RONDOM DE LEESTAFEL
DE BUCHMANBEWEGING door dr. E. D. Kraan, Geref. predikant te Vlaardingen. Uitgave J. H. Kok, Kampen.
Dit is een uitgewerkt referaat, dat op de Theol. Schooldag te Kampen is gehouden en in vervolgartikelen in De Reformatie is verschenen en nu in afzonderlijke uitgave, als een keurig boekje, voor ons ligt.
Een heele lange lijst met 394 Nos. is opgenomen voor lectuur!
Naar ons oordeel is dit een zeer zakelijke beschrijving en beoordeeling van de Oxford-beweging en wij willen dit .boekje hartelijk aanbevelen. Hier is iemand aan 't woord die verdient dat naar hem geluisterd zal worden. Het boekje is zakelijk en degelijk en bedoelt heel deze beweging, die zooveel aanhangers vindt in alle kringen, bij het licht van Gods Woord en onze Gereformeerde 'belijdenis te bespreken, waarvan, vóór-en tegenstanders werkelijk profijt kunnen hebben, al gelooven we niet, dat de voorstanders zoo maar „bekeerd" zullen worden van „de dwaling huns wegs".
Er staan tal van mooie dingen In en wij verheugen ons, dat het niet gebleven is bij referaat en weekblad-artikelen. De afzonderlijke uitgave is alleszins gerechtvaardigd en te prijzen.
FLAKKEESCHE SCHETSEN, door J. Kleeuwens. Libellen-uitgaaf. Bosch & Keuning, Baarn.
Wat hebben we genoten van deze Libel no. 35. Hier wordt ons alleraardigst verteld van het leven der Flakkeesche bevolking in verhaaltrant. Eerst gaat het over Het Kraoiënist in de krune van een hoagen boam achter de kerke. Klasjeneerende errebeier, zoo goed als de domenie en z'n vrouwe, ook de burgemeester met z'n Haegsche neuze nae boven komen er bij te pas. Ook Jasper, het raadslid zegt: „ik mot toch 's pasjes gae neuze". Belgische vluchtelingen klagen over „de kraoien van 't kerMiof" en Jasper, het raadslid, docht bij z'n eigen, „ik zal ze d'r van aevond uutpoffe", wat hij ook doet met e'n geweer mit twee patronen ganzenhaegel. Arentje en Hen, „die kriege mekaore". „Theeversite" is de tweede schets en „Een verwarde morgen" is de derde, die ibegint met „Me zoue kommende weke maer motte slachte", zei vrouw WuUumse op 'n aevend tegen Klaos, d'r man. Bel jaet, want noe in November nog mit den slachter mee ete, daer is toch oak niks an en 't is ielke weke 'n hoop geld uutgeve en wat krleg je ervoor ? 'k Hou het geld liever in m'n kootzak". Er waren ook trouwens een paar mooie in 't kot, „die mit d'r beien zeven honderd pond wegé". „Maer den eenen is wel 'n beetje zwaerder as den aoren. Welke zouê me neme ? " Intusschen speelt zich een aardige geschiedenis af met de kleine Cor, die al maar dwingt „ik mot de klapblaeze ha !" en door den vader een „leelijken brul" en door de moeder „lieve Corretje" genoemd wordt.
Deze Flakkeesche schetsen lezen heel prettig. De uitgave is heel mooi, zooals alle Libellen héél mooi verzorgd zijn door den Uitgever.
ABESSINIE EN HET OOSTERSCH CHRISTENDOM VAN DEZEN TIJD, door dr. R. Miedema, privaat docent aan de Universiteit te Leiden. Amsterdam, Boekhandel Lankamp en Brinkman.
Een boekje voor onzen tijd ! 't Handelt over het land, dat in 't midden van de belangstelling staat; 't land, waar Italië met gepantserde strijdwagens, met kanonnen en gifgassen „Westersche beschaving" en „Westersch Christendom" wil brengen.
Dr. Miedema (behandelt z'n onderwerp in vier hoofdstukken : 1. De toestand van het Oostersch Christendom ; 2. Het karakter ; 3. Toenaderingspogingen ; 4. Het Abessinisch Christendom. Wij hebben met groote belangstelling van dit boekje (56 blz.) kennis genomen. Een breede litteratuurlijst sluit het boekje, 't Is keurig gedrukt en onderhoudend geschreven.
Uit het laatste hoofdstuk : Het Abessinisch Christendom willen we een en ander meedeelen.
