STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE TROONREDE
Hare Majesteit de Koningin heeft Dinsdag te één uur in de Ridderzaal de zitting der Staten-Generaal geopend met de volgende rede :
|In dezen zorgvollen tijd Mij wederom in Uw midden bevindend, gevoel Ik Mij gedrongen allereerst uiting te geven aan Mijne deelneming in het lot van allen die onder den druk .der tijden gebukt gaan. Inzonderheid ben Ik met deernis vervuld jegens hen, die door werkloosheid getroffen zijn.
Hoewel men nog niét zeggen kan, dat de internationale politieke toestand voor Nederland aanleiding geeft tot bezorgdheid en hoewel het tot voldoening stemt, dat het vriendschappelijk karakter, hetwelk onze verhouding tot de andere mogendheden pleegt te dragen, ongerept bewaard bleef, volgt de Regeering nochtans de ontwikkeling der verhoudingen in en met het buitenland met bijzondere nauwlettendheid. Zij hoopt dat de Volkenbond in staat zal blijken tegenstellingen in het leven der staten op te heffen en zij zal harerzijds doen wat mogelijk is om dit te bevorderen.
De zware rouw, waarin het Belgische vorstenhuis en het naburige bevriende Belgische volk opnieuw gedompeld werden, vervult Mij met innige deelneming.
De financiën van Rijk en gemeenten vereischen in toenemende mate de zorg der Regeering. De algemeene vermindering der welvaart, zoowel elders als in het eigen land, is oorzaak van het nog steeds terugloopen der inkomsten voor de publieke kassen, terwijl tegelijkertijd de uitgaven voor instandhouding van de volkskracht toenemen. Het aantal mogelijkheden tot verhooging der welvaart en dus tot gezond financieel herstel door middel van nationale maatregelen, is beperkt. Met name kunnen devaluatie van de munt of prijsgeven van den gouden standaard niet beschouwd worden als middelen, die de volksgemeenschap als geheel baat zouden brengen. Ten einde ontwrichting der begrooting te voorkomen, moet dus de arbeid tot herstel van het telkens weer verbroken evenwicht onafgebroken worden voortgezet. Het streven naar beperking der uitgaven blijft daarbij op den voorgrond staan, waar bij in het bijzonder ook te denken valt aan beperking van de nog steeds aangroeiende spoorwegtekorten. Echter zal aan eenige verhooging van enkele belastingen niet zijn te ontkomen wil de Overheid haar sociale taak kunnen blijven vervullen.
Ernstig zijn de zorgen, welke blijven drukken op 't Nederlandsche bedrijfsleven. Er zijn zeer weinig teekenen, en zeker geen daden, die op een spoedigen terugkeer van een vrijer goederen-en kapitaalverkeer wijzen.
Naarmate de moeilijkheden en belemmeringen, welke onze buitenlandsche handel schier allerwegen ondervindt, bestendigd blijven, zal een doeltreffende, snelle berichtgeving voor handel, nijverheid en scheepvaart tot een meer gebiedende noodzakelijkheid worden.
Nagegaan zal worden, of het mogelijk zal zijn geleidelijk de bestaande contingenteeringsbepalingen te vervangen door andere maatregelen, welke evenzeer steun aan het bedtijfsleven en behoud van werkgelegenheid beoogen, doch die niet het bezwaar medebrengen van de onvermijdelijke en ongewenschte verstarring van den handel.
Ter bevordering van een verdere industrialisatie, zoozeer gewenscht met het oog op werkverruiming, zal stelselmatig het onderzoek naar de mogelijkheden daarvan worden ter hand genomen in samenwerking met regionale economisch-technologische instituten en een maatschappij voor industrie-financiering. Nopens dit laatste zal een wetsontwerp U binnenkort bereiken. In het kader van een doelbewuste industriepolitiek zal een wet, waarbij de vestiging van bepaalde nieuwe bedrijven afhankelijk wordt gesteld van de toestemming der Regeering, niet mogen ontbreken. Voorstellen hiertoe zullen eveneens spoedig worden ingediend.
