STAAT EN MAATSCHAPPIJ
ZINSBEGOOCHELING
Het is in dezen tijd van gejaagdheid en spanning, als gevolg van de binnenlandsche moeilijkheden en van de internationale verwikkelingen, meer dan ooit noodig, dat de monetaire politiek door de Regeering met rustige en vaste hand wordt geleid.
De drang naar devaluatie, die zich in alle kringen van de samenleving openbaart, begint toch op de onrustige geesten op zoodanige wijze in te werken, dat zij in de waardevermindering van 't geld het eenige redmiddel zien om uit de economische-en sociale zorgen verlost te worden.
Dat die weg intusschen geen baat brengt, maar teleurstelling oplevert, hebben wij onlangs met een verwijzing naar België, waar tot devaluatie van de franc werd overgegaan, duidelijk gemaakt. De devaluatie in België is niet anders dan zinsbegoocheling, want de voordeelen, die de waardeverlaging der franc b.v. voor den kleinen man zou opleveren, zijn in de duurte der levensmiddelen omgezet geworden, en de winst, die de nijverheid en de landbouw uit de devaluatie zou verkrijgen, gaat weer door de prijsverhooging der grondstoffen en de hoogere loonen, die als gevolg van de stijging van het indexcijfer moeten betaald worden, te loor.
Maar niet alleen is de theorie van de devaluatie, zooals de voorstanders van waardevermindering van het geld dit uitwerken, in België geen werkelijkheid geworden, doch dezelfde ervaringen als bij onzen Zuidelijken nabuur worden opgedaan, demonstreeren zich ook in de andere landen, die den gouden standaard hebben losgelaten.
In Tsjecho-Slowakije, het oude Bohemen, zoo deelt daar de Minister van Sociale Zaken, Ir. Necas mede, zijn de loonen zeer laag. In Hollandsch geld omgerekend, brengt de glasslijper bij een werkdag van 14 uren per dag het niet verder dan tot ƒ 1.85 of hoogstens ƒ 2.45 per week. De jonge vrouwen maken inde glasindustrie een uurloon van 3 tot 41/2 cent. Arbeiders in het bouwvak verdienen een uurloon van 6 tot 8 cent. In de zware industrie komt een vakman niet boven de 9 cent per uur. Het weekblad Patrimonium wijst op deze lage loonen, omdat, naar het blad schrijft, de voorstanders van devaluatie ten onzent zich meermalen op Tsjecho-Slowakije beroepen.
In Denemarken heeft de Soc. Dem. Minister-President in een regeeringsverklarlng, gericht aan het parlement, verklaard, »dat volk en regeering de taak hebben om zich aan te passen aan de tijdsomstandigheden. De verslechterende economische toestand vraagt van ieder — niemand uitgezonderd — offers, en deze offers moeten naar draagkracht gebracht worden. Zooals de toestand nu is, mag het niet langer voortduren*. Zoo schrijft de Soc. Dem. Minister Stauning. En ondertusschen worden bezuinigingen tot stand gebracht op de ouderdomsvoorziening, op de salarissen van het overheidspersoneel, enz. Dit alles heeft plaats in Denemarken, het land, dat tot devaluatie overging en zich van de devaluatie gouden bergen beloofde.
In Noorwegen, eveneens een land dat devalueerde, bestrijdt de Regeering de crisis door de belastingen tot het uiterste toe op te voeren.
Wij zouden zoo kunnen voortgaan.
Het zien naar het buitenland kan ons bij al de moeilijkheden, die zich hier te lande voordoen, nog tot dankbaarheid stemmen.
Voor de devaluïsten is, wat over onze grenzen geschiedt, leerzaam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's