De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE CATECHISATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE CATECHISATIE

13 minuten leestijd

In verband met het doel is noodig, dat de catechese roepe tot geloof en bekeering, tot de waarachtige eenheid met Christus, tot de belijdenis daarvan aan 't Heilig Avondmaal — maar ook, dat de catechese inleidt in de ware leer der Kerk, om zoo te geraken tot eenheid en eenstemmigheid en de liefde te wekken ook voor de prediking des Woords ; tevens de basis te leggen, waardoor de prediking ook inderdaad kan worden verstaan.
Dit is levensvoorwaarde voor de Kerk van Christus. We mogen zeggen van ons uit toezien, dat haar bloei en haar bestaan zelfs daarmee ten nauwste verbonden zijn. De Kerk moet het jongere geslacht inleiden in de schat der Kerk, die ze van God heeft ontvangen, die God haar door de leiding des Geestes uit het Woord heeft doen putten. De rijkdom daarvan moet, als 't goed is, geslacht na geslacht steeds beter en dieper worden verstaan en beleefd.
Daarbij nu kan niet onbesproken blijven de weg, waarin God de Kerk heeft geleid, net zoomin als de zonden en dwalingen, waaraan de Kerk zich heeft schuldig gemaakt. We moeten met onze leerlingen terug in het verleden, om het „heden" te leeren verstaan, het heden met zijn daden Gods en onze zonden, met zijn zegen en met zijn verwarring. We moeten de dwalingen onderscheiden om de weg voor de toekomst te weten en te kunnen bouwen aan de Kerk en haar bloei te bevorderen. Bij en onder dit alles moeten Gods eisch en belofte, vermaning en noodiging, door heel de catechese heen geweven worden en door gebed en lied worden bevorderd, (vgl. Kuyper Ene. deel III, bladz. 510).
We mogen niet blijven staan toij de belijdenis der lippen. We hebben noodig de hartgrondige belijdenis : waarvan ik een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven.
Bij dit alles hebben we ons voor eenzijdigheid te wachten, omdat deze veel gevaarlijker is, dan men op 't eerste gezicht zou denken.
Bij Rome heeft men den enkeling geheel uit het oog verloren. Allen moeten voor de Kerk worden opgevoed en onderwezen. Genoeg is, als men zich maar gedraagt als gehoorzame zonen en dochteren van die Kerk. Als men maar aanvaardt, met een „ingewikkeld" geloof, wat de Kerk leert, 't Is genoeg, als maar zooveel van de catechisatie wordt meegenomen, dat men weet te biechten. De Roomsche leek wordt dan ook. nooit mondig. Dit past vanzelf geheel in het hiërarchisch stelsel van de Roomsch Katholieke Kerk. Toen de reformatie daarmee brak, brak dus ook de dageraad aan voor de juiste catechese. Nu vervalt men weer in een dwaling, wanneer men met Spener alles gaat zetten op den enkeling. De „Kopf musz mann ins Herz bringen", zeker, dat is te waardeeren als een optrekken tegen het intellectualisme. Maar 't resultaat was dat meer en meer uitsluitend de nadruk kwam te liggen op het verslag kunnen geven van zijn bekeering. Alles in het Plëtisime is daarop gericht, en dan naar een bepaalde methode.
De Kerk, het kerkelijk leven, het inleiden in de schat der Kerk ging verdwijnen.
Hoe verschillend ook in wezen, heeft het Rationalisme dit met het Piëtisme gemeen. Beide ondergraven de Kerk als instituut.
Bij de een wordt het een conventikel, bij de ander een vereeniging van verlichte menschen.
Daarom hebben wij de lijn zuiver te houden. De catechese heeft eigen grondslag, eigen doel, is van het hoogste belang èn voor den enkeling èn voor heel de Kerk. Daarom juist kan de catechetiek nooit gezien worden als een onderdeel der Paedagogiek. Want de catechetiek hangt samen met het karakter der catechese. „Paedagogiek werkt aan op een membrum completum in het cultuurleven. Leidt in in 't gemeen cosmische zijn. (Prof. Hoelistra Psychologie en Catechese). Dit vormt de mensch, opdat hij als schepsel Gods zijn bestemming vervulle en zijn taak volbrenge tot Gods eer in het maatschappelijk leven. Dit behoort tot de taak van het gezin. En uit 't gezin komt dan op de school met dezelfde taak. De school is dus niet een kerkje in het Mein en ook niet een catechisatie in het groot". Want de catechese heeft ten doel „memtorum completum" in het kerkelijke leven : leidt in in de voorstellingen, de sfeer, het leven der Kerk, het geloof der Kerk.
