KERKELIJKE RONDSCHOUW
V.V.V.
Toen wij verleden jaar vlak na de „Winkelweek" in Rotterdam op 'n landdag moesten spreken in Amsterdam, waar de Antirevolutionairen in grooten getale in de schoone stadsplantentuin waren saamgekomen, kozen wij tot onderwerp : V. V. V. We hadden die letters in allerlei vorm — meestal in de groene kleur, de kleur der hoop — zóó dikwijls vóór ons gezien, dat we er haast van droomden. Daarom vergezelden ze ons ook naar Amsterdam. En daar hebben wij er toen van gemaakt, in 't midden van .ons Antirevolutionaire volk te Amsterdam : Vol Vertrouwen Voorwaarts.
In Rotterdam — en elders — gebruikt men die letters voor : Vereeniging Voor Vreemdelingenverkeer. Ook wel voor andere spreuken en leuzen. Vooral in de „Winkelweek".
Onze ervaring in Rotterdam is echter geweest, dat de vreemdelingen niet kwamen en dat de inwoners liever naar Brussel gingen, naar de tentoonstelling, met de autobus, en zoo viel de „Winkelweek" met al de V.V.V. letters „in 't water". Ook al was 't een kermis-en janboel overal in de stad — vooral in de Chineezenwijk op Katendrecht, waar 't hoogtepunt van kermisjoel was — toch heeft de „Winkelweek" met al de V.V.V. letters geen gouden eieren gebracht.
Natuurlijk hebben wij in Amsterdam over al deze dingen niet gesproken. En nu willen we het er óok niet verder over hebben.
We willen het nu hebben over : Vol Vertrouwen Voorwaarts, en wel met het oog op onze Bondsactie. "
We moeten Vol Vertrouwen Voorwaarts wat betreft het werven van abonnees voor „De Waarheidsvriend". Dat is ons Bondsblad. Dat is ons wekelijksch Orgaan, dat ons van alles op de hoogte houdt, dat meer geeft dan eenig ander blad; dat goedkoop is en netjes ; en dat ons allen saam wil binden rondom de banier der Waarheid in 't midden van onze Ned. Herv. (Geref.) Kerk, zoekende het goede voor Kerk en Vaderland. Niet In verstrooien, maar in vergaderen ligt onze kracht.
We moeten Vol Vertrouwen Voorwaarts in het oprichten van Afdeelingen, overal waar Vrienden der Waarheid: wonen, om samen dan te bespreken die onderwerpen, die ons kunnen brengen midden in de dingen die op godsdienstig en kerkelijk terrein onze aandacht vragen. Daar wordt Gods Woord gelezen en besproken ; daar handelen we samen over onze Geloofsbelijdenis, over onderwerpen aan de Kerkgeschiedenis ontleend, over secten en geestelijke stroomingen van den tegenwoordigen tijd enz.
We moeten Vol Vertrouwen Voorwaarts in het werven van leden van den Gereformeerden Bond en wat betreft het verzamelen van giften, groot en klein, voor den Bondsarbeid, wat aangaat het plaatsen van busjes voor het Studiefonds enz.
We moeten Vol Vertrouwen Voorwaarts met al onzen arbeid, hopende op den Naam des Heeren, gedrongen door de liefde van Christus, opdat te midden van een wereld, die vaneen gescheurd wordt door haat en nijd en jaloezie en booze begeerten, een groote kring van vrienden der Waarheid mocht gevonden worden, .die begeert te mogen zijn een zoutend zout en een lichtend licht.
En als we zóó Vol Vertrouwen Voorwaarts mogen gaan, in 's Heeren kracht en onder Zijn gunstbewijzen, zal ons werk niet ijdel zijn.
Neen, dan werken we niet met de gedachte, dat ons werk toch niets baten zal. Neen, dan werken we met Velerlei Verwachtingen ! En daarom, roepen we allen toe : met Vol Vertrouwen Voorwaarts, met Velerlei Verwachtingen Vervuld !
't Is bij ons een dubbel V.V.V.
WAAROM JODENZENDING ?
Er zijn cristenen, die niets voelen voor de Zending onder de Joden. Ze weten er dan gewoonlijk ook niets van af, van de Zending onder Israël. En zoo werken dan twee factoren samen om ze van de Zending onder de Joden af te houden : onwilligheid en onwetendheid.
Men wil het dan soms ongeveer op de volgende manier beredeneeren : De Joden hebben den Christus verworpen ; God heeft Israël verstrooid onder de volken en de Heiland heeft toen geleerd en de Apostelen hebben het geschreven, dat nu eerst de volheid der heidenen moet ingaan. en dat dan Israël tot jaloerschheid zal verwekt worden, om dan daarna met het Evangelie verzoend te worden tot zaligheid.
