De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

9 minuten leestijd

Daar is een spreekwoord, dat ge zeker allen wel eens zult gehoord hebben, n.l. „een ongeluk komt zelden alleen". De gedachte, welke hierin voorzit is deze, dat wanneer daar iets plaats heeft wat wij gewoon zijn een ongeluk te noemen, er o zoo gemakkelijk nog iets op volgt, dat denzelfden naam moet dragen.
Zoo leven wij in een tijd, waarin de ongelukken, de rampspoeden schier niet van de lucht zijn. De tijdsomstandigheden zijn n.l. van dien aard, dat men terecht spreekt van zware tijden. In de groote steden is de werkloosheid zoó geweldig toegenomen, dat de gansche samenleving daaronder gebogen gaat. Vraagt den middenstand maar eens of hij niet met moeilijkheden te kampen heeft, meer dan ooit. En wie tot de kapitaalkrachtigen behoorde, ziet zijn inkomen in diezelfde mate inkrimpen als zijn lasten werden verzwaard.
Daarbij komt, of beter gezegd, het gevolg van dit alles is, dat een geest van ontevredenheid overal zich laat opmerken. Waarheen het speurend oog zich ook wendt, 't ziet van alle kanten zich als met moeilijkheden omsloten. Wanneer zal daarin eens verandering komen ? — zoo zucht men — hiermee bedoelend „verbetering".
Het antwoord blijft evenwel uit, het blijft stil. Neen, heelemaal stil bleef het niet. Te midden van deze ontredderde samenleving groeide, eerst nauwelijks aanwijsbaar, maar hoe langer hoe duidelijker, een nieuw gevaar. Men zag het komen. Het kwam tenslotte met vaart aangesneld. Een der grootere rijken, verlokt door de herinnering aan een grootsch verleden, voortgestuwd door de begeerte naar rijkdommen, in den bodem schuilend van een land, dat niet dan natuurlijke verweermiddelen kan stellen tegenover de helsche vindingen van den modernen tijd, heeft door de meest rauwe kreten van het krijgsrumoer de heele wereld in nieuwe roering gebracht.
Mag hier niet terecht worden opgemerkt: Al de ongelukken, die wij doormaken, worden door dit nieuwe nog in de schaduw geplaatst. De wereld onzer dagen ziet nog donkerder dan zij reeds deed.
En als nu een verklaring van het feit, waarom die nieuwe toestand werd geschapen, gegeven wordt, door hem, die dit deed, zoo wordt het u wel duidelijk, wie in dit alles de vrije hand heeft. De voorstelling, hier gegeven, luidt aldus : Dat ongelukkige land, waar het krijgsrumoer de lucht vervult, heeft nog zulke slechte levensvoorwaarden, telt nog zoovele slaven, die wij willen losmaken, en met dat land beleven wij zooveel last, dat het voor ons gebiedende eisch is, hier met gewapende hand in te grijpen.
Zou er niet een andere weg zijn ?
De vraag, hier gesteld, vindt een antwoord in de Heilige Schrift afdoende.
De weg, die hier wordt bewandeld, eindigt zooals hij is begonnen in het ruwst geweld, in den dood.
Welke gevaren hieraan verbonden zijn, welke onheilen hieraan uitspruiten zullen — niemand die het weet, tenminste van ons, schepselen, niet één.
Als in stee van het zwaard, van het doodend vliegtuig, eens het Woord ware uitgedragen door getrouwe dienstknechten des Heeren, die zeggen mochten : wij zoeken niet het uwe, maar u ; wij komen niet om den bodem te verkennen, welke rijkdommen hierin wegschuilen, maar wij willen den bodem loswoelen, waaraan de zaden des Evangelies worden toevertrouwd ; het gaat om uw eeuwig heil —, zie, dan twijfelen wij geen moment of ook de slaaf zou zijn vrijgemaakt en de heer in stee van te verdrukken, zou zich zijn verantwoordelijkheid tegenover God en menschen bewust zijn geworden.
Het Woord gebracht — ziedaar de roeping.
Dit geldt voor alle landen en voor alle volken.
Predikt het Woord; houdt aan tijdiglijk en ontijdiglijk.