Daarom kan evenmin de catechisatie rusten op de psychologie. Uit wat er in het zieleleven plaats grijpt, kan immers nooit het doel der catechese zijn vast te stellen of de norm worden bepaald, waarnaar gehandeld moet worden. Dit vinden v/e voor de catechese alleen uit het principium cognoscendi, de schrift". Dat wil niet zeggen dat dit alles, catechese, paedagogiek, psychologie niets met elkaar te maken zouden hebben. Er is verband. (Hoekstra P. en C).
Daarom kunnen en moeten we van de paedagogiek en psychologie gebruik maken, als we de grens maar goed trekken. Ze laten beheerschen door grondslag en doel der catechese, zoodra we er bij ons onderwijs gebruik van maken. Onder dit voorbehoud willen we ze gaarne als hulpvaardige dienstmaagden in het catechisatielokaal binnen laten.
Voor wie het voorgaande over het karakter der catechese gevolgd heeft in verband met grondslag en doel, zal het niet moeilijk zijn te zien welk resultaat dit moet opleveren voor het bepalen der stof, die met onze catechisanten moet worden behandeld. De bepaling hiervan behoeft trouwens nooit de grootste moeilijkheid op te leveren. De jaren door is daar nog wel eenige vaste lijn in te bespeuren. Augustinus schreef daar reeds over in zijn „De catechizandis rudibus". Hierbij is het wel goed op te merken, dat dit meer met het oog op volwassenen alleen geschreven is. Volgens hem moet onderricht gegeven worden 1. in openbaring Gods in de Schrift en de historie ; 2. de wet; 3. de opstanding der dooden en het laatste oordeel. In de eerste eeuwen werd jarenlang onderwijs gegeven vóór de Doop. Voorbereidend onderwijs in de bijbelsche geschiedenis en de wet; dan in het symbolum fidei met de oratia dominica. Vlak voor de Doop kwam dan het onderwijs in het Doopssacrament en vlak na de Doop het onderricht in het Heilig Avondmaal. Bij dit alles moest gevoegd worden: oefening in de practijk des levens. In de Roomsche Kerk ontwikkelde dit alles zich in de zuiver mechanische lijn. Dit houdt natuurlijk verband met wat we straks dienaangaande hebben opgemerkt. Met de Reformatie wordt dit anders. Persoonlijke kennis en persoonlijke beleving komt op de voorgrond in verband met kerkelijk leven. Nu krijgen we de bloeitijd der catechismi, de bloeitijd van de leer van de belijdenis der Kerk. We kunnen verstaan, dat daarop sterk de nadruk valt tegenover de R.K. Kerk. Maar alles gezien als geput uit het Woord. Biesterveld geeft in zijn karakter der catechese een kijk op wat er zooal werd besloten. Het convent van Wezel 1568 bepaalt voor ons land de Catechismus van Genève of van Heidelberg als stof voor de catechisatie. In 1178 beveelt Dort daarbij aan „Het kort onderzoek des geloofs van a Lasco". Den Haag 1586 spreekt alleen weer over de Heidelberger. De Synode te Dordt neemt de volgende besluiten : voor de schoolcatechisatie : Stof voor de kinderen: artikelen des geloofs, tien geboden, gebed des Heeren, sacramenten, kerkelijke discipline, eenige gebeden, vragen op de Catechismus passende, enkele teksten tot godzaligheid opwekkende ; Dan, Kort begrip uit de Heidelberger.
Ten derde : Heidelberger zelf ; voor de Waalsche gemeenten die van Geneve.
Voor de Kerk: Catechismusprediking en onderricht in de Catechismus. Kort begrip aanbevolen. Hyperius, de baanbrekende theoloog, noemt o. a. de 12 Artikelen, 10 geboden. Doop, nieuwe wandel, opstanding der dooden, oordeel en Avondmaal.
Voetius, die we hier naar voren brengen, die veel over de Catechismus geschreven heeft in zijn Politica ecclesiastica, noemt als stof de Catechismus, bestrijding der valsche leer, practijk der Godzaligheid, teksten, wil ook onderwijs inde Schrift zelf. (Dit laatste mogen wij wel even flink onderstrepen).
