De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

6 minuten leestijd

Dezer dagen kwam ik een huls binnen, waar uit het aantal rekeningen en staten, die nog in stapeltjes op de tafel lagen, gemakkelijk kon worden afgeleid dat men bezig was geweest de balans op te maken. De chef had zooeven de zaak wezen controleeren. Dat was zijn recht en zijn plicht, immers wanneer men niet voortdurend de gang van zaken nagaat, is de kans niet gering, dat straks het tijdstip aanbreekt van niet meer te weten hoe het in werkelijkheid loopt.
Ter illustratie diene het volgende.
Een zakenmensch, die nog hoegenaamd geen ervaring had opgedaan en gemakshalve er maar geen boekhouding op na hield en veel geld inbeurde, meende dat hij bezig was zich een fortuin te scheppen. Hij was zoo rijk.
Weet ge wat onze ouden zeiden : „Men kan zich rijk tellen, doch arm rekenen".
Ge begrijpt dit laatste zeker wel.
Wanneer iemand veel geld inbeurt, door veel te verkoopen, en zich rijk waant, zal hij straks merken dat hij niet vooruit is gegaan, doch omgekeerd, steeds armer werd. Met andere woorden : toen hij de rekening opmaakte, stond hij voor een tekort. Hij was arm.
Zoo ging het met dien zakenmensch ook.
Met dit waarschuwend voorbeeld voor oogen ben ik ook eens aan het rekenen gegaan. Tellen doe ik elken dag en iedere week. Elk staatje dat ge voor u ziet, levert u daarvan het bewijs.
Zoo héb ik dezer dagen mijn statten en bescheiden ook eens voor mij uitgespreid op mijn schrijftafel. Natuurlijk liep dit niet over een heel jaar. 't Waren er slechts elf maanden. De laatste maand van ons boekjaar is pas begonnen. Wanneer ge De Waarheidsvriend voor u open vouwt, is net de eerste week afgeloopen. De mogelijkheid bestaat, dat er nog heel wat verrassingen binnen komen. Ik reken er al een heel beetje op.
Want — en nu zou ik heit haast zeggen — het verschil met een vorig jaar is niet onbeduidend.
Mag ik een paar hoofden, d.w.z. aparte gedeelten, eens even met nadruk bij u aanbevelen ? Dit zijn de contributies.
Een vierde gedeelte ben ik nog wachtende, 'k; Twijfel niet, of de Penningmeesters van de Afdeelingen, die nog niet hun penningen me toezonden, zullen zich wel een beetje willen haasten. 'k Weet wel, dat er altijd onderscheidene leden zijn, die een-of tweemaal, of nog vaker, zullen worden aangezocht. Dat hiermee de heele zaak wordt opgehouden, schijnt men niet zoo dadelijk in te zien.
'k Zou nu willen verzoeken om, wanneer men de hoofdsom heeft, deze maar op te zenden. De laatste loodjes kunnen als nalezing later wel volgen.
Evenzoo staat het met de post „giften". Hier is de achterstand ook niet gering.
Kan aan de post contributies alleen worden gewerkt door leden, hier is de mogelijkheid om te helpen veel wijder. Hier kan ieder, die onze zaken genegen is, ieder, die meedraagt de lasten, op onze schouders gelegd, ieder die de Waarheid naar Gods Woord mee zoekt te verbreiden en te verdedigen, ons de giften overlangen.
Mag ik ook hier op veler krachtige steun rekenen ? Veel weken hebt ge niet meer voor u, voor 1 December aanbreekt.
En nu moeten ook nog tenslotte de spreekbeurten genoemd. Deze steken ook niet weinig af. 't Is hier een zaak van de Afdeelingen en van de Kerkeraden.
't Moge waar zijn, dat van alle kanten wordt uitgezien naar bijdragen, toch meenen wij niet alleen oude historische rechten te hebben, doch nog meer : onze zaak kan niet buiten uwe voortdurende verzorging.
Spreekt er eens onder elkander over en laat de achterstand voor een goed deel, zoo niet geheel, worden ingeloopen. 'k Zou er mij ten zeerste in verblijden.
Nu laat ik mijn overzicht van deze twee weken volgen.