Een wetsontwerp, houdende een regeling inzake vestigingseischen voor den middenstand, dat beoogt hulp te bieden aan dit zwaar getroffen nijvere deel der bevolking, wordt voorbereid.
De toestand van het meerendeel onzer reederijen is dermate verergerd, dat ook voor het komende jaar steunmaatregelen voor de zeescheepvaart moeten worden genomen. Daarnaast zal aan de binnenvaart, alsmede aan de Rijnvaart, bijzondere aandacht moeten worden geschonken.
Daar ook de Landbouw nog steeds een uitermate moeilijken tijd doormaakt, kunnen de reeds getroffen steunmaatregelen voorshands onmogelijk worden gemist. Deze steunmaatregelen zullen in toenemende mate zoo ingericht worden, dat een betere aanpassing van de voortbrenging aan de sterk verminderde afzetmogelijkheden verkregen wordt. In het bijzonder geldt zulks voor de veehouderij en den tuinbouw. Ook op het gebied van de Visscherij blijft hulp geboden. Maatregelen tegen noodlottige prijsdaling zullen hier moeten samengaan met de uitvoering van plannen tot bevordering van den afzet en tot verbetering van het productieapparaat.
Bijzondere aandacht zal worden gewijd aan de organisatorische en paedagogische vragen inzake het onderwijs voor zoover deze op het terrein van de Overheid liggen. De juiste en diepere kennis en de zuivere uitspraak van onze Nederlandsche taal zal daarbij ook verder bevorderd worden.
Ook in het komende jaar zal de Regeering krachtig blijven optreden tot beperking van het euvel der werkloosheid en tot leniging van de gevolgen er van. Mede daartoe zullen, gelden warden aangevraagd tot voortzetting van de inpoldering van het IJsselmeer en tot aanvulling van het Werkfonds. Meer dan gewone aandacht zal worden geschonken aan het zoo beklemmende vraagstuk der jeugdwerkloosheid.
De economische en financieele toestand in de overzeesche gewesten blijft — met uitzondering van Curasao waar deze bevredigend is te achten — nog steeds groote zorg eischen. Al zal in Nederlandsch-Indië, naar gehoopt mag worden, over 1936 een begrootingstoestand worden bereikt waarbij althans toeneming van schuld voorkomen wordt, toch kan verdere aanpassing van de uitgaven bij de inkomsten niet achterwege gelaten worden.
De groei van de inheemsche industrialisatie is aanvankelijk niet onbevredigend. Ook zijn er teekenen, dat de belangstelling van Nederlandsche zijde voor de stichting van industrieele ondernemingen in Indlë begint te ontwaken.
In het afgeloopen jaar zijn tal van maatregelen genomen om het goederenverkeer van Nederland naar Indië te bevorderen. Ook voor het verkeer in omgekeerde richting geschiedde zulks, terwijl meermalen een gelegenheid zich voordeed waarbij Nederland kon helpen om den afzet van Indische producten naar elders te bevorderen. Op dien weg zal worden voortgegaan.
Met het oog op de gewijzigde internationale toestanden zullen U voorstellen worden gedaan tot het treffen van eenige bijzondere voorzieningen inzake de middelen tot verdediging van het Koninkrijk.
Naast de voorzieningen welke verband houden met de maatregelen die reeds genoemd werden, stelt de Regeering zich voor in dit zittingjaar onder meer aanhangig te maken : voorstellen tot wijziging van sommige bepalingen der Grondwet en een ontwerp van wet ter voorkoming van particuliere machtsvorming op het terrein der overheidstaak. Voorts zal worden voorbereid een herziening van het vreemdelingenrecht mede in verband met het vluchtelingenvraagstuk.