Toch is het onderwijs in de Bijbelsche geschiedenis eerst systematisch ingevoerd begin 18de eeuw, hoewel door de Reformatie de bijbel weer zijn eereplaats verkregen heeft. En 't is een feit, dat aan de Schrift zelf maar al te weinig wordt en werd besteed. We kunnen immers tot geen andere conclusie komen dan tot deze, dat de Schrift zelf in de eerste plaats de stof is der catechese. Daarom zeggen we tot elkaar : Terug naar de Schrift. Daarmee willen wij niet zeggen, dat de leerlingen nooit wat uit de bijbel hoorden — neen — maar de bijbel zelf komt te weinig op tafel in ons catechisatielokaal. We verdrinken in de vraag-en antwoordenboekjes ook op dit gebied. Wij zijn de laatsten om te
beweren dat ook hier geen parate kennis zou moeten gevonden worden. Maar wèl : moet er tegen worden gewaakt dat men zou gaan meenen als de bijbelsche geschiedenis nu goed gekend wordt, dat er dan alles verstaan wordt van wat de Schrift ons te zeggen heeft. Wat weet men van de profeten. Wat verstaan onze leerlingen van de brieven. Zoo goed als niets. En 't jammere is juist, dat iemand die de School met de Bijbel bezocht, ons zoo vaak teleurstelt. Ge zult met mij ervaren hebben, dat de Schriftkennis ook nog veel te wenschen overlaat. Ook hier moeten we vaak paf staan over zeer veel onkunde. Om dan nog maar niet te spreken over het verstaan van Gods Woord, Gods openbaring. En dat is toch eerste vereischte. Want daaraan is alles ondergeschikt. De leer, de belijdenis, de eeredienst, de kerkinrichting enz. Daarom : De Schrift hebbe de haar toekomende plaats op de catechisatie. Augustinus heeft dit onderwijs reeds zelfstandig ter sprake gebracht. Maar het werd niet uitgewerkt. Bleef rusten tot de historiebijbel van de middeleeuwen en de Rijmkronieken.
De Broeders des Gemeenen levens hebben hierin verandering, d.w.z. verbetering pogen te brengen. Omdat men het hierin nog niet ver bracht practisch, werd het onderwijs te eenzijdig dogmatisch. Alhoewel we het doel waarmee, niet heelemaal kunnen onderschrijven, moet het toch tot de verdienste van het Piëtisme gerekend worden, dat het de Bijbel zelf weer naar voren heeft gebracht. Wij moeten geen oogenblik aarzelen te handelen ook catechetisch in het voetspoor der Reformatie, d.w.z. wij moeten allen zonder uitzondering de Schrift in het middelpunt zetten van ons catechetisch onderwijs.
Wij moeten onze leerlingen binden aan de Schrift zelf, zooals ook wij aan haar gebonden moeten zijn. Maar nu zijn we er nog niet.
Wij zijn betrokken bij de Kerk. Behooren in de Kerk. Dat geeft ons als noodzakelijke stof a : de leer der Kerk, de belijdenis der Kerk ; b. de geschiedenis der Kerk met haar eeredienst en gebruiken, haar regeering en arbeid.
We stemmen daarom in met dr. Kuyper, wanneer deze in zijn Ene. (deel III, blz. 507) zegt: Daarom moet dan ook de catechese in den strengsten zin confessioneel zijn. Niet alsof ze de kinderen der geloovigen alle spitsvondigheden van dogmatische onderscheiding had in te prenten, maar zoo, dat ze die eigenaardige inzichten in de waarheid, die haar, krachtens haar verleden, gegund zijn en waaruit èn haar eigenaardig levensbeginsel èn haar eigenaardige levensrichting is voortgevloeid, van geslacht op geslacht overbrengen, opdat alzoo het werk Gods niet verijdeld worde, en zij als „Kerk van een eigen belijdenis" ook in de toekomst haar roeping kunne vervullen !"
't Is toch zeker onmogelijk zonder de kennis der belijdenis het leven der Kerk mee te leven.
Ook al is men 't hier in beginsel over eens, kan de vraag er zijn : hoe vèr moeten we daarin gaan?
* Naar het doel gerekend, kunnen we de stof niet begrenzen tot het elementaire ! Naar de onderscheiding van Voetius zijn er fundamenteele stukken die noodig zijn tot de zaligheid, maar er zijn ook fundamentatia, die noodig zijn voor ons kerkelijk leven. (Pol. eccl. Pars I Lib n Tr LLI. C I § 4 I en IV).