1. Het eerste wat inkwam was een collecte, en wel uit Noordeloos. Ds. Zijlstra zond me deze, welke gehouden was bij een spreekbeurt, waarin ds. Goverts, thans nog te Gameren, voorging. Zij bracht op ƒ 19.11
'k Verheug me over dit blijk van medeleven en dank allen die hieraan hebben meegeholpen.
2. Daarop volgde de contributie van de Afdeeling Ouderkerk a/d IJssel - 39.75
'k Heb van het schrijven van den Penningmeester goede nota genomen en betuig tevens mijn dank voor 't mij toegezondene.
3. Vanuit Kockengen werd me persoonlijk een gift overhandigd voor onze fondsen, n.l.
10 gld. van N.N - 10.— Ook hiermee was ik ten zeerste verblijd.
4. Door ds. Van Dorp te 's-Hage kreeg ik van N.N. 2 gld. voor den Geref, Bond ais dankoffer en van N.N. voor beide fondsen eveneens 2 gld. Samen - 4.—
Hartelijk dank aan beide, gevers en zenders.
5. Door ds. Pott te Kralingen kreeg ik van N. N - 1-—
6. N.N. te 's-Gravenmoer bleef ook dit keer niet achterwege.
Deze voegde er nog een gulden bij - 1.—
'k Zeg beide onbekende vrienden allerhartelijkst dank.
7. Hierna volgden nog enkele contributies. Eerst kwam binnen van de Afd. Rhenen - 22.95
Daarna meldde zich de Penningmeester van de Afdeeling Delft met - 57.—
'k Was met beide ten zeerste ingenomen en betuig ook langs dezen weg mijn groote erkentelijkheid in dezen.
8. De Penningmeester van den Gereform. Zend. Bond, ds. Bieshaar, deed mij toekomen de helft van een door hem ontvangen gift van 100 gld. Te verdeelen tusschen den Geref. Bond en de Evang. Commissie, kreeg de eerste 30 gld., de laatste 20 gld. Samen - 50.—
Hij wil den heer J. Ph. G. te Den Haag wel onzen welgemeenden dank ovenbrengen. Ik hoop nog vaker iets van 'hem. te ontvangen, terwijl ik van mijne zijde geen gelegenheid aal laten voorbijgaan iets voor zijn zorgen-kindertjes in te zamelen en te zenden.
9. Uit de collectezak van de Nicolaikerk kwam van N.N. weer de oude bekende gift voor het Studiefonds van - 10.—
'k Betuig mijn groote erkentelijkheid in dezen.
10. Door ds. Ottevanger te Kampen werden me twee giften toegezonden, n.l. van N.N. 1 gld. en van mevr, v. B. ƒ 2.50 aan opgespaarde stuivertjes. Samen - 3.50
Beiden zeg ik zeer vriendelijk dank.
11. Van den Penningmeester van de Afd. Eindhoven ontving ik aan contributies - 7.—
En van den Penningmeester van de Afd. Bodegraven - 45.—
Beiden hebben eveneens aanspraak op mijn oprechten dank. Wij houden ons ten zeerste aanbevolen voor hun medewerking.
12. Van den Penningmeester te Alphen werd ons toegezonden de collecte, gehouden bij de spreekbeurt, welke ik daar zelf mocht leiden, met de inhoud van busje no. 110, plus 1 gld., gecollecteerd in de Evangelisatie te Oudshoorn. Samen - 20.64
Met genoegen ben ik weer eens in hun midden geweest. Oude relaties werden nog eens weer wakker geroepen.
13. Door ds. Bartlema te Zeist kreeg ik van een herstellende zieke 2 gld. als dankoffer en 1 gld. van een lid der gemeente. Samen - 3.—
Aan beiden zeer hartelijk dank.
14. Een vriend, die onbekend wenscht te blijven, uit Vlaardingen, zond me een postwissel van 2 gld - 2.—
Mag ik hem ook voor z'n schrijiven hartelijk dank zeggen ?
15. Ds. L., te Den Bommel, die me 2 gld. toezond, was ditmaal de laatste.
Deze gift was bestemd voor onze beide fondsen 2.—
Wij (betuigen onze erkentelijkheid voor elk dezer gaven en houden ons aanbevolen voor de komende dagen.
Opgeteld komen we tot een eindcijfer van
ƒ 297.95
utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's