Met dankbaarheid kan ik vaststellen, dat Leger en Vloot, zoomede ambtenaren en het onderwijzend personeel van allerlei geleding, in groote meerderheid, zoo hier te lande als in de Overzeesche gewesten, ondanks de ook van hen gevorderde offers, met toewijding hunne vaak zoo inspannende taak blijven vervullen.
Ook in het komende zittingsjaar zal weer veel van Regeering en Kamers gevergd worden. Met de innige bede, dat de Almachtige God ons allen de kracht en de wijsheid schenke, die Hij alleen geven kan, en dat 'Zijn onmisbare zegen op ons werk moge rusten, verklaar Ik de gewone zitting der Staten-Generaal geopend.
Wanneer wij met het oog op het ter perse gaan van ons blad, slechts enkele opmerkingen over de Troonrede kunnen maken, dan is de eerste opmerking die wij plaatsen willen, deze, dat het goed aandoet, dat ditmaal onze Vorstin diep in het leed, dat het volk in dezen zorgvollen tijd doormaakt, ingaat. Zelfs sterker dan ten vorigen jare spreekt de Koningin Haar deelneming uit in het lot van allen, die onder den druk der tijden gebukt gaan. Zulk een woord uit den Koninklijken mond te mogen opvangen, zal voor velen bemoedigend zijn.
De tweede opmerking ziet op de zorg, waaronder de Regeering in toenemende mate gebukt gaat terzake van de financiën van Rijk en gemeenten. Hoe groot de nood der financiën op dit oogenblik wel geklommen is, blijkt uit de mededeeling, dat het Kabinet met beperking der uitgaven de balans niet in evenwicht kan brengen, maar dat ook verhooging van enkele belastingen niet zal kunnen uitblijven.
De derde opmerking, die ons in de Koninklijke Boodschap van belang toeschijnt, betreft den internationalen toestand, die voor Nederland nog wel 'geen aanleiding geeft tot bezorgdheid, doch die nochtans de Regeering noopt tot het treffen van eenige bijzondere voorzieningen inzake de middelen tot verdediging van het Koninkrijk.
En eindelijk is vermeldingswaard, dat de Regeering aan haar standpunt blijft vasthouden, dat devaluatie van de munt of prijsgeven van den gouden standaard niet als middelen kunnen beschouwd worden, die de volksgemeenschap als geheel baat zou brengen.
Wij eindigen dit korte overzicht met de bede, dat Gods onmisbaren zegen in het nieuwe zittingsjaar moge rusten op den arbeid van Kabinet en Staten-Generaal.
INPERKING VAN VROUWENARBEID
Het is zoo alleszins begrijpelijk, dat de Regeering alle pogingen in het werk stelt om de groote werkloosheid, waaronder ons volk gebukt gaat, te bestrijden, en daarom geen maatregel onbeproefd laat, waardoor dit groote kwaad zal kunnen worden tegengegaan.
Het 60-millioen-plan, zoomede de regelingen, die getroffen zijn geworden om de werkverschaffing en de werkverruiming op zoo breed mogelijke schaal in het leven te roepen en met welke regelingen groote kapitalen gemoeid zijn, geven blijk, dat de Regeering de zaak der werkloosheid ernstig opvat en met kracht aaapakt.
Toch leert de ervaring, dat alles wat op het terrein van werkverschaffing en werkveruiming geschiedt, nog niet die uitwerking heeft, die er toe leidt, dat de werkloosheid afdoende bestreden wordt en beduidend naar beneden gaat.
Dat de Regeering ook van dit gevoelen is, bewijzen de nieuwe maatregelen, die ter bestrijding der werkloosheid in voorbereiding en in bewerking zijn.
Ben dezer maatregelen betreft het scheppen van meerdere werkgelegenheid voor de mannelijke werkloozen door beperking van den vrouwenarbeid.
Wat het Rijk, de Provincies en de Gemeenten aangaat, heeft bij deze overheidslichamen op het stuk van den vrouwenarbeid reeds het een en ander plaats gehad, zoo terzake van de gehuwde ambtenares als van de vrouwelijke ambtenaar, die in het huwelijk treedt.
