest men dan ook nu, dat er in Abessynië thans nog 2 millioen slaven zijn, dan is dit vermoedelijk waar. Doch men moet hierbij bedenken, dat dit een overgangstoestand is, en niet onrechtvaardig of overhaast in z'n oordeel zijn.
Weet men wel, dat eerst in 1860 en 1864 in onze Oost en in onze West de dienstbaren vrij gemaakt zijn ?
De Zilveren Koorde.
Het N.C.P. meldt:
De Pruisische Staat zet in de kerken der Oud-Pruisische Unie en in de landskerken van Hannover (de Luthersche en de Gereformeerde, die ook beiden onder Pruisen behooren) haar bepalingen op het staatstoezicht op de besteding der staatsgelden door. De staat doet dit door het oprichten van staatsbureaux voor controle op de financiën welke van staatswege aan de kerken verstrekt worden. De kerken wezen deze controle af. Inzonderheid Hannover voelde zich krachtens oude rechten daarin vrij. Ook de Gereformeerde kerken van Hannover en Oost-Friesland wezen deze controle beslist af. De Pruisische staat heeft thans echter ook zulk een financieel bureau voor Hannover ingesteld, zoodat voor de staatsgelden, die aan de Evang. Luth. landskerk (dr. A. Mahrarens, landsbisschop) als die aan de Geref. Kerken van Hannover en Oost-Friesland verstrekt worden (zetel van het landskerkbestuur te Aurich in Oost-Friesland).
De 100ste Jeugddienst te Kralingen.
In de geheel gevulde Hoflaankerk te Kralingen is de 100ste jeugddienst gehouden. De kerk was versierd met bloemen en planten.
De dienst werd geleid door den jongste der Kralingsche predikanten, ds. J. H. Stelma.
Nadat het Nederl. Herv. Kerkkoor onder leiding van den heer Paul Pul het Hoor ons. Almachtige van M. Hauptman ten gehoore gebracht had, sprak ds. Stelma allereerst over de wenschelijkheid van het houden van jeugddiensten, waarop een toespraak volgde, ontleend aan Joh. 11 : 28 , J3e Meester is daar en Hij roept u".
Gandhi en het Christendom.|
Dr. Stanley Jones heeft, naar „De Nederlander" meldt, een zeer merkwaardige ontmoeting gehad met Mahatma Gandhi. In hun gesprek heeft Gandhi zijn veranderde gevoelens uitgesproken ten opzichte van een Hindoe, die Christen wordt.
Wie uit de Hindoe-wereld Christen wordt, wordt door zijn familie als gestorven beschouwd. Hij komt daarin niet weer terug.
Ook Ghandi huldigde tot dusver 't standpunt, dat ieder moet blijven in den godsdienst, waarin hij geboren werd.
„Op mijn reis bezocht ik", aldus dr. Stanley Jones in de Luth. Herald, „Gandhi en had ik een uiterst belangrijk gesprek met hem. Vroeger was hij van meening, dat niemand van godsdienst moest veranderen; een ieder behoort bij den godsdienst te blijven, waartoe hij krachtens zijn geboorte behoort. Daardoor worden vele Hindoes afgehouden van den overgang tot het Christendom. Nu echter zeide Gandhi dat hij een Hindoe die Christen zou worden zonder meer zou toestaan om bij zijn familie te blijven. Ja, zelfs al zou zijn eigen zoon tot het Christendom overgaan, hij zou hem als geacht lid van zijn geslacht bij zich houden, met dit voorbehoud, dat daarmee natuurlijk niet een algeheele verwestelijking gepaard zou gaan. Ik vroeg hem, of hij Indië tot deze houding zou overhalen. Hij bevestigde dit en voegde er aan toe : »Als eenmaal dit standpunt zal zij doorgedrongen, zullen vele hindernissen voor den overgang tot het Christendom wegvallen*.
