DE REFORMATIE
IN DE CLASSIS NEDER-VELUWE VAN 1592 — 1620
IN DE CLASSIS NEDER-VELUWE VAN 1592 — 1620
24. (Slot).
19. Harderwijk.
De geschiedenis der Hervorming te Harderwijk is in 1592 reeds lang een feit geworden, zoodat dit buiten ons bestek valt. Niettemin is er in deze plaats nog al wat voorgevallen, dat voor een belangstellend lezer de moeite waard is te vernemen. Het Archief, doorgaans een gesloten kerkhof met welverzegelde grafkelders, zullen we thans een oogenblik openen, waarna de geheele zaak weer op slot gaat, en de mij voorgestelde taak volbracht is.
In „Gelre" vinden we een uitvoerige 'beschrijving over oud-Harderwijk, en de Voorl. lijst, blz. 95, zegt ons, dat de Groote Kerk oorspronkelijk aan Onze Lieve Vrouwe was gewijd. Met de reformatie waren alle beschreven kerken inderdaad gewijd, niet meer aan een of andere heilige, doch aan den dienst des Goddelijken Woords en der Heilige Sacramenten.
Het is onmogelijk en tevens onverkwikkelijk om alle feiten op te noemen waarbij de kerk van Harderwijk wordt genoemd, daar deze stad van meet af aan een leidende positie heeft ingenomen bij schier alle plaatsen van Neder-Veluwe. Dit zegt ons genoeg.
Er werden vele vergaderingen gehouden, en een buitengewone Class, vergadering was altijd te Harderwijk. De Classis heet dan ook sedert 1816 Classis Harderwijk, en bleef binnen dezelfde grenzen, die in 1592 zijn vastgesteld op de particuliere Synode van 11 Sept. te Nijbroek gehouden.
Toen stonden te Harderwijk drie predikanten : Henrieus Heiningius, Johannes Caesarius en Wilhelmus Wirtzfeldius, die wij 4 Juli 1592 allen op bet pastoors-examen aantreffen. Eerstgenoemde wordt in 1598 opgevolgd door Ellardus Maenius of den Mehen, laatstgenoemde in 1603 door Joh. Rhodius. In 1614 komt ds. Otto van Heteren uit Velp naar Harderwijk voor Joh. Caesarius.
Het aanleggen van een Classicaal Acta-boek werd aan de kerk van Harderwijk opgedragen, en tot heden mag de Classis zich in een waardevolle verzameling verheugen.
Hoewel Harderwijk nu een leidende positie bekleedde, zoo kwamen er ook, gelijk overal elders, wel eens dingen voor, die de Classicale broeders niet goed vonden. Zoo b.v. in 1595, toen men ter oore kwam, dat „het loffelijk gebruik van het opzeggen der vragen van den Catechismus in de kerk" werd nagelaten. Dit diende weer in eere hersteld te worden, daar „dit in alle gereformeerde kerken gebruikelijk was".
Het volgend jaar vermaande de Classis de dienaars van Harderwijk om bij hun Magistraat er op aan te dringen, dat hij des Zondagsvoormlddags de poorten der stad wilde sluiten, opdat er geen wagens konden passeeren, en dat hij de lieden van Hierden het arbeiden op Zondag wilde verbieden.
Ook doen zich zaakjes voor van dronkenschap, vechtpartijen en dergelijke, een ellenlange censuurkwestie van Gideon de Haas en zijn huisvrouw, alsmede de overdadige kieederdracht van een vluchtelinge, die als een pauw pronkte en de gemeente niet weinig ergernis gaf.
In 1598 werd ds. Van Mehen, pas te Harderwijk, geroepen naar Delft, doch de Classis oordeelde dat hij behoorde te blijven. In 1618 was hij de afgevaardigde naar de Dordtsche Synode, en in 1619 werd hij naar Amsterdam beroepen. Hierover werden twee buitengewone Classicale vergaderinen gehouden, en daar Harderwijk hem niet wilde laten gaan, kwam de Synode er aan te pas, die ook oordeelde, dat ds. Van Mehen te Harderwijk blijven moest (zie Reitsma en Van Veen, IV). Hij blijkt een degelijk predikant geweest te zijn, die voor vele functies werd benoemd, zoo b.v. in 1602 voor veldprediker, doch daar in 1603 ds. Wirtzfeldius stierf, werd dit aan een naburig predikant opgedragen, daar Harderwijk hem nu niet missen kon.
In 1605 klaagde men over de vele conventikels die in de stad werden gehouden, waardoor de gereformeerde kerk afbreuk werd gedaan, welke zaak naar de Synode verwezen werd. Hierover was reeds eerder geklaagd en het blijkt, dat er „heimelijke papistische" vergaderingen mee bedoeld zijn.
In 1606 werd er een belangrijke vergadering gehouden met het oog op de komende Nationale Synode, die echter nog twaalf jaren op zich zou laten wachten.
In 1609 werd de concierge van de Hoogeschool ontslagen, ging naar de Betuwe, wierp zich op als predikant en werd zonder getuigschriften door de Classis Tiel bevorderd, waartegen Harderwijk protesteerde.
Overigens zijn er geen schokkende gebeurtenissen of heuglijke feiten te vermelden. Wie alles omtrent Harderwijk uitvoerig wenscht te weten, raadplege de Acta 1592—1620, die gepubliceerd worden in „Gelre" 1935.
Einde.
Vaassen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's