In de Elimbode, orgaan der Ned. Vereen, voor Zending onder Israël, schrijft ds. J. Rottenberg over een „zevenvoudige drijfveer" voor de Jodenzending.
We laten — verkort — zijn artikel hier volgen. Waarom dus Jodenzending ?
1. In de eerste en voornaamste plaats vanwege de eeuwige, onveranderlijke liefde, die God dat volk, uit Abraham gesproten, toedraagt. Zelfs als het onder de roede van Zijn toom doorgaat, noemt Jehovah het nog een dierbaren zoon, een troetelkind : „Is niet Efraïm Mij een dierbare zoon ? is hij Mij niet een troetelklnd ? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstiglijk aan hem; daarom rommelt Mijn ingewand over hem ; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de Heere". Jer. 31 vers 20.
En de Apostel der heidenen handhaaft dien eerenaam, als hij van hen spreekt als de beminden, om der Vaderen wil, vanwege de verkiezing en de genadegiften en de roeping Gods, die onberouwelijk zijn : „Zoo zijn zij wel vijanden aangaande het Evangelie, om uwentwil, maar aangaande de verkiezing zijn zij beminden, om der Vaderen wil. Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk". Rom. 11 vers 28, 29. Wat moet dat een krachtige prikkel zijn voor de Christenen om Israël niet te haten, maar tot Israël te gaan met de woorden des Evangelies.
2. Hier komt nog bij, dat de Christenen aan de Joden zooveel te danken hebben. Heeft Jehova aan Israël niet de woorden Gods toebetrouwd en hebben wij die niet van de Joden ontvangen ? Israël is tenslotte de wortel, die al de takken des olijfbooms draagt. En het is de scheut uit dien wortel, de Gezalfde Gods, Jezus van Nazareth, in Wien al ons heil is. De zaligheid is ons uit Israël geworden. Door joodsche apostelen en joodsche discipelen hebben onze Vaderen het Evangelie ontvangen. Zullen wij het dan nu niet brengen aan de Joden ?
3. Om de wille van de vervolging van Israël zullen de Christenen hen te meer liefhebben. Wij moeten afblijven van Gods wegen om Israël te bezoeken met Zijn straffen, om intusschen het Evangelie te brengen aan de Joden.
4. En als het leed des te meer over Israël nu komt in de 20ste eeuw, zal de Gemeente van Christus des te meer opwaken in liefde, predikende den Christus, den Zaligmaker. Hij kan Israël alleen behoeden en behouden.
5. De Joden wonen in. onze steden, wandelen op onze straten — zijn ze niet de naaste buren van de Gemeente van Christus ? Hebben wij dan niet een bijzondere roeping in deze ten opzichte van de Joden, die zoo vlak bij ons zijn ? Hoe lang zullen wij als de priester en de leviet voorbij loopen ? Laten we dan - maar liever doen zooals de Samaritaan deed ! Als onze liefde hier te kort schiet, staat het er ook niet zoo 'best voor wat betreft de liefde tot het Zendingswerk in de verre heidenlanden.
6. Heeft de Gemeente van Christus niets gemerkt van de onrust onder Israël ? Zijn de velden niet wit om te oogsten ? Waar zijn de christelijke arbeiders in dezen wijngaard ? En dat, waar er zoovelen ledig op de markt staan !
7. Het Joodsche volk verdient de belangstelling der Gemeente van Christus terwille van de heerlijke toekomst door God aan dat volk bereid. Waar de Heere zulke heerlijke beloften gaf en geeft, moet dat voor de Christenen een prikkel zijn om tot Israël uit te gaan. Och, dat we Israël tot jaloerschheid verwekken mochten ! (Rom. 11 vers 11).
Een zevenvoudige drijfveer dus voor de Zending onder Israël.
De Linksch-Vrijzinnig-Hervormde beginselverklaring.
Tegenover of naast de Vrijz. Hervormde groep, die zich rondom Roessingh schaart, is er een meer links georiënteerde groep van Vrijz. Hervormden, waartoe behooren G. Horreüs de Haas; E. D. Spelberg; W. Banning; G. A. v. d. Bergh van Eysinga ; E. J. v. d. Brugh; N. A. Bruining; J. P. Cannegieter ; A. H. Haehtjens ; C. Kunst; K. F. Proost, A. Trouw en D. Vorster.