Met gebed voor den vrede. Thans in Engeland.De Kerken in Engeland volgen het voorbeeld van de Kerken in de Vereenigde Staten en de Kerken in Abessynië, om te bidden voor het behoud van den vrede.
De aartsbisschop van Canterbury en de moderator van den Bond van Evangelische Vrije Kerken in het Britsche Rijk, hebben een gezamenlijken oproep uitgevaardigd om te bidden om eene vreedzame beslechting van het geschil tusschen Italië en Abessynië.
In dit schrijven vestigden beide hoogwaardigheidsbekleeders de aandacht op de bijeenkomst van den Volkenbondsraad van 4 September j.l. Zij wezen er op, dat Geneve dan voor een beslissing staat, die niet alleen van invloed is op het conflict tusschen Italië en Ethiopië, maar ook op het verdere voortbestaan van den Volkenbond.
De aartsbisschop en de moderator drongen er op aan, dat in alle Kerken des lands gebeden zal worden voor de handhaving van den vrede.
De Paus en de Oorlog.
De Paus heeft audiëntie verleend aan 2000 verpleegsters, die naar Rome waren gekomen voor een internationaal congres. In zijn toespraak verklaarde de Paus, dat alles moet worden gedaan om een conflict te voorkomen en dat internationale moeilijkheden langs vreedzamen weg moeten worden geregeld.
Ten aanzien van het Italiaansch-Ethiopisich conflict bidt de Paus God hen te steunen, die het probleem zonder bloedvergieten willen oplossen.
De Roomsche zending in West-Indië.
Op een missie-dag te Tilburg sprak pater Kosters O. P. over de Zending in West-Indië. We ontleenen aan deze toespraak het volgende :|
»De missie in Curagao stiet in haar begin op de slavernij. De meesters van dieze ongelukkigen •wilden hun bekeering beletten. De tweede groote hinderpaal was de West-Indische Compagnie.
De structuur van dit missiegebied, toestaande uit zes eilanden, levert intusschen ernstige moeilijkheden op.
Ambachtsscholen werden opgericht en coöperatieve winkels gesticht. Men stoot echter telkens bij zijn beschavingsarbeid op de luiheid en fadsigheid van den neger. De invoering van de vlechtindustrie had aanvankelijk succes, maar later kwamen ook hier de tegenslagen. De vooruitzichten zijn thans goed«.
Het Protestantisme mag hier, bij een bevolking waar de Roomsche Kerk véél invloed heeft, wel acht geven en de beste krachten mogen hier wel worden benut!
Lourdes en de wonder-genezingen.
De jaarlijksche bedevaart naar Lourdes is aangevangen met de aankomst van 30.000 pelgrims, onder welken 1500 zieken, die vergezeld worden door 1000 brancarddragers en 1500 vrijwillige verpleegsters.
De Oxford-Groepenbeweging.
Frank Buchman, de leider der Oxford-Groepenbeweging, zal gedurende de geheele maand September te Geneve zijn. Er zullen dan onderscheidene samenkomsten aldaar plaats vinden.
Een goed woord van prof. Barth.
In „Das Evangelium in der Gegenwart" heeft prof. Barth afscheid genomen van zijn studenten, nu hij niet meer in Duitschland college mag geven. Hij eindigt dit afscheidswoord met deze ernstige raadgeving :
»Vrienden, die mijn colleges gevolgd hebt, gij hebt mij in de eerste plaats over dogmatiek gehoord. Dogmatiek is. een hooge en stelle kunst. Ik wil niet ontkennen, dat ik ook met een menschelijk genoegen het dogmatische werk heb gedaan. En ik heb het duidelijk ondervonden, dat ook velen onder u geestdriftig meegewerkt hebben. Waar dat nu op 't oogenblik ten einde is, laat dat voor u een aanleiding zijn, uw studie voorloopig van een anderen kant opnieuw te beginnen. Neemt dus nu mijn laatste raadgeving aan: Exegese, exegese, en nog eens exegese ! Wanneer ik dogmaticus geworden toen, dan was het daarom, omdat ik er lang van te voren mee bezig geweest ben, exegetisch werk te doen. Laat de kunst der systematiek een oogenblik rusten, die iemand ook „tot razernij" kan brengen en houdt u zich aan het Woord, aan de Schrift, die ons gegeven is, en wordt u misschien minder systematisch dan schrifttheologen. Dan is zeker ook voor de systematiek en de dogmatiek gezorgd*.
