DE REFORMATIE
IN DE CLASSIS NEDER-VELUWE VAN 1592 — 1620
18. Barneveld.
Het kerkgebouw te Barneveld dateert uit de 15e eeuw en was aan den H. Odulphus gewijd. In 1580 werd aan de kerk van Arnhem opgedragen om de reformatie te Barneveld te helpen bevorderen, en het volgend jaar gaf de Synode opdracht aan de kerk van Harderwijk om op Pinksteravond en volgende weken door prediking de kerk van Christus te Barneveld te bouwen. In 1583 wordt zonder vermelding van den naam de dienaar van Barneveld afwezig gemeld op de Synode van Doesburg.
Op het ons bekende pastoors-examen van 4 Juli 1592 te Harderwijk, wordt ook van Barneveld geen gewag gemaakt, waaruit wij mogen vaststellen, dat Barneveld reeds tot de Reformatie is toegetreden.
Van de geheele Classis Is eigenlijk Barneveld met zijn pastoor Regnerus Wincopius (Reinier Wijnkoop) de eenige plaats waar weinig of geen verzet Is geweest. Pastoor Wijnkoop betoonde zich de Reformatie goed gezind, al bleek hij een onbekwaam predikant te zijn. Hij pleegde geen daadwerkelijk verzet als die van Putten, viel niet naar Rome terug als die van Ermelo en Doornspijk, hield de zaak niet slepende als die van Vaassen, liep niet weg, gelijk die van Heerde, maar werd ook niet gaandeweg zoo goed mogelijk bekwaam als die van Oosterwolde.
We treffen hem aan op de Synode van Arnhem, in September 1593, al staat er achter zijn naam niet het brevet van „dienaer des woorts", hoewel hij daar toch voor doorging. In April 1594 stelde de Classis zijn bevestiging uit, totdat hij eerst ergens zich ten H. Avondmaal begeven had. In September werd hem dan opgedragen dit te Nijkerk te doen, een plechtigheid, welke hij nog nooit had gezien. Ook moest hij alle vlijt aanwenden „umb tho Barnefeldt etn gemeinte ahn tho richten". Den 20 Mei 1595 werden hem deze opdrachten herhaald, en desgelijks nogmaals tn September op de vergadering te Nijkerk. Gelijk de Acta van Jimi 1596 melden, is zulks: dan ook geschied.
Om zich aan de nieuwe orde van zaken te gewennen, moest hij zorgen In het bezit te komen van de Acta der Synode van 's-Gravenhage 1586, die de predikanten van elkander overschreven.
Uit alles blijkt, dat Wincopius een meegaand man was, doch ten eenenmale onbekwaam. Jaren achtereen wordt er over geklaagd, zonder protest zijnerzijds. In 1595 lezen" wij : „dat oock mocht Bernevelt, als een herlicke plaets wesende, versocht worden met een bequaemen dienaer". Niet, dat men Wijnkoop, zoo maar op zij wilde schuiven, integendeel, doch men wilde hem een collega ter zijde stellen, maar dit voorstel werd uitgesteld tot de volgende vergadering. Daar werd: hem opgedragen een preek te leveren over Johannes 3 vers 16, aan welke eisch hij 27 April 1597 voldeed. Maar de preek voldeed niet aan den eisch, want, zoo staat er : „is deselvighe bevonden seer slecht". Daarop werd hij gewezen op zijn zwakte en „de grote Gemeente die hij hadde" te bedienen, waarop hij er In bewüllgde, dat hem zonder finantieele schade een adjunct zou worden toegevoegd. Tevens beloofde 'hij zich te beijveren om des Heeren H. Avondmaal te Barneveld te gaan bedienen.
