FINANCIËN
Dinsdagsmiddags is het oogenblik, dat ik mijn overzicht over de ingekomen giften van de week opmaak. Met het oog op het drukken van de Waarheidsvriend, waarin dit lijstje een plaats heeft gevonden, kan het niet langer uitgesteld worden, kwart voor zes moet het op de post.
Nu deze keer had ik niet zoo'n uitgebreide lijst, 'k Kon het geheel nog overzien.
Zoo kwam het dan ook, dat ik even heb afgewacht het houden van de Troonrede door onze geëerbiedigde Vorstin.
Haar eerste woord trof me al dadelijk. Dit wees op moeilijke zorgvolle tijden, welke over heel de wereld, ook over ons land heengaan. Zoo ook de moeilijkheid van regeeren, van het aan het hoofd staan van een heel volk, gevoeld wordt is dit in deze dagen. Zoo ooit de beteekenis uitkomt, wat het voor waarde inheeft een Koningin aan het hoofd te hebben, die haar knieën weet te buigen voor den Almachtige, en die Haar hoogste prijs er in stelt te weten, dat zij èn in het openbaar én in de binnenkamers geduriglijk zich ziet opgedragen voor 'den Troon der genade, is het thans.
De moeilijkheden groeien nog met den dag.
Geldt dit voor de regeering des lands in het algemeen, voor instellingen, voor corporaties is het weinig anders.
De moeilijkheden kunnen alleen gedragen worden en overwonnen, als er gemeenschappelijk hulp wordt gezocht bij den Koning der koningen, bij den Heer der Heeren.
Gemeenschappelijk, daarop zou ik In onze dagen bizonder den nadruk willen leggen. Wanneer de een op den ander ziet, dan gebeurt het zoo licht, dat inplaats van helpende handen worden gereikt, het bij het strekken van één vinger blijft, n.l. door de wijsvinger wordt .een ander aangewezen als de veroorzaker van het kwaad. Hierdoor ontstaat wel krakeel, doch hulpe blijft vaak geheel uit op deze wijs. Op de knieën kan meer worden bereikt dan wanneer men staat met ongebogen hoofd.
Geve de Heere ons een nederig harte en een ootmoedigen geest.
Wij zijn als Bestuur van onzen Bond dezer dagen ook weer tezaam geweest om verschillende dingen, die er gedaan moeten worden te bespreken.
September en October zijn voor ons belangrijke maanden. De begroeting wordt dan opgemaakt, en zooals lichtelijk wordt begrepen, trekt er dan wel eens een rimpel meer in het voorhoofd van den Penningmeester dan anders. In den eersten tijd worden er geen onbelangrijke sommen gevorderd met het oog op de uitgaven voor onze studeerende jonge menschen.
Nu zou een klaagtoon zeker niet .op zijn plaats zijn, immers wat achter ons ligt getuigt, van Gods goedheid en genade in ruime mate. Hij heeft ons vaker dan eens klein gemaakt, door Zijn blijken van verrassenden bijstand en ongebroken trouw.
Toch lijkt ons een woord van opwekking tot onze vrienden niet misplaatst in onze dagen. Wordt er voor veel uw hulpe gevraagd, vergeet niet dat onze arbeid niet anders beoogt dan voort te mogen gaan op den weg om het Woord des Heeren van zooveel kansels als slechts mogelijk is, weer te zien uitdragen. Hoe klein en nietig en gebrekkig onze arbeid ook zijn mag, onder 's Hoogsten machtig bestel zijn hieraan de rijkste beloften verbonden.
Hierbij laten we het voor deze keer om het overzicht van wat kwam te doen volgen.
1. Door ds. van Toom te Rotterdam gewerd me ditmaal de eerste gift. Deze was van den heer E. B. aldaar, bestemd voor het Studiefonds en bedroeg ƒ5
Onzen vriendelijken dank ook voor deze gift.
2. De tweede post bestond uit den inhoud van een busje.
'k Heb er vaker den nadruk op gelegd, wat voor beteekenis zulk een busje heeft voor ons werk. Wanneer het zoo van tijd tot tijd eens op tafel wordt gezet, b.v. als er gezelschap is, waarvan men overtuigd is dat men met onzen arbeid sympathiseert, dan is vaak de uitkomst verrassend. En niet alleen dit, doch op deze wijze wordt de aandacht gevestigd op wat door ons wordt beoogd.
Daar zijn zoo van alle kanten de stekken uitgezet. Heel wat busjes zijn er in den loop der jaren geplaatst. Natuurlijk zijn er ook tusschen, waarvan ik vrees, dat ze zelden worden geschud. Zij slapen. Gelukkig zijn er ook anderen.
B.v. in Middelburg heeft de fam. v. d. Bosse een, die nog al eens 'n keertje wordt opgebeurd. Dit getuigt de inhoud wel. Deze keer woog het al heel zwaar. Of 't voor de jeugdige krachten ook te veel gewicht kreeg, ik zou het haast vreezen, 't Is geen kleinigheid, wanneer ik u zeg, dat deze keer er meer dan twintig gulden uitkwam. Is dat niet prachtig ? De juiste som was „ 20.26
Ik ben met deze prachtige inzameling blijde verrast en ik dank allen hartelijk die hieraan hebben bijgedragen en meegewerkt.
