MEDITATIE
HEERE, BEHOUD MIJ
Maar ziende den sterken wind, werd hij bevreesd en als hij begon neder te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij ! En Jezus terstond de hand uitstekende, greep hem aan, en zeide: gij klehigeloovige, waarom hebt gij gewankeld ? Mattheüs 14 vers 30, 31.
't Is een zeer bekende geschiedenis, welke wij in bovenstaande tekstverzen lezen. Met enkele woorden zouden wij de strekking er van kunnen weergeven. Hier wordt ons n.l. voorgehouden, hoe noodzakelijk het is van zichzelf te leer en afzien en op Christus te zien.
Petrus is ontroerd door de verschijning van den Heere Jezus op het water. Het is zijn Meester, dien hij lief heeft. Heeft hij er dan geen recht op om tot Hem te komen ?
Het koene besluit is aanstonds genomen. Heere — zegt hij — indien Gij het zijt, zoo gebiedt mij tot U te komen op het water. Jezus, die Petrus zoo goed kent, en hem wil beproeven en leeren, antwoordt: kom. En Petrus klom neder van het schip en wandelde op het water om tot Jezus te komen.
Geen kleinheid en diep ontzag spreken uit deze daad van Petrus. Neen, bij hem komt niet naar voren het bezit van een verbrijzelden en nederigen geest. Niet, wat de Heere Jezus voor hem is, maar wat hij voor den Heere Jezus is, is de drijfveer van zijn doen. De liefde tot Jezus — zoo waant hij — zal tot alles hem in staat stellen. Een gedachte, niet, gespeend aan zelf verhooging, welke tevens verried bedroefd weinig zelfkennis en inzicht in de beteekenis van het werk en den persoon van den Heere Jezus Christus. De Zoon des menschen is immers niet in de wereld gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.
In deze daad van Petrus vinden wij zoo treffend terug het bedoelen van velen, in wier hart ongetwijfeld het werk der genade niet onbekend is, doch die er op uit zijn om den Heere iets te toonen, van hetgeen zij voor Hem willen zijn. Wordt niet in menige ziel groote blijdschap geboren, maar ook een niet te ontkennen gevoel van voldaanheid, wanneer men bij zichzelf opmerkt wat men is voor den Heere en Zijn dienst ?
't Zijn sterke beenen, die de weelde dragen, zegt het spreekwoord. Maar de Heere maakt menigwerf aan Zijn in zichzelf zoo sterke kinderen bekend de schrikkelijke levenswerkelijkheid, opdat zij in zichzelf teleurgesteld zouden worden en de juiste plaats zouden leeren kermen, welke een begenadigd zondaar noodig heeft voor God in te nemen, maar om dan ook te verstaan en te ervaren, dat de Heere altijd de eerste is en wü blijven, en genade alleen slechts vult een ledig vat.
Wanneer zonder vernieuwde zelfkennis de Godzoeker geplaatst wordt te midden van de doornen en distelen des levens, dan komt uit, dat wat hij voorwende voor den Heere te zijn, in ijver en in liefde, hem niet staande kunnen houden.
Voorrecht echter, wanneer zulk een onderricht ten deel valt. Eerst in de geestelijke uitputting, en dat telkens weer, is het God, Die legt de verborgen zenuw onzer kracht. Wanneer wij doordrongen worden van onze geestelijke hoogheid en hoogmoed, en dat alles leeren zien onder hooger licht, en gedwongen worden om nu eens niet naar anderen, maar naar God ons af te meten, dan gevoelen wij eerst recht, hoever wij van God af waren, terwijl wij meenden Hem te benaderen. Doch dan ook eerst ontwaakt in waarheid de behoefte tot gebed, hetgeen dan wordt aangrijpende noodzaak. De Heere heeft dan lust te onderwijzen, want Hij is goed en recht, daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in den weg.
Petrus moet dan ook zinken, als hij ziet den sterken wind. Vreeze grijpt hem aan. Hij had immers veel meer grond ingenomen, dan hem toekwam. Hij was machtig, maar niet machtig door die zwakheid, welke van zichzelf niets doet verwachten.
Wie zijt ge nu. Petrus, nu ge in nood zijt gedreven ? Waar is nu uw geloof, uw liefde, uw zekerheid ?
Steunt gij soms ook, mijn lezers, op uw zijn tegenover den Heere, of op hetgeen, waar gij naar streeft of op hetgeen gij hebt ontvangen ?
Petrus begint te zinken. Zijn oogen waren niet langer gericht op den Heere Jezus. Het vaste vertrouwen op de zekerheid, die er lag aan den kant van Hem, die hem riep, was er niet, toen hij zag op de golven.