Hiertoe behooren o.a. XII artikelen ; 10 geboden ; gebed des Heeren, doop, avondmaal, kerkelijke tucht. Volgens Voetius moeten we ons niet beperken. Wie dat willen doen komen er niet zoo best af. Zij die dat doen zijn nieuwigheid zoekers van voorheen en thans. Zij doen dat, opdat door dit narcotisch kruid de leden der kerk en dienaren m slaap worden gewiegd en zij zelf hun onkruid des te beter mogen zaaien. In deze stof ligt dan ook gereede aanleiding voor de practijk der Godzaligheid, om daarop de leerlingen te wijzen. We mogen ons dit door Voetius, die ook met de Schrift naar voren kwam, gezegd laten houden, willen we zelf geen oorzaak zijn, dat het kerkelijk leven in zijn verwarring versmoort. De stof wordt ons hier bijzonder geboden In de catechismus, wil men, ook in het Kort Begrip. Men achte het daarbij zijn taak te verwijzen naar de andere Belijdenisgeschriften onzer Kerk. De opmerking is gemaakt, dat de catechismus moeilijk bruikbaar is. Niet, omdat ze te oud is, neen, maar omdat ze t e moeilijk is, te diep, te geestelijk. Ze is niet voor onze leerlingen geschikt. Zie maar eens, zoo werd gezegd, naar de uitkomst in de gemeente. Ondanks jarenlang gebruik leeft de gemeente bij wat voorzienigheidsgeloof, en bij een vlakke verzoenlngsgedachte.
Ik geloof, dat we 't er wel over eens zullen zijn, dat de catechismus niet gemakkelijk is en dat de samenstelling van verschillende antwoorden wel wat bevattelijker zou mogen zijn. Maar mogen we het geringe resultaat wijden aan de catechismus zelf ? Of zou dit niet veeleer in verband staan met het ingezonken geloofsleven der gemeente en met het catechetisch onderwijs ?
Ik geloof dat we daar meer de nadruk op moeten leggen. De wijze waarop de stof wordt behandeld, spreekt hier een woordje mee, waarover straks.
De catechismus bied  juist geweldige voordeelen. In de eerste plaats juist dat ze zoo geestelijk is. Dan, dat ze het leerboek der Kerk is, tenslotte dat haar gebruik de eenheid, en de zuiverheid der Kerk in de hand werkt.
We moeten met Calvijn belijden en betrachten : (Voorrede Institutie XIV) Welk een armzalige en verachte menschjes wij zijn, zijn wij ons zeer wel bewust, namelijk voor God ellendige zondaars, en voor de oogen der menschen de aller verachtste ; Maar onze leer moet hoog verheven staan boven alle roem der wereld en onoverwonnen boven alle macht, want ze is niet van ons, maar van den levenden God en van Zijn Gezalfde, wien de Vader tot een Koning gesteld heeft, opdat Hij van zee tot zee zou heerschen en van de rivieren tot aan de einden der aarde".
Naast de leer, de belijdenis der Kerk, moeten we de geschiedenis der Kerk voor onze jongeren openen.
In korte trekken de algemeene geschiedenis, voornamelijk tot en met de hervorming. Maar dan sta men toch vooral stil bij de Vaderlandsche Kerkgeschiedenis. Als die niet gekend wordt, verstaan onze jongens en meisjes het heden niet, weten ze ook niet, hoe ze in de toekomst hebben te handelen en ze begrijpen niets, en dat is zeer belangrijk, van onze zorgen en strijd op kerkelijk gebied.
En zeker ontgaat hen de oorzaak, de beteekenis van de verschillende richtingen in onze Kerk. Wij .mogen deze arbeid, dit onderricht van de Kerkgeschiedenis niet overlaten aan onze vereenigingen en aan de leidraden, die daarvoor in de Bondsbladen gegeven worden. Ook hier heeft de Kerk zelf een taak. Een zeer belangrijke zelfs.
Die niet mag worden verwaarloosd ! De kennis op dit gebied is toch al zeer gering. En vanwaar zouden 'we het recht hebben om daarover te klagen, als we niet de hand aan de ploeg slaan, om als Kerk zelf hierin verandering te brengen ? Doen we dit wèl, dan is 't mogelijk dat er weer kerkelijk besef, kerkelijk denken, geboren wordt.
Hoogeveen
J. Vermaas

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE CATECHISATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's