Zie, deze boodschap gaat tot ons uit inzonderheid voor deze dagen.
Laten we thans ons overzicht volgen.
1. Het begin werd deze keer gemaakt door onzen ouden vriend te Zegveld. Bij onzen vriend Bardelmeijer wordt elke maand de inhoud van zijn busje overgemaakt. Deze bedroeg thans ƒ 2.25
Onze oprechte dank voor deze gedurige zorg en moeite.
2. Hierop werd bij mij afgedragen wat in de collectezak van de Jacobi-kerk werd gevonden voor ons werk. Onder letter O. kwam hier in 2 gld., als abonnementsgeld bedoeld voor twee lezers, die niet betalen kunnen - 2.—
Deze steun-bieding aan wie met ons meeleven, doch dat door droeve omstandigheden niet vermogen, wordt door ons dubbel gewaardeerd.
3. Van den heer de G., een warm medelevend vriend uit eigen gemeente, werd me 10 gld. gegireerd, waarover ik naar goedvinden beschikken mocht, 'k Heb het voor ditzelfde doel als 't bovengenoemde bestemd, 'k Hoop hem persoonlijk ook mijn dank te betuigen. De Heere zij hem in zijn stillen, eenzamen weg nabij met Zijn rijke vertroostingen - 10.-.
4. Van collega L., die niet thuis was toen de kwitantie voor contributie gepresenteerd werd, ontving ik deze per giro - 2.50
5. Door ds. Van Dorp te 's-Hage ontving ik ƒ 1.50 van N.N. voor beide fondsen, uit de collecte in de Laakkapel; ƒ 2.— van den heer D.; ƒ 1.— van N.N. voor De Waarheidsvriend ; ƒ 1.— van N.N. voor de beide fondsen, gecollecteerd in de Julianakerk.
Samen - 5.50
Mag ik zeer hartelijk dank zeggen voor deze onderscheidene giften en ook collega Van Dorp mijn dank betuigen ?
6. De heer L. te Maassluis zond me zijn contributie, ƒ 1.15, met den inhoud van zijn busje, dat 3 gld. bedroeg. Samen - 4.15
Mag ik mijn erkentelijkheid hiervoor betuigen?
7. Wanneer iemand jarig is, brengt het de gewoonte zoo mee, dat men van deze en gene zijner kennissen en vrienden een en ander krijgt, waarvan men weet dat hij er blij mee is. Zoo ging het mij ook. Van de fam. B. kreeg ik voor het Studiefonds ƒ 2.50, evenzoo van de fam. v. L. een rijksdaalder. Samen - 5.
'k Was er echt blij mee en zag de vrienden zeer hartelijk dank voor deze door mij hoogelijk gewaardeerde blijken van meeleven met ons werk.
8. Een onzer vrienden te Maarssen, wiens naam ik niet noemen mag dan onder de letters N.N., stelde mij, zooals hij 't reeds onderscheidene keeren gedaan heeft, 10 gld. ter hand, waarvan ƒ 7.50 bestemd was voor het Studiefonds en ƒ 2.50 voor den Medischen Dienst op Midden-Celebes - 10.—
'k Behoef nauwelijks op te merken, dat ik door beide giften hoogst dankbaar werd gestemd, 't Doet zoo echt goed, te merken, dat men zoo met ons en het onze meeleeft.
9. Uit de collectezak van de Julianakerk alhier werd mij toegezonden één gld., waarvan de helft bestemd was voor den Medischen Dienst en de andere helft voor den Gereformeerden Bond - 1.—
Laat mij volstaan met hetzelfde op te merken, wat bij de vorige gift werd gezegd.
10. Door ds. Pieper te Ooster-Nijkerk werd mij een gld. gegireerd, die aldaar was gecollecteerd voor beide fondsen, met het onderschrift „uit dankbaarheid" - 1.—
Wij danken èn gever èn zender zeer hartelijk.
11. Thans volgen verschillende contributies van Afdeellngen.
Bij voorbaat wil ik beginnen mijn welgemeenden dank te betuigen aan hen, die voor deze inzameling tijd en zorg hebben besteed, 'k Weet van nabij, dat dit, voornamelijk in onze dagen, lang niet altijd even gemakkelijk is. Het leeuwenaandeel valt in den regel den Penningmeester te beurt.
