De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

6 minuten leestijd

Voor den orgeldraaier werd het echter dien avond een tegenvaller, 't Orgeltje was thuis gekomen, niet alleen gestemd, doch tevens van een paar nieuwe rollen voorzien, en deze zouden gratis voor de buren worden afgedraaid. Nu moest het overgaan, want de dokter had waarschuwend den vinger opgestoken vóór hij weg reed en gezegd: „Geen kabaal hier vanavond hoor, denk aan jullie doodzieke buurvrouw". — Daarom moest men zich maar vergenoegen met een gezellig onder-onsje, waarbij de kansen van een drukke of minder drukke kermis werden overwogen. Reeds was de zon in het Westen gedoken en blonken de sterren aan den wolkenloozen hemel, waar het avondgloren en de morgenschemering elkander bijna ontmoetten, toen nog altijd van uit dezen kring luide stemmen opklonken, in welke alle levensernst gemist werd. Tot zelfs bij de ouden, zoo na aan hun graf.
In Gretske's kamertje brandde 'n flauw lichtje.

Hoofdstuk XVI.
THUIS.

En dat flauwe lichtje was het beeld van Gretske's levenslamp. Tegen middernacht kwam de dokter nog even aanloopen en gaf kunstmatig eenige verruiming. Eerst had zij zich daar tegen verzet, omdat zij vreesde daardoor iets te doen wat niet mocht, en dat dit zooveel als opstand beteekende tegen den wille Gods, maar men had haar gerust gesteld door te zeggen, dat verzachting van het lijden toch een middel was, door den Heere in de hand van de wetenschap gegeven, opdat het kruis niet boven de kracht zou gaan. Daarop had zij haar arm uitgestoken en had de dokter de inspuiting verricht. En toen kwam over haar dat welbehagelijke gevoel om te vallen in een zoete rust. Waarbij het niet ontbrak aan allerlei droomgezichten, maar die geen schrik aanbrachten en haar als in een andere wereld deden zijn. Voor vrouw Grondsma was deze nacht een openbaring. Hier kreeg zij een blik op het leven van de heffe des volks, zooals zij zich dit op de rustige boerderij, temidden van de vrije natuur en het redelooze vee, maar dat vaak nog wijzer is dan de menschen, onmogelijk had kunnen voorstellen. Wat gevoelde zij zich dan daar buiten, op her ruime veld, oneindig gelukkiger. Hoe was het mogelijk, in zulk een omgeving te leven, en wat moest er terecht komen van die vele kinderen, die van der jeugd af aan in zulk een gezelschap verkeerden. En daar had men nu voor enkele jaren Gretske in gebracht. Opnieuw kwam dat oogenblik haar voor den geest, waarop zij voor goed „Landlust" verlaten had, en dat smartelijke in haar oog, toen de kleine meid haar vastgreep aan de rokken en vroeg, waarom Gretske nu weg moest. Wat had die oude ziel hier een hartzeer gehad en hoe stil dat alles gedragen. Daar lag haar Bijbel, „Het Boek", zooals zij dezen gewoon was te noemen, en waaruit de kracht voor het leven werd geput. Wat een teekens en bladleggers, welke duidelijk aangaven hoe veelvuldig het gebruik en hoe groot de troost was, die hier gezocht werd. Meest uit de woorden en beloften, welke voor de kleinen en bekommerden waren weggelegd. Zou het mogelijk zijn, dat zoo'n eenvoudige ziel vele anderen nog vóór ging in het Koninkrijk Gods ? Maar stond dat ook niet beschreven, en had de Heiland zelf zich in dien geest niet uitgelaten, dat zelfs hoeren en tollenaren vele anderen zouden vóórgaan ?
Gretske had een zwaar leven achter den rug, maar als zij nu door het geloof de rust van het volk des Heeren mocht ingaan, was zij dan niet rijker dan de rijkste van deze wereld ? Wat gaven aan het einde van het leven de goederen der aarde, huizen en akkers en kostbaarheden en versierselen ? De dood maakte dit alles^ waardeloos, Omdat dan van alles afstand gedaan moest worden en niets van beneden dat kon worden mede genomen van hier. Niets anders dan de schuldige ziel, zooals deze in het gericht Gods verschijnen moet.
Daarover spraken de wakende vrouwen op zachten fluistertoon en beiden kwamen tot de slotsom, dat zij wel met Gretske wilden afreizen.
't Was nog vroeg in den morgen. Pas had het eerste hanengekraai de stille nachtrust verstoord, en de vogels uit hunnen slaap gewekt om zingend en fluitend den nieuwen dag te beginnen, toen hier en daar ook reeds deuren ontsloten werden en menschenstemmen zich deden hooren. 't Gaf eenige verlichting in het sombere ziekenvertrek, dat de buitenwereld ontwaakte. Daar kwam weer glans over het leven, waardoor nieuwe levenskracht verkregen werd. Vrouw Grondsma blies de lamp uit en opende de luiken. Maar Gretske merkte van dit alles niets. Eerst toen de drukte van het volle dagleven aanving, ontwaakte zij als uit een diepen slaap. Met een vermoeiden blik zag zij het vertrek rond. Waar was zij, en wat deden die vrouwen hier ! Zat hare vrouw, die zij diende, daar niet bij de tafel, en moest zij niet opstaan om te gaan melken ? Riepen de koeien niet in het veld ? En nu zij nog te bed ! Wat zou de boer zeggen als hij straks kwam en zij was niet op hare plaats ! Maar o, wat waren die armen zwaar en wat ging het vreemd in haar hoofd. Net een karnmolen, die rond draaide. Zij wilde opstaan, doch viel weer in de kussens. Was zij ziek ?
't Volgend oogenblik stond de boerin naast haar. „Hoe is het nu, Gretske, heb je wat geslapen ? " — „'k Ben zoo moe" — klaagde zij.
„Zal je een kopje thee drinken? "
Toen werd het grijze hoofd opgebeurd en een paar teugjes gedronken. Neen, het smaakte niet. Nu wist zij het. Ja, zij was ziek. 't Klopte daar binnen zoo vreemd bij elke beweging, en het werd zoo benauwd. Zou zij heen gaan van hier ? Wat was er toch met haar gebeurd ! Moest zij niet naar „Landlust" ? En waar waren de korven ?
Langzaam vouwden zich de handen als tot een gebed. Weer was het stil, maar de geest verhelderde. Zwijgend stonden de beide vrouwen in de kamer en sloegen elke beweging gade. Hoe veranderde die gelaatskleur, 't Zweet parelde op het voorhoofd. Toen kwam een eigenaardige glans over die ingezonken wangen en was het alsof zij glimlachte. Wat zag zij en tegen wien fluisterde zij ? Ongemerkt naderde men haar, om te trachten een paar woorden op te vangen, welke soms aan hare lippen ontglipten, 't Was zoo vreemd en zoo geheimzinnig. De dood is geheimzinnig, omdat hij heen brengt naar een onbekende wereld, en, zonder dat het gezien wordt, het leven wegneemt en mee voert van hier, om niets achter te laten dan het reiskleed, waarin men een tijdlang toefde, maar dat nu geen waarde meer heeft. Geen waarde meer, omdat het overcompleet is, en alleen maar geschikt was voor deze wereld.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's