Het is goed dat prof. Barth er nog eens op gewezen heeft, dat niet de dogmatiek, maar dat de Schrift, dat Gods Woord en dan de exegese van dat Woord de eerste plaats moet innemen. „Wat zegt de Schrift ? " is beslissend voor den Gereformeerden dogmaticus.
Zondagsrust in Hongarije.
De Minister van Handel in Hongarije heeft nieuwe bepalingen uitgevaardigd betreffende het handelsverkeer op Zondag, krachtens welke bepalingen de winkels gesloten zullen zijn met sterk beperkte uitzonderingen, o.a. voor noodzakelijke levensbehoeften en de markten, die veelszins op Zondag werden gehouden, naar een werkdag verlegd worden.
De heilige graal gevonden?
Volgens bericht in de Engelsche pers, werd bij uitgravingen in de Noord-Syrische grotkerken een verzegelde kist gevonden, welke met bonte schilderingen en een tot dusver niet ontcijferd opschrift toedekt is. De kist werd in tegenwoordigheid van een aantal aldaar vertoevende Zendelingen geopend en bleek een zeer zorgvuldig verpakten kristallen kelk te bevatten, welke door experts op een ouderdom van 2000 jaar werd geschat en ingevolge verschillende aanwijzingen door hen geïdentificeerd met den kelk, welke Balduïnus I in 1101, broeder en opvolger van Gottfried van Bouillon, als koning van Jeruzalem verwierf, de kelk dus, welke volgens de overlevering de kelk is geweest, uit welke Christus toij de instelling van het H. Avondmaal dronk, door de legende met den naam „de heilige graal" betiteld. De kelk was reeds sinds den tijd van Balduïnus verdwenen. De archaeologen toestudeeren thans de vondst nader. Is inderdaad „de heilige graal" gevonden, dan is de vondst wel van zeer hooge waarde.
De Psalmen in het Afrikaansch.
Sedert de voltooiing van den bijbel in het Afirikaansch in 1933 te Kaapstad verschenen onder den titel: „Die Bybel, dit is die ganse heilige skrif wat al die kanonieke boeke van die Ou en Nuwe Testament bevat oorgesit uit die oorspronlike tale en uitgegee in opdrag van die gesamtlike kommissie verteenwoordigende die drie Hollandse kerke in Suid-Afrtka", is ook de bewerking van de psalmen (in Afrika zegt en schrijfi; men : psalms) ter hand genomen. Verleden jaar zijn er 70 behandeld. De resteerende 80 zijn onlangs in de vergaderingen van de herzieningscommissie te Pretoria vastgesteld. De „Bree Psalmberymingskommissie" zal in October te Kaapstad bijeen komen om het laatste werk te doen. Intusschen zal prof. dr. J. D. du Tolt (de dichter Totius) de vertalingen nog eens keuren.
Als voorbeeld volge hier de Afrikaansche vorm van een der bekendste Psalmen, n.l. 134 : Dat 's Heeren zegen op U daal
O Volk van God wat voor Hom staan. Hef tot Sy eer 'n lofsang aan; Sing Hom u nagtelike lied. Wanneer die laatste straal verskiet. Hef in Sy hixis 'n waglied aan, Wanneer die son het heengegaan ; Hef priesterlike hand en pleit. As alles rus in donkerheid. Die Heer se seen sal op u daal; Sy guns uit Sion u bestraal. U sal die eeu'ge God toewaak, Wat aard en Hemel het gemaakt.
Ook de vertaling der Gezangen is in voorbereiding.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's