GRETSKE „DE FREULE"
EEN LEVENSTRAGEDIE
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Gretske. Daar heeft Martha onlangs den dominee en den dokter over hooren spreken, toen zij samen in de serre zaten, en zij zoo casueel voorbij ging. Toen heeft zij gehoord, dat de dokter haar prees en de beide heeren zich over iets verwonderden, waar óók geld bij te pas kwam, doch het rechte was zij niet gewaar kunnen worden.
„Is het een dame ? " — vroeg Martha nieuwsgierig.
„Wij noemen haar zóó, omdat zij in alles heel anders is dan allen, die daar wonen, maar zul je nu den dokter even zeggen, dat hij dadelijk komt ? "
„Is 't een vrouw met geld ? " — waagde Martha nog eens te vragen, omdat zij maar half voldaan was met de verkregen toelichting.
„Weet ik niet van, men zegt van wèl. In elk geval hoeft de dokter niet bang te zijn, dat hij zijn centen niet krijgt, want 't gaat van de Armvoogdij. Maar ik kan mijn tijd niet meer verbabbelen, want de armmeester moet ook nog gewaarschuwd. Dus de dokter komt ? "
„Dokter is niet thuis, man, en als hij thuis komt moeten we eten, maar wellicht dat hij dan na dien tijd nog komt".
„Nu, ik heb het je gezegd en nu is het van mijn schouders af", dreigde de Goudvink. Toen maakte hij een salueerende beweging naar de pet, en verdween, om thans den armmeester met 't gebeurde in kennis te stellen. Hier was hij gelukkiger. Deze kwam hem reeds per fiets tegen en maakte oogenblikkelijk rechts-om-keert ten einde zich van een en ander op de hoogte te stellen.
Daar stond Albert nog met zijn wagen, omringd door een dichte menigte, die hij ternauwernood dwingen kon de handen af te houden van hetgeen zich op den wagen bevond. Tot de politie ook kennis kreeg, dat hier iets buitengewoons was voorgevallen en even later het volk op eerbiedigen afstand plaats nam, bij de nadering van een man der Wet. Daarop kwam de armmeester. In weinige woorden was verteld hetgeen had plaats gegrepen.
Weldra was een sleutel verkregen, die toegang tot Gretske's kamertje gaf en toen de patient overgebracht, waarbij vooral de buurvrouwen buitengewoon ijverig waren. Daarop volgden de korven met het juk. Even handig was ook het hooi verdwenen, waarna Albert weer terugkeerde naar „Landlust".
Een half uur later kwam de dokter thuis. Op de lei, welke geregeld in de gang hing, opdat Martha daar de boodschappen voor haren meester zou kunnen noteeren, stond het woord „Lombok" geschreven. „Wat dat nu weer wezen mocht" — dacht hij, en liep meteen door naar de achterkamer, waar de tafel gedekt stond. Ook hij gevoelde zich door de inspanning van den dag en de groote hitte, meer vermoeid dan gewoon. Het was zijn voornemen, straks eerst een dutje te doen en dan op een lommerrijk plekje zich rustig met een courant neer te zetten.
„Niets bizonders geweest, Martha ? " — vroeg hij, toen zij binnen kwam om op te dienen.
„Anders niet dan zoo'n bedelaar van daar buiten, u weet wel, waar de nieuwe huizen zijn gekomen".
„En wat moest dat ? "
„Hij kwam u halen bij een zekere vrouw, haar naam ben ik vergeten, maar hij noemde haar „de freule", en zei dat er haast bij was, maar ik heb gezegd dat de dokter eerst moest eten".
„Dan is 't Gretske!. Wat is er met haar gebeurd ? "
„Dat kon ik niet gewaar worden, maar dacht dat het wel weer iets mee zou vallen. In elk geval moet u eerst "
Doch reeds was hij opgestaan, „'t Eten blijft wel warm met die hitte" — zei hij, en was verdwenen. Even later ronkte de motor. Pruttelend sjokte de oude gediende met de verschillende dekschalen weer naar het fornuis in de keuken. Zoo ging het nu altijd in een doktershuishouding. Niets geen regel en orde. Nooit veilig, bij dag niet en bij nacht niet. Soms geen tijd voor eten of slapen. En dan nóg vaak ontevreden menschen. Ze moesten maar eens een week van nabij het leven van een dokter gadeslaan. Als zij niet voor hem zorgde, dan ging hij vast menigen dag voorbij van het noodige. En dan meenden de menschen soms ook nog, dat een dokter een mooi baantje had. 't Mocht wat. Hij was immers de knecht van elk. Werden de patiënten van de medicijnen béter, dan was hij een beste ; kwamen zij te sterven, dan deugde hij niet, en kwamen de nota's los, dan allerlei klachten.
Zoo mopperde Martha.
Intusschen zat hij al aan het bed van Gretske, om de pols op te nemen. Nog altijd hijgde de borst in ongewoon snel tempo, terwijl het was alsof zij ternauwernood de oogen kon open houden. Toch ontging het haar niet, wat rondom haar gebeurde. Aanstonds herkende zij den dokter, en Ka, die midden in de kamer stond in afwachting van de dingen die komen zouden, als het maar niet te erg werd, want dan stond zij d'r niet voor, en den armmeester, die bij de tafel zat, om zoo meteen met den dokter een paar dingen te bespreken.
„En ben je nu weer een beetje beter, Gretske ? " — vroeg de geneesheer. Een flauwe toestemmende beweging met het hoofd was het antwoord.
„Heb je ook pijn ? "
Toen ging de hand langzaam in de richting van het heftig kloppend hart. Ja juist, daar zat het in, en dat was het gevaar.
Gretske was nog niet zoo vreeseiijk oud, maar een leven van ontbering en arbeid lag achter haar, waarin nooit gerekend was met de eigen belangen, 't Zou de vraag worden of de kleine motor daar binnen, die al zoovele slagen gedaan had, nog gerepareerd kon worden.
„Je bent nog al wat ziek, Gretske!" — sprak dokter met verheffing van stem, meteen in haar oog blikkend. Opnieuw kwam de bijna machtelooze hand van het dek en wees zij met den vinger omhoog.
„Nu, wat wou je mij vertellen ? " — vroeg hij. En toen kwam met zwakke stem over hare lippen : „Naar huis".
Daarop stond de dokter op om bij de tafel een recept te schrijven en even met den armmeester te spreken. Ka kon inmiddels wel even naar de apotheek gaan ; zij moest maar wachten op de medicijnen. Zoo hadden de mannen het vrijer om samen te spreken.
„'t 'Gaat niet goed, vrees ik" — zei dokter. „Het oudje is óp, en nu die sterke hartaandoening er bij. Ook is er nog al vrij wat koorts".
„Maar hoe moet het nu hier voor den nacht ? " — vroeg de armmeester.
„Gretske kan niet alleen, en dit volk hier vertrouw ik niet" — antwoordde de dokter.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's