Doch tot op heden liet de Regeering de werkneemsters in het vrije bedrijf ongemoeid.
Daarin zal binnenkort verandering komen.
De nieuwe Minister van Sociale Zaken heeft bij den Hoogen Raad van Arbeid aanhangig gemaakt een voor-ontwerp van wet inzake het verrichten van arbeid door vrouwelijke arbeidskrachten.
In dit wetsontwerp wordt bepaald : »dat een meisje beneden 16 jaar in een fabriek of werkplaats of in een kantoor geen arbeid verrichten mag, behoudens in de gevallen, waarin dit bij algemeenen maatregel van bestuur voorwaardelijk of onvoorwaardelijk is toegestaan*.
Het verbod geldt niet voor meisjes, die op bet tijdstip, waarop de wet in werking treedt, den leeftijd van 14 jaar bereikt hebben«.
»Bij algemeenen maatregel van bestuur kunnen soorten van arbeid worden aangewezen, welke door een meisje of een vrouw in een fabriek, of werkplaats of in een kantoor niet mogen worden verricht of slechts mogen worden verricht onder de bij of krachtens dien algemeenen maatregel gestelde voorwaarde*.
Tot zoover de hoofdbeginselen, waarvan het voor-ontwerp van wet tot beperking van vrouwelijke arbeidskrachten uitgaat.
Dat een dergelijke wet meer en meer noodzakelijk wordt, blijkt uit het feit, dat in de industrie het percentage vrouwelijke arbeidskrachten voortdurend toeneemt. Dit percentage bedroeg in 1922 : 16.78 en stond in 1932 op 18.36. In de kantoren is de vermeerdering van de vrouwelijke ambtenaren zelfs nog veel grooter.
Blijkens de bedrijfstelling, die bij de jaarwisseling van 1930 en 1931 in ons land is gehouden en waarvan het Centraal Bureau voor de Statistiek in de nieuwe serie publicaties mededeeling doet, waren in XVII bedrijfsgroepen 171571 vrouwen werkzaam. Voorts bericht het Statistisch Zakboek van 1934 op bladz. 22, dat in het jaar 1930 o.m. in de landbouwbedrijven en in den handel ruim 213.000 vrouwen arbeid verrichtten.
Terecht is de Minister met het oog op deze cijfers tot de slotsom gekomen, dat de huidige werkloosheid, die in het winterhalfjaar 1934—1935 gemiddeld bijna 400.000 werkloozen omvatte, daarin begrepen nog geen 15000 vrouwelijke arbeidskrachten, hem moest nopen tot het overwegen van maatregelen tot beperking van vrouwenarbeid. Bij deze overweging stelde de Minister zich de vraag, of, naast de bestrijding van de werkloosheid in het algemeen, iets gedaan zou kunnen worden om de werkloosheid onder de mannelijke arbeidskrachten eenigszins te verminderen door op eenige terreinen de bestaande werkgelegenheid voor vrouwen een weinig in te perken.
Zooals vanzelf spreekt, juichen wij den maatregel van den Minister van harte toe.
Men moge van meening verschillen over de vraag : in hoeverre de vrouw een gelijke plaats op het terrein van den arbeid moet toegewezen worden als den man, thans echter, nu de werkloosheid onder de mannelijke arbeidskrachten ontstellende verhoudingen heeft aangenomen en gedurig nog wijder om zich heen grijpt, is het de taak van de Overheid om den arbeid van de vrouw op het terrein van de nijverheid en van het kantoor in te perken.
Naast het voordeel van de bestrijding der werkloosheid, geeft de maatregel nog de winst: Ie. van de bescherming der jonge meisjes, met name voor wat de arbeid in de fabrieken betreft, en 2e. van de meer bekwaammaking dezer meisjes voor haar levensroeping in het gezinsleven.
Met het ontwerp van wet worden geen volksbelangen geschaad, maar veel goeds verkregen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's