Van den Penningmeester te Alkmaar kreeg ik - 28; 25
Van den Penningmeester te Alphen aan den Rijn kreeg ik ƒ 32.50 plus ƒ 6.50 als inhoud van busjes. Samen - 39.—
Van den Penningmeester van de Afdeeling Rotterdam-Centrum plus die van Kralingen - 109.25
Van den Penningmeester van de Afdeeling Numansdorp - 29.25
Van den Penningmeester van de Afdeeling Haarlem - 16.50
Van den Penningmeester van de Afdeeling Zeist - 97.—
Van den Penningmeester van de Afdeeling Hoogeveen - 58.—
Van den heer Jb. Bot te Rotterdam-Zuid van enkele vrienden hem ter hand gesteld - 13.25
Deze posten tezaamgeteld vormen 'de niet onbelangrijke bijdrage voor mijn kas van bijna 400 gulden.
Zij komen mij in deze dagen, waarin op de kas nog al vele aanvallen worden gedaan, zeer te stade, 'k Dank allen hartelijk, die onze arbeid op deze manier hoogelijk vergemakkelijken.
12. Nog enkele posten volgen.
Ds. Bakker te Veenendaal zond me a!s aldaar gecollecteerd een deel van vijf en twintig gulden. Voor het Studiefonds was vijf gulden bestemd - 5.—
Zou hij den gever uit onzen naam daarvoor onzen dank willen overbrengen ?
13. Door ds. Bouthoorn van Huizen werd me toegezonden als door hem ontvangen van mej. N.N. te Renkum voor het Studiefonds - 1.—
Ook hiervoor onze vriendelijke dank.
14. Vóór een poos kreeg ik van ds. Fokkema te Amstelveen de vraag, hem enkele busjes te willen toezenden. Een daarvan kreeg een plaatsje in 't naburige Aalsmeer. Mej. Ali Plet heeft de inzameling der gelden voor ons werk voor hare rekening genomen. Dat hieraan moeite en arbeid is verbonden niet minder dan elders, weten de vrienden aldaar maar al te goed. Niettemin dit, gaat zij geregeld met haar werk voort, 't Is voor haar en de vrienden aldaar dan ook een voldoening te vernemen, dat na een half jaar de inhoud niet minder bedroeg dan ruim 40 gld, n.l - 40.06
Is het niet prachtig ? ik Twijfel er niet aan of zij zal met nieuwen moed met haar arbeid voortgaan, verzekerd als zij zich kan houden van onze groote erkentelijkheid en warmen dank.
14. Het laatste dat inkwam voor ons werk heeft ons ten zeerste verblijd. Het was een giro-biljet van honderd gulden, afgezonden door een onzer oud-alumni - 100.—
Hoezeer zulk een gift wordt gewaardeerd, behoef ik niemand te zeggen. Immers wat hiermee wordt uitgedrukt is in - de eerste plaats dank voor wat door ons in de dagen, die achter ons liggen, voor hen werd gedaan. Hierdoor toch werd de mogelijkheid geschapen dat men het heerlijke doel voor zich verwerkelijkt mocht zien om het Woord des Heeren als Bedienaar daarvan te mogen uitdragen.
Toch is het dit niet alléén. Want ieder zal begrijpen, dat op deze wijze weer nieuwe mogelijkheden worden geschapen voor anderen, die in dezelfde omstandigheden verkeeren waarin zij zelf hebben verkeerd. Men maakt mij het werk op deze wijze zoo uitermate licht.
'k Wil dan ook deze gelegenheid niet ongebruikt laten voorbijgaan, door bij onze alumni van voorheen aan te dringen zoo mogelijk onzen arbeid krachtig te steunen. In vergelijking met het jaar dat voorafging, sta ik nog een heel eind ten achter.
Volgt daarom dit zeer gewaardeerde voorbeeld van onzen vriend, dien ik mijn hartelijken dank bij dezen betuig.
'k Kwam in deze weken tot een totaalsom van
ƒ 579.96
Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's