3. Over busjes gesproken, daaromtrent kunnen onze Vlaardingsche vrienden spreken. Vlaardingen roept bij mij altijd prettige gewaarwordingen naar voren. Hier hebben wij onze grootste afdeeling. Het aantal, lezers van ons blad is in orde. De verbreiding en de verdediging van de Waarheid wordt hier niet enkel als leuze verstaan, maar in beoefening gebracht. Met veel vrucht wordt hier gearbeid, 'k Zal de verleiding weten te weerstaan om namen te noemen, aan wier organisatorisch vermogen 't is toebetrouwd en die voortdurend blijk' geven met ons mee te leven en mee te zorgen. Geheel in hun lijn werkt men hier met een aantal busjes, welke men onder elkander heeft verdeeld. Op geregelde tijden worden deze geledigd en geteld.
Zoo kwam deze week weer een nieuwe zending bij mij. Mag ik ze eens noemen ? Van E. Dijlcshoorn ƒ 4.—, C. J. van der Windt ƒ 5.—, N.N. ƒ 7.19, A. Romein ƒ 1.50, C. J. Maarleveld ƒ 3.—, J. In 't Veld ƒ 3.25, Gez. Broek ƒ 3.50, J. van der Windt ƒ 1.—, P. Westerhout ƒ 2.—, J. Storm ƒ 1.—, J. de Willigen ƒ 1.10, J. Bergeman ƒ 1.43. .
Opgeteld maakt dit „3.97 -
Wanneer zulke voorbeelden eens meer werden gevolgd, zoo werd ons werk grootelijks vergemakkelijkt. Wij danken de Vlaardingsche vrienden.ten zeerste.
4. Van de busjes, (die in eigen omgeving werden geplaatst, kwam ook een onzer kennisjes het hare aanbieden. Het bevatte dezen keer drie gld. , 3., —
Mijn hartelijken dank. 5. Verleden Zondag mocht ik wèèr in eigen Gemeente voorgaan, 'k Had 's morgens den vroegdienst, d.w.z. deze dienst vangt aan om half 8. Weet ge, wat me door een der dienstdoende collectanten na den dienst in het oor werd gefluisterd : „Men heeft u dadelijk weer goed bedacht. Het bekende blauwe briefje van den onbekenden gever voor het Studiefonds kwam al dadelijk weer zich melden." 10.—
Hierop had ik heelemaal niet gerekend, vandaar dat de verrassing voor mij dubbel groot was. Ik dank den onbekenden vriend B-- ten zéérste.
6. Dat gebeurt, nog al eens een keertje, dat de dankbaarheid, welke in het hart leeft vanwege ontvingen weldaden, zich uit door een gift in de collectezak te laten glijden. Zoo zond mij ds. Bakker te Reenen mij een gedeelte van een gift bestemd voor het Studiefonds van N.N., met bijschrift; „uit dankbaarheid". 5.-
Wij betuigen bij dezen aan gever en zen der onzen vriendelijken dank.
7. De naam van Vlaardingen hebben we zooeven reeds met eere vermeld, 'k Werd nóg eens genoodzaakt in ditzelfde verband' onder wat gezegd, werd 'n streep te trekken. De Vlaardingsche Pastor ds. Heijer ontving van de fam. B. een verzameling halve-centen en nikkeltjes, van de eerste 150 en van de laatste 330. Geen kleinigheid, voorwaar. Daarvoor is een heele tijd gespaard. Voor onze beide fondsen ontving ik de som van „ 8.50
'k Ben èn collega Heijer èn de fam. B. ten hoogste dankbaar en hoop nog vaker in zulk een zending te mogen deelen.
8. 't Overkomt me nog al eens, dat me iets in de hand wordt gestopt: een in elkaar gefrommeld papiertje, waar een geldstuk in, het verborgene wegschuilt, of een couvertje met een bankbiljet van 10 of grooter. Zoo overkwam me ook deze week. Ds. Van Ginkel , van Gouda liet me een couvert bezorgen met 25. —
Het kwam van N. N., en als bestemming was aangegeven de helft voor het Studiefonds en de andere helft voor de Ev. Commissie. 't Laatste heb ik dadelijk opgezonden naar Onstwedde.
Voor beide zeg ik allerhartelijkst dank... Evenzoo mijn erkentelijkheid jegens degenen, die het me deden geworden.
9. Nu nog een tweetal afdeelingen genoemd, die mij de contributies wilden afdragen.
Vooreerst onze vriend Doesburg te Groot-Ammers. Hij was, evenals vorige jaren, zoo goed tijd en moeite er aan te geven deze gelden voor ons te innen, 'k Zeg hem hiervoor allerhartelijkst dank. Hij droeg me af dezen keer 22.-
10. De tweede in deze rij was onze vriend V. d. Vlist te Schoonhoven. Ook op zijn medewerking wordt niet licht tevergeefs een beroep gedaan. Hij droeg dit keer af 11,90.
Deze wijze van hulpvaardigheid maakt ons het innen der contributie gemakkelijk.Heb ik zulke adressen niet, zoo blijft mij geen andere weg over dan de hulp van de post in te roepen. Hiervoor moet natuurlijk iets worden betaald. Dit wordt door de eerste wijze van doen uitgezuinigd. Daarbij betalen onze menschen vaak liever aan een van hun kennissen, die het persoonlijk van hen komt innen. Doch wanneer ik niemands hulp kan of durf in te roepen, zoo maak ik ook van den dienst der Posterijen een dankbaar gebruik.
Tezaam geteld is het deze week
ƒ 144.63
Op veler gebed en steun blijven wij rekenen.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's