De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

6 minuten leestijd

Vraag: Is er voor het Godsdienstonderwijzersexamen óók een vak „algemeene ontwikkeling" ? En zoo ja, wat is dat en hoever gaat dat ?
Antwoord : Sinds 1 Jan. 1928 is in werking gesteld een bepaling in art. 15 Regl. op het Godsdienstonderwijs : „De examinandus moet blijk geven van een algemeene ontwikkeling, die overeenkomt met zulk eene als toereikt is door hen, die een U.L.O. School met goed gevolg hebben doorloopen. Wat de moderne talen betreft, kan daarbij worden volstaan met de kennis van één der drie talen, naar keuze van den examinandus".
Hier ziet men dus, dat door het Classicaal Bestuur kan — en moet — geëischt worden een algemeene ontwikkeling, die gelijk staat met het bereiken van het M.U.L.O.-diploma. Dat het ééne Classicaal Bestuur hierin strenger is dan het andere, valt gemakkelijk te begrijpen. Maar 't Bestuur is reglementair gebonden streng op die algemeene ontwikkeling toe te zien, wat ook billijk is. Waar men op de M.U. L.O. School echter drie moderne talen leert, zoo mag de candidaat-godsdienstonderwijzer zelf kiezen of hij Fransch of Duitsch of Engelsch zal nemen. Dat staat niet aan het Classicaal Bestuur te bepalen, maar aan dengene die examen doet. Eén moderne taal is dus voldoende, naar eigen keuze.
Volledigheidshalve laten we hier volgen wat vereischt wordt om examen te kunnen en te mogen doen:1. op den dag der aangifte moet men 21 jaar oud zijn; 2. men moet twee jaar lidmaat zijn der Hervormde Kerk ; 3. men moet een bewijs van goed zedelijk gedrag overleggen ; 4. men moet minstens twee jaar les gehad hebben van één of meer predikanten der Hervormde Kerk.
Het examen gaat over de volgende vakken : 1. gronden van de Nederl. taal; 2. catechisatieoefening ; 3. Bijbelkunde, n.l. algemeene inhoud en geschiedenis der Bijbelboeken („inleiding" dus) ; 4. goed Bijbellezen met verklaring van het gelezene, inzonderheid van de historische boeken des Nieuwen Testaments ; 5. Bijbelsche geschiedenis (goed onderlegd) ; 6. Kerkgeschiedenis ; 7. Geloofsleer of Dogmatiek; 8. Zedeleer of Ethiek. Het examen duurt ten minste drie uren.
Het examen wordt afgenomen den laatsten Woensdag van de maanden Maart, Mei, September en November.
Wie afgewezen wordt, wordt voor een jaar afgewezen. Wie driemaal afgewezen is, mag geen examen meer doen. (Zie artt. 13, 15 enz.. Reglement op het Godsdienstonderwijs).

