KERKELIJKE RONDSCHOUW
ONZUIVERE EENHEID
Onder dit opschrift gaf dr. K. Dijk in Jong Leven, het orgaan van den Gereformeerden Jeugdraad 's-Gravenhage-Scheveningen, onderstaand leerzaam artikel:
»De eenheidsbeweging onzer dagen, die er op uit is de Christenen van onderscheidene overtuiging tot elkander te brengen, en daartoe de scheidingslijnen tusschen de verschillende groepen zoekt te verflauwen, of, indien mogelijk, uit te wisschen, heeft oppervlakkig veel bekoorlijks. Het is Immers zulk een aanlokkelijk ideaal, dat allen, die Jezus willen volgen, zich om één vaandel scharen, en m-et name dringt de hooge ernst der tij'den en de zich verscherpende geesteskamp tot meerdere synthese en verbroedering. Daarom kan het ons niet verwonderen, dat b.v. de actie, welke tegenwoordig gaande is, om n.l. de protestantsche kerken tot één groote federatie samen te vereenigen, door velen wordt toegejuicht, en de aanhangers van het ééne Christendom boven geloofsverdeeldheid zich over dit streven van harte verblijden. Men ziet in deze poging den aanvang van een beweging, welke zich over heel de wereld zal uitstrekken, en allen die den christennaam dragen, zal samenvoeren tot één machtige, aaneengesloten schare onder hun éénen Koning.
Schijnbaar kostelijk en aantrekkelijk.
En toch een eenheid, die bedenkelijk is.
Deze actie, gelijk ze zich vooral in Stockholm en Lausanne openbaart, verdient onze bewondering en sympathie niet, maar moet bij ieder, die zich onvoorwaardelijk buigt voor het Woord Gods, op tegenstand stuiten, en tegen dit gansche streven en tegen de verwachte „eenheidskerk" rijzen bij ons ernstige bezwaren. In de eerste plaats hebben wij deze bedenking, dat de basis, waarop zulk een instituut gebouwd wordt, niet deugt. Men wil een geloofseenheid, een, zooals men het in Engeland noemt, unity of faith, die zich alleen tot het algemeene beperkt, en een „creed", een confessie, welke niet geeft de volledige uitdrukking van de geloofswaarheid. Bovendien moet er, wil men de vrijheid van meeningsverschillen handhaven, een redelijke vrijheid van interpretatie overblijven, dat is een zeer rekbare leervrijheid, en op dien algemeenen en vagen grondslag meent men den schoonen tempel te kunnen optrekken, waarin alle protestanten van diverse overtuiging in ongekende eenheid samenwonen.
Doch deze basis is wankel.
Zulk een geloofseenheid is niet naar Gods Woord.
Zulk een belijdenis botst met den eisch der Heilige Schrift, want welke roeping legt de Schrift aan de kerk van Christus op ? Immers deze, dat zij moet zijn een pilaar en vastigheid der waarheid, en zij de gansche waarheid Gods voor de wereld heeft te belijden. Zij kan niet volstaan met enkele hoofdzaken uit te spreken. Zij is evenmin haar taak getrouw, wanneer zij eenige gemeenschappelijke punten formuleert. Zij beantwoordt nog minder aan haar goddelijke roeping, indien zij opzettelijk een complete vertolking van de waarheid achterwege laat, en zich tevreden stelt met een gebrekkige uitdrukking, doch Christus, Die de waarheid is, vordert van Zijn kerk, dat zij, evenals een vuurtoren, zoo helder mogelijk het licht doet uitschijnen over de woelige golven, Zijn waarheid in klaren, helderen glans, zoo scherp belijnd mogelijk, belijden zal voor de wereld. Een kerk, die zich naar Christus noemt, kan ook niet anders. Als Hij de waarheid is, moet zij de waarheid, dus niet gebrekkig en onvolledig, maar zuiver en klaar uitspreken en verdedigen, en dan is er voor vrijheid van interpretatie geen plaats.
Op dezen grond is de tegenwoordig verdedigde oecomenische eenheid voor ons onaannemelijk.
Geen enkele kerk mag baar rijkere confessie inruilen voor een vagere of armere, en de historie leert, dat de synthese, die door deze actie geconstrueerd werd, onmogelijk stand kan houden, omdat zij onwaarachtig is.
De geschiedenis 'bewijst zulks overvloedig.
In het begin der vorige eeuw heeft men In Duitschland gepoogd een geünieerde kerk van Lutherschen en Gereformeerden tot stand te brengen, maar deze poging is op niets uitgeloopen. Alleen de middenpartij was voor zulk een kerkelijke gemeenschap te vinden, doch de strenge Lutheranen en evenzeer de principieele Calvinisten weigerden in zulk een verband „samengesmolten" te worden. Daarom is tegen hetgeen thans, vooral in Engeland, op touw gezet wordt, een ernstig historisch bezwaar in te brengen, en in de derde plaats moeten wij ons om practische redenen tegen deze unie verzetten. Zij zal practisch niets uitrichten, daar bij iedere openbaring naar buiten, de onderling uiteenloopende gevoelens niet verborgen blijven, en er zich spoedig in de ééne federatie verschillende groepen en partijen zullen vormen, die met elkander een bittere worsteling voeren om de hegemonie. Voor het oog der wereld is dan formeel de eenheid gered, en schijnbaar staat de protestantsche eenheid in haar concentratie van krachten sterk, doch materieel blijft de verdeeldheid even groot als te voren.
Nu wijst men ter verdediging der eenheid dikwerf naar Rome.
De Roomsche kerk — zoo zegt men — neemt daarom zulk een plaats van beteekenis in, omdat zij haar eenheid heeft weten te bewaren, doch men vergeet daarbij twee dingen. In de eerste plaats ziet men over 't hoofd dat Rome's eenheid voor een groot deel ook schijn is, en binnen het instituut bijna evenveel schakeeringen en nuanceeringen gevonden worden als in het protestantisme. En in de tweede plaats mag niet vergeten worden, dat Rome haar eenheid gekocht heeft door middel van clericale autoriteit en ten koste van de gewetensvrijheid, en het protestantisme heeft die vrijheid der conscientie liever gehad dan alle uitwendige eenheid.
Daarom mist een beroep op Rome alle kracht.
De kerk der Hervorming is zelfs van den beginne niet één geweest.
Wel hebben de reformatoren in hun samenkomsten gepoogd elkander dichter te naderen, doch toen het bleek, dat zij het op het punt van het Avondmaal niet eens konden worden, is bij hen de gedachte nimmer opgekomen om eigen belijnd standpunt prijs te geven voor een algemeene, vage uitdrukking, waarin allen zich konden vinden. Zij zijn uiteengegaan, en hebben ieder in eigen kerk den arbeid, waartoe God hen riep, voortgezet. En heeft van die splitsing de zaak der reformatie schade ondervonden ? Is in de Nederlanden de voortgang der kerkhervorming gestuit, omdat de poging van Oranje om Martinisten en Calvinisten te vereenigen, mislukte ? Immers neen, en daarom is er bij ons geenerlei vrees, dat een fiasco van de actie, welke thans gevoerd wordt, de zaak van Gods koninkrijk afbreuk zal doen. Dit rijk wordt alleen gediend door een getrouwe belijdenis der waarheid naar het Evangelie, zonder een concessie aan welken geest van verslapping ook. En onze jongeren 'hebben zich te kanten tegen elke „eenheid", die geen eenheid is.«
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's