De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

6 minuten leestijd

„'t Is ook niet te vertrouwen, 'k Héb nog altoos zoo de geheime vrees, dat men de stakkerd bestelen gaat, en een gelegenheid als deze was daarvoor geschikt. Bovendien verwacht ik, dat Gretske heimelijk hier of daar een spaarpotje verborgen heeft om in tijd van nood te kunnen aanspreken. Als men daar lucht van krijgt, is het niet meer veilig".
„Dat is al geborgen" — was 't antwoord. Met een paar vreemde oogen werd de dokter daarop aangekeken, doch waar hij geen nadere toelichting gaf, durfde de armmeester hierop niet verder in te gaan.
„Weet u niet iemand, die althans voor den komenden nacht hier waken kan ? " — vervolgde de geneesheer.
Doch dit werd juist de groote moeilijkheid. Iemand voor overdag te vinden zou nog wel gaan, maar voor den nacht, en dan hier, te midden van al dat vreemde kermisvolk. Och, 't was ook hier de oude geschiedenis: „Vrienden in den nood, honderd in 'n lood". Toch diende er raad geschaft. In elk geval zou voor geld en goede woorden veel te verkrijgen zijn. Desnoods zouden voor de gezelligheid twee gevraagd kunnen worden.
Toen begreep Gretske waar 't over ging. Langzaam richtte zij zich uit de kussens omhoog en wenkte hen.
„Geen moeite", bracht zij uit, ik ben bewaard".
„Ja, maar je kunt niet alléén zijn ; stel eens, dat je het een of ander moest hebben, en je moet absoluut rust nemen. Bovendien, is het ook niet verantwoord".
„De Heer is mijn Herder, mij zal niets ontbreken" bracht zij met moeite uit.
Een wonderlijke patiënte. Zooals niet veel werden aangetroffen. Als altijd, niets geen eischen, en volkomen tevreden in haar lot.
„Als alle menschen iets meer met dien geest bezield waren, zou de wereld er wel een weinig anders uitzien" — dacht dokter, maar dat nam niet weg, dat hier iemand in huis hoorde te komen.
Daar werd zacht de deur open gedaan en trad vrouw Grondsma binnen. Sinds dat Albert met de arme vrouw was weggereden, had zij rust noch duur. Wat zouden den menschen wel niet zeggen dat men haar op een open hooiwagen vervoerd had ? Waarom haar ook niet naar „Landlust" gebracht. Dan had Gretske meteen verzorging en verpleging gehad. Vroeger jaren was door haar zooveel gewroet en gewerkt, dat men zich deze opoffering voor haar wel getroosten mocht, 't Was eigenlijk schande, zich zoo van haar af te maken.
Boer Grondsma had daar zoo niet bij stil gestaan te midden van de drukte. Bij nader indenken vond hij het zélf ook wel wat bar, dat het zóó was toegegaan. Daar kwam bij, dat Gretske ook verpleegd moest worden, 't Kwam wel vreeselijk slecht uit, want de boerin had het ook reuzendruk met al dat vreemde volk in de hooiïng, maar 't ging hier misschien om een menschenleven en hij wilde later geen zelfbeschuldiging hebben. Als zij eens ging zien, hoe het nu leek. Was; het dan beslist noodig dat zij daar den avond verder uit bleef, desnoods den nacht er'bij, dan zou men zich op „Landlust" wel behelpen. Stien was handig. En anders kon vrouw Grondsma, namens haar man in zijn kwaliteit als voorzitter-armvoogd, orders geven, zoo dit haar het beste vóór kwam.
Zóó was zij van huis gegaan en trad tot verbazing van de heele omgeving bij Gretske binnen. Dat gebeurde nooit: een vrouw met een breed gouden oor ijzer op 't hoofd en een mooie zwarte japon aan, op „Landbuurt" !
„Wat is dat voor een dame ? " vroeg een der vrouwen uit de woonwagens aan Trui.
„Dat is een rijke boerin hier uit den omtrek, waar de zieke vroeger jaren gediend heeft" — luidde het antwoord.
„Dan zal daar ook wel iets goeds in die groote tasch gezeten hebben, welke zij bij zich droeg".
„Dat is te begrijpen, mensch. Als ons iets mankeert, ziet niemand naar ons om, maar de vrome freule is nu eenmaal de lleveling van de dames en heeren. Hoe lang is de dokter daar nu al niet binnen, en ik wed dat de dominé ook nog komt".
„Ei zoo, woont hier zulk voornaam volk ? " — vroeg de vreemdelinge, niet zonder spot.
Intusschen werd in het kamertje van Gretske overwogen hoe het moest. De komst van de boerin was een verrassing voor allen.
„Dat vind ik nu eens flink" — zei dokter, en reikte haar de hand, iets wat hij niet spoedig zou zeggen.
Hoe is het ? " — vroeg zij zacht.
Toen haalde de man der wetenschap de schouders op. Blijkbaar had hij niet veel hoop. De patiënte had het zóó benauwd, en die borst joeg zóó fel.
„Dag Gretske !" zei de boerin, en streelde haar ingezonken gelaat. En toen verder : „Ben je benauwd ? "
Alweer die zelfde beweging naar de borst. „Als wij het raam eens opschoven, om frissche lucht te krijgen" — sprak zij. Aanstonds was de armmeester gereed aan dezen wenk gevolg te geven, doch tevergeefs ; men was hier niet gewoon te luchten. „Kunt u hier misschien een poosje blijven ? " — vroeg de dokter toen.
„Als 't noodig is, blijf ik hier dezen avond en óók den nacht ; wél zie ik er tegen op, alléén te blijven".
„Wanneer mijne vrouw dan eens bij u kwam voor gezelschap" — stelde de armmeester voor. Dat zou een oplossing wezen.
Toen Ka eenigen tijd later met de voorgeschreven druppeltjes terug kwam, was alles geregeld en behoefde zij althans direct geen verdere diensten te doen. Daarop vertrok ook de dokter, na beloofd te hebben, vóór den nacht nog eens terug te zullen komen, desnoods om een „spuitje" te geven. Eerbiedig maakte men daar buiten voor hem ruimte, toen hij den motor aansloeg, maar nauwelijks was hij uit 't gezicht, of daar groepte men opnieuw bijeen, om het geval te bespreken, 't Meest van allen gevoelde de Goudvink zich gelukkig dat, hij wist zelf niet om welke reden, de voorgenomen diefstal niet was doorgegaan en hij zijn handen niet geslagen had aan het goed van Gretske.
Nu had hij althans geen gevaar in aanraking te komen met de politie, wanneer tenminste Trui en de Scheele die losgewrikte planken op den zolder niet in de gaten kregen. De eerste de beste gelegenheid die zich hiervoor aanbood, zou hij aangrijpen, om deze weer stevig te bevestigen, en daarmede was dit avontuur dan nog goed afgeloopen.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's