Het wapen van Abessinië is een wandelende gekroonde leeuw, die een kruis met wapperende wimpel draagt, herinnerend aan den titel van den Negus „onoverwinnelijke leeuw van Juda", een titel die samenhangt met de overtuiging, dat het Ethlopische keizershuis van Davidischen oorsprong is, maar tevens met het visioen in de Openbaring van Johannes hoofdstuk 5:1—14 waar met den Leeuw uit Juda's stam die overwonnen heeft, Christus wordt bedoeld. Het wapen is dus tweeledig in beteekenis : de onoverwinnelijkheid van den Negus èn het triomfeerend Christendom.
Het Abessinisch Christendom heeft het sterkst het Oostersch karakter behouden. Het dateert zeker van 't begin van de 4de eeuw na Christus en ondanks de Mohammedaansche vloedgolf en de verschillende negergodsdiensten heeft het z'n eigen karakter weten te bewaren tot op dezen dag. Ook de pogingen, die van uit het Westen werden gedaan, vooral in de 15de en 16de eeuw, om Abessinië tot het Oostersch Christendom te brengen, zijn telkens opnieuw mislukt. Zal Italië met z'n kanonnen en gifgassen nu alles veranderen ?
De dogmatiek van het Abessinisch Christendom is 't best te leeren kennen uit de misliturgie. Het monophysitisch karakter (de leer van ééne natuur in Christus, de goddelijke en menschelijke natuur tot één saamgesmolten) komt daarin sterk naar voren (het Westersch Christendom heeft de leer van de twee naturen van Christus). Er is verder veel verwantschap met de dogmatiek van de Grieksch-Katholieke Kerk. Als kerktaal wordt gebruikt het Geez (of Ethiopisch), de heilige kerktaal, die verwant is aan het Zuid-Arabisch van den vóór-Christeiijken en vroeg-Christelijken tijd. In deze taal bestaat een uitgebreide theologische en kerkelijke litteratuur (bijbel, heiligenverhalen, theologische verhandelingen enz.). Het Avondmaal wordt in 'beide gestalten toegediend. De Avondmaalswijn is uit gedroogde druiven bereid. Zelfs onmondige kinderen mogen aan het Avondmaal deelnemen. Echter wordt ieder, die onrein of zondig is, geweerd. De doop wordt bij jongens op den 40sten dag, bij meisjes op den 50sten dag na de geboorte toegediend. Acht dagen na de geboorte worden de jongens besneden. Alleen voor de hoogste geestelijkheid geldt het Celibaat of de ongehuwde staat; de lagere priesters mogen trouwen.
Het geheele leven, van geboorte tot dood, wordt door godsdienstige gebruiken beheerscht. Groot is het aantal van hen, die zich geheel aan den godsdienst wijden, er hun bestaan in vinden. Er zijn ongeveer 20.000 geordende geestelijken, naast een nog veel grooter getal van monniken, enz. Ook zijn er een groot aantal leeken, die toch een groote rol in het kerkelijk leven spelen en te vergelijken zijn met de Schriftgeleerden bij het Joodsche volk in Jezus' tijd. Ze hebben tot taak de goddelijke wetten te bewaren, uit te leggen en aan te vullen, controle uit te oefenen op de priesters, den Kerkzang te onderhouden en uit te oefenen ; zij leven op kosten van de bevolking en van de kerkelijke goederen. Hoofd van de Abessinische Kerk is de Aboena (wat „Onze Vader" beteekent) ; dat moet een Koptische geestelijke zijn ('t mag geen Abessiniër wezen), die door den Koptischen patriarch wordt aangewezen en gewijd. Hij heeft het uitsluitend recht den Negus te wijden, de priesters in hun ambt te bevestigen, te waken voor de zuiverheid van de leer en huwelijken te ontbinden enz.
De tegenwoordige Negus, Haile Selase, verzette zich tegen den grooten invloed van de Koptische Kerk in Abessinië, maar hij heeft de oude gewoonten niet kunnen breken. Het hoofd van de monniken is de biechtvader van den Negus en heeft grooten invloed aan het hof. De priesters en leëken-broeders onderscheiden zich van de gewone leden der Kerk door een tulbandvormigjen hoofddoek en de symbolen van hun waardigheid: een staf en een handkruis. De kerkgebouwen zijn rond, evenals de gewone huizen ; ze zijn gebouwd op heuveltoppen en zijn omringd door een groot kerkterrein met bijgebouwen. Op 't midden van het ronde dak staat een kruis. Het kerkgebouw is in drie gedeelten verdeeld : de voorhof, het heilige en het allerheiligste. De voorhof is een open ruimte, voor een deel beschut door het overstekende dak ; er is een plaats voor de zangers. Hier bevinden zich de geloovigen, de voeten ontschoeid, zittend of staande tusschen de zuilen of pilaren, die het dak dragen, en op de terrassen en trap , pen, die toegang geven tot het gebouw. Het heilige is door een ronden muur van den voorhof afgesloten ; het is alleen toegankelijk voor de priesters. In het midden van het heilige bevindt zich het heilige der heiligen, een kleine ruimte met een vierkanten platten grond; daar bevindt zich de „tabot" of arke des verbonds, een kist, die de woonplaats symboliseert van de godheid, en wordt bij de groote processies als het kostbaarst heiligdom meegedragen. Deze en dergelijke dingen (besnijdenis, spijswetten, vastenvoorschriften enz.) herinneren aan den Joodschen godsdienst. Ook de Egyptische godsdienst heeft z'n invloed doen gelden.