Dat was ongeloof.
Wij lazen eens de vraag, wanneer Petrus op zijn best was, toen hij neerzonk of toen hij op de golven wandelde. Dwaze vraag. Laten wij veeleer vragen : v/at deed Petrus hier op de baren ? Liet hij zijn medediscipelen niet in den steek, die het schip schier niet houden konden vanwege de woede der baren ?
Om zijn godsdienst toe te passen, .behoeft men geen bijzondere dingen te doen, maar ; kan men de gelegenheid o zoo dichtbij vinden.
't Was niets dan ijdele voorbarigheid van dezen onstuimigen discipel des Heeren.
Als wij onze roeping in het gewone alledaagsche leven verzaken, mogen wij al spreken over verstand van God en goddelijke zaken en lust tot 's Heeren dienst, maar in feite brengt dat alles ons niet verder dan een stap of twee, drie, zooals ge hier bij Petrus ziet. Calvijn merkt ergens zoo ongeveer op : „het is veel moeilijker op den weg der genade te wandelen, dan te komen".
Welnu, Petrus was buiten den weg. Daarom is er wel niets in hem te prijzen, als hij, neerzinkend in de golven, uitroept: „Heere, help mij", maar 't was toch goed voor hem, dat hij daar kwam. Wanneer wordt immers het geloof werkzaam ? Niet dan, wanneer men veel kan en veel zegt en veel durft, maar wanneer men zich van zijn kleinheid bewust is, en dan alleen in stil gebed het vertrouwen stelt op Hem, die alle macht heeft in hemel en op aarde.
Gods kind moet dat telkens weer bij vernieuwing leeren. Op zulke lessen behoeft het zich waarlijk niet te verheffen. Vandaar dat het hier allerminst past Petrus in dezen toestand te verheerlijken. Want zulke dingen geschieden helaas menigmaal. De geestelijke hoogmoed is een kwaad dat altijd voor de deur ligt. Of is dit b.v. geen geestelijke hoogmoed, wanneer — zooals wij eens hoorden — iemand, een gebed gedaan hebbende, later met een zekere zelfgenoegzaamheid ons mededeelde, dat na zijn gebed hem gezegd was, dat hij er diep doorgegaan was.
Zulke dingen verheerlijken den mensch, die nog wel zegt het o zoo nauw te nemen, en ontrooven God Zijn eer.
Als Petrus dan ook wegzinkt, is hij allerminst in een begeerenswaardige positie.
We mogen slechts dankbaar zijn, dat hij in dien toestand zichzelf uit het oog verloor en met verwachting op Jezus zag, met de bede : „Heere, behoud mij".
Zulks zullen Gods kinderen telkens medemaken.
Waant ge soms, dat zij altijd wandelen over de toppen en spitsen van het geloofsleven ? Ja, 't moest zoo zijn. Vandaar ook Jezus' berisping : „gij kleingeloovige, waarom hebt gij gewankeld ? " Doch ze staan, helaas, zoo menigwerf zichzelf In den weg, omdat — gelijk gezegd — omdat ze veel te veel gaan bouwen op hetgeen zij voor den Heere meenen te zijn, en niet op hetgeen de Heere voor zondaren wil wezen.
Met óns geloof — zoo moge het vrijelijk gezegd — komen wij steeds verkeerd uit, doch met het geloof, dat geloof, dat God goddeloozen wil rechtvaardigen, zullen wij in der eeuwigheid niet beschaamd worden.
Of moest ook Petrus dat niet meer en meer leeren, dat hij „een goddelooze" was ? Neemt dan dat woord in dezen zin, dat hij zoo gemakkelijk dikwijls „zonder God" vele dingen meende te kunnen doen.
Petrus moet minder worden en Jezus wassen. In dat teeken staat trouwens ook alles, Wat naderhand door Petrus' hand in Gods Woord ons toegekomen is.
Vreemdeling heeft hij zich zoo hier leeren kennen.
De vernedering onder de krachtige hand Gods werd zijn rijke levenservaring. Doch zoo leerde hij ook, al zijn bekommernis op Hem te werpen, die voor hem zorgde.
Zoo nam hij toe in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus, aan Wien Petrus, zijn laatsten brief beëindigend, dan ook toebrengt de heerlijkheid, beide nu en in den dag der eeuwigheid.
Het „Heere, behoud mij" komt nog al eens in het leven voor.
Dat wij er niet onbekend aan mogen zijn, tegenover al ons kunnen, al onze wijsheid, al onze zonde.
E.
K.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's