Deze „Linker-Werkgroep van Moderne Theologen", opgericht in den aanvang van 1934, zegt, dat er nog altijd sprake mag wezen van eene „moderne theologie",
welker beginselen te handhaven vallen, terwijl er zorg bestaat dat deze beginselen door verschillende omstandigheden uit het oog zullen worden verloren en in het gedrang zullen raken. Die bezorgdheid schijnt zeer groot te zijn, want vlak achter elkaar wordt er over gesproken in het hoekje : Overlevering en Waarheid, door dr. G. Horreüs de Haas. (Uitgave : Van Gorcum & Co te Assen). Wij zien met zorg dat in de tegenwoordige ontwikkeling van het Vrijzinnig Protestantisme de beginselen van de Moderne Theologie in het gedrang dreigen te komen, waardoor zij niet in staat zal zijn hare roeping in dezen tijd te vervullen. Zich op dit gevaar en deze roeping bezinnende, meenen zij (n.l. bovenstaande links-georiënteerde Vrijzinnige theologen) tot het stellen van de volgende beginselen en werkhypothesen te moeten komen«. (bladz. 9).
De volgende verklaring luidt dan :
1. Terwijl wij met eerbied en dankbaarheid denken aan den rijkdom van de historie, waarin wij wortelen, hebben wij intusschen ten volle den critischen zin te bewaren ten aanzien van het overgeleverde. Niet in eenig uiterlijk. Bijbel of Kerkgezag, slechts in innerlijk waarheidsbesef kunnen wij de normen zoeken ook voor ons godisdienstig denken en leven.
2. In onze theologie hebben wij, onafhankelijk van historische interpretaties, de natuurlijke, historische, en geestelijke gegevens te verwerken, die nu ten onzen dienste staan ; wij gaan daarbij uit van de onderstelling van een wetmatige en organische wereldsamenhang, niet door bovennatuurlijke willekeur doorbroken, zonder daarmede het transcendente en bovenzinnelijke karakter van de laatste werkelijkheid, waarheid en waarde, die wij in den naam van God erkennen, voorbij te zien.
3. Waar in de historische godsdiensten verschillende vormen van wereldbeschouwing en geloof voor ons liggen, hebben wij daarin zoowel eene karakteristieke verscheidenheid te erkennen, waarvan wij de waarde trachten te bepalen, als de gemeenschappelijke waarheid te begrijpen van eene universeele religie, die allen in meerdere of mindere mate belijden.
4. Ten aanzien van de Christologie blijft critisch onderzoek van de overgeleverde berichten ten volle noodzakelijk, waar alle historische, ideëele, eschatologische interpretatie hare tekorten of moeilijkheden houdt. De vraag naar den historischen Jezus blijve daarbij onderscheiden van die naar den innerlijken Christus des geloofs.
5. Terwijl de Nederlandsche Hervormde Kerk (Protestantsche Kerken) overeenkomstig haar naam en historie blijft (blijven) gefundeerd, in den grondslag van de beginselen van Evangelie en Protestantisme, moet (moeten) zij tegelijkertijd begrijpen, dat deze beginselen de levende, dynamische beginselen eener zedelijke religie zijn. Dienovereenkomstig mogen wij geen bindend gezag erkennen van uiterlijk opgelegde, menschelijke formiileeringen, maar wij moeten willen dat geloofs-en gewetensvrijheid voor al haar leden volledig in hare reglementen wordt gewaarborgd.
6. Het Vrijzinnig Protestantisme, als religie gericht naar wat als eeuwig en heilig al het menschelijke te boven gaat, heeft tegelijk het karakter eener humanistische en cultureele godsdienstigheid te bewaren, daarmede zich richtend op de levensheiliging der enkelingen en op een hoogere volken-en menschengemeenschap van gerechtigheid en solidariteit.",
In een noot zegt dr. Horreüs de Haas, dat het Evangelie vraagt of wij deel hebben aan den Geest van Christus en niet welke interpretatie wij van hem geven. Het voorgestane beginsel van prof. dr. A. M. Brouwer — in een discussie over „Kerkopbouw" enz. — wordt dan tegelijk afgewezen als onevangelisch en ongeestelijk ! Dat beginsel van prof. B. luidt aldus: „Ik kan in het Nieuwe Testament — en daaruit moet toch worden afgeleid wat „evangelisch" en wat „geestelijk" is — niet anders lezen, dan Christen-zijn beteekent: Christus belijden als Messias, als Heer, als Zoon Gods, 'als den Opgestane; terwijl dat belijden dan inhoudt aan Zijn woorden volle waarde hechten."
Dr. Horreüs de Haas zegt: het is duidelijk dat allereerst de vraag aan de orde moet komen : In hoeverre de evangelisten gezaghebbend zijn in r hunne verschillende mededeelingen en opvattingen en in hoeverre Christelijk geloof vereenzelvigd moet worden met de voorstellingen van apostelen en kerkelijke dogmatici.
Zoo'n verklaring van dr. Horreüs de Haas laat aan duidelijkheid niets te wenschen over. Van een Schriftuurlijk geloof b.v. in den zin van Zondag 7 van onzen Heidelb. Catechismus, wil men dus niets weten.
„Geloofs-en gewetensvrijheid voor al haar leden" moet dan ook „volledig in de reglementen der Hervormde Kerk worden gewaarborgd!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's