De Abessinische overlevering zegt, dat de ark des verbonds van het Joodsche volk, die eenmaal in den tempel te Jeruzalem stond, door de koningin van Scheba, na haar bezoek hij Salomo, stn. is meegenomen en zich nog steeds bevindt in de Sionskerk te Aksum, het hoofdheiligdom van het Abessinisch Christendom. Een ander verhaal zegt, dat Salomo een namaak-ark met de koningin van Scheba heeft meegegeven. Soms worden de klokken van het heiligdom gebruikt om booze geesten te verdrijven, ook om de geloovigen te roepen. In Gondar zijn op een bevolking van 4000 inwoners een 50-tal kerken ! Dikwijls bestaan de klokken uit steenen, die aan touwen zijn opgehangen en tegen elkaar geslagen worden en geluid geven. De godsdienst is een samenvatting van allerlei tegenstellingen van christelijk en niet christelijk, van geloof en bijgeloof; en is een godsdienst van feesten en van vasten ; waarbij het vasten overheerschend is. ledere Woensdag en Vrijdag is een vastendag; dan de 55 dagen, die aan Paschen voorafgaan; dan een vasten na Pinksteren (het z.gn. vasten der Apostelen) ; de vastentijd van 15 dagen ter eere van Maria in Augustus en de vasten van 40 dagen ter voorbereiding van het Kerstfeest. Het vasten bestaat hierin, dat men van den vroegen ochtend tot twee uren vóór zonsondergang zich absoluut van eten en drinken onthoudt en daarna geen dierlijk voedsel, als vleesch, melk en boter, gebruikt. De geheele vastentijd beslaat ongeveer zeven maanden.
Tot de kerkelijke feesten behoor en de Nieuwjaarsdag op 11 September, ook wel Johannesdag genoemd. Er wordt dan een rund, een bok en een vogel geslacht. Het geplengde bloed brengt verzoening en geneest ziekten. Vijftien dagen later komt het Maskalfeest, ter herinnering aan 't vinden van het Kruis door keizerin Helena. Het is het belangrijkste feest der Abessinische Kerk. Het stelt voor : de komst van het Christendom.
Vóór zonsopgang gebruiken de feestvrienden 't avondmaal; bij zonsopgang vinden vele wasschlngen plaats; de aanzienlijken gaan niet baden in 't water, doch besprenkelen zich of baden zich in hun tent. Na het vasten worden de vuren ontstoken, de jongeren verkleeden zich, beschilderen hun gezicht en trekken van huis tot huis, zeggende : de Maskal is gekomen !
Verdere feesten zijn op 1 en 2 October het feest ter herinnering aan den doop van Christus, 8 Jan. Kerstmis, Paschen, Hemelvaart, Pinksteren, en van 22—27 Aug. het feest van de opstanding van Maria. Waarzeggers en regenbezweerders staan in hoog aanzien. Er zijn vele booze geesten, die bezworen moeten worden door offers, oude tooverformules en bijbelteksten. Vooral bij het sterven hebben vele plechtigheden plaats. De begrafenis geschiedt op den dag van het sterven ; vele klaagvrouwen zijn dan aanwezig, die er voor betaald worden ; kruisen en wierookvaten zijn er in menigte ; de naaste verwanten laten zich het hoofd kaal scheren ; de doode wordt naar de kerk gebracht, waar bijbelpericopen gelezen worden en een lange lijkdienst wordt gehouden. Bij het begrafenismaal moeten de bloedverwanten vasten. 40 dagen lang worden doodenmissen gelezen.
Een Jezuïet, die eenige jaren als Zendeling in Abessinië gewerkt heeft, schreef in 1559 : »Er valt bij onze Zending niets te bereiken, wanneer men niet gewapende macht bezit om de predicaties te ondersteunen«.
De tegenwoordige Negus, Haile Selase (dat beteekent : „Kracht der Drieëenheid") zal aan deze woorden nu nog wel eens denken, nu Mussolini niet met argumenten des geloofs, maar met kanonnen en gifgassen komt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's