Vraag : Wie heeft te beslissen, of er des avonds Catechismus zal worden gepredikt of niet? Heeft de predikant daarin het hoogste zeggenschap ?
Antwoord : Ja. Onze kerkelijke Reglementen zeggen, dat de predikant ter plaatse, rekening houdend met de gesteldheid en de behoefte der gemeente, uitmaken zal, of hij de Catechismus zal gebruiken bij de prediking ja of neen. Hierin heeft, volgens het Reglement, als 't er op aankomt, de kerkeraad niets te zeggen. Als. er sprake is van de 'gesteldheid en de behoefte der gemeente — ter beoordeeling van den predikant — kan natuurlijk de kerkeraad óók een woordje meespreken wat betreft de gesteldheid en de behoefte der gemeente ; en de gemeente zelve kan dat natuurlijk ook doen. Dan moet dat door den kerkeraad aan den predikant, b.v. in kerkeraadsvergadering, meegedeeld worden. Ook kan de gemeente zich in deze wenden tot den predikant. En het zou van weinig ernst en weinig menschenkennis en weinig verantwoordelijkheidsgevoel getuigen, als de predikant zich niet verwaardigde om over deze dingen dan te spreken en met deze dingen rekening te houden. Dat domme, dwaze, 'hooghartige van de dominocratie moet maar eens uit zijn ! De kerkeraad en de gemeente hebben óók nog een oordeel over 't geen goed en nuttig en noodig is in deze dingen. Maar — och, men weet ooik wel, hoe 't gewoonlijk gaat. De predikant heeft volgens het kerkelijk Reglement het recht om te zeggen : ik vind het noodig of niet noodig. Hij heeft het recht om te zeggen : ik doe het of ik doe het niet. En dus — men weet wel, waar 't gewoonlijk op uitloopt dan!
Om dus de dingen in onze Kerk (zooals ze op 't oogenblik zijn) Kerkrechtelijk zuiver te houden, moet erkend worden, dat met de Reglementen in de hand, de predikant hier de beslissing heeft. voelt zelf hoe dwaas dat is, in een Kerk.
Maar de Reglementsbepalingen zijn op het oogenblik zoo.
Duidelijkheidshalve schrijven we hier even af, wat onze kerkelijke Reglementen in deze zeggen. Synodaal Reglement voor de Kerkeraden. Art. 22. „In de regeling van het getal, den tijd en de plaats der openbare godsdienstoefeningen maken zij ('de predikanten) geen verandering zonder toestemming van den kerkeraad".
Dominees kunnen dus niet zeggen : ik preek Zondag maar één keer of ik verzet den dienst van half 10 op 10 uur, of van 's avonds 6 uur op 's middags half 3. Hier is toestemming van den kerkeraad noodig. Ja, sterker nog. Hier beslist en regelt de kerkeraad en niet de predikant. Want art. 14 van het zelfde Reglement voor de Kerkeraden zegt: „de zorg voor de betamelijke viering van de openbare godsdienstoefeningen in het algemeen, waarvan getal, tijd en plaats door hem (d.i. de Bijzondere Kerkeraad) geregeld worden". De kerkeraad is hier dus no. 1. Zoodat ook geen godsdienstoefening mag worden gehouden buiten den kerkeraad om. (Willen kerkvoogden het kerkgebouw buiten de gewone godsdienstoefeningen om, verhuren op bepaalde tijden aan een Comité, Vereeniging of iets dergelijks, dan kan er wel buiten den kerkeraad om een godsdienstige samenkomst — geen officieele godsdienstoefening gehouden worden ; waarbij kerkeraadsleden, voorlezer, koster, organist in 't minst niet verplicht kunnen worden dienst te doen, enz.). Maar dan volgt in art. 22 verder: „Bij de leiding der openbare godsdienstoefeningen gaan zij (dat zijn de predikanten) zoowel in het algemeen, als in het bijzonder, met betrekking tot het gebruik van den Heidelbergschen Catechismus, de liturgische schriften, de vragen bij de voorbereiding tot het Avondmaal, de Psalmen en de Gezangen, naar eigen oordeel te rade met de godsdienstige behoeften hunner gemeenten".
Sinds 1 April 1864 is deze bepaling in werking gegaan. Vóór dien tijd moest bij elke godsdienstoefening althans één Gezang worden opgegeven door den dominé. Maar sinds 1 April 1864 is de liturg vrij hierin („naar eigen oordeel te rade gaande met de godsdienstige behoeften der gemeente"), maar toen is tegelijk de vrijheid gekomen wat betreft het gebruiken van den Heidelbergschen Catechismus en het al of niet (geheel of gedeeltelijk) lezen van het Doopsformulier of het formulier voor het houden van het Heilig Avondmaal. Sinds 1864 is die „vrijheid" in deze voor de dominees gekomen.
Nog eens : men voelt dat het dwaas is, dat in een Kerk zulke dingen aan de vrijheid van den dominé zijn overgelaten. Maar men begrijpt zeker wel, dat de eigenaardige toestanden in onze Hervormde Kerk 'die „vrijheid" voor de dominees gebracht heeft!
Intusschen blijven wij zeggen, dat hier de kerkeraad zeer zeker óók kan en mag spreken van de godsdienstige behoeften der gemeente en dat de kerkeraad, desgewenscht, zeer zeker het recht heeft om op Catechismusprediking aan te dringen
Dat ook hier het kerkelijk vraagstuk om de hoek komt kijken, voelt ieder. We moeten weer krijgen een Kerkgemeenschap die fundeert in éénheid van belijdenis.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's