Nu was er wel een knappe schoolmeester te Barneveld, doch een profeet is nu eenmaal in zijn eigen vaderland niet geëerd, en zoo werd deze schoolmeester, Johannes Hessellus, bevorderd tot predikant van Elspeet. Maar hulp moest er komen, daar de gewezen pastoors van Putten en Hoevelaken te Barneveld de heden van 'de reformatie poogden afkeerlg te maken, door b.v. kinderen te doopen.
Nu hadden Classis en Synode besloten om de dorpspredikanten gelegenheid te geven om zich in de stadskerken te oefenen in het prediken, doch Wijnkoop verontschuldigde zich wegens zijn ouderdom, en gevraagd naar den staat der kerk, gaf hij in 1600 te Epe het volgende verslag : „Barneveld verklart dat dar veel hoorders sind, ock sonamige haer thot den Avontmal verf ogenals het in den naest gelegenen kercken utgedelt wort". Hij deed het dus zelf te Barneveld nog niet. Daarom bracht de Classis de zaak van een hulpprediker weder voor de Synode, daarover sprekende in 1601, 1602 en 1603, waarbij men hem zijn jaarlijksch onderhoud beloofde. In 1603 hield hij nog eens een preek ter gelegenheid van de vergadering te Barneveld gehouden, doch het was wederom mis. Datzelfde jaar besloot de Synode hem aan het Hof voor te dragen om met behoud van tractement als een „olde pastoor" te ontslaan, hetgeen blijkbaar geschied is daar wij na dezen niets meer van hem vernemen.
In 1603 was er ook een arme schoolmeester Everhardus Johannis geheeten, die een aanbevelingsbrief kreeg om eenig onderhoud te krijgen uit de geestelijke goederen „opdat hy door desperaetheyt ende gebfeck van onderhoudt niet en verghae."
In 1604 komt als predikant van Barneveld Antonlus Wedaeus, die door ds. de Bruin van Voorthuizen is bevestigd. Hij blijkt een bekwaam predikant geweest te zijn, daar de klachten verstommen. In 1608 werd hij benoemd om namens onze Classis de reformatie te helpen bevorderen in de Betuwe, waarover later groote kwestie is gerezen met de Classes van Tiel en Zalt-Bommel.
Het jaar 1609 is voor Barneveld nog al belangrijk geweest, aangezien toen .besloten werd tot het instellen van een kerkeraad, waartoe gecommitteerd werden ds, van Mehen van Harderwijk en ds. de Bruin van Voorthuizen, die den predikant van Barneveld bijstonden.
Door de leergeschillen die alom, in den lande zich openbaarden, werd in 1612 te Barneveld een gecombineerde Classicale vergadering gehouden van Over-en Nederveluwe, waarheen telkens tot 1618 wordt verwezen bij het onderteekenen der formulieren.
Gelijk haast overal, zoo ook hier, komt de koster ook voor den dag, die om zijn onbehoorlijk gedrag wordt voorgedragen tot afzetting. Maar de koster, hiervoor bevreesd, beterde zijn leven en bleef gehandhaafd.
In 1615 is ds. Wedaeus nog aanwezig in het land der levenden, doch in 1616 lezen wij dat hij „in den Heere gerust is".
Het volgende jaar komt ds. Joannes Alberti Hattemius van Sloten naar Barneveld, wiens stukken accoord zijn. Hij onderteekende de Confessie, de Catechismus en de Barneveldsche Artikelen van 1612. De predikant van Voorthuizen moest hem driemaal van den predikstoel afkondigen, en hem na bekomen „aggregatie des E. Hooffs in den dienst der kereke tot Barnefelt" bevestigen. De tegenwoordige Schout van Barneveld Dirk van Ghejm was daarbij aanwezig, zijnde ook ouderling der gemeente.
Ten slotte zij nog gemeld, dat de predikant in 1620 klaagde over de leeringen eeniger Jesuiten ygeliek deselve nu in syn kerspel by dage en by nachte bestaen worden". Dit werd naar de Geldersche Synode verwezen.
(Slot volgt).
Vaassen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's